
50 jaar geleden, Micha Marah en haar driejarenplan

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Het Eurovisiesongfestival 1979 was het vierentwintigste Eurovisiesongfestival en vond plaats op 31 maart 1979 in het International Convention Center (ICC) van Jeruzalem, Israël.
Het programma werd gepresenteerd door Daniel Pe’er en Yardena Arazi.
Van de 19 deelnemende landen won Israël met het nummer Hallelujah, uitgevoerd door Gali Atari & Milk & Honey.
Dit lied kreeg 125 punten, 11,3% van het totale aantal punten.
Met 116 punten werd Spanje tweede, gevolgd door Frankrijk op de derde plaats met 106 punten.
Nederland bereikte toen de twaalfde plaats met de zangeres Xandra (Sandra Reemer)
Voor België trad Micha Marah aan.
De verkiezing duurde 5 weken, ze zong eerst 6 liedjes en elke week werd er één liedje geëlimineerd, Comment ça va won alle 4 de halve finales, maar in de finale werd toch voor Hey nana gekozen, een lied dat Micha Marah haatte, ze wilde het laten diskwalificeren en achtergrondzangeres Nancy Dee zou haar plaats innemen als ze niet wilde zingen, maar ze deed het toch en werd laatste.
Het zou duren tot 2023, wanneer ze het nummer terug zou zingen (diverse bronnen en Wikipedia)

Freddy Breck werd geboren als Gerhard Breker op 21 januari 1942 in Sonneberg.
Hij begon zijn muzikale carrière in 1965, toen hij met zijn gitaar optrad in een café.
Zijn doorbraak kwam in 1972, met het nummer Überall auf der Welt, dat gebaseerd was op een aria uit de opera Nabucco van Verdi.
Hij werkte samen met de succesvolle producer Heinz Gletz, die hem hits als Rote Rosen, Bianca, Der Groe Zampano en Die Sterne Steh’n Gut bezorgde.
In 1974 scoorde hij ook in het buitenland, met de Engelse versie van So In Love With You, die de Britse top 50 haalde.
Hij was populair in heel Europa, maar ook in Zuid-Afrika en Japan.
Freddy Breck ontving vele prijzen voor zijn schlagers, waaronder 35 gouden en vijf platina platen. In de jaren tachtig legde hij zich meer toe op het schrijven van liedjes voor andere artiesten.
Hij trad ook regelmatig op in Vlaanderen en Nederland, samen met Dennie Christian, Mieke en Micha Marah.
Hij zong dan ook in het Nederlands.
In 1985 leerde hij zijn vrouw Astrid kennen, met wie hij een eigen muziekbedrijf en platenlabel oprichtte in 1998.
Ze vormden samen het duo Astrid & Freddy Breck, dat hits had als Liebe ist das Feuer einer Nacht.
Ze leefden volgens hun motto: samen door het leven, samen door de show.
Freddy Breck werd 66 jaar oud.
Freddy Breck over zijn onverwachte platen-comback (Joepie 5 juli 1981)

Gisteren nog vandaag
Micha Marah en Freddy Breck horen bij elkaar (Joepie 26 april 1987)



