Foto van Het Steen in Antwerpen voor de verbouwing

Het Steen, het oudste bewaarde gebouw van Antwerpen, kent een rijke geschiedenis die start tussen 1200 en 1225.

Oorspronkelijk diende het als poortgebouw van de imposante Antwerpse burcht. Wat we vandaag zien, is echter maar een fractie—minder dan 5%—van dat oorspronkelijke complex.

De burcht werd in de jaren 1880 grotendeels afgebroken om de Schelde te verbreden en de kades recht te trekken.

Enkel de cluster gebouwen rond het poortgebouw bleef bewaard en kreeg toen de naam “Het Steen”.

Vrijwel direct na die afbraak, tussen 1887 en 1890, werd er een nieuwe vleugel in neogotische en neotraditionele stijl aan toegevoegd en werden ook andere delen verbouwd.

Het gebouw is ook doordrenkt van Antwerpse folklore.

Volgens de verhalen woonden de reuzen Druon Antigoon en Lange Wapper er.

Van die laatste staat sinds 1963 een standbeeld van Albert Poels bij de ingang.

Nog opvallender is het wijdbeense beeldje in een nis boven de ingangsboog dat de vruchtbaarheidsgod Semini voorstelt.

Dit beeld had oorspronkelijk een lange fallus, die door velen werd vereerd bij vruchtbaarheidsproblemen.

In de 17e eeuw werd dit lichaamsdeel echter door jezuïeten afgehakt.

Deze gebeurtenis leefde voort in volksliedjes, en Semini’s naam is, mogelijk als restant van een voorchristelijke cultus, nog steeds te horen in typisch Antwerpse krachttermen als ‘Godsjumenas!’ en ‘Seminis kinderen!’.

Het Steen is niet alleen een historisch, maar ook een cultureel baken.

Het duikt veelvuldig op in de verhalen van Suske en Wiske, zoals in ‘De zwarte madam’ (1947) en ‘De 7 schaken’ (1995).

Ook in de muziek wordt ernaar verwezen: Bobbejaan Schoepen zong erover in zijn lied ‘k Zie zo gere m’n duivenkot (1949).

Zelfs de opera ‘Lohengrin’ van Wagner speelt zich af in en rond Het Steen.

Vandaag de dag heeft het gerenoveerde Steen een nieuwe, centrale rol in de stad.

Het fungeert als het toeristische onthaalcentrum, het Antwerp Visitor Center. Bezoekers kunnen er ‘The Antwerp Story’ ontdekken, een multimediaparcours door elf kamers dat de geschiedenis en identiteit van de stad belicht.

Deze geslaagde transformatie werd in oktober 2022 bekroond met de Onroerenderfgoedprijs.

Vanaf vandaag 35 jaar geleden, De Krimson-crisis van Suske en Wiske dagelijks te lezen in De Standaard en Het Nieuwsblad tot en met 12 maart 1988.

De eerste albumuitgave was in september 1988.

Dit verhaal speelt zich af op de volgende locaties: café ‘n Bolleke, theater ’t Peertje, café het Verdriet van Vlaanderen, kasteel Hertoginnedal, een fort en het stadspark.

“Het Verdriet van Vlaanderen” is een allusie op Hugo Claus’ boek Het Verdriet van België (1983).

“Vlaanderen leeft” was in 1987-1988 een culturele campagne in Vlaanderen om het Vlaamse zelfbewustzijn aan te wakkeren.

Anna Plan is een allusie op het Sint-Annaplan van de regering-Martens VI.

Er wordt verwezen naar veel Bekende Vlamingen of Vlaamse historische figuren zoals Lutgart Simoens, Freddy Sunder, Armand Pien, Toots Thielemans, Raymond van het Groenewoud, Peter Benoit, Jacob van Artevelde,….

Volgende mensen komen echt in beeld: Gaston en Leo, Will Tura, Johan Verminnen, Urbanus, Eddy Wally en De Strangers.

Op pagina 55, strook 216 vechten alle bekende Vlamingen tegen Krimsons troepen. Tijdens de vechtpartij worden er verschillende uitspraken gedaan:

– Urbanus: “Wreed accident!” (“ernstig ongeluk”), een verwijzing naar een bekende sketch waarin hij een zogenaamde kettingbotsing heeft veroorzaakt.

– “Amaai m’n voeten ze kloppen op menne kop!”

– “’t Is v’r mee te doen aan het speil” verwijst naar het radio-typetje Vercruusse, bekend uit Radio Deprimo.

– “Hoger! Nee lager!” is een verwijzing naar het destijds populaire televisieprogramma Hoger, lager.

– “Allez, Tootske, blazen jong”, verwijst naar Toots Thielemans

– “Zo’n rettepetet die mé lullen heure tijd verschet” is een verwijzing naar het nummer “’n Rettepetet” (1987) door De Strangers.

– “Je veux de l’amour” verwijst naar het gelijknamige lied van Raymond van het Groenewoud

– “Ik voel me goed” verwijst naar het gelijknamige lied van Johan Verminnen

– “Oep m’n mansarde” verwijst naar Wannes Van de Veldes lied Mijn mansarde

– “Gordelen moet je doen” verwijst naar de slogan van De Gordel.

– “Heila Van ’t Groenewoud, in ’t Vlaams, hé zotteke!”

Aan het einde van het album wordt verwezen naar Marc Sleen en zijn reeks Nero, waar de hoofdpersonages van Suske en Wiske aan de wafelenbak bij Nero deelnemen.

Verschillende historische figuren in het album speelden ook al in vroegere Suske en Wiske-albums een belangrijke rol.

Zo dook Pieter Breughel de Oude al op in Het Spaanse spook en zijn gelijknamige schilderij in De dulle griet.

Naar Ambiorix werd al verwezen in het album Lambiorix.Peter Paul Rubens dook al eerder op in het album De raap van Rubens en Emmanuel Jozef Van Gansen in De gladde glipper.

Vandersteen maakte ooit twee stripalbums rond Tijl Uilenspiegel en De Geuzen is een andere stripreeks van hem.

In het verhaal is Schanulleke ineens verdwenen.

In andere albums gebeurt dat ook weleens, maar wordt ze altijd teruggevonden.

In dit verhaal echter niet.

Dit album is het enige Suske en Wiske-verhaal dat niet naar het Frans vertaald is.

Dit wegens de thematiek van het verhaal (Vlaams-nationalisme) dat ongeschikt bevonden werd voor een Waals publiek, alsook de vele referenties naar Vlaamse figuren en zaken die onbekend zijn in Wallonië.

In de plaats daarvan verscheen album 215 met twee gebundelde kortverhalen: De dappere duinduikers en Het monster van Loch Ness (Frans: “Les plongeurs des dunes” – “Le monstre du Loch Ness”) (Diverse bronnen en Wikipedia)