Een groep invloedrijke vrouwen in Washington D.C., richtte het Parents Music Resource Center (PMRC) op.
Onder leiding van Tipper Gore, de toenmalige vrouw van senator Al Gore, openden ze de aanval op wat ze zagen als de verderfelijke invloed van popsongs op de jeugd.
Ze waren bezorgd over teksten die volgens hen geweld, drugsgebruik, seksuele losbandigheid en het occulte verheerlijkten.
Om hun punt kracht bij te zetten, stelde de PMRC de beruchte “Filthy Fifteen” samen, een lijst van vijftien nummers die zij als de meest aanstootgevende voorbeelden zagen.
De volledige “Filthy Fifteen” lijst was als volgt:
Prince – “Darling Nikki” (Reden: Seks/Masturbatie)
Sheena Easton – “Sugar Walls” (Reden: Seks)
Judas Priest – “Eat Me Alive” (Reden: Seks/Geweld)
Vanity – “Strap On ‘Robbie Baby'” (Reden: Seks)
Mötley Crüe – “Bastard” (Reden: Geweld/Taalgebruik)
AC/DC – “Let Me Put My Love Into You” (Reden: Seks)
Twisted Sister – “We’re Not Gonna Take It” (Reden: Geweld)
Madonna – “Dress You Up” (Reden: Seks)
W.A.S.P. – “Animal (Fuck Like a Beast)” (Reden: Seks/Taalgebruik/Geweld)
Def Leppard – “High ‘n’ Dry (Saturday Night)” (Reden: Drugs- en alcoholgebruik)
Mercyful Fate – “Into the Coven” (Reden: Occultisme)
Black Sabbath – “Trashed” (Reden: Drugs- en alcoholgebruik)
Mary Jane Girls – “In My House” (Reden: Seks)
Venom – “Possessed” (Reden: Occultisme)
Cyndi Lauper – “She Bop” (Reden: Seks/Masturbatie)
De lobby van de PMRC was zo succesvol dat het leidde tot een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat op 19 september 1985.
Hier kreeg de campagne een krachtig en onverwacht tegengeluid van drie muzikanten: folkzanger John Denver, en de rockiconen Frank Zappa en Dee Snider.
Frank Zappa, gewapend met zijn intellect en scherpe tong, noemde het voorstel van de PMRC “een ondoordacht stuk nonsens” en een gevaarlijke eerste stap richting censuur die de vrijheid van meningsuiting zou ondermijnen.
Hij waarschuwde dat vage labels artiesten zouden stigmatiseren en de creativiteit zouden smoren.
Dee Snider, de frontman van Twisted Sister, was misschien wel de grootste verrassing.
De senatoren verwachtten een rebelse en onverstaanbare rocker, maar kregen te maken met een welbespraakte man die zijn teksten met verve verdedigde.
Hij legde uit dat “We’re Not Gonna Take It” een universeel protestlied was en dat de als gewelddadig bestempelde videoclip pure, op tekenfilms gebaseerde, slapstick was.
Hij beschuldigde de PMRC van het verkeerd interpreteren van zijn werk, zoals bij het nummer “Under the Blade”, dat niet over sadomasochisme ging, maar over de angst voor een operatie.
Ondanks de indrukwekkende getuigenissen van de artiesten, zwichtte de platenindustrie uiteindelijk voor de druk.
In plaats van een gedetailleerd ratingsysteem, kwamen ze overeen om vrijwillig de bekende “Parental Advisory: Explicit Lyrics” sticker op albums met expliciete inhoud te plakken.








