Marie Gevers: van kasteel Mussenborg tot de literaire wereld

De Vlaamse schrijfster Marie Gevers bracht een groot deel van haar leven door op het kasteel Mussenborg in het Antwerpse Edegem.

Ze groeide op in een welgesteld gezin als dochter van een Antwerpse suikerfabrikant, die in 1907 overleed, en van een moeder, die de dochter was van een voormalige burgemeester van Boom en in 1923 overleed.

In plaats van naar een traditionele school te gaan, kreeg Marie thuis degelijk privéonderwijs.

Haar literaire pad kreeg een beslissende wending door haar vriendschap met Rite Cranleux, een nichtje van dichter Emile Verhaeren.

Via haar leerde Gevers Verhaeren persoonlijk kennen.

Aangemoedigd door zowel Verhaeren als Max Elskamp begon ze met dichten.

Gisteren nog vandaag

Al in 1907 debuteerde ze met drie gedichten in het Brusselse tijdschrift Durendal, waarna Verhaeren ervoor zorgde dat haar poëzie ook een plek kreeg in het toonaangevende Franse tijdschrift Mercure de France.

Hoewel haar debuutbundel Missenbourg al in 1914 voltooid was, verscheen deze pas in 1917.

In 1931 maakte ze de overstap naar proza met haar eerste roman La comtesse des digues, later vertaald als De dijkgravin.

Hierna liet ze de poëzie achter zich en legde ze zich volledig toe op romans en kinderboeken.

Haar werk had vaak een autobiografische en licht filosofische ondertoon.

Met een gevoelige, nauwgezette blik bracht ze het Vlaamse plattelandsleven tot leven, vooral rond de Scheldestreek, waardoor ze vaak gerekend wordt tot de heimatliteratuur.

Ze schetste op tedere en nostalgische wijze het reilen en zeilen op haar geliefde kasteel Mussenborg en het landelijke bestaan aan het begin van de twintigste eeuw.

Gisteren nog vandaag

Daarnaast bouwde Gevers een sterke reputatie op als vertaalster naar het Frans.

Ze vertaalde klassiekers zoals Hollands Glorie van Jan de Hartog en boeken van bevriende auteurs, waaronder Moeder, waarom leven wij? van Lode Zielens en diverse werken van Felix Timmermans.

Timmermans verzorgde op zijn beurt de illustraties bij haar kinderverzen in Almanach perpétuel des jeux d’enfants / Chansons de Marie Gevers.

Ook de bekende sprookjes van koningin Fabiola werden door haar naar het Frans overgezet.

In 1975 overleed Marie Gevers op 91-jarige leeftijd.

Haar kist werd bijgezet in de familiegrafkelder op de begraafplaats van Edegem, de plek waarmee haar leven en werk altijd zo nauw verbonden bleven.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag, 65 jaar geleden, waren koning Boudewijn en koningin Fabiola te gast op de Belgische ambassade in Rome.

Op deze receptie was toen ook kanunnik Lucien De Bruyne aanwezig. (foto 1)

Lucien De Bruyne was een vooraanstaand Belgisch geestelijke en een internationaal gerespecteerd deskundige op het gebied van vroegchristelijke archeologie.

Zijn kerkelijke loopbaan begon in 1928, het jaar waarin hij tot priester werd gewijd.

Al snel trok hij naar Rome, het historische hart van het christendom, waar hij in 1931 aan het Pauselijk Instituut voor Christelijke Archeologie met de hoogste onderscheiding, summa cum laude, zijn doctoraat behaalde.

In de jaren die volgden, specialiseerde hij zich verder en schreef hij diverse academische bijdragen over vroegchristelijke kunst, oude Romeinse sarcofagen en de catacomben.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg zijn carrière binnen het Vaticaan verder gestalte.

In 1946 werd hij benoemd tot directeur van de Pauselijke Commissie voor Gewijde Archeologie, een uiterst prestigieuze functie waarbij hij de verantwoordelijkheid kreeg over het beheer, het behoud en de studie van de eeuwenoude catacomben in en rond Rome.

Daarnaast was hij als censor verbonden aan de Pauselijke Academie voor Oudheidkunde, wat getuigt van zijn grote wetenschappelijke autoriteit.

Naast zijn academische werk speelde hij een centrale rol voor de Belgische gemeenschap in Rome.

Hij werd benoemd tot rector van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen, een plek die fungeerde als een spiritueel en cultureel ankerpunt voor landgenoten in de Eeuwige Stad.

Als erkenning voor zijn uitzonderlijke verdiensten voor de kerk en de wetenschap werd hij in 1965 door de paus verheven tot apostolisch protonotaris, een hoge eretitel waardoor hij als monseigneur mocht worden aangesproken.

Ondanks zijn indrukwekkende loopbaan in Italië behield hij een sterke band met zijn thuisland.

Zo was hij verbonden aan het bisdom Gent als lid van het prestigieuze Sint-Baafskapittel.

Na een leven dat volledig in het teken stond van de kerkgeschiedenis en de archeologische wetenschap, bracht hij zijn laatste jaren door in België.

Hij overleed op 12 mei 1978 in de Oost-Vlaamse gemeente Waarschoot.

40 jaar geleden, te gast bij Élisabeth de Chimay.

Hoewel ze door haar huwelijk een Belgische prinses werd, was ze van Franse oorsprong.

Prinses Élisabeth werd geboren in Bordeaux, Frankrijk, op 20 maart 1926 als Martha Marie Élisabeth Antoine Manset.

