Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.

De gigantische vuurzee in de kartonnen fabriek eiste zeven doden.

In 1960 werd de fabriek gebouwd in de New Orleansstraat.

De architect van dienst was Hugo Van Kuyck.

Het werd een functioneel gebouw in strakke architectuur en voorzien van dakvleugels.

Het bestond uit een productie gedeelte en een ruimte voor kantoren.

Op het ogenblik van de brand werkte er 600 mensen.

Toen de fabriek in 1970 uitbrandde, werd Van Kuyck opnieuw ingeschakeld bij de herbouw.

Na de brand, en uit angst dat het vuur terug zou aanwakkeren, bleef de brandweer en het Rode Kruis nog twee dagen op het terrein. (foto 3 brandweer lezen in de krant over hun actie tijdens de brand)

In 1983 gingen de fabrieken in Gent en Buggenhout verder onder de naam: Bowater Containers, waarna er overnamen volgden in 1987, door Eurobox en Schoellershammer en in 1988 door Eurolim.

In 1989 werd Bowater overgenomen door de SCA Groep en ging SCA Packaging heten.

Deze groep, die meerdere vestigingen in België bezit, bestaat nog steeds.

In 2012 werd SCA Packaging overgenomen door DS Smith Packaging. (Foto’s De Post van 26 april 1970)

Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.

Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.

Het waren toen topdagen voor de Hotsy Totsy, bijna elke avond kwam Jan Hoet met één of andere kunstenaar.

Tot ver over onze grenzen werd over zijn expositie gesproken.

Niet minder dan 250.000 bezoekers zakten af naar Gent voor Over the Edges

De openluchttentoonstelling in 2000 die een beetje de voorganger van Track is – ging de geschiedenis in als de expositie van de hamzuilen van Jan Fabre.

Fabre had de acht Corinthische zuilen van de universiteitsaula in de Voldersstraat met 600 kilogram gerookte ham bekleed. Het waren net gevilde benen.

Het werk lokte meteen protest uit en was voorpaginanieuws.

Terwijl mensen honger lijden, wordt hier met eten gemorst of Geen kunst maar wansmaak, was de teneur van het protest.

Jan Hoet verdedigde de vrije meningsuiting van de kunstenaar: de ham was een metafoor voor de vergankelijkheid van het vlees.

Met het werk wilde Jan Fabre de relatie tussen vlees en skelet aftasten, luidde het verder.

Zowat iedereen mengde zich in de discussie: van de slager tot de juwelier.

Ook BV’s en de Gentse gemeenteraad gooiden zich in het debat.

De zuilen met hun kleed van Ganda-ham waren een maand lang het gespreksonderwerp in de Arteveldestad.

Er werden zelfs speciale bewakers ingezet om de zuilen en hun vlezige jasjes te beschermen tegen vandalen. Uiteindelijk kregen bacteriën en bederf de ham klein.

In de hele stad waren opmerkelijke werken te zien, zoals Transparity, een opmerkelijk glas-in-loodraam dat Wim Delvoye in de Norbertijnenkapel had gemaakt.

Op het Sint-Michielsplein stond een naakte reus. Het ging om een cycloop, een reus met één oog, in het midden van het voorhoofd.

Een werk van de Italiaan Marco Boggio Sella.

Op de Korenlei kletterde om de drie minuten een bord op de grond. In een kamer op de eerste verdieping werd ruzie gemaakt door een koppel.

Niet minder dan 10.000 borden sneuvelden. ‘Een huishoudtafereel op de hoek van de straat’, noemt de Franse kunstenaar Patrick Lebert zijn werk. (Diverse bronnen, Wikipedia en het Nieuwsblad)

Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.
Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.
Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.
Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters

Kunstschilder Jef Wauters werd op 26 februari 1927 geboren in Mariakerke (Gent) als zoon van een Gents schoenenfabrikant, werd mettertijd één van de bekendste en meest gegeerde hedendaagse Latemse schilders in het buitenland.

In 1950 werd Wauters laureaat van de Grote Prijs voor Monumentale Schilderkunst.

Deze onderscheiding bracht hem in de gerenommeerde Gentse Galerij Vyncke-Van Eyck, tot de tachtiger jaren de trendsetter van de Oost-Vlaamse kunstwereld.

Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.

Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.

Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.

Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.

Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.

Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.

Naast carnaval zorgden ook bloemen, jazz, justitie en de kerk voor inspiratie.

Hij woonde achtereenvolgens in Gent, Rome, Parijs en Deurle voordat hij in Roeselare terecht kwam.

