De muzikale erfenis van Malcolm McLaren en het ontstaan van zijn cultalbum Paris

Het project rond het album Paris en het specifieke nummer Paris Paris ontstond begin jaren negentig, toen Malcolm McLaren in de Franse hoofdstad woonde.

Na zijn relatie met actrice Lauren Hutton verloofde hij zich met Eugenia Melian. Het stel woonde samen in Los Angeles en Parijs.

Melian was de drijvende kracht achter een van McLarens bekendste soloprojecten; op haar aandringen nam hij in 1994 het cultalbum Paris op.

Het concept werd mede ontwikkeld door Eugenia Melian, die als creative director en producer werkte.

Het oorspronkelijke idee voor het album was om de diversiteit van Parijs vast te leggen, variërend van de jazzgeschiedenis en existentiële filosofie tot de moderne multiculturele invloeden.

Om het album groen licht te krijgen van het Franse label Disques Vogue, was er de voorwaarde dat er een aantal grote Franse iconen aan mee moesten werken.

Voor het nummer Paris Paris slaagde Eugenia Melian erin om Catherine Deneuve te overtuigen.

Deneuve was echter zeer kritisch op de tekst die McLaren had geschreven.

Zij stemde pas toe nadat ze de tekst volledig had laten herschrijven, omdat ze de oorspronkelijke versie niet vond passen bij de Parijse realiteit of haar eigen imago.

De samenwerking resulteerde in een sfeervol duet waarin haar zwoele stem en zijn karakteristieke praat-zingende stijl samenkomen.

De andere grote naam die meewerkte aan het album was Françoise Hardy en dit voor het nummer ‘Revenge Of The Flowers’.

De productie van het album en het nummer was in handen van een team bestaande uit Malcolm McLaren zelf,

Robin Millar en Lee Gorman. Robin Millar was destijds een zeer gerespecteerde producer die internationaal succes had geoogst met onder meer de debuutalbums van The Pale Fountains, Sade, Everything But The Girl, Black en Fine Young Cannibals.

Ook daarna bleef hij verder werken met deze artiesten, aangevuld met namen als Tom Robinson, Big Country, Randy Crawford en Patricia Kaas. Lee Gorman trad op als arrangeur en componist; hij speelde eerder in de groep Bow Wow Wow, een band waarvan McLaren zelf de oprichter en de bedenker was.

Het album werd over een periode van ruim een jaar opgenomen in een geïmproviseerde studio op een zolderkamer in Parijs, waarbij gebruik werd gemaakt van apparatuur die McLaren voordelig in Engeland had aangeschaft.

In de biografie van McLaren, The Life and Times of Malcolm McLaren, blikt Eugenia Melian terug op hun romance.

Ze omschrijft hem als een briljante maar gecompliceerde man, door wie ze uiteindelijk aan de kant werd gezet.

Ze kreeg voor een groot deel van haar werk geen officiële erkenning en bijgevolg ook geen vergoeding.

Zo staat ze op het album Paris alleen vermeld bij het nummer Who The Hell Is Sonia Rykiel?.

Malcolm McLaren, die vooral bekendheid verwierf als de manager van invloedrijke bands als de Sex Pistols en de New York Dolls, had zelf ook een muzikale carrière.

Vanaf de jaren tachtig scoorde hij als soloartiest en projectleider vernieuwende hits door stijlen als hiphop, wereldmuziek, opera en house met elkaar te mengen.

Zijn grootste hits waren ‘Buffalo Gals’ uit 1982, een baanbrekende track in samenwerking met The World’s Famous Supreme Team.

Dit nummer introduceerde de Amerikaanse hiphopcultuur en het scratchen bij het grote publiek in Europa.

‘Double Dutch’ uit 1983 was een energieke hit, gebaseerd op Zuid-Afrikaanse straatmuziek en het gelijknamige touwtjespringspel uit New York.

‘Madam Butterfly’ uit 1984 was zijn grootste hit in Vlaanderen en Nederland.

McLaren combineerde hier de klassieke opera van Puccini met een zware synthpop-beat en gesproken tekst.

‘Waltz Darling’ uit 1989 werd opgenomen met The Bootzilla Orchestra.

Dit nummer bracht de New Yorkse voguing-dansstijl uit de underground-lhbt-vleugel naar de hitlijsten.

‘Somethings Jumpin in Your Shirt’ uit 1989 was een succesvolle samenwerking met zangeres Lisa Marie, die destijds hoog in de hitlijsten eindigde.

Malcolm McLaren overleed op 8 april 2010.