Ze groeide op in de wijnhandel van haar familie, maar haar jeugd werd getekend door een tragedie: ze was slechts 13 jaar oud toen haar ouders in 1939 omkwamen bij een auto-ongeluk.

Op 18-jarige leeftijd verhuisde ze naar Parijs.

In 1947 trouwde Élisabeth Manset met Élie de Riquet, de 20e Prins van Caraman en Chimay (1924-1980).

Door dit huwelijk werd ze Prinses van Chimay en verhuisde ze naar het voorouderlijk kasteel van de familie in Henegouwen.

Vanaf haar huwelijk in 1947 tot aan haar dood op 2 augustus 2023 woonde de prinses op het Kasteel van Chimay.

Prinses Élisabeth wijdde haar leven aan het erfgoed van de familie De Riquet de Caraman en het behoud van de uitgebreide archieven van het kasteel.

Ze stond er ook om bekend het kasteel open te stellen voor cultuur en organiseerde van 1957 tot 1980 een gerenommeerd festival voor barokmuziek.

Daarnaast was ze een goede vriendin en hofdame van koningin Fabiola van België.

Als verdienstelijk schrijfster en biografe publiceerde ze twee belangrijke werken:

  • La Princesse des Chimères (1993): Een biografie van Thérésa Tallien, een invloedrijke figuur tijdens de Franse Revolutie die eveneens prinses van Chimay werd.
  • La Fin d’un siècle, souvenirs (2000): Haar autobiografie, waarin ze terugblikt op haar Franse jeugd en haar ervaringen als prinses.

Het echtpaar kreeg drie kinderen:

  • Philippe (1948)
  • Marie-Gilone (1950)
  • Alexandra (1952)

Haar zoon Philippe (nu de 21e Prins van Chimay) volgt zijn vader op als hoofd van de adellijke familie.

Philippe huwde met een erfgename van InBev, het grootste bierconcern van de wereld.

Bij dat huwelijk was de Belgische prins Laurent aanwezig als getuige.

Op een strategische rots boven de vallei van de Eau Blanche in Henegouwen staat het Kasteel van Chimay.

Al meer dan duizend jaar is dit de residentie van prinselijke families.

Wie ‘Chimay’ hoort, denkt misschien aan het bekende bier, maar het kasteel en de familie die er woont, dragen een veel diepere geschiedenis met zich mee, die zich zelfs uitstrekt tot in het Nederlandse Weert.

De oorsprong van het kasteel gaat terug tot de 11e eeuw. Het is de thuisbasis geweest van vier grote adellijke families, waaronder Croÿ en Hénin-Liétard, en sinds 1804 de familie De Riquet de Caraman.

Het gebouw heeft veel te lijden gehad onder oorlogen, maar de meest recente ramp was een verwoestende brand in 1935, die een groot deel in de as legde.

Het kasteel werd zorgvuldig gereconstrueerd in een renaissance Hendrik IV-stijl, hoewel de middeleeuwse kerkers en de donjon de vroege geschiedenis blijven verraden.

Binnenin tonen de Grote Hal en de Wapenzaal harnassen, terwijl de Portrettenzaal de lange familielijn illustreert.

Het absolute pronkstuk is echter het intieme theater. Dit juweel, een verkleinde kopie van het rococotheater van het Kasteel van Fontainebleau, werd in 1863 gebouwd en is vandaag geklasseerd als Uitzonderlijk Erfgoed van Wallonië.

Het kasteel wordt omgeven door een 25 hectare groot Prinselijk Park, aangelegd als een formele Franse tuin.

De huidige eigenaars, prins Philippe en prinses Françoise de Chimay, hebben net als hun voorgangers hun hart verloren aan Chimay en blazen het kasteel nieuw leven in door er culturele activiteiten met internationale uitstraling te organiseren.

Het theater van het Kasteel van Chimay biedt een divers podium voor concerten (zowel klassieke muziek als jazz), theater, conferenties en speciale voorstellingen voor kinderen.

Deze week is het precies 65 jaar geleden dat Jaime de Mora y Aragón, de flamboyante en controversiële broer van koningin Fabiola, zich in Venetië verloofde met de Zweedse Margit Ohlson.

Er was echter één groot probleem: Jaime was op dat moment pas drie maanden getrouwd met de Mexicaanse actrice Rosita Arenas.

Het was het begin van een van de stormachtigste liefdesverhalen in de Europese high society.

Jaime scheidde bliksemsnel van Rosita om kort daarna in Montevideo met Margit te trouwen.

Dit eerste huwelijk was geen lang leven beschoren en eindigde al snel in een scheiding.

Toch bleek hun liefde sterker dan de ruzies, want in 1966 besloten ze opnieuw met elkaar te trouwen.

Deze verbintenis werd in 1978 nog eens kerkelijk bezegeld.

Jaime gebruikte zijn adellijke afkomst en koninklijke connecties om een graag geziene gast te worden in de jetset, al was hij niet overal welkom.

In 1965 werd hij in Italië veroordeeld voor fraude, wat hem een inreisverbod opleverde.

Zijn levensstijl zorgde ook voor een breuk met zijn zus Fabiola, maar het was Margit die jaren later een verzoening tussen hen wist te bewerkstelligen.

Het koppel bleef samen tot aan de dood van Jaime op 26 juli 1995.

Na zijn overlijden leefde Margit een teruggetrokken leven in Marbella. Haar eigen levenseinde in 2019 was omgeven door mysterie; bronnen spreken elkaar tegen over de exacte datum en er waren zelfs geruchten dat ze een maand onopgemerkt dood in haar appartement had gelegen.