Deze week 45 jaar geleden, Karol Józef Wojtyła verkozen op 16 oktober 1978 tot Paus Johannes Paulus II.

Johannes Paulus II was als paus betrekkelijk jong, 58, toen hij verkozen werd.

Zijn pontificaat werd het op twee na langste in de geschiedenis (na dat van Petrus en Pius IX).

Bij zijn aantreden was hij in een goede lichamelijke conditie en was een actieve sporter.

Hij wandelde, zwom en skiede. Na de eerste aanslag op zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.

In 1989 schreef hij een brief waarin hij aangaf dat hij zou aftreden als zich bij hem een ongeneeslijke ziekte of een andere vergaande verslechtering van zijn gezondheid had gemanifesteerd die hem het werken onmogelijk zou maken.

In dat voorkomende geval zou hij het overlaten aan de deken van het College van Kardinalen, de Romeinse Curie en aan de vicaris van Rome wanneer zijn ontslag geaccepteerd zou worden.

In 1992 werd er bij Johannes Paulus II een tumor verwijderd.

In 1993 had hij een schouderoperatie, een jaar later brak hij een dijbeen en op hoge leeftijd, in 1996, kreeg hij een blindedarmontsteking en moest zijn blindedarm verwijderd worden.

In 2001 werd door een arts onthuld dat de paus aan de ziekte van Parkinson leed, wat in 2003 door het Vaticaan bevestigd werd.

Johannes Paulus II kreeg steeds meer moeite met zijn motoriek en spreken in het openbaar ging hem steeds slechter af.

Johannes Paulus II begon door deze toenemende lichamelijke problemen een steeds fragielere indruk te geven bij openbare optredens.

In 2005 kreeg hij zware ademhalingsproblemen, waardoor hij op 24 februari een tracheotomie moest ondergaan.

Op 31 maart 2005 kreeg de paus “zeer hoge koorts die door een urinebuisinfectie werd veroorzaakt”, maar de paus werd op zijn uitdrukkelijk verzoek niet naar het ziekenhuis gebracht, waarschijnlijk overeenkomstig zijn wens in het Vaticaan te sterven als zijn tijd gekomen was.

Later die dag meldden bronnen in het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen.

Op 1 april verslechterde zijn toestand en kreeg hij orgaanuitval.

De paus werd gevoed door middel van een neussonde.

In een officieel communiqué werd gesproken van een “ernstige, maar stabiele toestand”. Rapporten uit het Vaticaan vroeg in de ochtend berichtten dat de paus een hartaanval had gekregen, maar bij kennis was gebleven.

Op 2 april om ongeveer half één in de ochtend bevestigde het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen.

De daaropvolgende ochtend was er om 11.30 uur een persconferentie waarin de woordvoerder van het Vaticaan, Joaquín Navarro-Valls, meldde dat de paus steeds minder bij bewustzijn was.

Navarro-Valls vertelde dat de paus de woorden “Ik denk aan jullie” had uitgesproken, volgens hem waarschijnlijk refererend aan de jongeren die op het Sint-Pietersplein verzameld waren.

Dezelfde dag schreef de paus een afscheidsbriefje aan zijn naaste Poolse medewerkers (drie nonnen en twee secretarissen) met de tekst: “Ik ben gelukkig, laten jullie ook gelukkig zijn.”

Uiteindelijk overleed paus Johannes Paulus II in zijn privéappartement op 2 april om 21.37 uur op de leeftijd van 84 jaar aan de gevolgen van een scepsis en bijbehorende infecties, waardoor zijn nieren en andere vitale organen, waaronder uiteindelijk zijn hart, het lieten afweten.

In zijn laatste bericht, aan de jongeren op het Sint-Pietersplein, zei hij: “Ik kwam voor u, nu bent u naar mij gekomen. Ik dank u.”

Volgens de officiële lezing van het Vaticaan waren zijn laatste woorden, uitgesproken in het Pools: “Laat mij gaan naar het huis van de Vader”.

Zes uur later kwam na 26 jaar, vijf maanden en zestien dagen een eind aan zijn pontificaat.

Op 1 mei 2011 werd hij door zijn opvolger, paus Benedictus XVI, zalig verklaard.

Op 27 april 2014 werd hij door paus Franciscus heilig verklaard.

De kerk gedenkt hem op 22 oktober, de dag waarop hij in 1978 als paus werd geïntroniseerd. (Diverse bronnen en Wikipedia, Foto 3 bezoek aan Ieper 17 mei 1985).

75 jaar geleden, op bezoek bij de priester van de bijen en zijn kerk Église Saint-Firmin de Rochehaut in Bouillon.

