75 jaar geleden werden de Vlamingen in België vaak miskend en gekrenkt.

Niet onverdeeld zou de geschiedenis haar oordeel vellen over de periode die zojuist achter de rug lag.

Over één ding waren alle historici het echter eens: namelijk dat de vierde koning, bevoegd op het heil van volk en land, niet terecht was geprezen en bereid was gevonden om zijn persoon op te offeren, door al te troosten den grooten van zijn Zoon.

Met zijn troonsbestijging had koning Leopold geen ander doel dan het samenbinden der verspreide krachten van het land.

Hij zag het als zijn taak om de verdeelde opinies uit de weg te ruimen en de monarchale en grondwettelijke instellingen te versterken en te verzoenen.

Na deze week werd een nieuw tijdperk in de Belgische geschiedenis ingeluid. Men was ervan overtuigd dat men in de toekomst met trots zou kunnen terugblikken op het land en zijn vorstenhuis tijdens de honderdtwintig jaren van zijn bestaan.

Zoals de natuur na een geweldig onweer overvloed en herademing brengt, zo was het ook in de Belgische staatskunde na een lang opgeladen bewering tot bezinning, tot rust, tot vrede gekomen.

Honderdduizend jaren waren verstreken sinds de brave Surlet de Chokier het eerste regentschap aanvaardde.

Binnenslands was de verjaardag van de bijna even lang geleden troonsbestijging van Leopold I, stichter van het vorstenhuis, gevierd.

Dat wilde niet zeggen dat alles voor alle onderdanen naar wens was verlopen onder het bewind van de vier koningen, die elkaar in grondwettelijke continuïteit hadden opgevolgd.

Doch als het in het groot al zo vaak tot rust en vrede kwam, was het dan niet te verwachten in de veel grotere huishouding van een hele natie?

Geen enkele menselijke daad – ook niet die van koningen – is volmaakt.

Vooral de Vlamingen in België hadden geleden en waren gekrenkt.

Zij konden zich moeilijk thuis voelen onder het regime dat hun taal en hun wezen veronachtzaamde, dat hun pelgrimsrecht en geen rechten schonk.

Het begrip „België” was daardoor in hun ogen lange tijd een vreemde school geworden, die in de loop der eeuwen telkens op een passende manier werd herleid.

Desondanks waren de Vlamingen trouw gebleven aan het Vorstenhuis en hadden zij groot vertrouwen gesteld in hun koning.

Het was hun hoop dat dit uit hun hart kwam, een koning die hun taal sprak en niet ongevoelig was voor hun verwachtingen en voor hun wensen.

Moge Boudewijn zulk een koning zijn!

Vandaag, 75 jaar geleden, legde Boudewijn de eed af als de vijfde koning der Belgen.

Boudewijn beloofde hierbij voor de Verenigde Kamers om de Grondwet en de wetten van het Belgische volk te respecteren.

Tijdens deze plechtigheid riep iemand “Vive la République!”.

Deze kreet werd toegeschreven aan de communistische voorman Julien Lahaut.

Lahaut werd zeven dagen later in zijn eigen huis vermoord.

De Belgen accepteerden Boudewijn als staatshoofd, terwijl de verbitterde Leopold III achter de schermen nog veel invloed behield.

Vandaag, 65 jaar geleden, waren koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast op de Belgische ambassade in Rome.

Op deze receptie was toen ook kanunnik Lucien De Bruyne aanwezig. (foto 1)

Lucien De Bruyne was een vooraanstaand Belgisch geestelijke en een internationaal gerespecteerd deskundige op het gebied van vroegchristelijke archeologie.

Zijn kerkelijke loopbaan begon in 1928, het jaar waarin hij tot priester werd gewijd.

Al snel trok hij naar Rome, het historische hart van het christendom, waar hij in 1931 aan het Pauselijk Instituut voor Christelijke Archeologie met de hoogste onderscheiding, summa cum laude, zijn doctoraat behaalde.

In de jaren die volgden, specialiseerde hij zich verder en schreef hij diverse academische bijdragen over vroegchristelijke kunst, oude Romeinse sarcofagen en de catacomben.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg zijn carrière binnen het Vaticaan verder gestalte.

In 1946 werd hij benoemd tot directeur van de Pauselijke Commissie voor Gewijde Archeologie, een uiterst prestigieuze functie waarbij hij de verantwoordelijkheid kreeg over het beheer, het behoud en de studie van de eeuwenoude catacomben in en rond Rome.

Daarnaast was hij als censor verbonden aan de Pauselijke Academie voor Oudheidkunde, wat getuigt van zijn grote wetenschappelijke autoriteit.

