The Go-Go’s, de lieverdjes van Specials en Madness

The Go-Go’s zagen het levenslicht in 1978 in de punkscene van Los Angeles.

De groep werd opgericht door Belinda Carlisle, die haar sporen al had verdiend bij de legendarische band The Germs, samen met Charlotte Caffey en Jane Wiedlin. Met de komst van drumster Gina Shock in 1979 was de bezetting compleet en begon de band met redelijk succes op te treden in het clubcircuit.

Hun aanstekelijke rock & roll, met een duidelijke knipoog naar de meidengroepen uit de jaren zestig, wist het publiek te boeien, maar platenmaatschappijen hapten niet toe.

Gedesillusioneerd maar vastberaden namen de dames in 1980 een drastische beslissing: ze zegden hun banen op om zich volledig op de muziek te richten.

Een tournee door Engeland in het voorprogramma van The Specials bleek een gouden zet.

Het leverde niet alleen een romance op tussen Jane Wiedlin en Specials-zanger Terry Hall, maar ook hun eerste single, ‘We Got The Beat’.

Kort daarna kwam bassiste Kathy Valentine de gelederen versterken en eindelijk toonde een platenlabel, I.R.S. Records, interesse.

In 1981 namen ze met producer Richard Gottehrer hun debuutalbum ‘Beauty and the Beat’ op.

De plaat werd een fenomenaal succes in de Verenigde Staten, waar er meer dan twee miljoen van werden verkocht.

Hits volgden snel, waaronder het door Wiedlin en Hall geschreven ‘Our Lips Are Sealed’ en de opnieuw uitgebrachte single ‘We Got The Beat’, die op zijn beurt een miljoen keer over de toonbank ging.

Druggebruik, persoonlijke conflicten en onenigheid over de muzikale koers zorgden voor steeds meer spanningen.

In oktober 1984 besloot Jane Wiedlin de band te verlaten.

Met Paula Jean Brown als vervangster speelden The Go-Go’s in 1985 nog op het Rock In Rio Festival, maar de magie was verdwenen.

In mei van datzelfde jaar besloten Belinda Carlisle en Charlotte Caffey de stekker uit de groep te trekken.

Carlisle startte een succesvolle solocarrière, terwijl Caffey zich liet behandelen voor haar drugsverslaving. Na deze succesvolle behandeling, Starte ze ook een solocarrière die er mag zijn, binnenkort meer over deze dame in onze groep.

Een reünietournee in 2000 bracht de oorspronkelijke leden weer samen en leidde in 2001 zelfs tot een nieuw album: ‘God Bless The Go-Go’s’.

Dit jaar waren ze ook aanwezig op het Coachella Valley Music and Arts Festival 2025. Waar ook onder meer Lady Gaga, Green Day en

Travis Scott van de partij waren.

45 jaar geleden, David Soul is er weer bovenop

David Soul, geboren als David Richard Solberg en voornamelijk bekend van zijn rol als Ken ‘Hutch’ Hutchinson in de televisieserie “Starsky & Hutch”, had een veelzijdige carrière.

Hij begon zijn loopbaan in de jaren zestig als zanger en bracht onder verschillende namen singles uit.

De grote doorbraak als acteur volgde in 1976 met “Starsky & Hutch”, waarin hij ook enkele van zijn eigen nummers zong.

Dit leidde tot aanzienlijk muzikaal succes, met name in het Verenigd Koninkrijk waar hij vier top 10-hits scoorde, waaronder de nummer 1-hit “Don’t Give Up on Us” in 1977.

Na het einde van de serie in 1979 zette Soul zijn acteercarrière voort met rollen in diverse films en televisieproducties, zoals “Salem’s Lot”, “Magnum Force” en “The Fifth Musketeer”.

Hoewel hij ook muziek bleef maken, evenaarde hij zijn eerdere successen niet. In 2004 maakte hij een cameo als de originele Hutch in de filmversie van “Starsky & Hutch” en in 2017 bracht hij het verzamelalbum “Gold” uit.

Op persoonlijk vlak is David Soul vijf keer getrouwd geweest en kreeg hij zes kinderen.

Sinds zijn scheiding van actrice Julia Nickson in 1997 woonde hij in Londen.

Zijn laatste huwelijk was in 2010 met pr-manager Helen Snell.

David Soul overleed in Londen op 4 januari 2024 op 80-jarige leeftijd

45 jaar geleden, Linsey De Paul wil trouwen met de Amerikaans filmacteur James Coburn.

