Vandaag 90 jaar geleden, het Belgische volk verliest een geliefde vorstin (Koningin Astrid, 29 augustus 1935, ABC 8 september 1935)

Samen met haar echtgenoot, koning Leopold III, maakte ze incognito onder de naam Renard een laatste uitstapje voor ze huiswaarts zouden keren.

Het ongeval gebeurde toen de koning, die zelf aan het stuur zat, even werd afgeleid doordat de koningin hem iets aanwees.

Hij verloor de controle over de wagen, die van de weg raakte en tegen een perenboom botste.

De koningin, die wellicht probeerde uit de reeds geopende deur te springen, werd uit de auto geslingerd en kwam met een fatale klap tegen diezelfde boom terecht.

De wagen reed nog door, botste tegen een tweede boom en belandde in het Vierwoudstrekenmeer.

Door een zwaar hoofdletsel was koningin Astrid op slag dood.

Met haar stierf mogelijk ook haar ongeboren vierde kind.

De koning zelf was opmerkelijk genoeg vrijwel ongedeerd.

Het nieuws van haar dood, na slechts een jaar koningin te zijn geweest, dompelde België in een diepe rouw.

Het land treurde om zijn jonge, geliefde vorstin en leefde mee met de prinsen Boudewijn en Albert en prinses Joséphine-Charlotte, die de avond ervoor met de trein naar huis waren vertrokken en nu plots hun moeder verloren hadden.

Het verlies tekende koning Leopold voor de rest van zijn leven.

Zijn verdriet was immens; hij verbood zelfs zijn kinderen om over hun moeder te spreken, liet haar boudoir onaangeroerd en bewaarde zelfs haar met bloed besmeurde jurk.

Als blijvende herinnering liet hij een kapel bouwen op de plaats van het ongeluk in Küssnacht, op een stuk grond dat hem door de gemeente werd geschonken.

Koningin Astrid, de vierde koningin der Belgen, vond haar laatste rustplaats in een praalgraf in de koninklijke crypte van Laken.

Ze rust er naast haar echtgenoot en diens tweede vrouw, Lilian, prinses van Retie.

Haar belangrijkste erfenis zijn haar kinderen: Joséphine-Charlotte, de latere groothertogin van Luxemburg, en de koningen Boudewijn en Albert II, die de toekomst van de Belgische monarchie zouden bepalen (29 augustus 1935, ABC 8 september 1935)

Sfeerfoto’s van koning Leopold en prinses Liliane en hun kinderen kort na hun bevrijding door de Amerikanen.

Deze foto’s tonen het koninklijke gezin in Strobl, een klein dorpje in Oostenrijk, waar ze naartoe werden gebracht na hun bevrijding uit het kasteel van Hirschstein in Saksen, waar ze sinds juni 1944 gevangen zaten.

Ze verbleven daar van mei tot september 1945, onder de bescherming van de Amerikaanse troepen.

Daarna vertrokken ze naar Zwitserland, waar ze tot 1950 in ballingschap leefden.

Ze keerden pas terug naar België na de troonsafstand van Leopold III, die veel controverse had veroorzaakt door zijn houding tijdens de oorlog (De Post 28 februari 1954)

Vandaag 90 jaar geleden, eedaflegging van Koning Leopold III (23 februari 1934)

Hij volgde zijn vader Albert I op, die een paar dagen eerder was omgekomen bij een klimongeval in Marche-les-Dames.

Leopold III werd geboren op 3 november 1901 in Brussel als oudste zoon van Albert I en Elisabeth.

Hij bracht zijn jeugd door op het kasteel van Laken en kreeg een strenge opvoeding.

In 1914, na het uitbreken van de oorlog, vergezelde hij zijn ouders en verbleef met hen in De Panne.

Van 1915 tot 1919 was hij, met onderbrekingen, leerling in Eton College.

Vanaf 1919 volgde hij in Brussel een militaire opleiding.

Hij huwde in 1926 met prinses Astrid van Zweden, met wie hij drie kinderen kreeg: Josephine-Charlotte, Boudewijn en Albert.

Bij zijn eedaflegging op 23 februari 1934 was hij 32 jaar oud.

De plechtigheid vond plaats in het parlement, in aanwezigheid van de regering, de hoge magistratuur, de diplomatieke vertegenwoordigers en de leden van de koninklijke familie.

Leopold III legde de eed af in de drie landstalen: Nederlands, Frans en Duits.

Hij beloofde de grondwet en de wetten van het Belgische volk te onderhouden en de nationale onafhankelijkheid en de integriteit van het grondgebied te handhaven.

Prinses Josephine Charlotte van België (oktober 1948)

Prinses Josephine Charlotte was de oudste dochter van koning Leopold III en koningin Astrid van België.

Ze werd geboren op 11 oktober 1927 in het Koninklijk Paleis te Brussel.

Ze had een jongere broer, koning Boudewijn, en een jongere zus, prinses Marie-Christine.

Ze groeide op in een tijd van politieke en sociale onrust in België, die werd verergerd door de Tweede Wereldoorlog en de koningskwestie.

Ze kreeg een strenge opvoeding en een uitgebreide opleiding, waarbij ze verschillende talen leerde spreken.

Op 9 april 1953 trouwde ze met groothertog Jan van Luxemburg, met wie ze vijf kinderen kreeg: Marie-Astrid, Henri, Jean, Margaretha en Guillaume.

Ze werd zo de groothertogin van Luxemburg en speelde een actieve rol in het openbare leven van het groothertogdom.

Ze zette zich in voor sociale en culturele doelen, zoals het Rode Kruis, de Unesco en de bescherming van het erfgoed. Ze was ook een liefhebber van muziek en kunst en steunde verschillende instellingen op dat gebied.

Prinses Josephine Charlotte overleed op 10 januari 2005 in het kasteel van Fischbach, na een lange strijd tegen longkanker.

Ze werd 77 jaar oud.

Ze werd begraven in de kathedraal van Luxemburg, naast haar echtgenoot, die haar in 2019 volgde.

Gisteren nog vandaag

60 jaar geleden, te gast bij Leopold III van België en prinses Lilian in de Dolomieten (september 1961)

60 jaar geleden, te gast bij Leopold III van België en prinses Lilian in de Dolomieten (september 1961)
60 jaar geleden, te gast bij Leopold III van België en prinses Lilian in de Dolomieten (september 1961)
60 jaar geleden, te gast bij Leopold III van België en prinses Lilian in de Dolomieten (september 1961)
60 jaar geleden, te gast bij Leopold III van België en prinses Lilian in de Dolomieten (september 1961)