De Spaanse zangeres Jeanette Dimech mag vandaag 75 kaarsjes uitblazen

Wie in de herfst van 1976 aan Spanje dacht, dacht onmiddellijk aan Julio Iglesias.

Hij was en bleef destijds vooralsnog de enige Spaanse zanger met internationale bekendheid.

Maar het zag er toen naar uit dat hij die status binnenkort zou moeten delen met Jeanette, een 24-jarige zangeres uit Barcelona.

Met ‘Pourquoi tu vis’ was zij destijds aardig op weg om haar eerste hit buiten de landsgrenzen te scoren.

Het was een Franstalige versie van haar Spaanse hit ‘Porque te vas’, vertaald door Claude Lemesle, een man die onder meer voor Joe Dassin en Michel Fugain werkte.

In Spanje zelf was Jeanette toen al lang geen onbekende meer.

Haar carrière begon echter al veel eerder, en laten we beginnen bij het begin. Jeanette, geboren op 10 oktober 1951 in Engeland, verhuisde kort daarna met haar ouders naar de Verenigde Staten en vestigde zich op haar twaalfde definitief in Barcelona.

Ze is de dochter van een Belgisch-Congolese vader en een Spaanse moeder.

Op haar zestiende was ze al lid van de folkgroep Pic-Nic, waarmee ze in een mum van tijd beroemd werd.

In 1967 scoorde de groep een nummer één-hit in Spanje met de single ‘Cállate Niña’, een nummer dat ze zelf schreef samen met Rafael Turia.

Na de singles ‘Amanecer’ en ‘No digas nada’, die redelijk succesvol waren in Spanje, besloot de groep ermee te stoppen en maakte Jeanette een wereldreis.

In 1968 leerde ze op 17-jarige leeftijd Laszlo Kristof kennen in Barcelona.

Ze ontmoetten elkaar in een bar van Zoltán Czibor, de legendarische Hongaarse voetballer van FC Barcelona.

Omdat deze bar toevallig vlak naast het huis van Jeanette lag, kwam ze daar regelmatig.

Het was liefde op het eerste gezicht: amper zes maanden later waren ze al verloofd en in februari 1970 stapten ze in het huwelijksbootje.

Jeanette trouwde zo op 18-jarige leeftijd met de Hongaarse muzikant en voetballer.

Het jonge koppel vertrok naar Wenen om een rustig gezinsleven te leiden, en al vlug kwam dochter Blythe ter wereld.

Na een goed jaar in Wenen smeekte haar platenlabel haar in 1971 om terug te keren naar Spanje.

Dat luidde de start in van haar solocarrière: haar debuutsingle ‘Soy rebelde’ werd meteen een monsterhit.

De Spaanse componist en zanger José Luis Perales schreef in 1974 voor haar het nummer ‘Porque Te Vas’.

De single deed het goed in haar thuisland, maar bleef aanvankelijk onbekend in de rest van de wereld. Perales scoorde een jaar later overigens zelf een wereldhit met ‘Y Tú, Te Vas’.

De grote internationale doorbraak voor Jeanette volgde in 1976 dankzij regisseur Carlos Saura, die haar melodietje koos voor de soundtrack van zijn film ‘Cría cuervos’.

De prent sleepte prijzen in de wacht op het Filmfestival van Cannes, waardoor de soundtrack volop aandacht kreeg en ‘Porque Te Vas’ alsnog uitgroeide tot een internationale triomf.

Vreemd genoeg was het nummer in Vlaanderen en Nederland minder succesvol, terwijl het in Wallonië de zesde plaats in de hitparade bereikte.

Jeanette en Laszlo bleven na al die bewogen jaren meer dan een halve eeuw onafscheidelijk samen, tot aan zijn overlijden in augustus 2022.

De nu 75-jarige zangeres weigert te horen van stoppen of met pensioen gaan. Ze viert haar indrukwekkende carrière met een grote ’50 Aniversario’-jubileumtournee.

