45 jaar geleden, George Benson een artiest die de zeldzame sprong maakte van een door puristen bewonderde jazzgitarist naar een wereldwijde pop- en R&B-superster.

Benson, geboren in 1943, was een waar wonderkind.

Al op achtjarige leeftijd zong hij in nachtclubs en op zijn tiende nam hij al platen op onder de naam ‘Little Georgie’.

Zijn ware roeping vond hij in de jazz, geïnspireerd door grootheden als Wes Montgomery en Charlie Parker.

Zijn reputatie als technisch begaafd gitarist groeide snel, zeker nadat hij op zijn negentiende toetrad tot de band van de bekende organist Jack McDuff.

In deze periode ontwikkelde hij zijn kenmerkende stijl: een vloeiende gitaartechniek gecombineerd met ‘scat singing’, waarbij hij de noten die hij op zijn gitaar speelde perfect meezong.

Ondanks zijn immense talent en platen voor labels als Polydor en Motown, bleef de grote commerciële doorbraak uit.

Het jaar 1976 veranderde alles. Benson tekende bij Warner Brothers en bracht het album Breezin’ uit.

Op aanraden van de producer nam hij niet alleen instrumentale nummers op, maar zong hij ook.

De cover van het Leon Russel nummer “This Masquerade” werd, tegen alle verwachtingen in, een gigantische hit en een millionseller.

Het leverde hem in 1977 de prestigieuze Grammy Award voor Plaat van het Jaar op.

Zijn samenwerking met de legendarische producer Quincy Jones resulteerde in het album Give Me the Night (1980).

De titeltrack, geschreven door Rod Temperton (die ook voor Michael Jackson schreef), werd een wereldwijde funkklassieker.

Het album was een sterrenproject, met bijdragen van muzikale vrienden als Louis Johnson (The Brothers Johnson), Lee Ritenour en de toetsenisten George Duke en Herbie Hancock.

Andere successen uit zijn Carrière, zijn onder meer “On Broadway”, “Turn Your Love Around” en “Nothing’s Gonna Change My Love for You”.

Hij wordt geëerd als een levende legende, een winnaar van tien Grammy Awards en een NEA Jazz Master, de hoogste eer voor een jazzartiest in de Verenigde Staten.

Hij blijft relevant door samen te werken met moderne artiesten zoals Gorillaz op het nummer “Humility”.

Benson toert nog steeds de wereld rond en verkoopt de prestigieuste zalen, zoals de Royal Albert Hall en het Hollywood Bowl, moeiteloos uit.

Ook in 2025 staan er nog concerten gepland, waar hij zijn publiek trakteert op een mix van zijn jazzy virtuositeit en de onsterfelijke pophits die hem wereldberoemd maakten (Joepie 10 augustus)

45 jaar geleden, Janis Ian, superstar zijn, is in feite een grote valstrik.

Janis Ian, geboren als Janis Eddy Fink in New York op 7 april 1951, was een natuurtalent dat de muziekwereld al op jonge leeftijd op zijn grondvesten deed schudden.

Ze leerde piano spelen vanaf haar derde en op haar twaalfde schreef ze al haar eerste nummers. Een jaar later, op haar dertiende, koos ze de artiestennaam waaronder ze bekend zou worden: Janis Ian.

Op haar veertiende schreef ze het lied dat haar leven zou bepalen: “Society’s Child”. Het nummer, dat de destijds uiterst gevoelige thematiek van een relatie tussen een blank meisje en een zwarte jongen behandelde, werd een onverwachte hit.

Ondanks dat veel radiostations het weigerden te draaien, bereikte de single in 1966 de top 20, met een verkoop van 600.000 exemplaren.

Haar debuut-lp, geproduceerd door de legendarische George “Shadow” Morton (bekend van The Shangri-Las), was eveneens een succes.

De controverse en het commerciële succes zorgden ervoor dat het nummer later een verdiende plaats kreeg in de Grammy Hall of Fame vanwege de historische impact.

Na dit vroege hoogtepunt volgden er echter moeilijkere jaren. Haar volgende albums verkochten beduidend minder, waardoor ze al snel het stempel van ‘eendagsvlieg’ kreeg.

Maar Janis Ian bewees het tegendeel. Met het album Stars vocht ze zich terug in de aandacht, en de opvolger Between the Lines bereikte zelfs de eerste plaats in de hitlijsten.

