50 jaar geleden floreert tragi-pop

In augustus 1976 floreerde de zogeheten tragi-pop of dooien-pop in de Nederlandse muziekwereld.

Magere Hein maakte toen overuren in de Nederpop, want het was de nieuwste mode van Nederlandse liedjesschrijvers om overleden verloofdes, vrouwen en vrienden in hun teksten te verwerken.

Zo moest het personage Rocky zijn vrouw missen, verloor Roek Williams zijn beste vriend en vernam zangeres Bonny ontsteld van dokter Bernhard dat haar grote liefde zijn laatste adem had uitgeblazen.

Hoewel sommige mensen dat specifieke nummer een giller vonden, nam Bonnie St. Claire haar hit zelf erg serieus.

Wel vond ze het onsmakelijk toen het televisieprogramma Toppop een skelet in de studio wilde zetten, waarna ze samen met haar begeleiders wegliep.

Later werd dit als een misverstand uitgesproken en zong men het lied alsnog, maar uiteraard zonder skelet.

Voor Bonny betekende Dr. Bernhard een opzienbarende comeback na een kleine winterslaap waarin ze zich had afgevraagd wat haar toekomst zou brengen.

Haar ontdekker en producer Peter Koelewijn bracht uitkomst met dit nummer.

Voor Bonny was een droevig repertoire trouwens niet nieuw, want ze vertolkte eerder al zulke nummers in het Engels.

Bij haar optredens werd ze al jarenlang begeleid door de groep Unit Gloria.

Hoewel ze bij de platenmaatschappij een contract voor soloplaten had, bleef ze de groep het liefst overal bij betrekken.

Dat gaf haar een beschermd gevoel en liet haar gemakkelijker bewegen en wennen.

Een belangrijke reden hiervoor was ook haar amoureuze relatie met bandlid Muis.

Ze woonden destijds al drie jaar samen in een schattig verbouwd dijkwerkershuisje op een kilometer afstand van Leerdam.

Getrouwd waren ze nog niet.

Dat zou eigenlijk in het najaar van 1974 gebeuren, maar een fotoreportage in Tunesië gooide roet in het eten.

De trouwerij werd uitgesteld en het stel besloot te wachten tot er kinderen zouden komen.

Bonny was een van de muzikale werktuigen in de gouden handen van Peter Koelewijn, die samen met zijn collega Wil Hoebee ook het geruchtmakende nummer Rocky produceerde.

Met dat nummer zong Don Mercedes zich naar de top van de hitparades.

Koelewijn bezat een fijne neus voor muziekjes waarvoor een groot publiek massaal de knip opentrok.

Voor Don Mercedes, die voorheen enkel Engels repertoire zong, betekende dit een grote overstap.

Hij dacht eerst lang na over het aanbod, maar greep de kans uiteindelijk met beide handen aan.

Wel bestond het gevaar dat hij door de platenmaatschappij werd gebruikt om snel veel geld te verdienen en dat hij daarna snel diep kon vallen.

Toch vertrouwde hij erop dat Koelewijn of Hoebee hun trucendoos binnenkort nog verder zouden openbreken en hem opnieuw zo’n hitsucces gunnen.

Ook zanger Roek Williams was als een kind zo blij met de triomfen die zijn dode vriend in de hitparade vierde.

Zijn vorige singletje, E 35, was ondanks de hulp van vele deejays de mist in gegaan, omdat het te moeilijk was voor de mensen.

Mijn beste vriend was veel toegankelijker voor een groot publiek.

Williams, die het nummer via een popjournalist had gekregen en het meteen te gek vond, zag er geen kwaad in.

Hij vond het niet gemeen, maar juist de herkenbare realiteit van het leven waarin iedereen wel eens vrienden ziet verdwijnen.

Hij was erg blij dat dit repertoire het ging maken, omdat je op deze manier een goede popproductie kon brengen die geschikt was voor een breed publiek.

Het fenomeen van het zogeheten rampenfonds of de dooienpop beleefde zijn eerste grote opleving met Manuela, geschreven door Pierre Kartner en vertolkt door Jacques Herb.

Van die single , waarin Manuela omkwam bij een auto-ongeluk, werden maar liefst 350.000 exemplaren verkocht.

De experts op muziekgebied stonden over het rampenfonds echter lijnrecht tegenover elkaar.

Radiomaker Lex Harding meende dat hij persoonlijk kotsmisselijk werd van dit valse sentiment.

Hij vond dat het niet spontaan was, maar bewust gecreëerd als een zielig lied om mensen te ontroeren, al zag hij de commerciële waarde er wel van in.

Producer Peter Koelewijn had een totaal andere mening en vond niets abnormaals aan het genre.

Zolang er muziek bestond, werd er volgens hem al gezongen over dit soort zaken.

Zowel Rocky als Dr. Bernhard waren bewerkingen van buitenlandse nummers die hem raakten toen hij ze beluisterde.

Koelewijn vergeleek popmuziek met opera’s, films en boeken zoals Love Story, West Side Story of Porgy & Bess.

Daarin kwamen eveneens driehoeksverhoudingen en sterfscènes op muziek voor om mensen te ontroeren en te laten ontspannen, en hij zag niet in waarom dat bij popmuziek niet op dezelfde manier kon werken.