45 jaar geleden, George Benson een artiest die de zeldzame sprong maakte van een door puristen bewonderde jazzgitarist naar een wereldwijde pop- en R&B-superster.

Benson, geboren in 1943, was een waar wonderkind.

Al op achtjarige leeftijd zong hij in nachtclubs en op zijn tiende nam hij al platen op onder de naam ‘Little Georgie’.

Zijn ware roeping vond hij in de jazz, geïnspireerd door grootheden als Wes Montgomery en Charlie Parker.

Zijn reputatie als technisch begaafd gitarist groeide snel, zeker nadat hij op zijn negentiende toetrad tot de band van de bekende organist Jack McDuff.

In deze periode ontwikkelde hij zijn kenmerkende stijl: een vloeiende gitaartechniek gecombineerd met ‘scat singing’, waarbij hij de noten die hij op zijn gitaar speelde perfect meezong.

Ondanks zijn immense talent en platen voor labels als Polydor en Motown, bleef de grote commerciële doorbraak uit.

Het jaar 1976 veranderde alles. Benson tekende bij Warner Brothers en bracht het album Breezin’ uit.

Op aanraden van de producer nam hij niet alleen instrumentale nummers op, maar zong hij ook.

De cover van het Leon Russel nummer “This Masquerade” werd, tegen alle verwachtingen in, een gigantische hit en een millionseller.

Het leverde hem in 1977 de prestigieuze Grammy Award voor Plaat van het Jaar op.

Zijn samenwerking met de legendarische producer Quincy Jones resulteerde in het album Give Me the Night (1980).

De titeltrack, geschreven door Rod Temperton (die ook voor Michael Jackson schreef), werd een wereldwijde funkklassieker.

Het album was een sterrenproject, met bijdragen van muzikale vrienden als Louis Johnson (The Brothers Johnson), Lee Ritenour en de toetsenisten George Duke en Herbie Hancock.

Andere successen uit zijn Carrière, zijn onder meer “On Broadway”, “Turn Your Love Around” en “Nothing’s Gonna Change My Love for You”.

Hij wordt geëerd als een levende legende, een winnaar van tien Grammy Awards en een NEA Jazz Master, de hoogste eer voor een jazzartiest in de Verenigde Staten.

Hij blijft relevant door samen te werken met moderne artiesten zoals Gorillaz op het nummer “Humility”.

Benson toert nog steeds de wereld rond en verkoopt de prestigieuste zalen, zoals de Royal Albert Hall en het Hollywood Bowl, moeiteloos uit.

Ook in 2025 staan er nog concerten gepland, waar hij zijn publiek trakteert op een mix van zijn jazzy virtuositeit en de onsterfelijke pophits die hem wereldberoemd maakten (Joepie 10 augustus)

George Benson, de gerenommeerde Amerikaanse jazzgitarist en zanger, mag vandaag 81 kaarsjes uitblazen.

George Benson heeft een indrukwekkende carrière opgebouwd met talloze hits, waarvan “Give Me The Night” een van de meest bekende is.

Dit nummer, dat uitkwam in 1980, werd geschreven door Rod Temperton.

De productie van het nummer was in handen van de legendarische Quincy Jones, die het uitbracht op zijn label Qwest Records in samenwerking met Warner Bros. Records.

Het nummer “Give Me The Night” is ook te vinden op het gelijknamige album.

Voor dit album zijn ook de stemmen te horen van Diva Gray, die we zien in de video van Give Me The Night, Jim Gilstrap (kennen we van de hit Swing your daddy), Jocelyn Allen en Patti Austin.

Ook Herbie Hancock werkte mee aan het album.

Het album, dat niet alleen commercieel succesvol was, maar Benson ook drie Grammy Awards opleverde in 1981, waaronder die voor Beste Mannelijke R&B Vocal Performance.

35 jaar geleden, Sun City, artiesten verenigd tegen apartheid.

De internationale band bestond uit 49 artiesten.

Behalve Little Steven zelf waren dat Afrika Bambaataa, Ray Barretto, Stiv Bators, Pat Benatar, Big Youth, Ruben Blades, Kurtis Blow, Bono, Jackson Browne, Ron Carter, Clarence Clemons, Jimmy Cliff, George Clinton, Miles Davis, Bob Dylan, The Fat Boys, Peter Gabriel, Peter Garrett, Bob Geldof, Lotti Golden, Hall & Oates, Herbie Hancock, Daryl Hannah, Nona Hendryx, Eddie Kendricks, Kool DJ Herc, Darlene Love, Melle Mel, Michael Monroe, Bonnie Raitt, Joey Ramone, Lou Reed, Keith Richards, David Ruffin, Run-D.M.C., Gil Scott-Heron, Lakshminarayana Shankar, Zak Starkey, Ringo Starr, Peter Wolf, Bobby Womack en Ronnie Wood.


De groep keerde zich tegen de apartheid in Zuid-Afrika en nam het album Sun City op, waarvan de gelijknamige single werd uitgebracht.

In dit nummer verklaarden de artiesten dat ze nooit zouden spelen in Sun City, een luxe resort in Zuid-Afrika waar alleen de blanke elite welkom was.

Ook de politiek van de Amerikaanse president Ronald Reagan ten aanzien van het blanke regime in Zuid-Afrika, door hemzelf als constructive engagement aangeduid, werd bekritiseerd.


In Little Stevens thuisland Amerika werd Sun City slechts een bescheiden hit, in landen als Vlaanderen, Nederland, Australië en Canada gooide het hogere ogen.

De single was in Vlaanderen en Nederland goed voor een vierde plaats in de hitparade.

Het nummer werd verboden in Zuid-Afrika.

De opbrengst van het album en de single was zo’n 1 miljoen dollar en werd bestemd aan projecten tegen apartheid, waaronder steun voor politieke gevangenen in Zuid-Afrika. (Diverse bronnen, Wikipedia en Joepie)

35 jaar geleden, Sun City, artiesten verenigd tegen apartheid.
35 jaar geleden, Sun City, artiesten verenigd tegen apartheid.