Over deze priester kan ik niets meer terugvinden, maar wel over zijn prachtige kerk Saint-Firmin de Rochehaut in de Belgische provincie Luxemburg.

De kerk dateert uit de 18e eeuw en is gewijd aan de heilige Firminus, een bisschop van Amiens die in de 4e eeuw leefde.

De kerk is vooral bekend om zijn muurschilderingen, die het leven van Christus en de heiligen voorstellen.

De muurschilderingen zijn gemaakt door de lokale kunstenaar Albert Raty in de jaren 1930 en 1940.

Raty was een gepassioneerde kunstenaar die zich liet inspireren door de natuur en de landschappen van de Ardennen.

Hij werkte meer dan tien jaar aan dit project dat een hoogtepunt vormt in zijn carrière.

De muurschilderingen zijn prachtig en getuigen van zijn meesterschap in het gebruik van kleuren, licht en schaduw.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag zestig jaar geleden startte in Rome het Tweede Vaticaans Concilie. 

De officiële opening met mis gebeurde op 10 oktober.

Tijdens de openingsplechtigheid waren 2.540 rooms-katholieke bisschoppen uit alle werelddelen aanwezig. Paus Johannes XXIII vroeg de vergaderde bisschoppen om aggiornamento.

Dit Italiaanse woord voor modernisering betekent letterlijk ‘bij de dag (tijd) brengen’.

Modernisering van de Kerk was volgens de paus onontkoombaar.

Op 8 december 1965 werd het concilie afgesloten door paus Paulus VI (1963-1978), opvolger van de in 1963 overleden Johannes XXIII.

De concilievaders hadden vergaande besluiten genomen. In de liturgie werd de volkstaal ingevoerd.

De positie van de plaatselijke bisschoppen en ook die van de leken in de Kerk werd versterkt.

De concilievaders verklaarden zich voorstander van democratie, de seculiere staat en gewetens- en godsdienstvrijheid.

Zij toonden respect en openheid voor andere godsdiensten en andere christelijke kerkgenootschappen.

Bovendien spraken zij zich uit tegen de kernwapenwedloop.(Diverse bronnen, De Post 21 oktober 1962, Kro en Wikipedia)

Vandaag 60 jaar geleden, eerste werkvergadering van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, ook bekend onder de Latijnse naam Vaticanum II. (11 oktober 1962)

Vandaag 60 jaar geleden, eerste werkvergadering van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, ook bekend onder de Latijnse naam Vaticanum II. (11 oktober 1962)
Vandaag 60 jaar geleden, eerste werkvergadering van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, ook bekend onder de Latijnse naam Vaticanum II. (11 oktober 1962)

Vandaag 60 jaar geleden, eerste werkvergadering van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, ook bekend onder de Latijnse naam Vaticanum II. (11 oktober 1962)

Vandaag 60 jaar geleden, eerste werkvergadering van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, ook bekend onder de Latijnse naam Vaticanum II. (11 oktober 1962)

60 jaar geleden, te gast bij Kardinaal Suenens met de vraag wat is de betekenis van Kardinaal (Ons Land 31 maart 1962)

60 jaar geleden, te gast bij Kardinaal Suenens met de vraag wat is de betekenis van Kardinaal (Ons Land 31 maart 1962)
60 jaar geleden, te gast bij Kardinaal Suenens met de vraag wat is de betekenis van Kardinaal (Ons Land 31 maart 1962
60 jaar geleden, te gast bij Kardinaal Suenens met de vraag wat is de betekenis van Kardinaal (Ons Land 31 maart 1962

Vandaag 100 jaar geleden, Ambrogio Damiano Achille Ratti verkozen als nieuwe paus Pius XI.

Zijn gehele pontificaat lag tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

Tijdens deze periode, het interbellum, werd Pius XI geconfronteerd met de opkomst van communistische en fascistische regimes die hij tijdens zijn pausschap veroordeelde, bijvoorbeeld in Duitsland (Mit brennender Sorge, 14 maart 1937, na een reeks van diplomatieke protestnota’s), de Sovjet-Unie (Divini Redemptoris, 19 maart 1937), Italië (Non abbiamo bisogno, 29 juni 1931) en Mexico (encycliek van 18 november 1926).

Een lange reeks van soms magistrale encyclieken – 31, waarvan er 30 gepubliceerd werden – heeft in vele opzichten richtinggevend gewerkt voor het katholieke denken en voelen.