Deze succesvolle comeback werd in 1976 bekroond met een Grammy Award voor Beste Vrouwelijke Popartiest.

Aan het einde van de jaren 70 toonde Ian haar veelzijdigheid opnieuw.

Samen met discoproducer Giorgio Moroder schreef ze het nummer “Fly Too High” voor de film Foxes.

Het werd een wereldwijde hit die in veel landen, waaronder Vlaanderen en Nederland, de eerste plaats bereikte. I

n diezelfde periode nam ze in 1980 ook het duet “Don’t leave tonight” op met Conny Vandenbos.

Na een scheiding werd het stil rond Ian. Een nog zwaardere klap volgde toen ze door het bedrog van haar boekhouder bijna failliet was.

In 1993 maakte ze een krachtige rentree met het album Breaking Silence, waarop ze openlijk uitkwam voor haar homoseksualiteit.

In 2003 trouwde ze met haar partner, Patricia Snyder,

Recentelijk heeft Janis Ian een punt gezet achter haar lange carrière.

De moeilijke beslissing om te stoppen met optreden kwam er wegens aanhoudende gezondheidsproblemen.

Een hardnekkige laryngitis heeft permanente littekens op haar stembanden achtergelaten, wat consistent toeren onmogelijk maakt.

Haar afscheid van het podium viel samen met de release van wat ze haar laatste album noemt, The Light at the End of the Line (2022)

Toch bracht ze in 2024 nog de single When he was here uit.

Vandaag, 45 jaar geleden, op 19 april 1980, stond Blondie met het nummer “Call Me” bovenaan de Billboard-hitlijst.

Producer Giorgio Moroder schreef de muziek van “Call Me” en Debbie Harry de tekst.

Giorgio Moroder had oorspronkelijk zangeres Stevie Nicks van Fleetwood Mac in gedachten, maar toen zij het aanbod afsloeg, liet hij Debbie Harry het nummer zingen.

Overigens waren Debbie Harry en haar man, Chris Stein, fan van de muziek van Giorgio Moroder. Voor het nummer ‘Heart Of Glass’ lieten ze zich inspireren op zijn producties.

In de studio waren alleen Debbie en Chris aanwezig, omdat Giorgio Moroder zijn eigen muzikanten verkoos boven de andere leden van Blondie.

Zo horen we onder meer Harold Faltermeyer (keyboards) en Keith Forsey (drums).

Ook Chris Stein moest toegevingen doen en zijn gitaarspel werd bewerkt met processing.

“Call Me” werd ook gebruikt voor de film “American Gigolo” en is de bestverkochte single van Blondie in Amerika.

De single werd ook genomineerd voor een Grammy.

45 jaar geleden, in het liefdesnest van The Captain & Tennille.

Het verhaal van The Captain & Tennille, een muzikaal duo dat ontstond toen Daryl Dragon, toen pianist bij de Beach Boys, en Toni Tennille, die optrad met een zelfgeschreven musical, elkaar in 1971 ontmoetten.

Hun samenwerking en romance bloeiden snel op.

Ze gingen samenwonen en tekenden een platencontract, wat al snel leidde tot hun doorbraaksingle “Love Will Keep Us Together”, een cover van Neil Sedaka die wekenlang de eerste plaats in de Verenigde Staten veroverde.

Voor dit nummer ontvingen ze in 1975 een Grammy Award, en later dat jaar bezegelden ze hun liefde met een huwelijk.

De jaren die volgden stonden in het teken van muzikaal succes.

In 1976 haalden ze in de Verenigde Staten de top vijf met maar liefst drie singles: “Lonely Night (Angel Face)”, “Muskrat Love” en “Shop Around” (een cover van Smokey Robinson).

Hun laatste grote hit was “Do That to Me One More Time”, een nummer 1 in de Verenigde Staten en hun enige notering in de Vlaamse en Nederlandse hitlijsten.

Gisteren nog vandaag

Dit nummer, geschreven door Toni Tennille, bereikte in Vlaanderen en Nederland de tweede plaats in zowel de BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.

Naast haar werk met The Captain, was Toni Tennille later achtergrondzangeres op de plaat “Don’t Let the Sun Go Down on Me” van Elton John en werkte ze mee aan het iconische album “The Wall” van Pink Floyd.

Ze bracht ook een aantal soloalbums uit met jazzballads en arrangementen van standards uit de jaren dertig en veertig.

