Vandaag 135 jaar geleden, de geboorte van de Gentse schrijver Raymundus Joannes de Kremer of Raymond Jean de Kremer, die onder de pseudoniemen Jean Ray en John Flanders honderden fantastische verhalen publiceerde (8 juli 1887)

Jean Ray werd geboren in een herenhuis in de Gentse Ham en in juli 1895 verhuisden zijn ouders naar de Sint-Jansdreef.

In februari 1912, na zijn huwelijk met de revueactrice Virginie Bal (Nini Balta), vestigde hij zich in de Zondernaamstraat en vanaf oktober 1913 woonde hij in de Baudelostraat.

In juni 1917 in de Wolfstege en vanaf juli 1924 opnieuw in de Baudelostraat.

Vanaf juli 1926 aan de Albertkaai (thans Gordunakaai); nadat hij in oktober 1930 zijn vrouw verliet, betrok hij een appartement in de Normaalschoolstraat.

Vanaf november 1934 treffen we hem aan in de Sint-Jansdreef en vanaf juli 1937 woonde hij in de Borluutstraat (nu Belfortstraat.

Vanaf september 1939 in de Prinses Clementinalaan, in juli 1952 verhuisde hij naar de Tentoonstellingslaan en in december 1954 trok hij in bij zijn dochter aan de Rooigemlaan.

Hij kreeg lager onderwijs in het Laurentinstituut (Onderstraat).

Vanaf oktober 1901 was hij op internaat in Pecq bij Doornik.

In 1903 en 1904 volgde hij het derde jaar moderne humaniora aan het Koninklijk Atheneum in Gent (Ottogracht).

Uit die tijd stammen zijn eerste pennenvruchten in het studentenblad De Goedendag.

De twee schooljaren daarop studeerde (en mislukte) hij aan de Gentse Rijksnormaalschool, in de Ledeganckstraat. In de Almanak van ’t Zal Wel Gaan (1907-1908) verschenen enige gedichten van zijn hand.

Van 15 juli 1910 tot eind april 1919 was hij klerk bij het Gentse stadsbestuur.

Een voorbeeldige ambtenaar was hij blijkbaar niet.

In 1912 was er zelfs een duistere affaire met het uitgeven van wissels.

Hij bleef enkel in dienst dank zij politieke bescherming.

Inmiddels debuteerde hij in 1911 – als Jean Ray – met Franstalige coupletten voor de revue Ze zijn daar, op liberetto van R. Schmidt en Henri van Daele.

Met laatstgenoemde, “keizer” van het Gentse volkstoneel, werkte hij later nog regelmatig samen en onderhield hij een levenslange vriendschap.

Na de Eerste Wereldoorlog vestigde hij zich als zelfstandig wisselagent.

In die periode was hij op het toppunt van zijn literaire roem.

Begin 1925 verscheen zijn eerste verhalenbundel, Les Contes du Whisky.

Duistere praktijken met leningen leverden hem in januari 1927 een veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 jaar en 6 maanden op.

Wegens voorbeeldig gedrag (in de Nieuwe Wandeling) kwam hij al vrij in februari 1929.

Ondertussen was hij broodschrijver geworden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschenen zijn verhalenbundels Le Grand Nocturne (1942), Les Cercles de l’épouvante (1943), Cité de l’indicible peur (1943), Malpertuis (1943, geïnspireerd door het Gent van Jules de Bruycker) en de raamvertelling Derniers contes de Canterbury (1943) – allemaal voor volwassenen, allemaal met een soms zeer hoog “Gent-gehalte”.

Na de Tweede Wereldoorlog sleet hij, als John Flanders, jeugdverhalen bij uitgeverij Averbode en werkte hij mee aan verschillende tijdschriften (’t Kapoentje, Ons Volkske, Zonneland…).

Tegelijkertijd publiceerde hij, als Jean Ray, tal van verhalen voor volwassenen.

Op het einde van zijn leven kende hij een late glansperiode toen uitgeverij Gérard zijn Les 25 meilleures histoires noires et fantastiques (1961) op de markt bracht.

Twee jaar later werd hem de enige prijs toegekend die hem bij leven te beurt viel: de Franse Prix des Bouquinistes.

Op 17 september 1964 werd een hartaandoening hem fataal. Hij werd begraven op de Westerbegraafplaats (graf F 4-8).