Naast zijn academische werk speelde hij een centrale rol voor de Belgische gemeenschap in Rome.

Hij werd benoemd tot rector van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen, een plek die fungeerde als een spiritueel en cultureel ankerpunt voor landgenoten in de Eeuwige Stad.

Als erkenning voor zijn uitzonderlijke verdiensten voor de kerk en de wetenschap werd hij in 1965 door de paus verheven tot apostolisch protonotaris, een hoge eretitel waardoor hij als monseigneur mocht worden aangesproken.

Ondanks zijn indrukwekkende loopbaan in Italië behield hij een sterke band met zijn thuisland.

Zo was hij verbonden aan het bisdom Gent als lid van het prestigieuze Sint-Baafskapittel.

Na een leven dat volledig in het teken stond van de kerkgeschiedenis en de archeologische wetenschap, bracht hij zijn laatste jaren door in België.

Hij overleed op 12 mei 1978 in de Oost-Vlaamse gemeente Waarschoot.

Vandaag is het precies 65 jaar geleden dat koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast waren bij prinses Colonna en haar echtgenoot in hun indrukwekkende Palazzo Colonna in Rome.

Dit gebeurde tijdens hun officiële staatsbezoek aan Italië en Vaticaanstad, dat in zijn geheel plaatsvond van woensdag 7 juni tot en met zaterdag 10 juni 1961.

Dit paleis is de historische residentie van de beroemde familie Colonna. Volgens de overlevering stamt deze adellijke dynastie af van de graven van Tusculum, met Pieter de Columna (1099-1151) als eerste telg.

Hij was de zoon van graaf Gregorius III en eigenaar van het kasteel Columna in de Albaanse Heuvels.

Hun stamboom gaat via Italo-Romeinse adel, kooplieden, geestelijken en Lombarden terug tot in de vroege middeleeuwen.

De familie beweerde zelfs dat hun wortels bij de Julio-Claudiaanse dynastie lagen, de bloedlijn van Julius Caesar en keizers als Augustus, Caligula en Nero.

Net als hun voorvaderen uit Tusculum speelden de Colonna’s een sleutelrol binnen de rooms-katholieke kerk.

Ze traden door de eeuwen heen op als felle tegenstanders, maar ook als trouwe verdedigers van de paus.

De familie bracht de zalige Margaritha Colonna, paus Martinus V en maar liefst drieëntwintig kardinalen voort.

Giovanni Colonna di Carbognano beet in 1206 de spits af als allereerste kardinaal van de familie.

Hoewel hun pauselijke prinsentitel pas uit 1854 dateert, vervult de familie wel al sinds 1710 de rol van prins-assistent van de pauselijke troon.

Het was de eerder genoemde paus Martinus V die in de vijftiende eeuw de opdracht gaf voor de bouw van het Palazzo Colonna.

Het paleis ontsnapte in 1527 aan een verwoestende plundering, omdat marchesa Isabella d’Este er destijds verbleef; zij was toevallig de moeder van de commandant van de plunderende troepen.

In de zeventiende eeuw begon kardinaal Girolamo Colonna met een grondige restauratie van het gebouw.

Hij liet een prachtige galerij aanleggen voor de kunstcollectie die zijn vader Filippo bijeen had gebracht.

Later werd het palazzo nog verder uitgebreid door Lorenzo Onofrio en Fabrizio Colonna.

Tegenwoordig herbergt deze indrukwekkende galerij meesterwerken van onder meer Titiaan, Guercino en Reni.

Bezoekers kunnen er beroemde doeken bewonderen, zoals Venus en Cupido van Bronzino, Narcissus bij de vijver van Tintoretto en De boneneter van Annibale Carracci.

Daarnaast is er ruim baan voor kunstenaars uit onze streken, met werken van Paul Bril, Jan Brueghel, Joos de Momper, Jan Frans van Bloemen, Antoon van Dyck en Jean Boulogne.

Liefhebbers die deze historische familieresidentie en de bijbehorende kunstschatten zelf willen ontdekken, kunnen elke zaterdagochtend in het Palazzo Colonna terecht wanneer de deuren voor het publiek openstaan.

Aan dit boeiende stukje geschiedenis zijn nog enkele opmerkelijke details toe te voegen.

De naam Colonna is bijvoorbeeld niet zomaar gekozen. Het familiewapen toont een opvallende zuil, wat in het Italiaans vertaald wordt als colonna.

Dit is een klassiek voorbeeld van een sprekend wapen, waarbij de afbeelding direct verwijst naar de familienaam.

Door de eeuwen heen was deze familie bovendien verwikkeld in een van de meest beruchte vetes uit de Italiaanse geschiedenis.

