Vandaag 75 jaar geleden, inhuldiging van het standbeeld van generaal Emile Storms in Elsene (17 oktober 1948).

Dit ging samen met verschillende demonstraties om de veertigste verjaardag van de annexatie van Congo bij België en de twintigste verjaardag van de Vereniging van Koloniale Veteranen te vieren.

Op het Square de Meeus (voorheen Square de l’Industrie, en is een plein en park in de Leopoldswijk in Brussel.) werd de buste van generaal Storms, oprichter van Pala en architect van de slavernijcampagne, op zijn basis teruggeplaatst.

De vorige buste van deze man werden tijdens de oorlog door de Duitsers verwijderd om te gebruiken als grondstop voor de oorlogsindustrie.

Toen kreeg die man nog steeds lof voor zijn strijd tegen de slavernij en beschreef men hem in de Belgische pers als de bevrijder van de Congolese bevolking. Dit gezien zijn jacht op plaatselijke slavendrijvers.

Generaal Storms was een Belgische militair die vooral bekend is om zijn rol in de kolonisatie van Congo.

Hij werd geboren in 1840 in Antwerpen en trad in 1859 toe tot het Belgische leger.

Hij nam deel aan verschillende veldtochten in Europa en Afrika, waaronder de Frans-Duitse Oorlog, de Mahdi-opstand in Soedan en de Congolese verovering van Leopold II.

Generaal Storms en Lusinga Lwangombe waren dan ook twee belangrijke figuren in de koloniale geschiedenis van Congo.

Storms was een Belgische militair die in 1884 de opdracht kreeg om het gebied rond het Tanganyikameer te veroveren en te pacificeren.

Lusinga werd rond 1840 geboren in Buluba, het land ten noordoosten van Lubanda, bewoond door de oostelijke Luba.

Op een gegeven moment schijnt Lusinga Unyanyembe, bij Tabora in het huidige Tanzania, te hebben bezocht, waar hij zich bewust werd van de waarde die aan slaven en ivoor werd gehecht.

Hij bewapende zich en was de eerste die vuurwapens gebruikte in de streek ten westen van het Tanganyikameer.

Met deze superieure bewapening versloeg hij al snel de stamhoofden van de regio Kaap Tembwe, een belangrijk punt in de handelsoversteek van het Tanganyikameer, en vestigde zich daar in een versterkt dorp.

Nadat hij de plaatselijke bevolking door slavenarbeid had uitgedund, en onder druk van andere slavendrijvers, verhuisde hij naar een nieuwe basis op twee dagen lopen van Lubanda in het Mugandja-gebergte, aan de oevers van de Muswe, een zijrivier van de Lufuko.

Aan het eind van zijn leven had Lusinga zestig vrouwen.

Deze leverden nuttige arbeidskrachten voor landbouwwerkzaamheden, waardoor Lusinga zijn rijkdom nog verder zag toenemen.

Hij stond ook bekend om zijn verzet tegen de Europese indringers.

De confrontatie tussen Storms en Lusinga vond plaats op 4 december 1884, toen Storms met een kleine troepenmacht de heuvel bestormde waar Lusinga zijn versterkte dorp had gebouwd.

Na een kort gevecht werd Lusinga gedood en onthoofd door Storms, die zijn schedel als trofee meenam naar Europa. Toen hij terugkeerde, gaf hem aan de antropoloog Émile Houzé, die een verhandeling over het onderwerp schreef waarin hij de “degeneratie” in de schedel zag.

De schedel wordt nog steeds bewaard in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren.

Storms liet ook het dorp platbranden en nam veel vrouwen en kinderen gevangen.

Deze gewelddadige actie maakte een einde aan de onafhankelijkheid van de Tabwa en opende de weg voor de Belgische kolonisatie van het gebied.

Hij stond bekend als een meedogenloze en ambitieuze leider, die geen genade toonde voor de inheemse bevolking.

Hij was verantwoordelijk voor talrijke wreedheden, zoals het afhakken van handen, het verbranden van dorpen en het uitbuiten van dwangarbeiders.

Hij werd door sommigen beschouwd als een held en door anderen als een schurk.

In 1895 keerde hij terug naar België, waar hij werd bevorderd tot luitenant-generaal en lid werd van de Senaat. Hij overleed in 1918 in Brussel.

Zijn standbeeld staat sinds 1923 in het Meeûssquare in Elsene, maar is al jaren het onderwerp van controverse en protesten.

Sommigen willen het standbeeld verwijderen of aanpassen, omdat het een symbool is van het koloniale verleden en het lijden van de Congolezen.

Anderen willen het standbeeld behouden of beschermen, omdat het een deel is van de Belgische geschiedenis en cultuur.

Sinds hij in 2018 burgemeester van Elsene werd, maakte Christophe Doulkeridis (Ecolo) duidelijk dat hij het beeld, een kopie van het marmeren origineel uit 1906 van Marnix D’Haveloose, wilde verwijderen.