In januari 2014 scheidden Dragon en Tennille na een 39-jarig huwelijk, hoewel ze bleven samenwonen.

Er werd in diverse media gesuggereerd dat deze scheiding mogelijk was ingegeven door de hoge behandelkosten voor de aan de ziekte van Parkinson lijdende Daryl Dragon.

Deze ziekte maakte een einde aan zijn carrière als pianist en performer.

Daryl Dragon overleed op 2 januari 2019 (Joepie 13 april 1980)

Gisteren nog vandaag

Het leven van Sheldon Allan Silverstein, de componist van het nummer The Ballad Of Lucy Jordan.

Sheldon Allan Silverstein, beter bekend als Shel Silverstein, werd geboren op 25 september 1930 in Chicago, Illinois.

Hij groeide op in de wijk Logan Square en ontwikkelde al op jonge leeftijd een passie voor tekenen en schrijven.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, was hij niet alleen de componist van het nummer “The Ballad of Lucy Jordan,” maar een buitengewoon veelzijdig artiest: dichter, songwriter, muzikant, componist, illustrator, scenarist en schrijver van kinderboeken.

Silverstein begon zijn carrière in de jaren 50 tijdens zijn militaire dienst in Japan en Korea.

Daar tekende hij cartoons voor het militaire dagblad Stars and Stripes. Deze periode legde de basis voor zijn latere succes als illustrator.

Na zijn diensttijd keerde Silverstein terug naar Chicago en begon hij te werken voor verschillende tijdschriften.

Zijn doorbraak kwam in 1956 toen Hugh Hefner, de oprichter van Playboy, hem inhuurde als vaste cartoonist.

Zijn cartoons, bekend om hun scherpe humor en unieke stijl, werden een vast onderdeel van het magazine en droegen bij aan zijn groeiende bekendheid.

Hij zou meer dan 25 jaar voor Playboy werken.

In de jaren zestig verbreedde Silverstein zijn artistieke horizon en begon hij met het schrijven van kinderboeken.

Deze boeken, zoals The Giving Tree (1964), Where the Sidewalk Ends (1974) en A Light in the Attic (1981), werden wereldberoemd.

The Giving Tree was aanvankelijk afgewezen door veel uitgevers die het te verdrietig vonden voor kinderen.

Het werd uiteindelijk een van de meest geliefde en besproken kinderboeken aller tijden.

Zijn verhalen, vaak vergezeld van zijn eigen kenmerkende illustraties, waren geliefd om hun fantasierijke verhalen, humor en diepere boodschappen.

Zijn boeken zijn vertaald in meer dan 47 talen en er zijn wereldwijd meer dan 20 miljoen exemplaren van verkocht.

Naast zijn werk als illustrator en kinderboekenschrijver was Silverstein een begenadigd songwriter.

In 1969 schreef hij het nummer “A Boy Named Sue” voor Johnny Cash dat een wereldwijde een hit werd.

Dit humoristische lied, verteld vanuit het perspectief van een man die door zijn vader met een meisjesnaam is opgezadeld, won een Grammy Award voor Best Country Song.

Silverstein schreef later inderdaad een vervolg hierop, “The Father of a Boy Named Sue,” vanuit het perspectief van de vader.

Hij schreef ook het nummer “25 Minutes to Go” voor Johnny Cash, dat gaat over een ter dood veroordeelde die aftelt tot zijn executie

Silverstein schreef liedjes voor vele andere artiesten, waaronder The Irish Rovers (“The Unicorn”), Brothers Four, en Loretta Lynn.

Zijn succesvolste samenwerking was echter met de band Dr. Hook & The Medicine Show (later ingekort tot Dr. Hook).

Silverstein schreef alle nummers voor hun debuutalbum, Dr. Hook (1971), en een groot deel van hun opvolgende albums.

De single “Sylvia’s Mother”, een tragikomisch verhaal over een man die probeert zijn ex-vriendin telefonisch te bereiken, werd een internationale hit en bereikte in 1972 de vijfde plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Voor Dr. Hook schreef Silverstein ook “The Ballad of Lucy Jordan” in 1974.

Hoewel het nummer oorspronkelijk door Dr. Hook werd opgenomen, bereikte het pas echt wereldfaam toen Marianne Faithfull het in 1979 coverde voor haar album Broken English.

Haar indringende vertolking van het melancholische verhaal over een huisvrouw die haar dromen ziet vervagen, werd een klassieker.

