Vandaag is het 70 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Eugene O’Neill is overleden.

Vandaag is het 70 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Eugene O’Neill is overleden.

De pers schreef toen het volgende, zijn grootste drama was zijn eigen leven.

Zijn toneelstukken, die vaak autobiografisch waren, verkenden de donkere kanten van het menselijk bestaan, zoals verslaving, familieconflicten en dood.

O’Neill had zelf een tragisch leven, dat werd getekend door ziekte, verlies en vervreemding.

Hij verbrak het contact met zijn dochter Oona, die op jonge leeftijd trouwde met de veel oudere Charlie Chaplin.

Hij rouwde om zijn zoon Eugene Jr., die zelfmoord pleegde in 1950.

Hij had een moeilijke relatie met zijn vader James, een bekende acteur van Ierse afkomst, die hem weinig aandacht gaf in zijn jeugd.

O’Neill bracht zijn kinderjaren door in hotels, treinen en theaters, waar hij zijn vader zag optreden.

Hij ging naar verschillende kostscholen en studeerde kort aan de universiteit van Princeton, waar hij werd weggestuurd na een incident met een bierfles.

Daarna begon hij te werken bij een groothandel in kruiden en specerijen.

In 1910 trouwde hij met Kathleen Jenkins, met wie hij een zoon kreeg, Eugene Jr.

Het huwelijk duurde echter niet lang en hij verliet zijn gezin om samen met zijn vriend Stevens naar Honduras te gaan.

Ze hadden geen idee wat ze daar konden verwachten en raakten verdwaald in de jungle.

Na vijf maanden van ontberingen en ziekte gaven ze hun avontuur op en keerden ze terug naar de beschaving.

O’Neill ging vervolgens als matroos aan boord van een schip naar Buenos Aires.

In 1911 was hij weer in New York, waar hij zich overgaf aan drank en het nachtleven.

In 1912 werd hij gediagnosticeerd met tuberculose en moest hij naar een sanatorium.

Daar kwam hij in contact met de literatuur en begon hij zelf te schrijven.

Hij verhuisde naar Provincetown, waar hij onderdak vond bij een Engelse familie.

Hij schreef daar zijn eerste toneelstukken, vooral eenakters, maar ook langere werken en gedichten.

Hij sloot zich ook aan bij de artistieke en politieke beweging van Greenwich Village in New York, waar hij veel vrienden en invloeden vond.

In 1918 trouwde hij voor de tweede keer, nu met Agnes Boulton, een jonge Engelse schrijfster.

Ze kregen twee kinderen, Shane en Oona.

O’Neill werd steeds succesvoller als toneelschrijver en won vier keer de Pulitzerprijs en in 1936 de Nobelprijs voor Literatuur.

Hij reisde veel met zijn gezin, onder andere naar Bermuda, Europa en het Midden-Oosten.

Hij experimenteerde met verschillende stijlen en thema’s in zijn drama’s, die vaak autobiografisch waren.

In 1929 scheidde hij van Agnes Boulton en trouwde hij voor de derde en laatste keer, met Carlotta Monterey, een voormalige actrice.

Ze vestigden zich eerst in een kasteel bij Tours in Frankrijk, later in San Francisco en New York.

O’Neill schreef in deze periode zijn meest bekende en gewaardeerde werken, zoals The Iceman Cometh, Long Day’s Journey into Night en A Moon for the Misbegotten.

Hij leed echter ook aan de ziekte van Parkinson, die zijn vermogen om te schrijven steeds meer aantastte.

Hij stierf op 27 november 1953, op 65-jarige leeftijd, in Boston (foto Wikipedia)

Toni Arden, klein van stuk, groots in stem (Tuney Tunes november 1953)

Toni Arden was een Amerikaanse zangeres die vooral bekend was in de jaren 40 en 50.

Ze begon haar carrière als zangeres in de band van haar vader, die een Italiaanse immigrant was.