Niettegenstaande honderden van zijn verhalen zich afspelen in allerhande exotische oorden, ademt gans zijn oeuvre de sfeer van het Gent van zijn jeugd.

Ook wanneer hij zijn verhalen in het mistige Londen situeert, baseert hij zich duidelijk op het Gent dat hij zo liefhad.

Bovendien schreef hij tal van columns over “zijn” Gent in de rubriek Dat was een tijd! van de krant Het Volk; ze werden in 1996 gebundeld uitgegeven.

Vanaf 1934 schreef hij reportages, cursiefjes en Gents nieuws in De Dag, meestal over Gentse volkswijken.

Befaamd is zijn La Main de Goetz von Berlichingen (1951), waarin “Oom Kwansuys” opduikt die zich het liefst omringde met vrienden die hem veel aandacht gaven en in “stomme bewondering voor zijn redevoeringen” stonden.

Deze oom was niemand minder dan Edward (“Eedje”) Anseele (zijn echte oom langs moederszijde) die ook een belangrijke rol kreeg toebedeeld in de roman Malpertuis, het “vervloekte huis van de hel”.

Met Malpertuis werd klaarblijkelijk Feestlokaal van de Vooruit in de Sint-Pietersnieuwstraat bedoeld dat werd gebouwd in 1913, onder impuls van oom Anseele.

De Anseeles waren weinig opgezet met dit boek: in de personages herkenden zij immers veel van hun eigen kleinburgerlijkheid.

De roman werd in 1972 in het Nederlands vertaald door Hubert Lampo én in 1972 verfilmd door Harry Kümel, met Orson Welles in de hoofdrol.(Diverse bronnen, Geert Vandamme en Ons Land 14 juli 1962)

Vandaag 135 jaar geleden, de geboorte van de Gentse schrijver Raymundus Joannes de Kremer of Raymond Jean de Kremer, die onder de pseudoniemen Jean Ray en John Flanders honderden fantastische verhalen publiceerde (8 juli 1887)

Vandaag 135 jaar geleden, de geboorte van de Gentse schrijver Raymundus Joannes de Kremer of Raymond Jean de Kremer, die onder de pseudoniemen Jean Ray en John Flanders honderden fantastische verhalen publiceerde (8 juli 1887)

Net vernomen dat onze vriend Geert Vandamme gisteren is overleden.

Geert studeerde af als Licentiaat in de Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde.

Hij was de oprichter van het culttijdschrift Mascara-Gent en oprichter en voorzitter van vzw De Trap (Gentse vereniging voor stadsgeschiedenis).

Geert Vandamme

Als gids werkzaam voor meer dan honderd tijdelijke tentoonstellingen en dit in Brussel (Galerij van het Gemeentekrediet, Legermuseum, Paleis voor Schone Kunsten), Gent (Caermersklooster, Designmuseum, Kunsthal Sint-Pietersabdij, MIAT, Museum voor Schone Kunsten, SMAK, STAM) en Tervuren (Afrikamuseum).

Als docent werkzaam voor tal van Gentse organisaties, waaronder Amarant, Masereelfonds, Ten Hove, Vlied en Vormingplus.

Als freelance organisator werkzaam geweest voor volgende vzw’s/organisaties/personen:

Clio (medewerker)

Dany Vandenbossche – Vlaams Parlement (politiek secretaris)

De Geus van Gent vzw (medestichter, secretaris)

De Verenigde Muze vzw (medestichter, secretaris)

Edad de Oro vzw (medestichter, secretaris)

Gandante vzw (medestichter, voorzitter)

Geschiedkundige Heruitgeverij vzw (wetenschappelijk adviseur)

November Music vzw (secretariaat)

Vlink vzw (secretariaat)

Auteur van de tweedelige biografie “Soms overtreft de werkelijkheid de fantasie. Raymond De Kremer alias Jean Ray John Flanders.

Postuum zal er nog twee boeken verschijnen van Geert, namelijk “Stadsbeeldhouwer Geo Verbanck in de Gentse publieke ruimte’ en “Een geschiedenis van Gent”.

Tevens wordt er gewerkt aan een Franse vertaling van zijn Jean Ray/John Flanders-biografie die zal uitgeven worden door de universiteit van Valenciennes.