Faithfull’s versie werd later ook gebruikt in de films Thelma & Louise en Montenegro.

Eerder werd het nummer ook al gecoverd door Johnny Darrell (1975) en Lee Hazlewood (1976).

Hij kreeg 2 Grammy Awards en was genomineerd voor een Oscar en een Golden Globe.

Shel Silverstein overleed onverwacht aan een hartaanval op 10 mei 1999 in Key West, Florida, op 68-jarige leeftijd.

Silverstein werd in 2002 postuum opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame.

35 jaar geleden, Milli Vanilli, de verschillen en overeenkomsten tussen Rob en Fab

Milli Vanilli was een popduo dat eind jaren 80 veel succes had met hits als Girl You Know It’s True en Blame It on the Rain.

Het duo bestond uit Rob Pilatus en Fabrice Morvan, twee dansers en modellen die door producer Frank Farian werden ingehuurd om de gezichten te zijn van een studioproject.

Producer Frank Farian maakt op 14 november 1990 bekent dat het niet Rob Pilatus en Fabrice Morvan zijn die te horen zijn op de platen van Milli Vanilli.

Dit nieuws veroorzaakt niet alleen een grote rel in de platenindustrie. Maar betekende ook het muzikale einde voor Rob Pilatus en Fabrice Morvan

Ze moesten hun Grammy Award, die Milli Vanilli in 1989 in Amerika heeft gekregen als beste nieuwe artiesten inleveren en werden het mikpunt van spot en kritiek.

Vlak na de bekendmaking lanceert Frank Farian The Real Milli Vanilli.

Deze groep bestaat uit Brad Howell, John Davis, Gina Mohammed, Ray Horton en Icy Bro.

Zij brengen het album The Moment Of Truth uit.

Maar het succes van The Real Milli Vanilli was beperkt en eindigde in 1992.

Pilatus en Morvan probeerden daarna een comeback te maken als echte zangers, maar zonder veel succes.

Ze brachten een album in 1992 uit onder de naam Rob & Fab, maar dat flopte. Dit was ook het geval voor de single We Can Get It On, afkomstig van dit album.

Pilatus raakte verslaafd aan drugs en alcohol en kwam in aanraking met de politie.

Hij overleed in 1998 op 32-jarige leeftijd aan een overdosis.

Morvan ging door met muziek maken en trad af en toe op als soloartiest of met andere projecten.

In 2003 brengt hij het album Love Revolution uit, maar zonder succes.

Hij werkte ook samen met Farian aan een documentaire over Milli Vanilli, die in 2016 uitkwam.

In een interview zei Morvan dat hij geen spijt had van zijn deelname aan Milli Vanilli, maar dat hij wel meer respect wilde voor zijn eigen stem en talent.

Fab Morvan woont nu al een aantal jaren in Nederland.

Frank Farian kwam te overlijden op 23 januari 2024 (Joepie 25 september 1988, Joepie 31 december 1989 en diverse bronnen)

Vandaag vijfendertig jaar geleden, bereikte de Amerikaanse zangeres, danseres en choreografe Paula Abdul de eerste plaats met haar nummer Straight Up in Amerika.

Het nummer is geschreven door Elliot Wolff, die ook samen met Keith Cohen het nummer heeft geproduceerd.

Het nummer was de vierde single van haar debuutalbum Forever Your Girl, dat in 1988 werd uitgebracht door Virgin Records.

Het nummer bereikt zowel in Vlaanderen als in Nederland de derde plaats in de Brt Top 30 en de Top 40.

Het nummer leverde Abdul verschillende prijsnominaties op in de VS, waaronder haar eerste Grammy-nominatie in de categorie Beste Vrouwelijke zangeres in 1990, en zes andere nominaties voor de videoclip bij de MTV Video Music Awards van 1989.

50 jaar geleden, Diana Ross speelde de hoofdrol van Billie Holiday in de film The Lady Sings the Blues.

De film was gebaseerd op de autobiografie van Holiday, die in 1956 werd gepubliceerd.

De regisseur van de film was Sidney J. Furie, die ook bekend was van films als The Ipcress File en Superman IV: The Quest for Peace.

De film was een groot succes, zowel bij het publiek als bij de critici.

De film kreeg vijf Oscar-nominaties, waaronder die voor beste actrice voor Ross.

De film bracht ook een soundtrackalbum voort, dat nummer één werd op de Billboard 200 en vier Grammy-nominaties kreeg.