Hij voerde een intense concordaatspolitiek door en sloot ook de Lateraanse Verdragen af met Italië, waardoor de soevereiniteit van Vaticaanstad erkend werd met de paus als staatshoofd.

Met groot doorzettingsvermogen ten slotte stimuleerde hij de vorming van een inheemse clerus in de missiegebieden, vaak tegen de zin van de Europese missie-oversten daar.

Zijn nuchtere, praktische bestuurskracht en een hoog autoriteitsbewustzijn hebben de Katholieke Kerk vóór de Tweede Wereldoorlog een mondiaal georganiseerde centralisatie gegeven die nog lang na zijn pontificaat effect heeft gehad.

Vandaag 100 jaar geleden, Ambrogio Damiano Achille Ratti verkozen als nieuwe paus Pius XI.

Achille Ratti was een fervente bergbeklimmer.

Hij en een bevriende priester, Luigi Grasselli, waren de eerste klimmers die de top van de Monte Rosa via de Italiaanse zijde hadden bereikt en in 1890 de Mont Blanc via de Dome Glacier waren afgedaald.

De afgelegde routes werden naar hen genoemd: Via Ratti-Grasselli.In de Apennijnen werd op 25 september 1929 een 2282 meter hoge bergtop naar Pius XI vernoemd, de Picco Pio XI.

Ook de gletsjer Pio XI in het nationaal park Bernardo O´Higgins in Patagonië, Chili, werd naar de paus vernoemd

Hoewel hij later deze sport niet meer actief beoefende, bleef hij ze een warm hart toedragen.

Zo stuurde hij – in zijn hoedanigheid als paus – een groep bergbeklimmers die de Mount Everest wilden beklimmen een boodschap waarin hij ze succes en Gods zegen toewenste.

De schrijver Peter Godman omschrijft Pius XI in zijn boek Het Vaticaan en Hitler, de geheime archieven (2004) als een “temperamentvolle, vaak onbeheerste opportunist”.

Toch wordt aan de hand van verschillende voorbeelden geprobeerd aan te tonen, dat Pius’ standpunt met betrekking tot het fascisme negatief was.

Zo zou de paus het nazisme bestempeld hebben als een naturalistische en materialistische beweging zonder enige intellectuele en spirituele grondslag en weigerde Pius XI Hitler tijdens zijn staatsbezoek aan Italië in 1938 op audiëntie te ontvangen, tenzij de dictator zou aankondigen dat hij zijn religieuze en rassenbeleid zou wijzigen.

Tijdens Hitlers bezoek had Pius XI zich overigens teruggetrokken in Castel Gandolfo “wegens de slechte lucht in Rome en had de paus ook verordonneerd dat alle Vaticaanse musea gesloten moesten blijven, “ook voor buitenlandse bezoekers”.

Hoewel Pius XI zich verzette tegen het antisemitisme wijst Godman wel op het godsdienstige anti-judaïsme – theologische afwijzing van het niet-christelijk jodendom – dat volgens hem bij de paus leefde. Toen de katholieke beweging “Vrienden van Israël” (Amici Israel) opriep om de woorden “trouweloze joden” uit de liturgie van Goede Vrijdag (gebed voor de joden) te vervangen door een andere, vriendelijkere formulering, werd een van de sympathisanten van deze verandering volgens Godman door de paus ter verantwoording geroepen. (Diverse bronnen, Ons Land 12 februari 1922 en Wikipedia)

Vandaag 100 jaar geleden, Ambrogio Damiano Achille Ratti verkozen als nieuwe paus Pius XI

Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op bezoek bij paus Johannes XXIII in Rome.

De paus kreeg daar als eerste te horen dat koningin Fabiola in blijde verwachting is.

Een groep Belgische journalisten mag met koning Boudewijn en koningin Fabiola mee naar het Vaticaan.

De vorsten krijgen hun audiëntie op donderdagmiddag, vrijdagochtend zijn de journalisten aan de beurt.

Bij elke journalist die zichzelf en zijn krant voorstelt, maakt de paus een grapje. Meneer X. van La Dernière Heure: ‘Laten we hopen dat uw laatste uur nog niet geslagen is.’ Yvon Toussaint en Hugues Vehenne van Le Soir: ‘Hoe later op de avond, hoe schoner volk.’ Meneer Y. van La Laterne: ‘Laat uw licht maar schijnen.’

Of de Paus ook zulke komische opmerkingen maakte voor de Vlaamse journalisten, kon ik helaas niet terug vinden (De Post 18 juni 1961 en Béatrice Delvaux).

Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op bezoek bij paus Johannes XXIII in Rome.
Vandaag 60 jaar geleden, koning Boudewijn en koningin Fabiola op bezoek bij paus Johannes XXIII in Rome.