Vandaag 95 jaar geleden, overleed de Nederlandse toneelschrijver Herman Heijermans. (03-12-1864/22-11-1924)

Het jaar ervoor was hij in maart gelauwerd in het Gentse NTG.

Heijermans groeide op als oudste zoon in een liberaal joods gezin met elf kinderen.

Herman Heijermans was de jongere broer van de beeldende kunstenares Marie Heijermans en de kinderboekenschrijfster Ida Heijermans (1861-1943) en de oudere broer van de sociaal geneeskundige Louis Heijermans.

In 1893 begon Heijermans als toneelrecensent bij de net opgerichte krant De Telegraaf.Hij schreef felle kritieken en creëerde daarmee al snel veel vijanden.

Hij begon zelf ook toneelstukken te schrijven, die zeer sociaal betrokken waren.

Voorbeelden zijn Ghetto (1898), over de bedompte, orthodox-joodse sfeer van sjacheraars en voddenkooplieden, Glück auf! (1911) over de gruwelijke ramp in de mijn Radbod in Westfalen, en het zeer bekende Op hoop van zegen (1900), over de zware omstandigheden van de vissers.

De indrukken hiervoor had hij onder meer opgedaan in Scheveningen en Katwijk aan Zee, waar hij enkele jaren woonde en bevriend raakte met de schilder Jan Toorop.

De meeste van zijn stukken gingen in première bij de Nederlandsche Toneel Vereniging in Amsterdam, waar Esther de Boer-van Rijk de voornaamste protagoniste was, vooral als Kniertje in Op hoop van zegen en als Eva Bonheur.

Heijermans was ook zeer actief in de socialistische beweging. Hij was in 1897 lid geworden van de in 1894 opgerichte Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP, de voorloper van de PvdA) en schreef voor die partij in 1898 het propagandastuk Puntje.

Begin jaren twintig van de 20e eeuw was Heijermans korte tijd directeur van Theater Carré.Heijermans schreef behalve onder eigen naam ook onder enkele pseudoniemen, waaronder Samuel Falkland (voor de korte verhalen, de Falklandjes, Koos Habbema, Hans Lidi Ficor en Hans Müller.

Herman Heijermans was van 1901-1918 getrouwd met de cabaretzangeres Maria Sophia Peers (1871-1944).

Hun dochter Hermine (1902-1983) maakte naam als publiciste; ze schreef o.a. “Mijn vader Herman Heijermans, leven naast roem” (1973), het matig ontvangen Boekenweekgeschenk 1976 “Snikken en Smartlapjes”, “Leven met Eros” (1979) en “Jaren vol galgenhumor – 1940-1945” (1981), en in de jaren 60 en 70 schreef ze columns voor Sekstant, het tijdschrift van de NVSH.

Tijdens zijn bezoek een jaar voor zijn dood in Gent.

Besprak RDK als Jean Ray in “Le Journal de Gand” van 26 maart deze huldiging, die gepaard ging met de opvoering van het toneelstuk “Schakels” (een sociaal drama) van Heijermans, het toneelstuk waarmee hij in 1903 was gedebuteerd. RDK noteert onder meer:“Ce fut une merveille d’art.Aussi le public fit-il une longue ovation au célèbre artiste hollandais.Présents dans la loge des autorités: MM. Anseele et Vercammen, échevins.Des discours furent prononcés par MM. Anseele, Van Ryn et un délégué hollandais. Discours qui ne restèrent pas dans le cadre littéraire qui leur eut convenu; la politique, même la mieux comprise, ne peut que ternir l’art et la littérature.M. Heyermans remercia en quelques mots et des fleurs lui furent remises.

Herman Heijermans overleed in 1924 op 59-jarige leeftijd in zijn huis in Zandvoort aan de gevolgen van kanker.

Zijn begrafenis, georganiseerd door de SDAP, vond plaats in Amsterdam. Illustratief voor zijn populariteit is het grote aantal belangstellenden langs de route van de lijkkoets van Zandvoort naar Amsterdam: de mensen stonden rijen dik.

Vijf jaar later op 22 november 1929 onthulling van het Herman Heijermans monument door de heer Floor Wibaut in het Vondelpark en dit gemaakt door de beeldhouwer J. Mendes da Costa.(Diverse bronnen, Geert Vandamme en Wikipedia)