Deze week, 45 jaar geleden, komt de Amerikaanse zangeres Evelyn “Champagne” King met haar disco nummer Shame binenn in de Brt Top 30.

Het nummer is geschreven door John H. Fitch, Jr, Reuben Cross en Theodore Life die ook de producer was.

Theodore Life leerde we kennen in de jaren zeventig als lid van de funkband B.T. Express, waar hij keyboards speelde.

Later richtte hij zijn eigen platenlabel op, Life Records, en produceerde hij hits voor onder andere The O’Jays, The Whispers, Teddy Pendergrass en Patti LaBelle.

Hij werkte ook samen met Michael Jackson, Whitney Houston, Mariah Carey en Beyoncé.

Het nummer Shame was in Amerika goed voor een negende plaats in de Billboard Hot 100.

In Vlaanderen bereikte de single de zevende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland de achttiende plaats in de Top 40.

Het nummer werd ook genomineerd voor een Grammy Award voor Best R&B Vocal Performance, Female.

Het nummer is ook terug te vinden op haar debuutalbum Smooth Talk.

Evelyn “Champagne” King heeft nog andere hits gehad, zoals I Don’t Know If It’s Right, Out There, Love Come Down en I’m in Love.

35 jaar geleden, het ingewikkelde verhaal van Milli Vanilli.

Milli Vanilli was een popduo dat eind jaren 80 veel succes had met hits als Girl You Know It’s True en Blame It on the Rain.

Het duo bestond uit Rob Pilatus en Fabrice Morvan, twee dansers en modellen die door producer Frank Farian werden ingehuurd om de gezichten te zijn van een studioproject.

Producer Frank Farian maakt op 14 november 1990 bekent dat het niet Rob Pilatus en Fabrice Morvan zijn die te horen zijn op de platen van Milli Vanilli.

Dit nieuws veroorzaakt niet alleen een grote rel in de platenindustrie. Maar betekende ook het muzikale einde voor Rob Pilatus en Fabrice Morvan

Ze moesten hun Grammy Award, die Milli Vanilli in 1989 in Amerika heeft gekregen als beste nieuwe artiesten inleveren en werden het mikpunt van spot en kritiek.

Vlak na de bekendmaking lanceert Frank Farian The Real Milli Vanilli.

Deze groep bestaat uit Brad Howell, John Davis, Gina Mohammed, Ray Horton en Icy Bro.

Zij brengen het album The Moment Of Truth uit.

Maar het succes van The Real Milli Vanilli was beperkt en eindigde in 1992.

Pilatus en Morvan probeerden daarna een comeback te maken als echte zangers, maar zonder veel succes.

Ze brachten een album in 1992 uit onder de naam Rob & Fab, maar dat flopte. Dit was ook het geval voor de single We Can Get It On, afkomstig van dit album.

Pilatus raakte verslaafd aan drugs en alcohol en kwam in aanraking met de politie.

Hij overleed in 1998 op 32-jarige leeftijd aan een overdosis.

Morvan ging door met muziek maken en trad af en toe op als soloartiest of met andere projecten.

In 2003 brengt hij het album Love Revolution uit, maar zonder succes.

Hij werkte ook samen met Farian aan een documentaire over Milli Vanilli, die in 2016 uitkwam.

In een interview zei Morvan dat hij geen spijt had van zijn deelname aan Milli Vanilli, maar dat hij wel meer respect wilde voor zijn eigen stem en talent. (Joepie 25 september 1988)

Siedah Garrett over haar ervaring met Michael Jackson (Joepie 27 september 1987)

In 1984 bereikte Garrett voor het eerst de hitlijsten met het duet “Don’t Look Any Further” gezongen samen met Dennis Edwards.

In de paar jaar die daar op volgden had ze enkele bescheiden successen met singles als “Curves”, “Do You Want It Right Now” en “Everchanging Times”.

In datzelfde jaar werkt ze ook samen met Tom Brown voor zijn laatste album Tommy Gun voor de platenfirma Arista Records

In 1987 kreeg ze bekendheid door haar samenwerking met Michael Jackson op het album Bad.

Voor dit album schreef ze samen met Glen Ballard de single Man In The Mirror, dat onder andere in de Verenigde Staten een nummer 1 hit werd.

Ook is ze als achtergrondzangeres op dit nummer te horen. Daarnaast zong ze met Michael het duet I Just Can’t Stop Loving You, een nummer1 hit in de V.S., het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België.

