Jo Stafford: hitkoningin, pionier en de allereerste vrouwelijke nummer 1

Jo Elizabeth Stafford werd in 1917 geboren in Coalinga, Californië, en groeide uit tot een van de meest succesvolle Amerikaanse zangeressen van de twintigste eeuw.

Oorspronkelijk droomde ze van een carrière als operazangeres en volgde ze een klassieke zangopleiding en pianostudie.

De Grote Depressie gooide in 1929 echter roet in het eten, waardoor ze tijdens deze crisissituatie in de jaren dertig de overstap maakte naar de lichte muziek.

Ze begon haar loopbaan samen met haar zussen Christine en Pauline in de zanggroep The Stafford Sisters.

Met deze formatie werkten ze onder meer mee aan de filmmuziek voor ‘A Damsel in Distress’ en ‘Alexander’s Ragtime Band’ uit 1938.

Nadat haar zussen trouwden, viel de band uiteen en sloot Jo zich aan bij de vocalgroep The Pied Pipers.

Met deze formatie zong ze bij het beroemde orkest van Tommy Dorsey, waar ze regelmatig duetten bracht met een jonge Frank Sinatra en de achtergrondzang voor hem verzorgde.

In 1944 besloot ze op eigen benen te staan, verliet ze de band en tekende ze een contract bij Capitol Records.

Haar doorbraak als soliste viel samen met de Tweede Wereldoorlog.

Vanwege haar vele optredens voor de legerradio was ze enorm geliefd bij de Amerikaanse troepen overzee, wat haar liefdevol de bijnaam G.I. Jo opleverde.

Haar warme, loepzuivere stem en haar feilloze timing leverden haar in de jaren veertig en vijftig een lange reeks hits op, waaronder ‘Embraceable You’, ‘It Could Happen to You’, ‘The Night We Called It a Day’, ‘Long Ago and Far Away’ en ‘No Other Love’.

Haar allergrootste succes behaalde ze in 1952 met de klassieker ‘You Belong to Me’, een nummer dat wereldwijd de hitlijsten aanvoerde.

Daarmee schreef ze geschiedenis als de allereerste vrouwelijke soloartiest die de nummer 1-positie bereikte in de Britse hitparade.

In Vlaanderen en Nederland staat ze echter vooral in het geheugen gegrift met het nummer ‘Thank You for Calling’.

Ook op humoristisch vlak boekte ze succes: in 1961 won Stafford een Grammy voor het beste komische album voor de cd Jonathan and Darlene Edwards in Paris.

Hierop zong ze samen met haar echtgenoot Paul Weston opzettelijk en met veel plezier vals.

Een opvallend weetje is dat het echtpaar jarenlang de identiteit van het duo geheimhield voor het publiek, wat de parodie nog mysterieuzer en populairder maakte.

Bovendien stonden collega-muzikanten en dirigenten versteld van haar stembeheersing: omdat ze een perfect gehoor had en een absolute meester in intonatie was, vond ze het extreem lastig om opzettelijk nét een fractie naast de toon te zingen voor haar typetje Darlene.

Een ander bijzonder feit is haar betekenis voor de technologie in de muziekindustrie.

Stafford was een van de allereerste artiesten die experimenteerde met meersporenopnamen (overdubbing), waarbij ze op haar eigen solo-opnamen haar eigen achtergrondkoor inzong.

Ook zong ze in verschillende talen om haar internationale fans te bedienen en schuwde ze genres zoals country en gospel niet, wat haar een van de meest veelzijdige vocalisten van haar generatie maakte.

Halverwege de jaren zeventig besloot Stafford een punt te zetten achter haar carrière om meer tijd door te brengen met haar gezin.

Ze liet een indrukwekkend muzikaal oeuvre achter dat nog altijd wordt geprezen om de technische perfectie en de emotionele warmte.

Jo Stafford overleed op 16 juli 2008 op negentigjarige leeftijd aan de gevolgen van hartfalen in haar woonplaats Century City, Los Angeles.

Vandaag is het ook al 15 jaar geleden dat Amy Winehouse is overleden.

Amy vormde op haar tiende al met haar vriendin Juliette het duo Sweet ‘n’ Sour dat vooral door Salt ‘n’ Pepa beïnvloed werd.

Op haar 14de schaft ze zich een gitaar aan en begint ze eigen liedjes te schrijven.

Nadat ze (wegens een neuspiercing) van de Sylvia Young Theatre School werd gegooid, zette Amy haar opleiding voort aan de befaamde BRIT School.

Dankzij de bevriende soulzanger Tyler James komen haar demo’s terecht bij Simon Fuller, de ex-manager van The Spice Girls.

Amy debuteert in 2003 met het album ‘Frank’.

De eerste single ‘Stronger Than Me’ levert haar in 2004 de Ivor Novello Award op. Dat is de prijs voor de beste song en compositie die jaarlijks in Groot-Brittannië wordt uitgereikt.

Datzelfde jaar staat ze op Glastonbury en het Montreal International Jazz Festival.

In tegenstelling tot het eerder jazzy ‘Frank’ kiest ze in 2007 voor de opvolger ‘Back In Black’ voor een combinatie van soul, rhythm ‘n’ blues en de 60s-pop van meidengroepen als The Ronettes en The Shirelles.