50 jaar geleden, herrie om priester Gilbert Verhaeghen.

Gilbert Verhaeghen werd tot priester gewijd op 16 juni 1962 te Gent.

Hij was er onderpastoor en had een goede band met collega E.H. Frans Wuytack.

Dit beviel zijn overste niet en Verhaeghen werd overgeplaatst.

Daarnaast waren er ook klachten van een flirterige houding uit conservatieve hoek.

Aan de oorsprong van de protesten lag het conflict tussen pastoor Gilbert Verhaeghen en de conservatieve pastoor De Brouwer en later ook bisschop Leonce-Albert Van Peteghem.

Verhaeghen trachtte de openheid die het Tweede Vaticaans Concilie besliste in te voegen.Verhaeghen wilde geld gebruiken voor de parochiale jeugdlokalen die in erbarmelijke toestand waren en niet voor een nieuwe marmeren vloer in de Sint-Gilliskerk.

Er ontstond een aksiekomitee dat maandenlang protesten organiseerde, panfletten verspreide, in de parochie Sint-Egidius.

Meerdere keren kwam er de oproeppolitie aan te pas. Leo De Kesel gaf de raad naar een ander bisdom te verplaatsen.

De Kezel moest enige tijd later door de politie worden ontzet nadat er protesten uitbraken tijdens een vormselviering.

In mei 1969 aanvaarde Verhaeghen zijn overplaatsing naar Nieuwkerken-Waas en beëindigde zo de protesten.

Nadat men nog steeds problemen had met zijn handelswijze in zijn nieuwe parochie werd hij in 1970 ontslaan.

Hierop kwamen van meerdere priesters opmerkingen over de autoritaire en eenzijdige beslissing.

In 2019 verscheen het boek De Onderpastoor van de hand van Louis Van Dievel die de kwestie Verhaeghen reconstrueert.(Diverse bronnen, De Post 5 april 1970 en Wikipedia)

50 jaar geleden, herrie om priester Verharghen
50 jaar geleden, herrie om priester Verharghen
50 jaar geleden, herrie om priester Verharghen
50 jaar geleden, herrie om priester Verharghen

Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.

De bouwlegende van Hakendover werd in 1432 voor het eerst ‘officieel’ opgetekend door drie kerkmeesters.

Naar alle waarschijnlijkheid combineerden ze verhalen uit de mondelinge overlevering met een aantal andere verhaalmotieven en historische elementen om hun verhaal wat kracht bij te zetten.

Volgens het verhaal werd de kerk van Hakendover gesticht in 690.

In dat jaar zouden drie vrome maagden besloten hebben een kerk te bouwen voor de Goddelijke Zaligmaker.

Nadat de kerk tweemaal bij nacht was afgebroken door engelen (sommige verhalen spreken over de duivel), gebeurde er op de dertiende dag na Driekoningen een wonder.

Een engel leidde de maagden naar een plaats waar de natuur -ondanks de wintertijd- in volle bloei stond.

In een boom zat een vogel met een brief van God in zijn rechterpoot: “Op deze plaats wil ik mijn kerk bouwen.” Tijdens de werkzaamheden waren er telkens dertien werklieden aanwezig, bij de uitbetaling slechts twaalf.

Die dertiende werkman was God zelf.

Middeleeuwse mirakelverhalen vertellen dat vele ‘bedevaarders’ hier wonderbaarlijk genazen en dat mensen zelfs uit de dood opstonden.

Over de precieze oorsprong van legende en bedevaart tasten we in het duister.

De kerk van Hakendover beschikte over geen relikwieën en de bouwlegende moest dit gebrek opvangen.

Toch is de legende zeker meer dan alleen maar een “uitvinding” van middeleeuwse kerkmeesters die hun kerk aantrekkelijk wilden maken voor bedevaarders.

Zowel de legende als de processie bevatten immers sporen van vroeg-middeleeuwse en zelfs voorchristelijke elementen.

Terwijl heel wat middeleeuwse bedevaartplaatsen gebouwd zijn rond een bron of een boom, zijn in Hakendover meerdere ‘elementen’ aanwezig.

Bedevaarders nemen takjes van een boom, water van de bron en grond van het kerkhof mee.
Sommigen zien in de paardenprocessie een soort van vruchtbaarheidsritus.

Deze veronderstelling is niet zo gek als we bedenken dat we hier aan de poorten staan van het vruchtbare Haspengouw.

De Tiense Berg waar de stormloop van de paarden plaatsvindt, vormt als het ware de grens tussen Hageland en Haspengouw.


