We vieren een bijzondere mijlpaal in onze stad, want het is precies 500 jaar geleden dat de eerste steen van het stadhuis van Oudenaarde werd gelegd.

In 1526 legde stadsgouverneur Philips de Lalaing die allereerste steen voor een ontwerp van de Brusselse bouwmeester Hendrik van Pede.

Philips de Lalaing behoorde tot een van de invloedrijkste adellijke families van die tijd en was nauw verbonden met het hof van keizer Karel V.

Zijn functie als stadsgouverneur was overigens niet hetzelfde als die van een burgemeester.

Het dagelijks bestuur en de rechtspraak lagen in handen van de schepenen en burgemeesters uit de lokale burgerij.

Een stadsgouverneur daarentegen werd rechtstreeks door de centrale vorst aangesteld om namens de kroon toezicht te houden op de strategische garnizoensstad aan de Schelde, de stadsverdediging te overzien en de belangen van de keizer te bewaken.

Dat Lalaing de eerste steen mocht leggen, gaf het ambitieuze bouwproject dan ook een enorm keizerlijk en adellijk aanzien.

De keuze voor architect Hendrik van Pede was eveneens een bewuste zet van het zelfbewuste stadsbestuur.

Oudenaarde beleefde in die periode een enorme economische bloei dankzij de lakenhandel en de internationaal vermaarde wandtapijtweverij, en zocht voor het nieuwe stadhuis de allerhoogste kwaliteit om te kunnen wedijveren met steden als Brussel, Leuven en Gent.

Van Pede, telg uit een befaamde Brusselse dynastie van steenhouwers en bouwmeesters, was sinds 1506 stadsbouwmeester van Brussel en genoot groot aanzien.

Hij had toen al gewerkt aan prestigieuze projecten zoals het Brusselse Broodhuis op de Grote Markt in opdracht van Karel V, het paleis van de familie van Nassau en opdrachten op de Koudenberg.

Hij beschikte over directe connecties met het hof van keizer Karel V en beheerste de Brabantse laatgotiek tot in de finesses.

Bovendien bezat hij het technisch vernuft om het nieuwe gebouw naadloos te laten aansluiten op de al bestaande veertiende-eeuwse lakenhal.

Vanuit Brussel reisde Van Pede regelmatig naar Oudenaarde om persoonlijk toezicht te houden op de werf en de steenhouwers.

Het stadhuis zou uitgroeien tot zijn absolute kroonjuweel en geldt als een van de laatste grote hoogtepunten van de burgerlijke gotiek in onze gewesten.

Het nieuwe gebouw verrees naast de veertiende-eeuwse lakenhal en verving het oude houten schepenhuis op de Markt.

Na amper tien jaar bouwen, tussen 1526 en 1537, stond het er al: een meesterwerk in Brabantse laatgotiek met een L-vormige plattegrond, rijk versierd met beeldhouwwerk, maaswerk en bladgoud.

Vandaag is dit prachtige monument dan ook erkend als UNESCO-werelderfgoed.

Boven op de belforttoren prijkt een bronzen beeld van Hanske de Krijger, onze bekende volksheld en het embleem van de stad Oudenaarde.

De oorsprong van de legendevorming is het vergulde roodkoperen beeld dat sinds 1538 het stadhuis van Oudenaarde bekroont.

Het toont een vaandeldrager uitgerust als een Spaanse soldaat.

De Oudenaardse goudsmid Willem Blansterins maakte dit beeld al in 1530.

Het verhaal gaat dat, toen keizer Karel V Oudenaarde bezocht, de stadswachter Hanske de Krijger, die op uitkijk stond, hem niet had zien aankomen.

Hanske zou toen in slaap zijn gevallen, omdat hij te veel Oudenaards bier had gedronken.

Volgens deze zestiende-eeuwse legende zou de keizer daarom hebben opgedragen om een bril in het wapenschild te zetten.

In werkelijkheid is het embleem in het wapenschild echter geen bril, maar een gotische letter A van Audenaerde.

Tegenwoordig herbergt het stadhuis ook het MOU, een museum dat de geschiedenis van Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen vertelt aan de hand van wandtapijten, schilderijen en archeologische vondsten.

Het stadhuis werd door de jaren heen ontelbare keren gefotografeerd, waarbij de oudst bekende foto dateert uit 1864.

Voor een bijzondere foto-expo bundelen de cursisten fotografie van CVO Groeipunt en de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Oudenaarde hun krachten.

Hedendaagse foto’s van de cursisten worden er naast historische beelden uit de collectie van het stadsarchief geplaatst.

