50 jaar geleden, Afric Simone, hoe zijn wonderbare reis van Mozambique naar Europa begon.

Henrique ‘Afric’ Simone werd in Brazilië geboren als zoon van een Braziliaanse vader en een moeder uit Mozambique.

Wanneer hij 9 jaar is, verhuist hij met zijn moeder (na de dood van zijn vader) naar haar thuisland.

Daar krijgt hij de muziekmicrobe te pakken en begint hij met zingen.

Wanneer een manager hem in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, ziet optreden biedt hij zijn diensten aan en stelt voor om naar Londen te komen.

Afric gaat in op het aanbod en doet zo ervaring op in heel wat Europese hoofdsteden. Zijn eerste single ‘Barracuda’ wordt een hit in Zuid-Amerika.

In Europa gaat Simone in zee met de invloedrijke Franse producer Eddie Barclay.

Onder zijn hoede neemt multi-linguïst Afric Simone het nummer ‘Ramaya’ op.

Kenmerkend voor zijn liedjes zijn de verschillende talen die hij door elkaar gebruikt.

De muziek wordt dan European Happy Sound genoemd. ‘Ramaya’ wordt in Vlaanderen en Nederland een top 3-hit in de zomer van 1975.

Hij werkt zich o.a. in de kijker met zijn acrobatische optreden in Toppop. Hij wordt door velen zelfs gezien als pionier in het breakdancen en beatboxen nog voor die termen bestonden.

Het Franse succes van ‘Ramaya’ brengt hem vier weken naar de Parijse Olympia.

Er verschenen ettelijke coverversies van, o.a. ‘Rammen Maar’ (André Van Duin) en ‘De Soep Is Aangebrand’ (Anja Yelles).

Ook de tweede hit ‘Hafanana’ (n°7 in Nederland en n°18 in Vlaanderen) kreeg verschillende covers, o.a. van The Booming People en Dennis (‘Gewoon Een Vrolijk Liedje’).

Na een derde hitje ‘Playa Blanca’ verdween Afric Simone van de radar.

Hij woont de laatste jaren met zijn Russische echtgenote in Berlijn en is nog vaak te gast in tv-shows in de Duitstalige landen en Zuid-Europa (Met dank aan Denis Michiels)

Donna Hightower, geboren als Donna Lubertha Hightower, met haar hit This World today is a Mess

Samen met haar Spaanse producer Danny Daniel schreef Donna Hightower het nummer ‘This World Today is a Mess’ dat uitgroeide tot haar grootste hit.

Wereldwijd gingen er meer dan een miljoen exemplaren van over de toonbank.

In Vlaanderen behaalde de single een zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in Nederland op de elfde plek in de Top 40 terechtkwam.

Hightower groeide op in Los Angeles, waar ze beïnvloed werd door gospelmuziek en later door jazziconen als Ella Fitzgerald, Kay Starr en Ella Mae Morse.

Haar carrière nam een onverwachte wending in 1951, toen ze in Chicago werd ontdekt en een plek kreeg als zangeres in het orkest van Horace Henderson.

Niet lang daarna nam ze voor Decca haar zelfgeschreven debuutplaat “I Ain’t In the Mood” op.

Hoewel de daaropvolgende singles weinig succes kenden, zette ze door.

Ze zong met het trio van Hank Hazlett en haar talent werd bekroond toen ze via een talentenjacht een platencontract bij RPM Records won.

Dit leidde tot singles met begeleiding van het orkest van Maxwell Davis en optredens in het legendarische Apollo Theater.

Ze tourde met grootheden als B.B. King en Johnny “Guitar” Watson. In 1958 volgde haar eerste album voor Capitol Records, ‘Take One’, kort daarna gevolgd door een tweede.

In 1959 verlegde Hightower haar werkterrein naar Europa. Ze trad op in onder meer Engeland, Zweden, Spanje, Duitsland en België.

Ze woonde enkele jaren in Frankrijk en nam daar ook Franstalige nummers op. Zo bereikte “C’est Toi Mon Idol”, haar versie van “My Guy Lollipop”, in 1964 de eerste plaats in Canada.

Uiteindelijk streek ze voor twintig jaar neer in Madrid. In Spanje won ze verschillende prijzen op songfestivals en nam ze succesvolle Spaanstalige platen op.

Haar samenwerking met Danny Daniel was bijzonder vruchtbaar. Onder de naam Danny y Donna stonden ze met “El Vals de las Mariposas” zo’n vijf maanden in de Spaanse hitlijsten.

De twee schreven ook samen liedjes, waaronder ‘If You Hold My Hand’. Dit nummer was in 1973 een groot succes en bereikte in Vlaanderen de tiende plaats in de BRT Top 30 en in Nederland zelfs de achtste plaats in de hitparade.

Na een aantal popplaten keerde ze in 1976 met het bigband-jazzalbum “El Jazz y Donna Hightower” terug naar haar muzikale roots, in samenwerking met Pedro Iturralde.

In 1985 bracht ze een religieus album uit, getiteld ‘Prima Donna’.

In 1991 trok Hightower zich terug uit de muziekwereld en verhuisde naar Austin, Texas.

Ze overleed in 2013 op 86-jarige leeftijd.