Vandaag 45 jaar geleden, komt Visage met hun nummer Fade To Grey binnen in de Brt Top 30.

Steve Strange, de artiestennaam van Steven Harrington, staat te boek als een van de belangrijkste pioniers van de new romantic-beweging binnen de new wave.

Zijn passie voor muziek werd aangewakkerd na een concert van de Sex Pistols in 1976.

Dit zette hem er niet veel later toe aan om de club Blitz te openen in de Londense wijk Soho, waar hij een legendarisch streng deurbeleid voerde: alleen de meest creatief geklede bezoekers mochten naar binnen.

Zelfs een wereldster als Mick Jagger werd ooit geweigerd, omdat hij niet aan de strikte kledingvoorschriften voldeed.

Deze club groeide razendsnel uit tot de absolute hotspot voor de scene. Het was de plek waar bands zoals Duran Duran hun debuut beleefden en waar David Bowie persoonlijk figuranten kwam uitzoeken voor zijn videoclip Ashes to Ashes.

In 1979 vormde Strange zijn eigen band, Visage. Hun geluid was een innovatieve mix van futuristische synthesizers en dansbare ritmes, sterk beïnvloed door de elektronische klanken van Kraftwerk en de visuele flair van Bowie.

De grootste triomf van de band was de wereldhit Fade to Grey uit 1980.

De muziek voor dit nummer werd gecomponeerd door Christopher John Payne en Billy Currie.

De basis ontstond oorspronkelijk als een instrumentaal stuk onder de titel Toot City tijdens soundchecks van een tournee van Gary Numan in 1979, waar Payne en Currie deel van uitmaakten.

Midge Ure schreef uiteindelijk de songtekst en nam de productie voor zijn rekening.

Het nummer bevat een kenmerkende Franse stem, ingesproken door Brigitte Arens, en werd vergezeld door een iconische videoclip waarin Strange te zien is met zijn gezicht beschilderd in zilver en geometrische patronen.

In Vlaanderen was het een enorm succes in 1981 met een vierde plaats in de BRT Top 30, terwijl de single in Nederland opmerkelijk minder presteerde en niet verder kwam dan de tweeëntwintigste plaats in de Top 40.

Het succes bleek echter niet onfeilbaar; nadat hun derde album Beat Boy flopte, hield de band het in 1984 voor gezien.

De jaren daarna verliepen moeizaam voor Strange.

Hij kampte lange tijd met een zware heroïneverslaving, wat leidde tot ernstige financiële problemen en een wankele gezondheid.

Tijdens een dieptepunt in zijn leven werd hij zelfs gearresteerd voor het stelen van een Teletubbie-pop voor zijn neefje.

Hoewel hij later een comeback maakte met een nieuwe bezetting van Visage, kwam er in 2015 een einde aan zijn bewogen leven toen hij op 55-jarige leeftijd overleed aan een hartinfarct in de Egyptische badplaats Sharm el-Sheikh.

De schaduwzijde van Tien om te zien: goudkoorts en gebroken dromen in de Vlaamse showbizz

De opmars van de Vlaamse amusementsmuziek aan het begin van de jaren negentig werd gedreven door een grenzeloos optimisme bij duizenden aspirant-artiesten.

Aangespoord door familie, fans en kleine platenbonzen geloofden velen oprecht dat ze een fantastisch talent bezaten.

Dit leidde ertoe dat artiesten soms wel zes singles opnamen en tot anderhalf miljoen Belgische frank investeerden — wat vandaag de dag neerkomt op ruim 37.000 euro — voordat ze beseften dat de beloofde distributie en promotie door de platenfirma uitbleven.

In de praktijk moesten vaders van jonge zangers vaak zelf met de auto de lokale winkels bevoorraden, omdat de beloofde nationale promotie uitbleef.

Het enorme succes van het wekelijkse muziekprogramma Tien om te zien op de commerciële televisie fungeerde hierbij als de grote katalysator.

Het programma bood een ongekend nationaal podium voor het levenslied en de lokale popmuziek, waardoor de verkoopcijfers van Vlaamstalige producties explodeerden.

Voor gevestigde iconen zoals Willy Sommers, die al sinds de jaren zeventig een sterrenstatus genoot met klassiekers als Zeven anjers, zeven rozen, betekende dit een krachtige tweede adem.

Het programma verbond de jarenlange ervaring van dergelijke boegbeelden met een hernieuwde commerciële dynamiek, waardoor zij ook bij een jongere generatie prominent in het vizier bleven.

Opvallend is dat Nederland op dit vlak een belangrijke voorloper was waar veel Vlamingen jarenlang naar keken.

Al vanaf 1971 was daar Op losse groeven te zien, dat later werd opgevolgd door Op Volle Toeren.

Beide programma’s werden gepresenteerd door Chiel Montagne, die daarmee de absolute pionier van het genre was.

Montagne, die helaas op 24 juli 2025 is overleden, bleef voor velen het symbool van de waardering voor het Nederlandstalige lied.

Omdat de Vlaamse staatszender BRT dergelijke amusementsvriendelijke programma’s nauwelijks bood, stemden veel kijkers in Vlaanderen, zoals ik, af op de Nederlandse televisie voor hun portie muziek van eigen bodem.

Pas met de komst van VTM kregen deze artiesten met Tien om te zien eindelijk een eigen lokaal platform van vergelijkbare schaal.

Naast de gevestigde waarden ontstond er in Vlaanderen echter een enorme nieuwe instroom die hoopte op een vergelijkbare doorbraak als bij de noorderburen.

Dit creëerde een scherp onderscheid tussen de professionele top en de wereld van de loonpersingen.

Terwijl de echte sterren konden rekenen op professionele begeleiding, boden kleine labels amateurs de kans om tegen hoge prijzen een single op te nemen.

Zangers draaiden vaak zelf volledig op voor de productiekosten. Voor een oplage van duizend exemplaren betaalde een artiest destijds tussen de 70.000 frank (ongeveer 1.735 euro) en 115.000 frank (bijna 2.850 euro).

Dit bedrag dekte de kosten voor de studio en een vierkleurenhoes, maar de beloofde kwaliteit bleek in de praktijk niet altijd op waarheid te berusten.

De markt raakte hierdoor verzadigd met muziek die door experts vaak als hopeloos ouderwets werd omschreven.

Het was niet ongewoon dat dezelfde melodieën aan verschillende artiesten tegelijkertijd werden verkocht, waarbij enkel de tekst werd aangepast.

Maandelijks stroomden er tientallen van dit soort singles en cassettes binnen bij televisieproducenten, ingestuurd door mensen die ervan overtuigd waren dat zij de volgende grote ster zouden worden naast hun idolen uit de jaren zeventig en tachtig.

Sommigen gingen zelfs zo ver dat ze hun volledige spaargeld van bijvoorbeeld 800.000 frank (circa 19.830 euro) opofferden voor een moment in de spotlights.

Voor de meeste van deze hoopvolle talenten bleef de kelder echter de uiteindelijke bestemming voor hun voorraad.

Meer dan de helft van de geperste singles raakte men aan de straatstenen niet kwijt.

De schrille tegenstelling tussen de weinigen die werkelijk doorbraken en de massa die enkel betaalde voor een illusie, typeerde deze gouden jaren van de Vlaamse showbizz.

Ondanks de financiële aderlating bleven velen hun uitgaven zien als een noodzakelijke investering in een droom, waarbij de glitter van het televisiescherm een onweerstaanbare, maar voor velen onbereikbare aantrekkingskracht behield.