Deze gratis expo loopt van 31 oktober tot en met 15 november in de kapel van het Onze-Lieve-Vrouwhospitaal, telkens van donderdag tot en met zondag tussen 10 uur en 18 uur.

Ook na het jubileum blijft 500 jaar eerstesteenlegging zichtbaar in de stad.

De historische stadswandeling krijgt een permanente bewegwijzering met klinknagels in de grond, die herkenbaar zijn aan een afbeelding van het stadhuis en wandelaars de weg wijzen langs het historische centrum.

90 jaar geleden: een reisverslag door de Vlaamse Ardennen door verslaggever A. De Clercq in het tijdschrift De Stad van 2 oktober 1936

In de vroege ochtend van een augustusdag in 1936 trok een gezelschap eropuit voor een tocht door de Vlaamse Ardennen, de heuvelachtige streek in het zuiden van Oost-Vlaanderen tussen Oudenaarde, Ronse en Geraardsbergen.

De hemel hing nog vol nevel en zware wolken, al piepte er af en toe een schuchtere zonnestraal doorheen.

Terwijl de reisgenoten de auto een laatste controle gaven en speurend naar boven keken om het weer in te schatten, lagen de wegenkaart en de verrekijker al vertrekkensklaar.

De motor sloeg aan, er werd nog even gezwaaid naar de thuisblijvers en het gezelschap zette zich in beweging.

Ze reden Geraardsbergen uit via de steenweg naar Oudenaarde en passeerden meteen de oude molen op de linkerhelling, een vertrouwd baken dat bekendstond als de Buitenmolen of de molen van de Oudenaardse poort.

De route liep verder door Deftinge, een aloude dorpskern die vroeger onder de baronie van Boelare viel en er die ochtend heerlijk fris bij lag in het vroege ochtendlicht.

Op de uitgestrekte kouters langs de weg was de oogst al volop bezig.

Het graan stond in schoven te drogen op de rogge- en tarwevelden, terwijl de haveraren nog zachtjes wiegden in de bries, mooi afgewisseld met lappen aardappelen en bieten.

In het landelijke Parike raakten ze aan de praat met een landbouwer die zijn oogst aan het binnenhalen was.

De man bleef er nuchter onder en stelde dat ze eigenlijk niet mochten klagen.

Het graan had wel te lijden gehad onder de aanhoudende regen, maar elders in het land was het veel erger gesteld.

Zo had het Meetjesland eind juni immers nog af te rekenen gekregen met verwoestende wervelwinden.

Even verderop rees de stenen windmolen van Parike op boven de heuvelrug, omringd door pas gemaaid koren.

De reizigers wisselden een paar woorden met de molenaar en legden het idyllische tafereel vast op foto.

Daarna ging de tocht voort richting Nederbrakel.

Het heuvelland vouwde zich steeds breder voor hen open, met goudgele akkers op de voorgrond en donkere boskammen aan de einder.

Aan hun linkerhand lag Everbeek, een Vlaams dorp dat toen nog bij Henegouwen hoorde en waar de toppen van de heuvels de taalgrens markeerden.

Langs de veldwegen rezen statige beuken en olmen op, met her en der een kapelletje en een gietijzeren kruisbeeld onder het bladerdak van oude bomen.

Nederbrakel zelf was toen al een bedrijvige gemeente in de Zwalmvallei, met ruim vijfduizend inwoners en een parochiekerk met een opvallend robuuste, vierkante toren.

Aangekomen in Elst hielden ze halt tegenover de kerk om te informeren naar de juiste weg naar Sint-Maria-Horebeke.

Voorbij het katholieke dorpscentrum, langs de weg naar Nederzwalm, bereikten ze de protestantse Geuzenhoek.

Ze maakten er kennis met dominee Germersaad, die hen met zichtbaar plezier rondleidde langs zowel de oude als de nieuwe kerk.

In het oudste gebedshuis viel hun oog op het portret van meester Karel Blommaert, die tien jaar eerder was overleden.

Hij was een rechtstreekse afstammeling van Jacob Blommaert, de geuzenleider die in 1572 Oudenaarde wist in te nemen.

Na diens vlucht en arrestatie hadden zijn volgelingen een toevlucht gezocht in de omliggende wouden, om uiteindelijk wortel te schieten in Sint-Maria-Horebeke.

De hechte gemeenschap telde in die jaren zo’n honderdvijfenzestig zielen en hield er zelfs een eigen schooltje op na.