De plannen raakten in een stroomversnelling door de Black Lives Matter-protesten.

“Het zou een vergissing zijn om alles te verwijderen, maar het zou ook een vergissing zijn om niets te verwijderen,” aldus de burgemeester. “Hier hebben we ervoor gekozen om de buste te verwijderen van iemand die bekendstond voor zijn barbaarsheid, iemand die hoofden afhakte.

De buste hoort niet meer thuis op het voetstuk waarop ze werd geplaatst,” aldus Doulkeridis.

“De opfrissing van het geheugen gebeurt op verschillende bevoegdheidsniveaus, zowel federaal als gewestelijk.

Ook onze gemeente Elsene neemt haar verantwoordelijkheid op in deze zaak en voert op initiatief van burgemeester Christos Doulkeridis dit laakbaar historisch personage af,” zegt Romain De Reusme, PS-fractieleider in het schepencollege.

Al in 2020 diende de gemeente een aanvraag van stedenbouwkundige vergunning in om de buste van luitenant-generaal Storms en de sokkel op de Meeûssquare af te breken.

Daarvoor moest onder andere een volledige historische analyse gemaakt worden van de square om de oorspronkelijke samenstelling te bepalen.

Gezien de originele buste in 1943 werd gestolen door de Duitsers en vervangen door een marmeren kopie, behoort de buste niet tot het oorspronkelijk beschermd geheel.

De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en het Museum van Elsene hebben aangeboden om het standbeeld te ontvangen en in zijn historische context te plaatsen.

In afwachting van een beslissing zal het door de gemeente in bewaring worden gehouden.

Wat betreft Lusinga Lwangombe, die krijgt nu alle positieve aandacht en heeft in de emblematische Grote Rotonde in het vernieuwde Afrikamuseum, een beeld gekregen in 2020, ontworpen door de Congolese kunstenaar Aimé Mpane dat de schedel van chef Lusinga voorstelt.

50 jaar geleden, koning Boudewijn, koningin Fabiola, prins Albert, prinses Paola, prins Louis Napoléon Bonaparte en prinses Alix de Foresta samen op vakantie (De Post 6 augustus 1972)

Prins Lodewijk Napoleon (bekend als Louis Napoléon Bonaparte) was de zoon van Napoleon Victor Bonaparte en Clementine van België, de jongste dochter van Leopold II.

Aangezien leden van voorheen regerende geslachten destijds uit Frankrijk waren verbannen, groeide hij op in België en bracht hij ook tijd door bij de bejaarde keizerin Eugénie, de vrouw van Napoleon III, in het Verenigd Koninkrijk.

Zijn opleiding ontving hij in Leuven en Lausanne.

Nadat premier Édouard Daladier had geweigerd hem in Franse dienst te laten treden, nam hij dienst in het Vreemdelingenlegioen.

Na de wapenstilstand van 1941 keerde hij terug naar Zwitserland, waar hij destijds verbleef.

In 1942 werd hij door de Duitsers gearresteerd, maar later vrijgelaten.

Hoewel onder beperkingen wist hij lid te worden van de Organisation de résistance de l’armée, waar hij diende in de Karel Martel-brigade. Na de oorlog verhuisde hij naar Parijs, hoewel de verbanningswet pas in 1950 werd ingetrokken.

Lodewijk deed zaken in de Franse en Belgische koloniën in Afrika en wijdde zich ook aan de sport, motorracen – hij was voorzitter van de Association Sportive de l’Autoclub – en wintersport.

Al sinds de dood van zijn vader in 1926 was hij troonpretendent.

Lodewijk huwde op 16 augustus 1949 met Alix de Foresta (4 april 1926).

Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren:

Karel Marie Jérôme Victor (1950), gehuwd met Béatrice van Bourbon-Sicilië, dochter van Ferdinand, hertog van Castro

Cathérine Elisabeth Albérique Marie (1950), gehuwd 1) met Nicolò San Martino d’Agliè dei Marchesi di Fontanetto en 2) met Jean Dualé

Laure Clémentine Geneviève (1952), gehuwd met Jean-Claude Leconte

Jérôme Xavier Marie Jozef Victor (1957)

Per testament onterfde hij zijn zoon Karel Napoleon vanwege diens scheiding van prinses Béatrice van Bourbon-Sicilië, waarmee Karels zoon Jean-Christophe Napoléon pretendent werd.

