Vandaag is het ook al 35 jaar geleden dat de Nederlandse zanger Nico Haak kwam te overlijden.

Voordat Haak bekend werd bij een groter publiek, runde hij met zijn broer Dik een autospuiterij in Delfgauw (nabij Delft).

Op een dag in december 1970 werd hij, volgens een interview met het huis-aan-huisblad “Delftse Post”, tijdens het werken ontdekt door Delftenaar Martin Stoelinga, toentertijd de manager van twee andere bandjes.

Deze adviseerde Haak om wat eigen repertoire te gaan schrijven. Het advies werd door Haak opgevolgd en samen met zijn benedenbuurman Polle Eduard (destijds lid van Tee Set en After Tea) verzon Haak een aantal liedjes.

Door de contacten van Stoelinga kwam Haak in contact met Cor Aaftink en maakte hij een plaatje met de titel Ik zou zo graag in mijn leven (wel ’s wat willen beleven).

Op de B-kant van deze single staat het nummer De Vlieger dat geschreven werd door Haak en Han Grevelt en later bekend geworden is door de vertolking van André Hazes.

Het plaatje werd gedraaid op enkele nationale radiozenders.

Haak begon met enkele optredens en er werd een bandje geformeerd met de naam De Paniekzaaiers, een project van Haak, Peter Koelewijn en Eduard.

De Paniekzaaiers bestond uit Jan en Aad Eland, Karel Schouten en Hennie Asman.

Het eerste televisieoptreden van Nico Haak en de Paniekzaaiers vond plaats in een show van Ted de Braak met het nummer ‘Daar zie ik glazen staan’.

De feestmuziek bleek aan te slaan en uiteindelijk brak Haak in 1973 definitief door met het lied Joekelille.

In 1974 werd het succes gecontinueerd met Honkie-Tonkie Pianissie en Sokkies Stoppen.

Nadat de samenwerking met Eduard was beëindigd, scoorde Haak in 1975 zijn grootste hit: Foxie Foxtrot.

Met dat lied werd onder de titel Schmidtchen Schleicher ook de Duitse markt veroverd.

Hij ontving op 24 maart 1977 een toonaangevende onderscheiding met de naam Goldene Labeltrofee voor de verkoop van meer dan 500.000 exemplaren in Duitsland.

Een doorbraak bij de oosterburen bleef verder uit, omdat Haak als grapje in de billen kneep van de presentatrice van het keurige muziekprogramma.

In 1978 werkte Haak weer samen met Eduard en scoorde hij zijn laatste grote hit: Is je moeder niet thuis.

Haak bleef gedurende de jaren tachtig een graag geziene gast in het schnabbelcircuit, maar wist zijn successen van de jaren zeventig niet meer te evenaren.

Hij had met zijn vrouw Jeanne drie kinderen, Nico jr, Kees en Eric (overleed als kind al).

Nico Haak is 51 jaar geworden en ligt begraven bij zijn zoon Eric in een familiegraf op de Algemene begraafplaats Jaffa in Delft.

Zijn zoon Kees treedt vanaf de jaren 2010 op in hetzelfde genre en met dezelfde liedjes als zijn vader en ook met hetzelfde motto: Haak gevraagd, feest geslaagd.

45 jaar geleden, hoe Nico Haak (geboren als Nicolaas Olivier Haak) zich fit houdt.

Nico Haak was niet altijd een bekende zanger.

Voordat hij doorbrak bij het grote publiek, had hij samen met zijn broer Dik een autospuiterij in Delfgauw, vlakbij Delft.

In december 1970 veranderde zijn leven toen hij werd opgemerkt door Martin Stoelinga, een manager van twee andere bandjes uit Delft.

Stoelinga raadde Haak aan om zelf liedjes te gaan schrijven. Haak nam dit advies ter harte en samen met zijn onderbuurman Polle Eduard, die toen speelde bij Tee Set en After Tea, bedacht hij een aantal nummers.

Door de contacten van Stoelinga kwam Haak in contact met Cor Aaftink en maakte hij een plaatje met de titel Ik zou zo graag in mijn leven (wel ’s wat willen beleven).

Op de B-kant van deze single staat het nummer De Vlieger dat geschreven werd door Haak en Han Grevelt en later bekend is door de vertolking van André Hazes.

Het plaatje werd gedraaid op enkele nationale radiozenders.

Haak begon met enkele optredens en er werd een bandje geformeerd met de naam De Paniekzaaiers, een project van Haak, Peter Koelewijn en Eduard.

De Paniekzaaiers bestond uit Jan en Aad Eland, Karel Schouten en Hennie Asman.

Het eerste televisieoptreden van Nico Haak en de Paniekzaaiers vond plaats in een show van Ted de Braak met het nummer Daar zie ik glazen staan.

De feestmuziek bleek aan te slaan en uiteindelijk brak Haak in 1973 definitief door met het lied Joekelille.

In 1974 werd het succes gecontinueerd met Honkie-Tonkie Pianissie en Sokkies Stoppen.