Boven het portaal van de nieuwe bakstenen kerk prijkte een gebeeldhouwde open bijbel.

Als geboortedorp van volksschrijver Abraham Hans vormde Sint-Maria-Horebeke de enige overgebleven protestantse enclave van die aard in Vlaanderen, waar katholieken en hervormden in alle sereniteit naast elkaar leefden.

Waar de vrouwen er vroeger nog massaal handschoenen naaiden of kant klosten, was die typische huisnijverheid tegen die tijd vrijwel helemaal uitgedoofd.

Na het hartelijke afscheid van de dominee doorkruiste het gezelschap opnieuw het rijke boerenland.

Overal heerste bedrijvigheid. De kleine keuterboeren maaiden het koren nog met de pik, terwijl de grotere hofsteden al gebruikmaakten van maaimachines en hoog opgetaste wagens vol goudgeel graan naar de schuren zagen dokkeren.

Door het spel van licht en schaduw leken de maaiers en binders wel weggelopen uit een schilderij.

Vervolgens hielden de pelgrims halt in Edelare bij het bekende bedevaartsoord Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare, waar vooral in de meimaand duizenden andere pelgrims toestroomden.

Vanaf de heuvel rond de kapel met haar spitse toren genoten ze van een weids panorama.

Ze zagen Mater met zijn karakteristieke witte kerktoren, Etikhove dieper in het dal en Schorisse, de bakermat van Omer Wattez. Aan de verre horizon lagen de wijdvertakte bossen van Vloesberg en Brakel.

Wat later reden ze Oudenaarde binnen, genesteld langs de Schelde.

Boven de rode pannen en leistenen daken torenden de massieve Sint-Walburgatoren en het fijn bewerkte gotische stadhuis uit, terwijl iets verderop in een bocht van de stroom de befaamde Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele lag.

Over de omliggende meersen en velden waaiden de heldere beiaardklanken hen tegemoet, net zoals dichter Gentil Antheunis, die uit Oudenaarde afkomstig was, het ooit zo treffend had bezongen.

Het deed hen mijmeren over het roemrijke verleden van de oude laken- en tapijtstad, die in de veertiende eeuw al versterkt was en wier wevers tot aan het Franse hof faam genoten.

In het historische gasthuis van Johanna van Constantinopel en de schepenzaal van het stadhuis vormden de bewaarde wandtapijten en historische doeken nog altijd het tastbare bewijs van die glorietijd.

Na een korte groet aan de Scheldestad zette het reisgezelschap koers richting Avelgem om vandaar de oversteek naar de Kluisberg te wagen.

De weg kronkelde langs witgekalkte hoeves, waarvan verschillende strodaken nog bewaard waren gebleven.

De donkere heuvelkam van de Kluisberg rees intussen steeds forser op aan de einder.

Ze dwarsten de kronkelende Schelde en reden door het dichtbebouwde Avelgem met zijn scherpe torenspits, de plek waar Stijn Streuvels destijds in de bakkerij zijn eerste verhalen schreef.

Het nabijgelegen Ruien lag er tegen de heuvelflank bijzonder schilderachtig bij onder de almaar warmer wordende namiddagzon.

Over een steile, mulle zandweg bereikten ze uiteindelijk de top van de Kluisberg, waar tal van cafés, afspanningen en pensions gemoedelijk zij aan zij stonden.

Daar deden ze een minder prettige ontdekking: in de vroege ochtenddrukte was hun zorgvuldig klaargemaakte proviand gewoon thuis blijven liggen.

Er zat dan ook niets anders op dan aan te schuiven voor een stevige boterham met boerenkaas en een dampende tas koffie.

Tussendoor krabbelden ze snel wat prentbriefkaarten voor het thuisfront, waarna ze opnieuw naar buiten trokken.

Inmiddels had de zon de wolken verdreven en lag het panorama er schitterend bij. Vanaf het hoogste punt, ruim honderddertig meter boven de zeespiegel, keken ze tientallen kilometers ver.

De kerktorens van Avelgem, Kwaremont en Etikhove staken helder af tegen het glooiende reliëf.

In de diepte schitterde het lint van de steenweg naar Ronse en in de verte tekenden zich de West-Vlaamse vlas- en tabaksvelden af.

Aan de zuidelijke flank strekten de Henegouwse dorpen Orroir, Amougies en Rozenaken zich uit.

Het bleek een geliefde trekpleister waar wandelaars en gezinnen kwamen herademen in de zuivere boslucht, te midden van verspreid liggende villa’s en buitenverblijven in het groen.