Ze zong vooral populaire liedjes en ballads, maar ook enkele Italiaanse nummers.

Ze had verschillende hits, zoals “I Can Dream, Can’t I?”, “Too Young” en “Padre”.

Ze trad op in radio- en televisieshows, en werkte samen met artiesten als Frank Sinatra, Perry Como en Dean Martin.

Ze had ook een aantal relaties, waaronder met de acteur John Agar, maar ze trouwde nooit.

Ze bleef zingen tot in de jaren 80, maar trok zich daarna terug uit de schijnwerpers.

Ze overleed in 2012 op 88-jarige leeftijd aan hartfalen.

70 jaar geleden, op bezoek bij de sjah van Perzië Mohammad Reza Pahlavi en Soraya Esfandiary Bakhtiari (november 1953)

In november 1953 ontving de sjah van Perzië Mohammad Reza Pahlavi en zijn tweede echtgenote Soraya Esfandiary Bakhtiari de internationale pers.

Gisteren nog vandaag

Soraya Esfandiary Bakhtiari was de dochter van een Iraanse ambassadeur en een Duitse moeder.

Hun huwelijk was echter gedoemd te mislukken, omdat Soraya geen kinderen kon krijgen.

In 1958 scheidde de sjah van haar, onder druk van zijn hof en de religieuze leiders.

Gisteren nog vandaag

De sjah had al eerder een mislukt huwelijk achter de rug.

Zijn eerste vrouw was de Egyptische prinses Fawzia, met wie hij in 1939 trouwde.

Zij schonk hem een dochter, Shahnaz, in 1940.

Maar het huwelijk was ongelukkig en Fawzia keerde terug naar Egypte in 1945, waar ze een scheiding aanvroeg en kreeg.

De sjah erkende deze scheiding pas in 1948, op voorwaarde dat Shahnaz bij hem bleef.

Na zijn scheiding van Soraya trouwde de sjah in 1959 met Farah Diba, de dochter van een Perzische legerkapitein.

Zij werd de moeder van zijn vier kinderen: kroonprins Reza (1960), Farahnaz (1963), Ali-Reza (1966-2011) en Leila (1970-2001).

Gisteren nog vandaag

In 1967 kroonde de sjah zichzelf en Farah tot keizer en keizerin van Iran, met de titel van Koning der Koningen (sjah-in-sjah).

Hij wilde hiermee zijn macht en prestige tonen, maar ook het voortbestaan van zijn dynastie verzekeren.

De eerste echtgenote van de sjah was de Egyptische prinses Fawzia (1921-2013). Het huwelijk, dat duurde van 1939 tot 1948, was geen succes.

De sjah en Fawzia kregen één dochter, Shahnaz Pahlavi, in 1940. In 1945 keerde Fawzia terug naar Egypte, waar ze een scheiding aanvroeg en kreeg.

In Perzië werd deze scheiding in eerste instantie niet erkend. Pas in 1948 werd ze uitgesproken, op voorwaarde dat hun dochter Shahnaz bij de sjah bleef.

Gisteren nog vandaag

Op 21 december 1959 trouwde de sjah met Farah Diba , dochter van een kapitein uit het Perzische leger.

In 1960 werd uit dit huwelijk kroonprins Reza geboren, gevolgd door nog drie kinderen: Farahnaz Pahlavi (1963), Ali-Reza Pahlavi (1966-2011), en Leila Pahlavi (1970-2001).

Op 26 oktober 1967 kroonde de sjah zichzelf en Farah Pahlavi in Shiraz. Bij die gelegenheid nam hij de traditionele titel van Koning der Koningen (sjah-in-sjah) aan, wat gelijkstaat met de keizerstitel.

Hij had hiermee gewacht tot zijn machtspositie stevig was en het voortbestaan van de dynastie was verzekerd door de aanwezigheid van een troonopvolger.

Gisteren nog vandaag