Ze reist hiermee langs grote theaters en concertzalen in Spanje en Latijns-Amerika.

De tournee werd oorspronkelijk aangekondigd en gestart rond 2021–2022 ter gelegenheid van precies 50 jaar ‘Soy rebelde’.

Vanwege de aanhoudende belangstelling en uitbreidingen naar Latijns-Amerika heeft haar management de naam behouden.

Op haar officiële website en posters wordt het project nu breder gepresenteerd als ’50 años de carrera musical’ of ‘Gira 50 Aniversario’.

Haar laatste echte studioalbum ‘Loca por la música’ dateert al van 1989. Jeanette heeft in interviews aangegeven dat ze de focus volledig legt op het live overbrengen van haar rijke muzikale erfenis.

In plaats van nieuwe muziek verschijnen er wel geregeld geremasterde verzamelalbums of zingt ze incidenteel live duetten met andere artiesten.

Haar concerten draaien dan ook puur om nostalgie en het vieren van de hits die haar wereldberoemd maakten.

Vandaag en morgen, vijftig jaar geleden, tweede editie van het muziekfestival De Gouden Leeuwen in Blankenberge (23 en 24 juli 1975)

Het jeansmerk Wally’s Jeans, dat in de jaren zeventig enige bekendheid genoot en toen sponsor was van het festival, is vandaag de dag niet meer actief.

De geschiedenis van het oorspronkelijke merk is vooral verbonden met de autosport.

In 1975 was het merk, dat omschreven wordt als een Nederlandse jeansfabrikant, een opvallende sponsor in de Europese autosport.

Wally’s Jeans sponsorde een Porsche 911 3.0 RSR van het Duitse Kremer Racing team.

Deze auto, bestuurd door de Nederlandse coureur Cees Sievertsen, nam deel aan diverse races, waaronder het prestigieuze Deutsche Rennsport Meisterschaft (DRM).

De opvallende “Wallys Jeans” livery van de wagen zorgde voor zichtbaarheid en naamsbekendheid op de circuits.

Ook sponsorde ze muziekfestivals en concerten, zoals dit festival in Blankenberge.

Ondanks al deze sponsoring, verdween het jeansmerk redelijk vlug en is er bijna niets meer van terug te vinden op het internet.

Liefhebbers van vintage kleding kunnen echter soms nog een originele “Wallys” of “Wally’s” jeans vinden op online tweedehandsplatformen.

Deze vintage exemplaren zijn de laatste tastbare herinneringen aan het merk.

Het is vandaag al 40 jaar geleden dat de Franse zanger Joe Dassin is gestorven.

Joe Dassin werd geboren in New York als zoon van Jules Dassin, een joodse filmregisseur, en Béatrice Launer, een succesvolle violiste.

Hij groeide op in New York en Los Angeles.

Jules Dassin werd vanwege zijn banden met de communistische partij op een zwarte lijst geplaatst. Hierdoor werd hem het werken in de Verenigde Staten onmogelijk gemaakt.

Dit was voor Jules Dassin de reden om in 1950 met zijn gezin naar Europa (Engeland, Frankrijk en Zwitserland) te verhuizen.


Na het afsluiten van zijn studie aan het Institut Le Rosey in Zwitserland keerde Joe Dassin in 1957 terug naar de Verenigde Staten om aan de University of Michigan culturele antropologie te studeren. Joe was niet alleen heel intelligent en veelzijdig, maar net als zijn moeder, ook heel muzikaal.

Hij speelde diverse instrumenten, zoals piano, gitaar en banjo, en was een groot bewonderaar van Georges Brassens. Om tijdens zijn studie wat extra geld te verdienen zong hij op zaterdagavonden in cafés met een Franse studievriend, Alain Giraud, de latere wetenschapper en schrijver.