De reizigers haalden nog verschillende keren hun fototoestel boven om de weidsheid van de Schelde-, Ronne- en Zwalmvallei te vereeuwigen.

Hoewel ze maar wat graag nog even waren gebleven om ook de oude uitkijktoren op de top te beklimmen, tikte de tijd door en dwong de naderende avond hen om hun weg weer te vervolgen.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

65 jaar geleden, te gast bij de onderpastoor De Wolf van de gemeente Eine.

Jozef De Wolf werd op 10 maart 1916 geboren in het Oost-Vlaamse Haaltert.

Na zijn priesteropleiding begon hij zijn opvallende loopbaan in Eine bij Oudenaarde, waar zich in maart 1961 een tafereel afspeelde dat tot ver buiten de dorpsgrenzen voor verbazing zorgde.

De eerwaarde heer, inmiddels onderpastoor, deelde zijn woning namelijk met een volwassen leeuw.

Jakka, zoals het dier heette, was op dat moment bijna twee jaar oud en was door de geestelijke met de papfles grootgebracht, nadat hij als welp was overgekocht van een rondreizend circus.

De leeuw bewoog zich volkomen vrij en kalm door de huiskamer, waar hij in harmonie samenleefde met drie Schotse herdershonden en een jonge Afghaanse windhond.

De bijzondere passie van De Wolf voor roofdieren was jaren eerder uit noodzaak ontstaan.

Nadat ratten uit een nabijgelegen beek zijn verzameling siervogels en fazanten herhaaldelijk hadden doodgebeten, besloot hij over te stappen op diersoorten die zich beter konden verweren.

In de loop der jaren transformeerde de pastorie tot een kleine private dierentuin.

Naast de leeuw herbergde hij twee ocelots, ook wel Amerikaanse tijgerkatten genoemd, die ondanks hun tamme gedrag altijd een vleugje van hun instinctieve natuur behielden.

Ook Canadese wasberen en zeldzame chinchilla’s uit het Andesgebergte maakten deel uit van zijn collectie.

De onderpastoor uit Haaltert stond in die periode algemeen bekend als de leeuwenpastoor.

Het was geen ongewoon gezicht om hem in zijn zwarte soutane met Jakka over straat te zien wandelen, waarbij voorbijgangers met een mengeling van bewondering en ontzag een grote bocht om het duo heen maakten.

Zelfs in het verkeer zorgde de leeuw voor consternatie; De Wolf nam het dier regelmatig mee in zijn auto, waarbij de kop van de leeuw soms door het open raam naar buiten stak.

Toen De Wolf later werd benoemd tot pastoor in Waarbeke bij Geraardsbergen, nam hij zijn liefde voor bijzondere dieren mee.

Hoewel Jakka de leeuw uiteindelijk te groot werd voor een gewone woning en naar een dierentuin moest verhuizen, bleven exotische vogels en ocelots deel uitmaken van zijn huishouden in de nieuwe parochie.

De pastorie bleef daardoor een geliefde trekpleister voor nieuwsgierige buurtbewoners.

Jozef De Wolf bleef tot aan zijn overlijden op 23 augustus 1982 een markante en eigenzinnige figuur in de regio, die de grens tussen de geciviliseerde wereld en de wildernis op een unieke manier liet vervagen.

Gisteren nog vandaag

Nieuwe instrumentale cd van Steef Verwée en Eddy Aelbrecht brengt Griekse filosofie tot leven in de tuin van Epicurus.

Steef Verwée, geboren in 1951, groeide op in een familie waar het Oudenaards de voertaal was.

Zijn familiewortels in de regio gaan terug tot het midden van de zestiende eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.

Al op achttienjarige leeftijd schreef hij zijn eerste Oudenaardse liederen waarmee hij lokaal optrad.

Na zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium in Gent, die hij in 1973 afrondde met specialisaties in gitaar, zang en musicologie, begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.

Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij aanvullende opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen, New York en Amsterdam.

Zijn succesvolle producties, waaronder Claus on the Rocks, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV. In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij De Cirkel op, tegenwoordig bekend als Circle Productions Gent.

Na een periode bij Theater Arena startte hij Applied Promotions Intermed nv, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.

Ondertussen bleef hij onafgebroken eigen werk creëren, met als een van de hoogtepunten de première van The Erotic Opera in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.

Ook zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling, wat onder meer leidde tot veertig liederen op poëzie van Claus.

In 1992 produceerde hij voor de Wereldtentoonstelling in Sevilla en de Olympische Spelen in Barcelona de cd Belgium, a Century of Music, een officieel geschenk van het Ministerie van Buitenlandse Handel.