Eeuwenlang streden de Colonna’s met de rivaliserende familie Orsini om de absolute macht in Rome.

Deze bittere strijd liep zo vaak uit de hand dat verschillende pausen moesten ingrijpen om de vrede in de stad te herstellen.

Een van de meest dramatische momenten vond plaats in 1303, toen Sciarra Colonna tijdens een hoogoplopend conflict paus Bonifatius VIII in het gezicht zou hebben geslagen, een gebeurtenis die bekendstaat als de aanslag van Anagni.

Ook het Palazzo Colonna zelf heeft nog een mooie verrassing in petto, vooral voor liefhebbers van de klassieke filmgeschiedenis.

De weelderige Galleria Colonna, met zijn schitterende fresco’s en indrukwekkende architectuur, diende in 1953 als majestueus decor voor een van de bekendste scènes uit de filmklassieker Roman Holiday.

De onvergetelijke slotscène, waarin Audrey Hepburn als prinses Ann een persconferentie geeft, werd precies in deze galerij opgenomen.

Dit gedenkwaardige filmmoment gaf het zeventiende-eeuwse gebouw voor altijd een bijzondere plaats in de internationale filmgeschiedenis. (Ter info: de ontvangst in het Romeinse stadspaleis vond plaats in de begindagen van deze reis; volgens sommige bronnen op woensdag 7 juni en volgens andere op donderdag 8 juni 1961).

Deze week, 65 jaar geleden, koning onverwachts vertrokken voor een blitzbezoek aan Congo.

Het was de laatste poging van koning Boudewijn om ook staatshoofd te worden van de nieuwe onafhankelijk staat Congo.

De koning zou op die manier aan het hoofd van een dubbelmonarchie komen te staan.

Helaas voor hem, kwam van die plannen niets in huis.

Bij zijn terugkomst uit Congo wachten honderden mensen hem op.

Vreemd genoeg is er van dit bezoek niets terug te vinden op Google en heb ik deze informatie teruggevonden in de Post van 17 januari 1960)

65 jaar geleden, Gaston de Gerlache na 17 maanden weer thuis in Oostende.

Gaston de Gerlache was de zoon van Adrien de Gerlache, en volgde in de voetsporen van zijn vader door de tweede Belgische expeditie naar Antarctica te leiden in november 1957 tot april 1959, 60 jaar nadat zijn vader de eerste leidde met de Belgica.

Tijdens deze tweede expeditie, waarbij de Polarhav en de Polarsirkel hen naar Antarctica brachten, werd daar de Koning Boudewijnbasis opgericht.

De bedoeling van de expeditie was tweeledig.

Ten eerste wilde men wetenschappelijk onderzoek verrichten en verder wilde men Antarctica zelf ontdekken en in kaart brengen.

In 1960 publiceerde Gaston de Gerlache zijn reisverhaal in Retour dans l’antarctique.

Het jaar daarop maakte hij een documentaire over zijn expeditie onder de naam Plein sud.

Tijdens de volgende expeditie, onder leiding van Guido Derom, werd een 2400 meter hoge berg op Antarctica genoemd naar Gaston de Gerlache.

Hij woonde een tijdlang in het kasteel de Gerlache te Huise en Gaston was gehuwd met Lily van Oost, een dochter van bouwheer Georges van Oost.

Hij was gedurende achttien jaar burgemeester van Mullem, zijn vrouw Lily gedurende zes jaar, tot de fusie in 1976.

Na zijn overlijden werd zijn stoffelijk overschot bijgezet in de familiegrafkelder op het kerkhof van Gomery, waar zich ook het familiekasteel bevindt.

Vandaag 70 jaar geleden, op 17 februari 1954, werd Marie Astrid van Luxemburg geboren.

Zij is de oudste dochter en het eerste kind van groothertog Jan en groothertogin Josephine Charlotte van Luxemburg.

Zij werd gedoopt op 8 maart 1954 in de kerk van Betzdorf, waar zij ook geboren was in het kasteel Betzdorf.

Marie Astrid van Luxemburg is getrouwd met Carl Christian de Habsbourg Lorraine, een kleinzoon van de laatste Oostenrijkse keizer, Karl I.

Zij trouwden op 6 februari 1982 in Luxemburg-Stad.

Het echtpaar heeft vijf kinderen, namelijk Marie Christine, Imre, Christoph, Alexander en Gabriella.

Marie Astrid van Luxemburg is sinds 1970 de voorzitter van de Rode Kruis Jeugd van Luxemburg.

Zij heeft ook een diploma als verpleegster en een certificaat in tropische geneeskunde.

Zij is een nicht van de Belgische koningen Boudewijn en Albert II en een nichtje van de huidige koning Filip.