Na een longontsteking bleef hij met zijn gezondheid sukkelen.

Hij overleed in Roeselare op 19 februari 2013.

Op 23 februari nam Sint-Martens-Latem in de St-Aldegondiskerk afscheid van deze minzame, wat teruggetrokken kunstenaar. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto De Post van 20 maart 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
Foto De Post van 20 maart 1960

35 jaar geleden, reclame voor het textielbedrijf UCO in Gent

In 1960 verhuisden de kantoren en opslagplaatsen voor de stoffen naar een nieuw pand, zeer gunstig gelegen aan de uitrit Gent-centrum van de snelweg.

Op de tussenverdieping bevond zich het restaurant en op de bovenverdieping het appartement van baron Braun, inclusief salon en eetkamer teneinde er hoge gasten te kunnen ontvangen.

Op december 1967 ging de Union Cotonnière een fusie aan met Louisiane-Texas (Loutex) en met de Etablissements Textiles Fernand Hanus.

Voortaan waren de 3 ondernemingen verenigd onder het letterwoord UCO.Aangezien de Etablissements Textiles Fernand Hanus de belangrijkste aandeelhouder was van de Union Cotonnière, werd René Hanet voorzitter van het directiecomité.

De Generale Maatschappij nam als tweede aandeelhouder het voorzitterschap waar van de Raad van Bestuur. Het directiecomité telde 10 leden en bestond uit 4 algemene directiediensten.

1. Een algemene directie Administratie onder de leiding van baron Gaston Braun, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en tevens voorzitter van een groot aantal textielondernemingen (Filtisaf, Bertel en TAE). Hij werd bijgestaan door zijn zoon Michel en door de oudste zoon van René Hanet, Fernand. Voor de veredelingsafdeling van TAE werd hij bijgestaan door Jacques Hanet.

2. Een algemene directie Spinnerij onder de leiding van Jacques Voortman, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en verantwoordelijke voor de spinnerijen. Zijn schoonzoon Etienne van den Boogaerde bood hem ondersteuning voor het commerciële aspect; Paul en Philippe Hebbelynck deden dit voor het technische aspect.

3. Een algemene directie Weverij onder de leiding van René Hanet, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en verantwoordelijke voor de weverijen. Zijn tweede zoon Paul stond hem bij in de commerciële dienst en zijn jongste zoon Jacques in de technische dienst, de veredeling en de kostprijsberekening.

4. Een algemene directie Technische Diensten onder de verantwoordelijkheid van Paul Hebbelynck. Hij beheerde het technische aspect en de kostprijzen. Inzake spinnerij werd hij ondersteund door zijn zoon Philippe, inzake weverij door Jacques Hanet.Doordat Jacques Hanet het enige lid was van het directiecomité dat deel uitmaakte van 3 algemene directies, werden de veredelingsafdelingen van TAE ondergebracht in de weverijen.

Zo werden deze 3 directies op papier herleid tot 2 directies op het terrein (spinnerij en weverij).In december 1967 beschikte de algemene directie Spinnerij over 13 spinfabrieken en de algemene directie Weverij over 11 weeffabrieken, 4 draadververijen, een grote veredelingsfabriek voor stoffen in Laarne, een breigoedfabriek, een confectieatelier voor hemden en 2 voor bedlinnen. Het aandelenkapitaal bedroeg 1.618.860.000 Belgische frank en 3 miljard Belgische frank aan eigen reservefondsen en afschrijvingsfondsen. In totaal werden er bijna 7000 mensen tewerkgesteld.

Na de fusie maakten alle Gentse katoenspinnerijen deel uit van de UCO, met uitzondering van de Filature d’Orléans (opgekocht in 1970) en de kleine spinnerij De Porre.

Hetzelfde gold voor de weverijen, met daar als uitzondering de firma nv Dierman die overgenomen werd door de Amerikaanse textielmaatschappij Milliken, nv. De Porre en nv. Van Acker.

Deze twee laatste staakten hun activiteiten in 1980.Het zou het begin zijn van het einde. In 1989 werd UCO opgesplitst in enkele min of meer zelfstandig opererende divisies. In hetzelfde jaar werden de afdelingen, voor onderzoek, opleiding, ontwikkeling en hoogtechnologisch textiel gesloten.

In 2006 vond een fusie plaats tussen UCO en het bedrijf Raymond Ltd., waaruit Uco Raymond Denim Holding voortkwam.

