Cashmere: van grote hit en liefde op het eerste gezicht naar een definitief afscheid

In 1979 was er sprake van liefde op het eerste gezicht bij het duo Cashmere.

Vanaf het moment dat Peter Hollestelle, de broer van Conny Vandenbos, een paar jaar eerder ten behoeve van een achtergrondkoortje voor zijn eerste solo-elpee de hulp inriep van Jody Pijper, klikte het al tussen hen beiden.

Ze ontmoetten elkaar destijds tijdens sessies in café Barbaars in Voorburg.

Nadat Jody de achtergrondzang voor zijn elpee had verzorgd en Peter haar opnieuw nodig had voor zijn tweede elpee, was er geen houden meer aan en gingen ze samenwonen om samen een nieuwe carrière op te bouwen en van elkaar te houden.

Dat er sprake was van een nieuwe carrière lag voor de hand, aangezien Peter in 1979 al zo’n vijftien jaar aan de muzikale weg timmerde.

Hij was destijds een jaar of vier de leadzanger van Peter & The Blizzards geweest, een formatie die opviel doordat de leden gekleurde pruiken droegen.

Daarna maakte hij nog een periode deel uit van The Flack en hield hij zich bezig met het theaterbureauwezen.

Na wat muzikale omzwervingen kwam Jody in zijn leven en begon er voor hem een heel nieuw bestaan.

Voor Jody was het traject rond 1972 begonnen, zo’n zeven jaar voor het ontstaan van hun samenwerking.

Na enkele mislukte solistische uitstapjes werd zij geregeld gevraagd om achtergrondkoortjes in te zingen.

Dat verliep dusdanig succesvol dat ze daar destijds vrijwel een dagtaak aan had.

Bij ieder blok STER-spots op de radio en televisie was minstens eenmaal haar stem te horen.

Haar grote voordeel was dat ze over een tiental verschillende stemmen beschikte, waardoor ze destijds veelgevraagd bleef, terwijl ze zich ontspannen als een poes op de schoot van haar partner nestelde.

Uit de samenwerking ontstond aanvankelijk een band van allerlei studiomuzikanten onder de naam The Hacheeband, waaruit uiteindelijk Cashmere werd gevormd.

Via vrienden kwamen ze in contact met Rod Aardse, de toenmalige directeur van platenmaatschappij Fleet Records Benelux.

Hij zag het potentieel van het tweetal direct in, koos voor hen het nummer van Leo Sayer uit en bedacht tevens de groepsnaam Cashmere.

Volgens Peter was het de uitdrukkelijke bedoeling om echt als een groep naar buiten te treden, omdat ze daar de meeste voldoening uit haalden.

Leo Sayer had met dat nummer, getiteld ‘Easy to love’, in 1977 al in een paar landen een hit gescoord.

In 1979 werd dezelfde melodie bij ons bekend onder de titel ‘Love’s what I want’ van Cashmere.

De groep scoorde daarmee één grote hit en bracht daarnaast nog wat minder succesvolle singles uit.

De drummer van de band, Shell Schellekens, tevens producer van Golden Earring, produceerde samen met de groep hun debuutalbum en enig album in 1980.

De band viel kort erna al uit elkaar. Cashmere werd later nog het duo Peter and Jody.

In de zomer van 1981 kwam het definitieve einde, niet alleen op muzikaal vlak, maar ook in de liefde.

Vandaag, 50 jaar geleden, bereikt Leo Sayer met zijn nummer Long Tall Glasses de tweede plaats in de Brt Top 30.

“Long Tall Glasses (I Can Dance)” bereikte nummer 4 in het VK Singles Chart en in Amerika was de single goed voor een negende plaats in de billboard top 100.

In Vlaanderen was de single dus goed voor een tweede plaats en in Nederland zelfs goed voor een eerste plaats.

Deze single is afkomstig van zijn tweede album “Just a Boy” verscheen in 1974 en het album bereikte de vierde plaats in het Britse Albums Chart.

Voor het album werkte hij samen met twee producers, namelijk:

De gekende ex-zanger Adam Faith, die begin jaren 70 een management voor artiesten was begonnen.

Sayer was toen een van zijn eerste klanten.

David Courtney, een songwriter, drummer en producer die met Faith samenwerkte.

Hij schreef ook mee aan de nummers op het album en dit samen met Sayer, die trouwens ook alle teksten schreef.

De arrangementen zijn geschreven door Del Newman.

Buiten het nummer Long Tall Glasses (I Can Dance), die als derde single uit kwam, verscheen er in Vlaanderen en Nederland nog twee andere singles uit het album, namelijk:

“One Man Band” en Bereikte toen nummer 6 in het VK Singles Chart.

In Vlaanderen Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.

“Train” werd vreemd niet in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht, maar wel dus in andere landen, waaronder Vlaanderen en Nederland.

Het nummer was in Vlaanderen goed voor een vijfentwintigste plaats en in Nederland deed het nummer beter en bereikte daar de vijftiende plaats.

Op dit album verscheen ook het door hem geschreven nummer Giving It All Away, die een groot succes was voor Roger Daltrey in 1973.

Voor het album werkte Sayer met de volgende muzikanten:

Gerry Conway: Drums

Alan Tarney: Basgitaar

Dave Courtney: Keyboards

Cliff White: Gitaar

De albumhoes van Just a Boy is ontworpen door Humphrey Butler-Bowdon, zijn oude leerkracht die hem les gaf aan op academie (Leo Sayer, eindelijk weer mezelf zijn uit de Joepie van 25 december 1974).

45 jaar geleden, Leo Sayer met zijn cover I Can’t Stop Loving You (Though I Try).

Het nummer is geschreven door Billy Nicholls, een Engelse singer-songwriter die ook nummers heeft geschreven voor onder meer Del Shannon, Pete Townshend, The Babys en Justin Hayward.

Hij schreef het nummer I Cant Stop Loving You een jaar eerder in 1977 voor zijn groep White Horse.

De producer van de versie van Leo Sayer was Richard Perry, een Amerikaanse muziekproducent die ook artiesten als Fats Domino, Ella Fitzgerald, Tiny Tim, Barbra Streisand, Johnny Mathis, Harry Nilsson, Ringo Starr, Andy Williams en Carly Simon heeft geproduceerd.

Het nummer is terug te vinden op het album Leo Sayer dat in 1978 werd uitgebracht door het platenlabel Chrysalis.

De single bereikte in Vlaanderen en Nederland niet de hitparade. (poster Joepie 8 oktober 1978)