Tijdens Jacksons Dangerous World Tour was Garrett een van de achtergrondzangeressen. Garrett is ook te horen als achtergrondzangeres op verschillende Madonna-nummers waaronder True Blue en Who’s That Girl, en tijdens Madonna’s Re-Invention Tour.

Verder is ze achtergrondzangeres op nummers van onder anderen Donna Summer, Nick Kamen, Boz Scaggs, Michael McDonald, Santana, Anastacia.

Rond 1997 was Garrett korte tijd zangeres van de Britse acid jazz-band Brand New Heavies, waarmee ze het album Shelter opnam.

Na haar vertrek bij deze band, heeft Garett zich weer gericht op haar solowerk en het schrijven van nummers voor anderen.

In 2007 werd Garrett genomineerd voor een Oscar, voor het nummer “Love You I Do” voor de film Dreamgirls.

In 2008 won ze voor dit nummer een Grammy Award. (diverse bronnen en Wikipedia)

Siedah Garrett over haar ervaring met Michael Jackson (Joepie 27 september 1987)

Patrice Rushen, van jazz naar disco.

Het nummer “Haven’t You Heard” is afkomstig van het album Pizzazz (1979) en is geschreven door Rushen samen met bassist Freddie Washington en Theresa G. McFadden.

Rushen was tevens co-producer van het nummer.

Hoewel “Haven’t You Heard” in zowel Vlaanderen als Nederland de hitparades niet bereikte, was het wel een hit in onze discotheken.

Twee jaar later was het wel raak en scoorde Rushen een grote hit met “Forget Me Nots”, afkomstig van het album Straight from the Heart.

Het nummer bereikte de elfde plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en de drieëntwintigste plaats in de Nederlandse Top 40.

Het aanstekelijke refrein van “Forget Me Nots” is later gesampled in George Michaels “Fastlove” (1996) en in Will Smiths “Men in Black” (1997).

“Forget Me Nots” leverde Rushen een Grammy-nominatie op voor Best Female R&B Vocal Performance.

Rushen bleef muziek van hoge kwaliteit uitbrengen en ontving meer erkenning voor haar werk.

Haar instrumentale nummer “Number One”, van het album Straight from the Heart, leverde haar een Grammy-nominatie op voor Best R&B Instrumental Performance.

Ook haar twaalfde album, Signature (1997), werd genomineerd voor een Grammy, ditmaal in de categorie Best Jazz Vocal Performance.

Ze heeft als componist ook geschreven voor een aantal films, tv-shows en documentaires.

Patrice Rushen, de oudste van twee dochters van Allen en Ruth Rushen, toonde al op jonge leeftijd een uitzonderlijk muzikaal talent.

Op 3-jarige leeftijd begon ze met pianospelen en op haar zesde gaf ze al klassieke recitals.

Haar bijnaam “Babyfingers”, vanwege haar kleine handen, kreeg ze al vroeg en zou later de naam worden van haar uitgeverij: Baby Fingers Inc.

In haar tienerjaren ging ze naar Locke High School in Zuid-Los Angeles en behaalde daarna een graad in muziek aan de University of Southern California.

Haar doorbraak kwam op 17-jarige leeftijd toen ze een wedstrijd won die haar in staat stelde met haar band op te treden op het prestigieuze Monterey Jazz Festival.

Dit leidde tot een platencontract bij Prestige Records, waar ze de drie jazz-georiënteerde albums Prelusion (1974), Before the Dawn (1975) en Shout It Out (1977) uitbracht.

In 1978, op 23-jarige leeftijd, stapte ze over naar Elektra Records, waar haar muziek een meer R&B- en funk-georiënteerde richting insloeg.

Sinds 1986 is ze getrouwd met Marc St. Louis, een concerttoermanager en specialist in de productie van liveshows.

Samen hebben ze twee kinderen, zoon Cameron en dochter Jadyn, en leiden ze een relatief rustig gezinsleven in Californië.

Naast haar indrukwekkende carrière als uitvoerend artiest, deelt Rushen haar kennis en passie voor muziek ook als docent.

In 2005 ontving ze een eredoctoraat in de muziek aan het Berklee College of Music, waar ze tevens ambassadeur van kunstenaarstalent in het onderwijs is.

Daarnaast bekleedt ze een leerstoel populaire muziek aan de University of Southern California