In 2008 sloot de denimfabricage te Gent. Daardoor verloren 393 mensen hun werk.

In 2009 sloot Cotonnière E.J. Braun, de modernste fabriek. Op die manier verdween UCO, en daarmee bijna de gehele katoenindustrie, uit Gent.(Diverse bronnen en Jacques Hanet)

Machiavel is een rockgroep uit Franstalig België die Engelstalige muziek brengt.

De groep werd in het midden van de jaren 70 opgericht.

Mario Guccio vervoegde de formatie in 1977 en verzorgde de zang vanaf het tweede album Jester.

Op het eerste album ‘Machiavel’ zong Marc Ysaye, maar hij wilde zich op het drummen focussen.

Eind 1979 speelde Machiavel in Vorst-Nationaal en was de eerste Belgische rockgroep die dat deed.

Machiavel kreeg op 21 juni 2006 de “Octave d’Honneur” voor hun 30-jarige carrière en hun aanzienlijke bijdrage in de Belgische rockscene.

Op 20 januari 2018 is Mario Guccio op 64-jarige leeftijd overleden in het ziekenhuis op Sicilië. (Poster Humo december 1979)

Machiavel (April 1979)
40 jaar geleden, reclame voor de Lp’s van Charlie Ainley, Trapeze, George Hatcher, Tom Robinson, Machiavel, The Stranglers, Bob Welch en Billy Preston & Syreeta
Mario Guccio van de groep Machiavel (2013)
Vanavond 40 jaar geleden, Machiavel in de Cercle in Gent

Bijna niet te geloven, maar vandaag is het ook al 25 jaar geleden dat Romain Deconinck is overleden.

Romain De Coninck was een acteur, zanger, regisseur en vooral een komiek.

Hij was één van sleutelfiguren van het Gents volkstheater.

Met zijn toneelstukken liet hij zijn eigen Minardschouwburg in Gent vol lopen.

Zijn repertoire bestond voornamelijk uit volkse komedies.

Toegankelijk en met eenvoudige humor. Deconinck richtte zich op een zo breed mogelijk publiek.Bij Radio 2 Oost-Vlaanderen presenteerde hij, in de jaren 70 en 80, elke week de rubriek De Peperbus.

Hij vertelde daarin korte moppen in het Gentse dialect. De hoofdpersonages in de grappen waren voor de fictieve nonkel Miele en tante Nitte.

Het grote publiek kende hem als commissaris Kolder in de televisiereeks De Kolderbrigade uit 1980. In elke aflevering van deze komische televisieserie moest hij een moord oplossen en kreeg daarbij de hulp van zijn assistenten Gaston en Leo.


In de jaren 60 speelde Romain De Coninck de hoofdrol Titten in de populaire televisiereeks De Filosoof van Haeghem

.In 1967 kreeg Romain De Coninck het ereteken ‘Ridder in de Kroonorde’Romain De Coninck heeft na zijn dood een standbeeld gekregen vóór zijn Minardschouwburg.

Aan de gevel van het theater hangt een gedenkplaat. (Diverse bronnen, Radio 2 en Foto 1 om het standbeeld van Romain te financieren kon men zoals ik heb gedaan deze aquarel van Etienne Hublau kopen (oplage 300 stuks)

Vandaag is het ook al 15 jaar geleden dat radiomaker Rudi Sinia is overleden

Rudi Sinia stond tot aan zijn pensioen aan het hoofd van Radio 2 Oost-Vlaanderen.
Zijn carrière bij de BRT ging van start op 15 april 1963.

Hij bouwde de Top 30 uit en maakte als eerste een popprogramma als “Rudy’s Club”, helemaal in de stijl van de buitenlandse popzender. Ook “Zomerhit” was één van zijn grote realisaties.


Andere programma’s van Rudi Sinia waren “de Eerste Ronde”,Relax”, “Onvergetelijk” en “Party Time”.

Tot slot werd hij departementshoofd van Radio 2 Oost-Vlaanderen.

Hij overleed op 75-jarige leeftijd in een Oostends ziekenhuis.

Vandaag 30 jaar geleden de derde veroordeling voor de Gentse professor toxicologie Aubin Heyndrickx.

De wat ouderen onder ons zullen zich zeker de Gentenaar Aubin Heyndrickx herinneren.

De erg charmant overkomende man was een professor toxicologie aan de Gentse Universiteit, hoofd van het Labo voor Toxicologie en de eerste deken van de Farmaceutische Faculteit van de UG.