Verwee werkte bovendien intensief samen met de BRT en de BRT Big Band en was als muziekdirecteur en lichtontwerper betrokken bij tal van grote operaproducties zoals Nabucco en La Traviata.

In 2012 werd hij voor de tentoonstelling Beatles, Bombardons en Buuneklakkers gevraagd om zijn Oudenaardse liedjes uit de jaren zestig opnieuw uit te voeren.

Dit trok de aandacht van het stadsbestuur en resulteerde in 2014 in de cd ‘Oudenaarde, een hymne’, een drieluik met twintig liederen. Tijdens de release in CC De Woeker werd hij benoemd tot Ambassadeur van het Oudenaards Dialect.

Dit alles resulteerde in 2022 in de cd en theatercreatie Oudenaarde een Idioticon, geïnspireerd op het Zuid-Oostvlaandersch Idioticon van Isidoor Teirlinck uit 1905.

Op deze uitgave brengt hij oude woorden en lokale geschiedenis tot leven, waarbij zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip ‘Largootje voor mijn prinsesje’.

Om het erfgoed van de regio en het Pays des Collines levend te houden, bracht hij in mei 2024 samen met het stadsbestuur van Ronse de cd ‘Ronse in ’t Roonsies’ uit, die te koop is bij de plaatselijke Dienst Toerisme.

Op basis van deze cd creëerde Steef een audiovisueel Tour de Chant-programma dat onlangs zijn première kende in het CC De Ververij te Ronse.

Dit deed hij in samenwerking met Veronique De Tier, vooraanstaand dialectologe van de Universiteit Gent, met wie hij in totaal bijna honderd liederen schreef ter bevordering van de Vlaamse streektalen.

Recent bracht hij samen met pianist Eddy Aelbrecht een nieuwe cd uit met tweeëntwintig instrumentale composities voor klassieke gitaar en piano.

Eddy Aelbrecht genoot zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, waar hij orgel, muziekgeschiedenis en harmonie studeerde.

Aan het conservatorium van Antwerpen voltooide hij zijn studies pedagogie en pianobegeleiding

Van 1985 tot 2024 was hij onafgebroken actief als fulltime begeleider en docent muziektheorie en harmonie aan Studio Herman Teirlinck en later aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen.

Hij was tevens een veelgevraagd pianist en docent aan de drama-afdeling van het conservatorium in Gent.

Naast zijn onderwijstaken begeleidde hij vrijwel alle bekende Belgische artiesten en vele internationale namen.

Als geliefd studiomuzikant en pianist was hij vier jaar lang verbonden aan het Casino van Knokke en trad hij wereldwijd op, van Europa tot in Dubai, Abu Dhabi en Pakistan.

Dit gezamenlijke album is geïnspireerd op de filosofie van oude Griekse denkers zoals Plato, Socrates en Epicurus.

De aanleiding hiervoor waren de colleges van de hedendaagse filosoof Johan Braeckman, die Verwée aanzetten om thema’s als ataraxia, deugd en kalmte muzikaal te vertalen.

Elk muziekstuk is opgebouwd vanuit een filosofisch citaat en gekoppeld aan een plant die mogelijk in de tuin van Epicurus groeide.

Het album is beschikbaar via streamingplatformen en als Digifile-cd in boekvorm.

Deze uitgave wordt in de BeNeLux en internationaal verdeeld bij alle boekhandels en muziekzaken, en is tevens bestelbaar via Bol.com, zijn site steefverwee.be of de FB-pagina Steef Verwée Epicurus’garden.

Steef trekt momenteel rond met deze muziek, waarbij hij tussen zijn gitaarcomposities door vertelt en citeert uit het werk van deze oud-Griekse filosofen.

Goed nieuws voor mijn stad, Oudenaarde wordt Europees centrum voor fotonische chips

Oudenaarde verwelkomt een nieuwe, baanbrekende chipfabriek die op termijn 500 banen zal creëren.

Het wordt Europa’s eerste productiecentrum voor fotonische chips en blaast zo nieuw leven in de site van de vorige chipproducent, die vorig jaar failliet ging.

Het bedrijf Thema Foundries BV investeert ruim 200 miljoen euro om de fabriek om te bouwen.

In plaats van traditionele chips zal men zich richten op geïntegreerde fotonica. Deze technologie gebruikt lichtdeeltjes (fotonen) in plaats van elektronen, wat resulteert in veel snellere en energiezuinigere chips.