Lynsey De Paul, geboren als Lynsey Monckton Rubin, was een van de meest getalenteerde en onafhankelijke vrouwen in de Britse muziekscene van de jaren zeventig.

Ze was niet alleen een succesvolle zangeres, maar ook een begenadigd songschrijfster.

Haar talent om pakkende liedjes te schrijven bleek al vroeg toen ze de hit “Storm in a Teacup” pende voor de groep The Fortunes.

In 1972 brak ze zelf groots door met het onvergetelijke “Sugar Me”, een nummer dat haar direct tot een ster maakte.

Daarna volgden nog meer hits, waaronder het bekroonde “Won’t Somebody Dance with Me” en “No Honestly”.

In 1977 vertegenwoordigde ze, samen met Mike Moran, het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival. Hun aanstekelijke duet “Rock Bottom” werd een grote favoriet en behaalde een verdienstelijke tweede plaats.

Lynsey De Paul was echter veel meer dan een popzangeres. Ze ontwikkelde zich tot producer, schitterde in musicals, nam interviews af voor televisie en was een veelgevraagde mediapersoonlijkheid.

Ze stond bekend als een bewust zelfstandige vrouw die nooit trouwde en overtuigd vegetariër was.

Haar onafhankelijkheid weerhield haar er niet van om relaties te hebben met enkele van de meest bekende mannen van die tijd, waaronder Ringo Starr, Sean Connery en Bernie Taupin.

Tragisch genoeg overleed de zangeres op 1 oktober 2014 onverwacht in een ziekenhuis in Londen na een hersenbloeding.

45 jaar geleden, George Benson een artiest die de zeldzame sprong maakte van een door puristen bewonderde jazzgitarist naar een wereldwijde pop- en R&B-superster.

Benson, geboren in 1943, was een waar wonderkind.

Al op achtjarige leeftijd zong hij in nachtclubs en op zijn tiende nam hij al platen op onder de naam ‘Little Georgie’.

Zijn ware roeping vond hij in de jazz, geïnspireerd door grootheden als Wes Montgomery en Charlie Parker.

Zijn reputatie als technisch begaafd gitarist groeide snel, zeker nadat hij op zijn negentiende toetrad tot de band van de bekende organist Jack McDuff.

In deze periode ontwikkelde hij zijn kenmerkende stijl: een vloeiende gitaartechniek gecombineerd met ‘scat singing’, waarbij hij de noten die hij op zijn gitaar speelde perfect meezong.

Ondanks zijn immense talent en platen voor labels als Polydor en Motown, bleef de grote commerciële doorbraak uit.

Het jaar 1976 veranderde alles. Benson tekende bij Warner Brothers en bracht het album Breezin’ uit.

Op aanraden van de producer nam hij niet alleen instrumentale nummers op, maar zong hij ook.

De cover van het Leon Russel nummer “This Masquerade” werd, tegen alle verwachtingen in, een gigantische hit en een millionseller.

Het leverde hem in 1977 de prestigieuze Grammy Award voor Plaat van het Jaar op.

Zijn samenwerking met de legendarische producer Quincy Jones resulteerde in het album Give Me the Night (1980).

De titeltrack, geschreven door Rod Temperton (die ook voor Michael Jackson schreef), werd een wereldwijde funkklassieker.

Het album was een sterrenproject, met bijdragen van muzikale vrienden als Louis Johnson (The Brothers Johnson), Lee Ritenour en de toetsenisten George Duke en Herbie Hancock.

Andere successen uit zijn Carrière, zijn onder meer “On Broadway”, “Turn Your Love Around” en “Nothing’s Gonna Change My Love for You”.

Hij wordt geëerd als een levende legende, een winnaar van tien Grammy Awards en een NEA Jazz Master, de hoogste eer voor een jazzartiest in de Verenigde Staten.

Hij blijft relevant door samen te werken met moderne artiesten zoals Gorillaz op het nummer “Humility”.

Benson toert nog steeds de wereld rond en verkoopt de prestigieuste zalen, zoals de Royal Albert Hall en het Hollywood Bowl, moeiteloos uit.

Ook in 2025 staan er nog concerten gepland, waar hij zijn publiek trakteert op een mix van zijn jazzy virtuositeit en de onsterfelijke pophits die hem wereldberoemd maakten (Joepie 10 augustus)