
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Lisette Lanvin was een Franse actrice die vooral in de jaren dertig en veertig een bekende verschijning was in de Franse cinema. Ze werd geboren als Élisabeth Étiennette Marie Carémil op 3 september 1913 in het Zuid-Franse Grasse, de bekende parfumstad, en overleed op 90-jarige leeftijd op 27 juli 2004 in Suresnes, nabij Parijs.
Zij begon haar loopbaan in de filmwereld aan het begin van de jaren dertig, net toen de geluidsfilm zijn intrede deed. Haar eerste rollen dateren uit 1931 en 1932, met vroege optredens in films zoals La Chauve-Souris en Le Chien jaune, een vroege verfilming van een Georges Simenon-mysterie rond commissaris Maigret.
In de loop van de jaren dertig werkte ze samen met enkele van de grootste namen uit de Franse filmgeschiedenis.
Een van haar meest opmerkelijke rollen speelde ze in Jenny uit 1936, het regiedebuut van de beroemde regisseur Marcel Carné.
In deze film speelde ze de rol van Danielle, naast legendarische acteurs als Françoise Rosay en Jean-Louis Barrault.
Een ander hoogtepunt in haar filmografie was haar samenwerking met de veelzijdige filmmaker en auteur Sacha Guitry. Ze was te zien in twee van zijn bekende producties, namelijk Les Perles de la couronne uit 1937 en Remontons les Champs-Élysées uit 1938, waarin ze de rol van Louisette vertolkte.
Daarnaast speelde ze in Orage uit 1938 onder regie van Marc Allégret, aan de zijde van Charles Boyer en Michèle Morgan.
Haar acteercarrière was relatief kort maar intensief.
Tussen 1931 en 1939 was ze zeer actief en speelde ze in tientallen films, variërend van drama’s tot muzikale komedies zoals Arènes joyeuses.
Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam haar productiviteit echter nagenoeg tot stilstand.
Na de oorlog maakte ze nog een korte comeback.
Ze was in 1948 te zien in de komedie Métier de fous van regisseur André Hunebelle en in het biografische drama La Route inconnue van Léon Poirier, over het leven van Charles de Foucauld.
Na deze producties trok ze zich rond 1949 definitief terug uit de filmwereld, waarna ze nog decennia in de anonimiteit leefde tot haar overlijden in 2004.


Gisteren nog vandaag
In juni 1936 lag de omgeving van Brugge vol met een enorme weelde aan natuurschoon.
Hoewel elke stad een groene rand heeft waar mensen graag naartoe trekken voor wat frisse lucht, kozen de Bruggelingen in die tijd liever voor de kust.
Ze trokken met de fiets, te voet of met de trein naar zee, terwijl de directe regio juist vol lag met uitgestrekte parken, bossen en historische kastelen die elke bezoeker zouden kunnen betoveren.
Toch was al die pracht voor de gewone burger destijds een verboden paradijs.
Deze schitterende tuinen en vijvers waren het exclusieve bezit van een handvol adellijke families en rijkaards.
Zij waakten er streng over dat hun privédomeinen afgesloten bleven voor het publiek.
Wie de binnenwegen of statige dreven opzocht, stuitte overal op bordjes die de toegang verboden.
Het leek wel of de eigenaren hun rijkdom en de schilderachtige omgeving bewust wilden verbergen voor de buitenwereld.
Zelfs op de verborgen plekken hingen destijds borden die de weinige bezoekers verplichtten om te zwijgen, en die het gesticuleren of lasteren verboden.
De enige plek waar gewone mensen soms werden toegelaten, waren de heilgrotten op de domeinen.
Daar mochten de arbeiders in alle stilte bidden en hun zorgen uiten, zolang ze zich maar aan de strikte regels hielden.
De natuur trok zich overigens weinig aan van die menselijke regels; de vogels en bosdieren lieten zich niet de mond snoeren en de pauwen van het kasteel schreeuwden luidkeels hun eigen boodschap.
Het was in die periode een fundamentele vraag waarom al deze schoonheid slechts voor een enkeling bestemd was.
De jachtwachters traden destijds hard op tegen iedereen die het waagde een voet op de verboden wegen te zetten.
Voor de jongere generatie van toen was die bijna feodale mentaliteit onbegrijpelijk.
Zij vonden dat het belang van de gemeenschap zwaarder moest wegen dan dat van het individu en dat iedereen recht had om te genieten van de verheffende schoonheid van de natuur.
Onder andere het sprookjesachtige kasteel van Sint-Michiels en de indrukwekkende buitengoederen in Sint-Andries waren sprekende voorbeelden van deze verborgen rijkdommen.