Deze innovatie is bijzonder waardevol voor datacenters en toepassingen met artificiële intelligentie, sectoren die kampen met een enorm energieverbruik.

De site in Oudenaarde wordt een hypermodern centrum waar niet alleen de productie, maar ook onderzoek, ontwikkeling, verpakking en het testen van de fotonische microchips zullen plaatsvinden.

65 jaar geleden, Gaston de Gerlache na 17 maanden weer thuis in Oostende.

Gaston de Gerlache was de zoon van Adrien de Gerlache, en volgde in de voetsporen van zijn vader door de tweede Belgische expeditie naar Antarctica te leiden in november 1957 tot april 1959, 60 jaar nadat zijn vader de eerste leidde met de Belgica.

Tijdens deze tweede expeditie, waarbij de Polarhav en de Polarsirkel hen naar Antarctica brachten, werd daar de Koning Boudewijnbasis opgericht.

De bedoeling van de expeditie was tweeledig.

Ten eerste wilde men wetenschappelijk onderzoek verrichten en verder wilde men Antarctica zelf ontdekken en in kaart brengen.

In 1960 publiceerde Gaston de Gerlache zijn reisverhaal in Retour dans l’antarctique.

Het jaar daarop maakte hij een documentaire over zijn expeditie onder de naam Plein sud.

Tijdens de volgende expeditie, onder leiding van Guido Derom, werd een 2400 meter hoge berg op Antarctica genoemd naar Gaston de Gerlache.

Hij woonde een tijdlang in het kasteel de Gerlache te Huise en Gaston was gehuwd met Lily van Oost, een dochter van bouwheer Georges van Oost.

Hij was gedurende achttien jaar burgemeester van Mullem, zijn vrouw Lily gedurende zes jaar, tot de fusie in 1976.

Na zijn overlijden werd zijn stoffelijk overschot bijgezet in de familiegrafkelder op het kerkhof van Gomery, waar zich ook het familiekasteel bevindt.

De geschiedenis van Sint-Walburgakerk in Oudenaarde in oude postkaarten uit mijn eigen verzameling.

De Sint-Walburgakerk in Oudenaarde is een van de belangrijkste gotische kerken in Vlaanderen.

De kerk werd gebouwd tussen de 12e en 16e eeuw en heeft een rijke geschiedenis.

De kerk was oorspronkelijk gewijd aan de heilige Walburga, een Engelse abdis die in de 8e eeuw leefde.

De huidige kerk bestaat uit twee delen: het vroeggotische koor uit de 13e eeuw en het schip in Brabantse gotiek uit de 15e en 16e eeuw.

De toren, die 88 meter hoog is, heeft een barokke kap uit 1620 die ontworpen werd door de Oudenaardse architect Simon de Pape.

De Sint-Walburgakerk herbergt ook een schat aan kunstwerken, vooral uit de barokperiode.

Een van de meest opvallende werken is het hoofdaltaar dat gemaakt werd door Rubens en zijn leerlingen.

Het altaarstuk toont de hemelvaart van de heilige Walburga en is een meesterwerk van kleur en compositie.

De Sint-Walburgakerk heeft ook een bijzondere orgelgeschiedenis.

Al in de 15e eeuw was er sprake van een groot orgel in de kerk dat later vervangen werd door een nieuw orgel van Cornelis de Moor rond 1543.

Dit orgel werd echter verkocht in 1910 en vervangen door een nieuw orgel van de Brusselse orgelbouwer Cloetens in 1912.

Dit orgel werd in 2013 grondig gerestaureerd en is nog steeds te bewonderen in de kerk.

De geschiedenis van Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele in Oudenaarde.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele is een gotische kerk in Oudenaarde, aan de rechteroever van de Schelde.

In deze kerk werd op 5 juli 1522 Margaretha van Parma gedoopt.

Margaretha van Parma was een buitenechtelijke dochter van keizer Karel V en Johanna van der Gheynst.

Johanna van der Gheynst werd geboren rond 1505 in Nukerke bij Oudenaarde, als dochter van een tapijtverkoper en een adellijke dame.

Ze werd wees op vijfjarige leeftijd en kwam in dienst bij Karel I van Lalaing, de gouverneur van Oudenaarde.

In 1521 ontmoette ze keizer Karel V.

Na de bevalling van haar dochter, moest ze afstand doen van haar kind. Want Karel V erkende haar als zijn wettige kind en liet haar opvoeden door zijn tante en zijn zus.

Johanna trouwde later met Johan van den Dijcke, een raadsheer en rekenmeester, en kreeg nog negen kinderen.