Een kei van een wetenschapper dacht bijna iedereen die in zijn glorieperiode niet weg te branden was uit de gazetten, boekjes, radio en tv.

Wie in de jaren zeventig en ook tachtig het woord wetenschapper uitsprak, dacht onmiddellijk aan de charmante erg intelligent overkomende professor, doctor en apotheker – de namen die hij zich steevast toe-eigende – uit Gent.

De Vlaamse pers lag aan zijn voeten en aanbad als het ware de man.

Journalisten als Walter Zinzen, die toen voor Panorama werkte en de man regelmatig aan het woord liet, geloofden zelfs de meest onzinnige prietpraat die onze Gentenaar verkondigde.

Van enige kritische zin – toch een essentiële voorwaarde voor een journalist – was helemaal geen sprake.

Opmerkingen plaatsen bij zijn beweringen was in de media onmogelijk.

Zelfs lezersbrieven raakten niet geplaatst. “.. wens ik ze toch niet te plaatsen omdat de opmerkingen die u maakt met te veel farizeïsme kwade trouw veronderstellen bij prof. Heyndrickx”, schreef Lode Bostoen, toen hoofdredacteur van De Standaard op 23 augustus 1983.

Alleen in de zogenaamde alternatieve media als wijlen De Zwijger en De Nieuwe raakten dit soort beschouwingen geplaatst.

Op zeker ogenblik beweerde de man zelfs een Amerikaanse regeringstheorie te kunnen bewijzen dat Rusland biologische wapens gebruikte in Laos en Cambodja; de zogenaamde ‘Gele Regen’ gebaseerd op mycotoxines, schimmelgiffen soms weergevonden in oud brood.

Een overtreding van het verdrag over biologische wapens. De beweringen van Heyndrickx wekten dan ook in de ganse wetenschappelijke en militaire wereld overal zeer grote verbazing.

Het was de periode van het ontstaan van het internet met de eerste connecties tussen westerse wetenschappelijke instellingen.

Dra ontdekten de specialisten dan ook dat onze Gentse supergeleerde nooit iets over dat soort zaken had geschreven in welke wetenschappelijke tijdschriften ook.

In wezen had hij zelfs nooit iets van enig wetenschappelijk niveau geschreven.

En toen hij kort na zijn beweringen, gedaan in onder meer De Standaard en Panorama op tv in Gent hierover zelfs een wereldcongres gaf was het kot te klein.

Van overal in de wereld kwamen de specialisten luisteren naar de man.

Het werd mogelijks het meest verbazingwekkend wetenschappelijk congres uit de wereldgeschiedenis.

In Gent dan nog.

Eerst was er zijn hoofdassistent die moest verklaren hoe men in Irak mosterdgas had gedetecteerd.

De arme man, geheel bedolven onder een spervuur van erg gerichte vragen van de Belgische militaire specialisten Willems en De Bisschop moest dieprood aangeslagen toegeven dat ze helemaal van niets zeker waren.

Was diens voordracht in de grootste zaal dan hield het Gentse wereldwonder zijn toespraak over de biologische wapens in het kleinste zaaltje waar amper iemand binnen raakte.

Toen diens uiteenzetting gedaan was liep een geheel van de plank zijnde Amerikaanse professor Matthew Meselson minutenlang totaal verdwaasd rond, steeds maar op zijn voorhoofd kloppend en constant herhalend: ‘that’s not science, that’s not science.’ Het leek even Monthy Python.

Matthew Meselson was toen professor in biochemie aan de Harvard University en tot president Ronald Reagan steevast adviseur voor biologische wapens van het Witte Huis en de man die als eerste samen met Franklin Stahl in 1957 het bestaan van de DNA-structuur proefondervindelijk bewees.

Hij was ook de geestelijke vader van het verdrag rond biologische wapens.

Uiteraard werd Heyndrickx door het ganse wetenschappelijke gezelschap uitgelachen en uitgescholden.

Zelfs de Wall Street Journal, nooit vies van een stevig pak demagogie wanneer het over de Sovjet-Unie ging, viel de man later in een editoriaal af.

Maar geen probleem voor onze pers die nog dagen daarna van de Standaard tot de VRT kopte alsof de ganse wetenschappelijke wereld als een blok achter de man stond.

Voorzien van stevige beschouwingen over zijn successen en mooie foto’s van de breed glimlachende professor Charmant.

Met een wetenschappelijk fenomeen en brave man als Meselson hadden ze uiteraard niet gesproken.