Nadat de samenwerking met Eduard was beëindigd, scoorde Haak in 1975 zijn grootste hit: Foxie Foxtrot.

Met dat lied werd onder de titel Schmidtchen Schleicher ook de Duitse markt veroverd.

Hij ontving op 24 maart 1977 een toonaangevende onderscheiding met de naam Goldene Labeltrofee voor de verkoop van meer dan 500.000 exemplaren in Duitsland.

Een doorbraak bij de oosterburen bleef verder uit, omdat Haak als grapje in de billen kneep van de presentatrice van het keurige muziekprogramma.

In 1978 werkte Haak weer samen met Eduard en scoorde hij zijn laatste grote hit: Is je moeder niet thuis.

Haak bleef gedurende de jaren tachtig een graag geziene gast in het schnabbelcircuit, maar wist zijn successen van de jaren zeventig niet meer te evenaren.

Hij had met zijn vrouw Jeanne drie kinderen, Nico jr, Kees en Eric (overleed als kind al).

Nico Haak is 51 jaar geworden en ligt begraven bij zijn zoon Eric in een familiegraf op de Algemene begraafplaats Jaffa in Delft.

Zijn zoon Kees treedt in de jaren 2010 op in hetzelfde genre en met dezelfde liedjes als zijn vader en ook met hetzelfde motto: Haak gevraagd, feest geslaagd (Diverse bronnen, Wikipedia en Joepie 16 oktober 1978).

Gisteren nog vandaag

Vandaag 45 jaar geleden, komen de meiden van de Nederlandse groep Girlie en hun nummer Andy binnen in de Brt Top 30.

De single was in Vlaanderen goed voor een elfde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte ze de veertiende plaats in de Top 40.

Girlie was één van de eerste Nederlandse meidengroep die alle instrumenten zelf bespeelde, zowel in de studio als op het podium.

De groep was het resultaat van een jaar lang zoeken door Arnie Roelofs, die de perfecte combinatie van talent en uitstraling wilde vinden.

Voor het debuutnummer ‘Andy’ schakelde hij de hulp in van Martin Duiser, een bekende producer en songwriter. Hij schreef het nummer Andy samen met Lucia Flint.

Lucia Flint was toen de vrouw van producer Jaap Eggermont.

De meiden achter Girlie waren:

Helene Ploeg (slaggitaar, orgel en zang) heeft een achtergrond in de folkscene, waar ze bij verschillende groepen speelde en ook de folklub ’t Kloppertje in Amsterdam beheerde.

Elisabeth Bloothoofd (Elly voor de vrienden, bas en zang) begon al op haar achtste met optreden en verscheen op haar elfde in het tv-programma ‘Stuif es in’. Ze zong toen nog Nederlandstalige liedjes, maar stapte later over naar countrymuziek.

Anita Duijf (piano en strings) heeft een klassieke pianostudie gevolgd en speelde ook bij groepen als Respect, Driftin en Second Life. In haar vrije tijd schildert ze graag.

Dat geldt ook voor Liliane Hulst (roepnaam Laila en drumster) was de jongste van de groep. Zij drumde sinds haar twaalfde en speelde in diverse bandjes voordat ze bij Girlie kwam.

Trudy Visser (sologitaar) heeft ervaring opgedaan bij verschillende countrygroepen, waaronder Cool Breeze. Zij had toen een gitaarwinkel en werd vaak geraadpleegd door topmuzikanten voor reparaties aan snaarinstrumenten.

De opvolger Hello, Hell, geschreven door Wally Tax en Martin Duiser bereikte zowel in Vlaanderen als in Nederland niet de hitparade.

Hun derde en laatste single, was in het Nederlands en had als titel Steeds sneller op de Teller. Een nummer geschreven door Peter Koelewijn, die ook de productie deed.

Ook deze single was een flop en daarom besloten de dames om met Girlie te stoppen eind 1980.

40 jaar geleden, Julie Forsyth en Dominic Grant van de Britse groep Guys ‘n’ Dolls in blijde verwachting van hun eerste baby (Joepie 10 februari 1980)

Guys n’ Dolls werd in 1974 opgericht als tegenhanger van de Zweedse groep Abba.

Het zestal was ruim tien jaar actief en scoorde hits in verschillende Europese landen met liedjes als ‘You don’t have to say you love me’, ‘Broken dreams’, ‘Our song’ en ‘You’re my world’.

Na het uiteenvallen van de band in 1985, gingen Grant en Forsyth verder als duo.

Met hulp van de Nederlandse producer Peter Koelewijn oogstten ze succes met diverse countryalbums.

Martine Burnett noteerde in 1989 nog een hit met Rob de Nijs met de single ‘Duet (ik hou alleen van jou)’. Van Day en Bazar, die net als Grant en Forsyth een liefdeskoppel vormen, verlieten de Guys n’ Dolls al eind jaren zeventig en richtten het duo Dollar op.

In Engeland scoorde Dollar tot het einde van de jaren tachtig diverse toptien hits. (novum/tdb)