Ze stierf in Brussel op 15 december 1541.

Margaretha van Parma verhuisde op jonge leeftijd naar Italië, waar ze twee keer trouwde en hertogin van Florence, Parma en Piacenza werd.

In 1559 werd ze door haar halfbroer Filips II aangesteld als landvoogdes over de Habsburgse Nederlanden.

Ze kreeg te maken met de opstand van de edelen, het smeekschrift en de beeldenstorm.

In 1567 werd ze vervangen door de hertog van Alva en keerde ze terug naar Italië, waar ze in 1586 overleed in Ortona.

De kerk werd gebouwd tussen 1234 en 1300 in opdracht van Arnulf IV, de heer van Oudenaarde en Pamele.

De naam van de bouwmeester, Arnulf van Binche, staat vermeld op een plaat op de gevel.

De kerk is een voorbeeld van Scheldegotiek, met een dubbele overlangse galerij, een achtzijdige vieringstoren en hoektorentjes.

De kerk heeft ook een authentiek dakgebinte uit de 13e eeuw bewaard.

De drassige grond rond en onder de funderingen van het kerkgebouw zorgt voor instabiliteit.

De Schelde stroomt vlak langs de noordwestelijke gevel. De verzakking is vooral zichtbaar aan de binnenkant van het transept en het priesterkoor.

De provincie Oost-Vlaanderen houdt de stabiliteit regelmatig in de gaten via Monumentenzorg.

Van 21 september 2024 tot 5 januari 2025 organiseert het MOU een ambitieuze tentoonstelling gewijd aan de fascinerende figuur Margaretha van Parma (1522-1586).

Het stadhuis van Oudenaarde in oude postkaarten uit mijn persoonlijke verzameling

Het stadhuis van Oudenaarde is een prachtig voorbeeld van de Brabantse laatgotiek en een erkend UNESCO-werelderfgoed.

Het werd gebouwd tussen 1526 en 1537 door de Brusselse bouwmeester Hendrik van Pede, die het oude schepenhuis en de lakenhalle uit de 14e eeuw in zijn ontwerp integreerde.

Het stadhuis heeft een L-vormige plattegrond en is rijkelijk versierd met beeldhouwwerk, maaswerk en bladgoud.

Op de belforttoren staat een bronzen beeld van Hanske de Krijger.

Hanske de Krijger is een volksheld en het embleem van de stad Oudenaarde.

Het verhaal gaat dat toen keizer Karel V Oudenaarde bezocht de stadswachter Hanske de Krijger, die op uitkijk stond, hem niet had zien aankomen.

Hanske zou toen in slaap zijn gevallen, omdat hij te veel Oudenaards bier had gedronken.

Volgens een zestiende-eeuwse legende zou de keizer hebben opgedragen om een bril in het wapenschild te zetten.

In werkelijkheid is het embleem in het wapenschild echter geen bril maar een gotische letter A van Audenaerde.

De oorsprong van de legendevorming is het vergulde roodkoperen beeld dat sinds 1538 het Stadhuis van Oudenaarde bekroont.

Het toont een vaandeldrager uitgerust als een Spaans soldaat.

De Oudenaardse goudsmid Willem Blansterins maakte dit beeld in 1530.

Het stadhuis herbergt ook het MOU, een museum dat de geschiedenis van Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen vertelt aan de hand van wandtapijten, schilderijen en archeologische vondsten.

Oudenaarde in oude postkaarten uit mijn eigen verzameling.

Oudenaarde heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 11de eeuw, toen er een burcht werd gebouwd om de grens tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk te verdedigen.

Oudenaarde kreeg in 1150 een stadskeure van graaf Filips van de Elzas en groeide uit tot een belangrijk handels- en nijverheidscentrum.

In de 16de eeuw was Oudenaarde beroemd om zijn wandtapijtenproductie, die over heel Europa werden verkocht.

De stad was ook de geboorteplaats van Margaretha van Parma, de onwettige dochter van keizer Karel V en Johanna van der Gheynst, een weversdochter uit Oudenaarde.

Margaretha werd later landvoogdes over de Nederlanden.

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee bij Madam in Kluisbergen om 18u30 en op vrijdag 25 maart om 20 u in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

Steef Verwée (1951) was reeds van kindsbeen – samen met zijn vader José – gepassioneerd door het Oudenaards intermuros dialect.

De gehele familie sprak generaties lang het ouwenors.

De familieroots gaan terug tot midden 16° eeuw.