Ook niet met de Belgische regerings- specialisten die woedend waren over Aubin en de prietpraat die de pers brachten.

Voor de pennenlikkers toen was de man een genie en wee diegene die er aan twijfelde.

Zelfs diegenen die beter wisten als een Herman Hendrickx (VRT Radio Actueel), Frans De Smet (De Morgen) of Ron Hermans (Knack) durfden alleen heel voorzichtig en erg omfloerst de kritiek op de man weer te geven.

In wezen was Aubin Heyndrickx dan ook een totaal immorele kwakzalver die amper iets wist van het vakgebied waarin hij werkte.

Zoon van een katholieke burgemeester, apotheker en verzetsstrijder uit Ledeberg – een straat is naar zijn naam genoemd – huwde hij een kleindochter van de oude socialistische voorman Edward Anseele en klaar was kees.

Zijn carrière lag open en voor het rapen. En toen bleek dat er uit de erfenis van die Anseele niets te grijpen viel, liet hij zijn echtgenote als een baksteen en gepluimd vallen.

Typerend was dat volgens een serie bronnen iedereen die op zijn labo kwam werken een ongedateerde ontslagbrief moest ondertekenen.

En wee, aldus die verhalen, de dame die voor de man niet plat ging.

Kende hij van toxicologie amper iets, van vrouwen blijkbaar des te meer, en liefst van jonge.

Een praktijk die goed geweten was op de Gentse Universiteit zoals professor Moraliteit Etienne Vermeersch, in die periode ooit vicerector, toegaf.

Een praktijk waar ook Vermeersch niets tegen ondernam.

Heyndrickx zelf heeft steevast elke fout straal ontkend zowel op moreel, financieel als wetenschappelijk vlak. Tot zelfs na zijn drie strafrechtelijke veroordelingen toe.

De enige die er publiek op de universiteit tegen inging was zijn collega-professor aan de Farmacie André De Leenheer, de latere rector.

Het is onder andere dankzij zijn hardnekkigheid en het feit dat er een nieuwe Gentse procureur-generaal kwam dat Aubin Heyndrickx ten val kwam.

Een geactualiseerde en, opgefriste herhaling door Dirk Draulans en Chris De Stoop – Chris De Stoop: “, Maar dat is een gek” – in Knack van de eerder in de Zwijger en De Nieuwe gepubliceerde artikels zorgde voor zijn val.

Samen dan met een strafklacht van een man waarop Heyndrickx jaloers was.

Het gevolg van een klassieke vrouwenzaak. Ditmaal trok het parket wel op pad.

Aubin Heyndrickx werd wegens onder meer examenfraude voorwaardelijk veroordeelde en, belangrijk, van zijn titels en emeritaat ontdaan.

Driemaal werd hij correctioneel veroordeeld, zij het steeds voorwaardelijk.

De laatste maal in een zaak van zwartgeld vermoedelijk gelieerd aan Zuid-Afrika en het vroegere Apartheidsregime dat hij voluit steunde.

De naam van Heyndrickx viel er trouwens tijdens een van de meer gruwelijke processen uit de periode van de Apartheid.

De laatste maal dat hij als expert werd opgevoerd was in het tijdschrift Jane’s Defence Weekly, een blad dat in wezen propaganda maakt voor de Britse militaire industrie en de regering.

Ditmaal had Heyndrickx ‘bewezen’ dat de Serviërs chemische wapens hadden gebruikt in Kosovo.

De man werkte toen voor het door de VS gefinancierde Kosovaarse rebellenleger UCK, in wezen een criminele organisatie gespecialiseerd in vooral zware misdaad.

Gevraagd aan de hoofdredacteur van Jane’s Defence Weekly of ze dan niet wisten van het feit dat de man zijn titel was ontnomen en weet hadden van zijn strafrechtelijk verleden moest hij erkennen dat niet te weten.

En een heel simpele navraag naar zijn wetenschappelijke bagage was duidelijk ook niet gebeurd.

Je kon zo aan de telefoon voelen hoe de hoofdredacteur in zijn broek nattigheid voelde.

Maar ja, Serviërs waren toen des duivels voor de Britse regering en dus was bij Jane’s Defence Weekly alles toegestaan.

Ook het zich belachelijk en geheel ongeloofwaardig maken. Toch wordt Jane’s Defence Weekly nog steeds bijna overal steevast omschreven als een autoriteit in haar vlak en is een abonnement erop peperduur.(Diverse bronnen, Willy Van Damme en Wikipedia)