Tijdens zijn studie schreef Joe Dassin ook korte verhalen. Vier van deze korte verhalen werden in 2013 uitgegeven in het Frans (Cadeau pour Dorothy). De vertaling vanuit het Engels werd gemaakt door Richelle Dassin en Alain Giraud.


Na het behalen van zijn masterdiploma in juni 1963 verhuisde Dassin weer terug naar Frankrijk om als technicus voor zijn ondertussen beroemde en succesvolle vader te gaan werken.

Ook speelde hij als acteur in diverse films. In december 1963 leerde hij Maryse Massiéra kennen tijdens een feest dat georganiseerd werd door Eddie Barclay. Een week later nodigde Joe haar uit om een weekend samen door te brengen en vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk.

Ze trouwden op 18 januari 1966. In 1973 leek het erop dat de kinderwens van Joe en Maryse vervuld zou worden, maar na een moeilijke zwangerschap werd op 12 september 1973, twee en een halve maand te vroeg, hun zoontje Joshua geboren met een gewicht van slechts 900 gram.

Hij overleed vijf dagen later.

Maryse schreef in haar mooie biografie over Joe: “Joe had zoveel plannen voor zijn zoon. Hij had een enorm verdriet dat leidde tot een depressie.

Ondanks al hun inspanningen en diverse nieuwe projecten, zoals het bouwen van hun huis in Feucherolles, eindigde hun huwelijk in een echtscheiding die op 5 mei 1977 werd uitgesproken.

Op 14 januari 1978 trouwde Joe in Cotignac met de zeven jaar jongere Christine Delvaux (1945-1995), die hij enige tijd eerder had leren kennen.

Zij kregen twee zoons, Jonathan (14 september 1978), en Julien (22 maart 1980). Hun relatie was echter zo slecht geworden dat Joe kort na de geboorte van Julien een echtscheidingsprocedure aanvoeg.

Na een bittere strijd kreeg Joe in juni 1980 de voorlopige voogdij over zijn kinderen

Tijdens een tournee in mei 1972 bezochten Joe en zijn eerste vrouw Maryse Tahiti, onderdeel van Frans-Polynesië. Joe was zo onder de indruk van de mensen en de natuur, dat hij er vaak terug wilde komen. Samen gingen ze op zoek om hun droom te verwezenlijken, maar niet op Tahiti zelf want dat vond Joe te druk. Ook moest het eiland een wit zandstrand hebben.

Binnen een week kochten ze hun paradijs van 27 ha met een wit strand en eigen kokospalmen op het kleine eiland Tahaa, tegenover Raiatea (samen vormen ze een atol), gelegen op 230 km ten westen van Tahiti.


Tijdens zijn optreden op 12 juli 1980 in het Port Canto in Cannes kreeg Joe een hartinfarct.

Hij werd naar het Amerikaanse ziekenhuis in Neuilly gebracht waar hij twaalf dagen op de intensivecareafdeling werd verpleegd.

Om te herstellen reisde hij met zijn twee zoontjes Jonathan en Julien, zijn moeder Bea en enkele vrienden op 16 augustus naar Tahiti.

Daar kreeg hij op 20 augustus 1980 tijdens een lunch met zijn familie en vrienden het laatste en fatale hartinfarct.

Joe Dassin werd begraven op het Hollywood Forever Cemetery in Hollywood.

Zijn stiefmoeder was de Griekse zangeres Melina Merkouri (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 31 augustus 1980)

Joe Dassin bracht gedurende zijn carrière meer dan 250 liedjes uit in het Frans, Engels, Duits, Spaans, Grieks en Russisch, talen die hij vloeiend sprak.

Zijn belangrijkste succes werd echter L’Été indien, de grootste zomerhit ooit, die in mei 1975 werd uitgebracht en alle verkooprecords van CBS zou overtreffen.

Het nummer is geschreven door de Italiaanse zanger Toto Cotugno.

Het is vandaag al 40 jaar geleden dat de Franse zanger Joe Dassin is gestorven.