De eerste brief tussen voorvader Jozef Verwée en zijn zonen stamt uit 1730.

Rond zijn 18 jaar schrijft Steef zijn meeste Oudenaardse liederen waar hij plaatselijk mee optreedt.

Rond 1973 – na zijn studies aan het conservatorium te Gent – begon zijn musical- en theater loopbaan in NTG, Arca, Arena, theater poëzien e.a.

Om zijn eigen creatie’s op een professioneel niveau te brengen schoolt hij zich bij in script-writing en lighting design ( Londen, A’dam…).

Mede door zijn succesvolle creaties ( o.a.Claus on the Rocks) in professionele theaters kan hij daardoor tijdelijk aan de slag bij het KNTV als artistieke begeleiding bij amateurgezelschappen in Vlaanderen.

Dit was een dankbare broodwinning voor de toen jonge vader van twee kinderen.

In die periode richt hij als auteur-componist zijn eigen uitgeverij De Cirkel op.

Na zijn werkzaamheden in Theater Arena sticht hij zijn firma Applied Promotions Intermed nv, die instaat voor cultuurspreiding intern de bedrijfswereld.

Hij blijft ondertussen actief met het creëren van eigen werk met als belangrijke ervaring de première van zijn The Erotic Opera (25-en 26 juni 1985) in de stadsschouwburg van A’dam.

Een dichte vriendschap met Hugo Claus zal eveneens een groot deel van zijn verdere creatief werk beïnvloeden.

Door toeval of niet wordt Steef gevraagd ifv de retrospectieve tentoonstelling Beatles, Bombardons en Buuneklakkers (2012 in de oude brandweerkazerne) zijn jaren-60 liedjes in het Oudenaards dialect nog eens uit te voeren.

Steefs liedjes trekken de aandacht van het Oudenaards stadsbestuur, die hem vragen om deze liedjes op cd vast te leggen.

Dit resulteert in ‘Oudenaarde een Hymne’, een drieluik-uitgave met booklet en een selectie van 20 Oudenaardse liederen, composities.

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

De live uitvoering van de liederen bij de cd-release vindt plaats in het CC De Woeker (2014).

Steefs prestatie wordt door het Stadsbestuur bekroond met de eervolle titel ‘Ambassadeur van het Oudenaards Dialect’.

Na een ernstig ongeval in 2015 dring zich een onvermijdelijke rustperiode op en Steef zet zich terug aan de componeer- en schrijftafel met als resultaat enkele nieuwe CD-uitgaven en drie theatercreaties, maar ook vooral 18 nieuwe liederen in de Oudenaardse streektaal met als belangrijke thematieken geschiedenis, erfgoed, emotie en plezier.

Voor de nieuwe CD ‘ Oudenaarde een idioticon’ naar analogie met ‘Isidoor Teirlincks Zuid-Oostvlaandersch idioticon’ (1905) laat Steef zich inspireren door Oudenaarde en verhalen en sagen uit de deelgemeenten, maar ook door het Horebeke van de Geuzen.

In tegenstelling tot ‘ Oudenaarde een Hymne ‘ (2014) worden in de nieuwe cd (2022) heel wat uitdrukkingen, oude woorden, woordvormen en zegswijzen aangewend die in onze omgangstaal dreigen te verdwijnen. Aldus een idioticon waardig.

Verwee wil met de cd mensen laten genieten van zijn dialect, maar ook wat geschiedenis meegeven.

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

Zijn goede vriend Marijn Devalck zal te zien zijn in de videoclip ‘Largootje voor mijn prinsesje’.

Deze videoclip werd geregisseerd en opgenomen door het professioneel team van de Vlaamse film Adam en Eva die al heel wat nominaties in de wacht sleepten, en waarin Marijn Devalck en Bob De Moor samen met een klein meisje van acht jaar de hoofdrollen speelden.

De regisseur was Nicolaas Rahoens. De cameraman was Piet Meerschaut.

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.

De cd is te koop bij Music House, Krekelput in Oudenaarde, ‘De Standaard’ boekhandel, Nederstraat in Oudenaarde en Het Mou (toeristische dienst) in Oudenaarde. Prijs: 16,50 euro.

Zaterdag 23 april om 20 uur officiële première van het album op het Wereld Erfgoed Weekend in het in het CC van Oudenaarde. (Diverse bronnen, Patrick Depypere en AVS)

Vanavond avant-première van de voorstelling van het nieuw album Oudenaarde een idioticon van de Gentse Oudenaardist Steef Verwee in het kasteel Liedts Park in Oudenaarde.