Prehistorische vondsten en de aanwezigheid van een Romeinse heerbaan en grafheuvels (tumuli) wijzen op een vroege bewoning van het dorp Hakendover. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s 30 maart 1970)

Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.
Vandaag 50 jaar geleden, te gast in Hakendover voor de jaarlijkse paardenprocessie op paasmaandag.

Vandaag is het ook al 25 jaar geleden, dat Albert Decourtray is overleden.

Decourtray ging in 1940 naar het kleinseminarie van Haubourdin als voorbereiding voor zijn priesterstudies die hij het jaar nadien aanvatte aan het grootseminarie van Rijsel. Op 29 juni 1947 werd hij tot priester gewijd en hij droeg zijn eerste mis op in Seclin waar hij en zijn familie sinds 1938 woonden.
Daarna zette hij zijn studies verder aan de Katholieke Universiteit Rijsel en vanaf 1948 aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana.
In Rome was Decourtray eveneens kapelaan in de kerk van San Luigi dei Francesi.
Met een proefschrift over Nicolas Malebranche (Malebranche was van oorsprong een oratoriaans priester die de discussie aanging met zijn tijdgenoot Antoine Arnauld over theologische en metafysische vraagstukken. Hij heeft met Blaise Pascal gemeen dat zijn werk zich kenmerkt door fraai proza. Hij was goed bekend met het werk van René Descartes en uitte er veel kritiek op. Hij kon zich niet vinden in Descartes’ voorstelling omtrent de relatie tussen lichaam en geest. Hij verwierp de opvatting dat lichamen een intrinsiek vermogen bezitten om ons en elkaar te beïnvloeden als bijgeloof, en verdedigde daarentegen de theorie van het occasionalisme) behaalde hij in 1951 het doctoraat in de theologie.
In 1952, bij zijn terugkeer in het bisdom Rijsel, werd Decourtray professor aan het grootseminarie van Rijsel.
Hij bleef er doceren tot in 1966. Ondertussen was hij in 1958 eveneens diocesaan verantwoordelijke voor de vorming van jonge priesters geworden.
In 1965 werd Decourtray benoemd tot vicaris-generaal in het bisdom en het jaar nadien tot aartsdiaken van Roubaix-Tourcoing.
Op 27 mei 1971 benoemde paus Paulus VI Decourtray tot titulair bisschop van Hippo Diarrhytus en tot hulpbisschop in het bisdom Dijon.
Op 3 juli van dat jaar werd hij tot bisschop gewijd.
Op 22 april 1974 volgde zijn benoeming tot bisschop van Dijon in opvolging van André-Charles de la Brousse.
Op 29 oktober 1981 benoemde paus Johannes Paulus II Decourtray tot aartsbisschop van Lyon waardoor hij de primaat van Frankrijk werd.
Op 23 april 1982 werd Decourtray tegelijkertijd prelaat van de Prelatuur Mission de France Pontigny, een functie die hij tot in 1988 bleef uitoefenen.
Van 1987 tot 1990 was Decourtray voorzitter van de Franse bisschoppenconferentie.
Tijdens het consistorie van 25 mei 1985 werd Decourtray door paus Johannes Paulus II tot kardinaal gecreëerd.
Hij werd kardinaal-priester met als titelkerk de Trinità dei Monti.
In de Romeinse Curie werd hij lid van de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog en de Pauselijke Raad voor de Dialoog met Niet-gelovigen. Zijn devies werd In simplicitate (In eenvoud).
Het kardinaalschap van Decourtray werd gekenmerkt door de dialoog die hij onderhield met de joodse gemeenschap.
Hij besliste om de archieven van het aartsbisdom Lyon in verband met de Tweede Wereldoorlog open te stellen voor de historici zodat deze de relatie tussen oorlogsmisdadiger Paul Touvier en het aartsbisdom konden onderzoeken.
Decourtray bracht in gezelschap van kardinaal Lustiger een bezoek aan Auschwitz en was een bepleiter van het uitspreken van de pauselijke penitentie ten opzichte van de joden die uiteindelijk in het jaar 2000 werd geconcretiseerd door paus Johannes Paulus II.
In 1993 werd kardinaal Decourtray verkozen tot lid van de Académie française.
Op 10 maart 1994 werd hij plechtig ingehuldigd in de academie maar een half jaar later stierf hij op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding.
Hij werd begraven in de crypte van de kathedraal van Lyon.(Diverse bronnen, Wikipedia)

Albert Decourtray
Albert Decourtray
Albert Decourtray
Albert Decourtray