Wie vandaag na de kerstmarkt in Gent de minder commerciële plekken wil bezoeken, moet zeker even binnenstappen in de Sint-Baafskathedraal.

Want buiten de religieuze rust en het wereldberoemde Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, kunt u er genieten van hedendaagse kunst.

Dit is te danken aan een bijzonder werk van de Gentse kunstenares Annie Gansbeke: een ode aan Pieter Paul Rubens.

Ik had de eer om deze kunstenares persoonlijk te leren kennen tijdens mijn bezoek, waarbij haar indrukwekkende traject en passie voor de kunst meteen duidelijk werden.

Haar aanwezigheid in de kathedraal is het resultaat van een bijzonder succes.

In 2022 schreef het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSKA) een wedstrijd uit met als thema de aanbidding van de koningen

Na enkele overpeinzingen besloot Annie deel te nemen. Uit een enorm deelnemersveld van maar liefst 2600 kunstenaars wist zij een eervolle 30ste plaats te verzilveren.

De beloning was evenredig aan de prestatie: haar werk werd in december 2022 geëxposeerd in het KMSKA.

Het creatieve proces achter dit winnende werk getuigt van haar technische diepgang.

Het boeide haar om de schets op te zetten in glacis en deze vervolgens nauwgezet uit te werken volgens de principes van de gulden snede.

Hoewel dit project buiten haar comfortzone lag, ging ze de uitdaging met volle overgave aan.

Ze behield het grootste respect voor het originele werk van Rubens, maar gaf er een geheel eigen, bewegende bewerking aan in haar karakteristieke kleuren.

Dit schilderij is nog tot en met 20 maart 2026 te bezichtigen in de kathedraal.

Annie Gansbeke is een artieste die het broze evenwicht tussen verleiding en gevoeligheid feilloos weet te bewaren.

Haar oeuvre kent duidelijke ontwikkelingslijnen, waarbij de natuur een centrale rol speelt.

Ze vervormt die natuur in vloeibare, warme kleurpaletten die haar werken een organisch karakter geven.

Hoewel ze vaak met verstilde nuances werkt, is kleur niet weg te denken uit haar ontdekkingswereld; met voornamelijk rode schakeringen geeft ze een sprankelende en jonge kracht aan haar composities.

Alles krijgt bij haar een eigen leven en graaft zijn eigen weg.

Haar veelzijdigheid uit zich in haar gedurfde materiaalgebruik.

Met verf, metaal, glas, textiel, potlood en inkt slaagt ze erin om in al die verschillende technieken een passie en harmonie aan te brengen.

Deze creaties wekken tegelijkertijd een gevoel van rust en onrust op, wat haar werk zo boeiend en intrigerend maakt.

Annies wijde horizonten kun je herleiden tot haar penseelvegen, met hier en daar een ruw accent of een teder streepje.

Het zijn precies deze accenten die zij zo mooi weet om te toveren: alles komt weer naar het centrum, naar zijn rustpunt.

Vandaag de dag blijft ze zeer actief en deelt ze haar passie graag met anderen.

In haar huidige woning in Heusden stelt ze haar huis regelmatig open voor het brede publiek. Zo ook op 2 en 3 mei 2026.

Daarnaast viel ze dit jaar op door haar aanwezigheid op diverse locaties.

Zo nam ze deel aan de tentoonstelling EXPORUIMTE CM14 in Vilvoorde.

Op uitnodiging van kunstenaar-decorateur en curator Filip Leemans stelde zij haar werken tentoon in de lobby en de voormalige bankkluis aan de Grote Markt 14.

Ook op de Tuindagen van Beervelde was haar werk dit jaar te bewonderen.

Het succes bij het KMSKA en haar huidige expositie in de Sint-Baafskathedraal tonen aan hoe haar werk de dialoog aangaat met de grote meesters, terwijl het toch een heel eigen, hedendaagse harmonie blijft uitstralen die de kijker uitnodigt tot introspectie.

Meer dan 200 jaar geleden, brand in de Gentse Sint-Baafskathedraal.