Louis Napoléon Bonaparte kwam te overlijden op 3 mei 1997.(Diverse bronnen en De Post 6 augustus 1972)

50 jaar geleden, koning Boudewijn, koningin Fabiola, prins Albert, prinses Paola, prins Louis Napoléon Bonaparte en prinses Alix de Foresta samen op vakantie (De Post 6 augustus 1972)
50 jaar geleden, koning Boudewijn, koningin Fabiola, prins Albert, prinses Paola, prins Louis Napoléon Bonaparte en prinses Alix de Foresta samen op vakantie (De Post 6 augustus 1972)

50 jaar geleden, koning Boudewijn, koningin Fabiola, prins Albert, prinses Paola, prins Louis Napoléon Bonaparte en prinses Alix de Foresta samen op vakantie (De Post 6 augustus 1972)

50 jaar geleden, koning Boudewijn, koningin Fabiola, prins Albert, prinses Paola, prins Louis Napoléon Bonaparte en prinses Alix de Foresta samen op vakantie (De Post 6 augustus 1972)

50 jaar geleden, koning Boudewijn, koningin Fabiola, prins Albert, prinses Paola, prins Louis Napoléon Bonaparte en prinses Alix de Foresta samen op vakantie (De Post 6 augustus 1972)

50 jaar geleden, te gast in het domein van Boechout, aan de rand van de Brusselse grootstad, wordt de wereld groen

Het 17de-eeuwse Hof van Boechout ligt een beetje verstopt op een groot domein aan de rand van het centrum.

Al in de Middeleeuwen werd over dit domein gesproken. Men vermoedt dat op deze grond eerst een hoeve stond.

Het kasteel zelf was lang in het bezit van ‘De Heren van Boechout’.

Door de jaren heen werd het kasteel regelmatig verbouwd en aangepast aan de mode.

In 1879 kocht koning Leopold II het kasteel voor zijn zuster Charlotte.

Zij trouwde met Maximiliaan van Oostenrijk die in 1864 keizer van Mexico werd. Mexico was destijds bezet door Frankrijk.

Nadat de Amerikaanse Burgeroorlog was beëindigd, werd het leger van Napoleon III door de Amerikanen gedwongen Mexico te verlaten.

Dit plaatste Maximiliaan in een benarde positie, maar hij weigerde Mexico te verlaten, ondanks het aandringen van zijn echtgenote.

In 1867 werd hij door de Mexicaanse republikeinen gevangengenomen en gefusilleerd.

Sindsdien was de geestelijke conditie van Charlotte zwak en leidde zij een teruggetrokken leven op het Kasteel van Bouchout.

In 1884 kocht koning Leopold eveneens het aangrenzende kasteel van Meise en integreerde het geheel in één groot domein.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het domein regelmatig als toevluchtsoord voor de lokale bevolking gebruikt.

Keizerin Charlotte was de schoonzuster van Frans Jozef van Oostenrijk, bondgenoot van de bezetter, zodat het Bouchoutse domein door de Duitse soldaten werd gerespecteerd.

Charlotte stierf in 1927 op het domein van Bouchout, waarna een groot deel van de inboedel van het kasteel werd verplaatst naar het Koninklijk Kasteel van Laken.

De kunstschilder Edwin Ganz die goed bevriend was met de koninklijke familie en de rijpaarden ervan geschilderd had, mocht er tot aan zijn dood (1948) in een bijgebouw blijven wonen.

Afgezien van wat vrienden, leefde Ganz er als een kluizenaar en bestudeerde hij de geschiedenis van Kasteel Bouchout en zijn bewoners, waar hij ook over publiceerde.

In 1938 kocht de Belgische staat het volledige domein met het oog op de creatie van de Nationale Plantentuin van België die sinds de overdracht naar de Vlaamse overheid in 2014 de naam Plantentuin Meise kreeg.

Tijdens de mobilisatie van 1939 waren er Belgische soldaten ingekwartierd in de bijgebouwen van het kasteel.

Een aantal van hen beroofden het kasteel in de nacht van 15 november.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het domein eerst bezet door Engelse en daarna door Duitse soldaten.

De Duitse bezetters bouwden een aarden wal om het kasteel en vier bunkers op het domein.

Na de bevrijding in september 1944 werd het domein een oefenterrein van Engelse tanks en een parkeerterrein voor vrachtwagens.

Deze militaire locatie lag onder vuur van de Duitsers en een eerste vliegende bom viel eind november 1944 in de westhoek van het domein waardoor de ruiten van het Kasteel Bouchout braken.

Een paar dagen later viel een tweede vliegende bom, waardoor het kasteel van Meise volledig uitbrandde.

Door het slechte onderhoud was het de eerste decennia na de oorlog treurig gesteld met Kasteel Bouchout.

Vanaf 1965 werden er plannen gemaakt voor een nieuwe bestemming en uiteindelijk werd het kasteel tussen 1987 en 1989 grondig gerestaureerd.

Sindsdien is de voormalige waterburcht het centrum van de Plantentuin Meise dat een oppervlakte heeft van 92 hectaren.

Het wordt gebruikt voor vergaderingen, lezingen en tentoonstellingen.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 21 mei 1972)

50 jaar geleden, te gast in het domein van Boechout, aan de rand van de Brusselse grootstad, wordt de wereld groen

50 jaar geleden, te gast in het domein van Boechout, aan de rand van de Brusselse grootstad, wordt de wereld groen

50 jaar geleden, te gast in het domein van Boechout, aan de rand van de Brusselse grootstad, wordt de wereld groen