Ignace Baert komt uit een muzikale Kortrijkse familie en zit al op zijn negende op een muziekschool in Kortrijk waar hij o.a. pianoles krijgt van François Glorieux en accordeonles krijgt hij privé in Heule van Hugo Hoste.
Vanaf 1967, Ignace is dan 16 jaar oud, speelt hij op het orgel en zingt bij het dansorkest “The Top Players”, waar ook zijn vader als saxofonist-klarinettist in meespeelt.
In 1968 gaat Ignace doorstuderen aan het Koninklijk Conservatorium in Gent.
In 1968 komt zanger en journalist Erik Marijsse bij het orkest. Hij wordt er gastzanger.
Ignace gaat intensief samenwerken met Marijsse als manager, hetgeen uiteindelijk eindigt in 1976 als Ignace zijn legerdienst gaat doen.
Marijsse neemt “Liefde” (melodie door Ignace en eerste compositie die op een plaat verschijnt) op, dat de B-kant wordt van zijn eerste grote hit “Leven, leven, laten leven”.
De door Ignace geschreven opvolger “Kijk naar omhoog” met als B-kant “Beter geven dan krijgen”; wordt voor Erik Marijsse het grootste succes uit zijn carrière en komt op nummer 1 van de Vlaamse hitparade, waar hij moest opboksen tegen Will Tura met “Het kan niet zijn”.
Marijsse investeert een deel van zijn kapitaal in het orkest en Ignace verandert de naam in 1970 in Lilac Street Band.
In eigen beheer wordt de single “Lilac” opgenomen.
De volgende single “Annelise” (een cover van een Duitstalig nummer) wordt een hit in Vlaanderen en verschijnt op het platenlabel RKM (Roland Klüger).
Al in 1971, wanneer de single “Bestseller” scoort en Radio 2 Zomerhit wordt, valt de Lilac Street Band uiteen vanwege onterechte jaloersheid.
Een groep van drie rondom Ignace gaat verder onder dezelfde naam terwijl Erik Marijsse manager wordt.
In 1972 verkiest hij op de solotoer te gaan, met nog steeds Erik Marijsse als manager.
Daarnaast componeert hij in samenwerking met Erik Marijsse voor zichzelf en anderen.
Hun eerste compositie voor anderen is “Baby baby” voor het duo Nicole & Hugo die er voor België mee naar het Eurovisiesongfestival trekken.
Anderen voor wie ze liedteksten schrijven zijn onder anderen Rita Deneve en Micha Marah.
Zijn eerste solohit in België scoort Ignace in 1973 met “More than sympathy”, dat ook de Nederlandse hitparades bereikt (Veronica top 40).
Het is een productie van Roland Kluger. Het jaar erop komt zijn album uit, “With more than sympathy”.
In samenwerking met Claude François maakt hij in 1974 onder de naam “Jérémy” de plaat “Michèle” (vertaling van “Jo-Ann”, de single die volgde op “More than sympathy”).
Het lied “A sad sad song” wordt in het Frans “Pauvre chanson d’amour”, maar dit komt niet meer uit bij Claude François. De samenwerking wordt stopgezet doordat de deals tussen de twee platenmaatschappijen niet overeenstemmen.
In 1975 vormt hij een gelegenheidstrio met Micha Marah en Raymond van het Groenewoud dat op Yes-Festival in Oostende de tweede plaats behaalt.
Hetzelfde jaar doet het trio ook mee aan het Nordringfestival in Oslo als vertegenwoordigers van de BRT-radio.
Het jaar daarna lijft het Belgisch leger hem in voor het vervullen van zijn dienstplicht. Vanwege zijn bekendheid in Vlaanderen wordt hij in Wallonië gelegerd.
Omdat het met zijn zang-, tekstschrijver en componeercarrière niet echt vlot, besluit Ignace in 1977 muziekles te gaan geven aan diverse scholen rondom Roeselare en verlaat, tijdelijk blijkt later, de showbusiness; hij gaf muziekles aan het VISO in Roeselare en is sedert 1 november 2015 met pensioen.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vanaf 1984 neemt Ignace de muzikale pen weerom in de hand om voor artiesten als Jimmy Frey (“Mon amour (Voor ons allebei)”), Niels William, Liliane Saint-Pierre, Marjolein en Gunther Levi liederen in elkaar te sleutelen en hun platen te produceren.
Het zet hem er vier jaar later toe aan weer op te gaan treden; hij gaat van start met een heropname van “More than sympathy”.
Vanaf 2002 treedt hij op als pianist-zanger met Bart Kaëll en het kwartet van Claire Berthorelly; gaandeweg wordt hij meer en meer begeleider van hen.
Zoon Yuri Baert is ook musicus, en ook bij hem neemt Ignace de rol van tekstschrijver en achtergrondzanger op zich.
Ignace is getrouwd met schoonheidsspecialiste Hilde Manderveld. Zij hebben samen twee kinderen, Anouk en Yuri. Het gezin woont in Deerlijk.(Diverse bronnen, Joepie, Wikipedia en poster Joepie 19 september 1973)


Thomas had een Franse vader en een Nederlandse moeder.
Hij werd geboren in Frankrijk, maar verhuisde toen hij elf maanden oud was met zijn ouders naar Utrecht, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen.
Thomas manifesteerde zich als openlijk homoseksueel en schreef eind jaren zestig en begin jaren zeventig – toen hij nog werkte als boekhouder – enkele boeken over dit onderwerp.
In 1969 nam Harry Thomas een single op, getiteld Ik ben een homo.
De plaat werd uitgebracht op het platenlabel Delta.
Eind 1969 trad hij naar voren als voorzitter van de Nederlandse Homofielen Partij, die streefde naar wettelijke erkenning van ‘homofiele’ relaties.
In mei 1970 kondigde hij aan dat de relatie tussen hem en zijn vriend eind juni zou worden ingezegend in een rooms-katholieke eucharistieviering.
In 1971 organiseerde hij in de Rodahal in Kerkrade zijn eerste schlagerfestival.
In 1974 contracteerde Thomas de jonge Duitse zanger Dennie Christian voor zijn festival.
Mede door het optreden werd “Rosamunde” van Christian begin 1975 een grote hit in de Benelux, nog voordat hij er in Duitsland succes mee had.
In 1976 kwam Christian, op aanraden van Thomas, met het Nederlandstalige nummer “Besame Mucho”.
Het succes daarvan leidde ertoe dat Christian zich vooral op de Nederlandse markt ging richten.
Na contacten met tekenaar Peyo kwam Thomas in 1977 met het idee een lied te maken over de stripfiguren Smurfen.
De manager van Christian wees het idee af, waarna Vader Abraham furore maakte met “’t Smurfenlied”.
In 1978 werd Thomas de manager van Christian.
De samenwerking leidde tot de hit “Guust Flater en de Marsupilami (Wij zijn twee vrienden)”.
Vanaf 1982 werd Christian de vaste presentator van het Schlagerfestival.
In 1991 overleed Thomas op 46-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartstilstand.
Door zijn zwaarlijvigheid kampte hij al jaren met gezondheidsproblemen.(Diverse bronnen, Wikipedia en Story 4 augustus 1987)







Gisteren nog vandaag: Emly Starr, Tonia, Micha Marah, Linda Lepomme, Nicole en Hugo en Stella over Songfestival 1987