Uit derde deel van “Den ontwerp-maeker van Oost-Vlaenderen, ofte Kasteelen in Spagnien” van Joseph Jacques Kiekepoost blijkt dat hij ooggetuige was van de brand die op 11 september 1822 uitbrak in de Gentse Sint-Baafskathedraal.

Hij noteert:

“Het heeft weynig gescholen, of ik heb, den 11 september 1822, den schoonen Orgel en den Oxzael daer zien worden den roof der vlammen.

Ik mag my vleyen dat, zonder my, ik die bynae met de eerste in deze Kerk alsdan getreden heb, den overschoonen Predik-stoel t’eenemael afgebroken zoude geweest zyn; want men was alreede bezig met hem van een te breken; ja zelfs eenige figueren waeren al weggesleept.

Ik zeyde aen de afbrekers: “dat het onmogelyk was den Predik-stoel te konnen redden, en dat het beter was, kwaed over kwaed, de kans te waegen, en indien het slegt ging, hem te laeten verbranden.” Dit zeggen heeft de afbrekers wederhouden en alles is volgens wensch uytgevallen; de verwyderde figueren zyn daer naer herstelt geworden, en al wat men had afgebroken. De verwerring die daer voorviel en vryelyk mag vergeleken worden by eene by eene beeldstormery ofte plondering, is onbeschryvelyk.

Men droeg alles van uyt de Kerk, hier en daer. Een groot deel wierd gedraegen en vervoert naer den Kauter ofte de Wapen-plaets. Daer onder bevond zig de lyk-baer.

Waer ’t zaeke men mynen voorstel had willen volgen; myn gedagt was, al het volk uyt de Kerk te doen gaen, uytgenomen 25 werkzaeme lieden met de noodige werktuygen.

Ik stelle my voor, dat ik door het vryhouden van de gaeten van communicatie, al wat zig van binnen bevond, uytgenomen eenige wapenen in den Choor, van de brand zoude bevryd hebben; zoo dat het onnoodig zoude geweest hebben het alderminste te verplaetsen.

Maer myn zeggen wierd aenzien als eenen “pet en l’air”, en zy hebben hunne koppigheyd gevolgt.

Dezen geweldigen brand ontstond, zoo gezeyd is, den 11 september 1822, ontrent een ure naer den middag, door de onvoorzigtigheyd der loodgieters.”

Dit verslag is bij mijn weten, toe nu toe, nog nooit ergens aangehaald (artikel geschreven door Geert Vandamme)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)


Zijn werken zijn onder meer te zien in de Sint-Michielskerk en de Sint-Baafskathedraal in Gent.
Michel Martens (Brugge) en Armand Blondeel (Gent) droegen bij tot de nieuwe bloei met hun respectievelijke realisaties voor ‘Expo 58’ waarvoor beiden bekroond werden.
Sinds 1979 was Martens lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.
In 1995 won hij de Henry Van de Velde Prijs voor zijn volledige oeuvre.
Tussen 1947 en 1984 realiseerde Michiel Martens meer dan 6000 m² glasramen ook in samenwerking met ontwerpers L.C.Crespin en L.M.Londot en behoort zo tot de meest productieve glazeniers van ons het land.
Realiseerde ook glasramen in samenwerking met architect Paul Felix in meerdere monumentale opdrachten.
In 1999 werden zijn huis en zijn atelier in Sint-Andries als monument beschermd, met inbegrip van het archief, het meubilair en 126 kunstwerken.
Martens had verhoopt dat dit een permanent museum met kunst- en documentatiecentrum zou kunnen worden, maar na zijn dood (15 december 2006) bleek geen enkele overheidsinstantie of privévereniging, noch de erfgenamen, bereid om de financiële last hiervan op zich te nemen.
De bescherming werd op 21 december 2011 opgeheven en de gebouwen werden gesloopt. Het archief werd toevertrouwd aan het KADOC in Leuven. De kunstwerken werden verspreid.(Diverse bronnen, De Post 11 februari 1962 en Wikipedia)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)




60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse glaskunstenaar Michel Martens (De Post 11 februari 1962)