Ze huurt de befaamde Sharon Jones en haar Dap-Kings in als backinggroep.

In de lente van 2006 draait DJ/producer Mark Ronson de eerste demo’s in zijn programma op een Amerikaans radiostation.

Amy had een inventieve manier om haar songs te promoten.

Ze stak een cd in de taxi van haar vader Mitch, zodat veel mensen kennismaakten met haar muziek.

Het door Ronson geproduceerde ‘Back In Black’ is een doorslaand succes. Het wordt het best verkochte album van 2007 in Groot-Brittannië.

Op de uitreiking van de Grammy Awards wordt ze de eerste Britse zangeres die 5 Grammy’s wint.

Ze mag de prijs voor o.a. beste popalbum en beste song in ontvangst nemen en ze wordt genomineerd voor beste album.

De plaat levert 5 hitsingles op en gaat wereldwijd meer dan 13 miljoen keer over de toonbank.

Alleen al in de UK worden er 3,5 miljoen stuks van verkocht.

Het was gedurende een tijd de bestverkochte plaat van de 21ste eeuw, totdat ‘21’ van Adele in 2011 deze passeerde.

‘Valerie’, een cover van The Zutons, is in veel landen haar grootste hit.

Het nummer staat op ‘Version’, het tweede studioalbum van Mark Ronson.

In Nederland wordt het een n°1-hit, in Vlaanderen komt ze niet verder dan n°18.

Later wordt de single ook toegevoegd aan de deluxe-editie van de plaat. In de Ultratop 50 is ‘Rehab’ het succesvolst.

Het is bij ons haar enige top 10-hit.

De 3de single ‘Back To Black’ gaat over Amy’s tumultueuze relatie met Blake Fielder-Civil.

En vooral de nasleep van hun breuk nadat hij haar liet zitten voor een ander.

De term “back to black” verwijst naar haar terugval in een depressie en de bijbehorende drank- en drugsverslaving.

De single werd vooral een groot succes in de Duitstalige landen (top 10) en Griekenland, waar het een n°1-hit werd.

Amy kan het succes echter moeilijk plaatsen en verliest zich steeds meer in de drank. In relaties kent ze ook bitter weinig geluk.

Optredens moet ze meer en meer afzeggen of vroegtijdig stopzetten, omdat ze niet in staat is om op een podium te staan.

Ze komt dan ook steeds meer op een negatieve manier in het nieuws.

Plannen voor een nieuw album worden vanwege haar toestand steeds weer uitgesteld.

Totdat het licht definitief uitgaat op 23 juli 2011.

Er worden postuum nog twee singles uitgebracht, ‘Our Day Will Come’, een Amerikaanse n°1 voor Ruby & The Romantics, enkel in IJsland en Japan een hit, en ‘Body & Soul’, haar laatste opname en een duet met Tony Bennett.

Daarna volgt het postume album ‘Lioness: Hidden Treasures’ (n°3 in de Ultratop Album Top 100) met vroegere opnames, geselecteerd door Mark Ronson.

Tony Bennett en Amy Winehouse met hun nummer Body and Soul

Hun paden kruisten elkaar in maart 2011 in de beroemde Abbey Road Studios in Londen voor de opname van de klassieke jazzstandaard Body and Soul.

Dit legendarische nummer heeft zelf ook een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1930.

Het werd gecomponeerd door Johnny Green, met tekst van Edward Heyman, Robert Sour en Frank Eyton.

Oorspronkelijk werd het geschreven in Londen voor actrice Gertrude Lawrence, maar het groeide in de Verenigde Staten al snel uit tot een ware sensatie na de uitvoering door Libby Holman in de Broadway-revue Three’s a Crowd.

Al in de jaren dertig omarmde de jazzwereld het stuk gretig; grote namen als Louis Armstrong en het Benny Goodman Trio maakten er vroege opnames van.

De absolute mijlpaal voor het nummer kwam in 1939 met de legendarische instrumentale uitvoering van saxofonist Coleman Hawkins, die met zijn grensverleggende improvisaties de basis legde voor de moderne jazz en van Body and Soul de ultieme jazzklassieker maakte.

Deze samenwerking in 2011 bleek achteraf een historisch en emotioneel moment te zijn, aangezien het de allerlaatste studio-opname van Winehouse werd voor haar vroegtijdige overlijden in juli van datzelfde jaar.

Tijdens de sessie toonde Bennett zich een geduldige mentor, wat Winehouse hielp om haar zenuwen te overwinnen en een adembenemende prestatie neer te zetten.

De chemie tussen de ervaren veteraan en de jonge vocaliste was voelbaar in elke noot, waarbij hun stemmen naadloos samensmolten in een melancholische vertolking.

Het nummer werd uiteindelijk uitgebracht op het album Duets II van Bennett en won later een Grammy Award.

De opbrengst van de single ging naar de Amy Winehouse Foundation om jongeren te ondersteunen.

Body and Soul blijft hierdoor niet alleen een muzikaal hoogtepunt, maar ook een blijvend monument voor de verbinding tussen twee generaties topmuzikanten.