Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat regisseur, acteur en auteur Sam Bogaerts van ons heenging.

Op een dag nam toenmalig zakelijk directeur Vercauteren van het NTGent contact met me op. Sam Bogaerts wilde namelijk dringend een babbel met mij.

Tijdens die eerste ontmoeting deed hij zijn artistieke visie voor het gezelschap uit de doeken.

Hij legde zijn concept voor Het Salon uit: hij wilde er één organisch geheel van maken, waarbij de foyer en de theaterzaal naadloos in elkaar overliepen.

Hij polste of ik zijn plannen begreep en of hij op mijn volle medewerking kon rekenen.

Voor mij was dat een volmondig ja, want theater stopt voor mij nu eenmaal niet bij het podium of de acteurs alleen.

Ik zie nog altijd voor me hoe hij van de Minnemeers een echt, warm salon maakte.

Gisteren nog vandaag

Het werd een levendige kweekvijver voor jong talent met een ontembare passie voor de planken.

Door zijn aanpak vloeiden de zaal en het horecagedeelte helemaal in elkaar over, als één natuurlijk geheel. Ik bewaar prachtige herinneringen aan memorabele voorstellingen uit die periode, zoals ‘Mario, ga eens open doen, er werd gebeld’ van Kamagurka.

Van dat stuk heb ik trouwens nog altijd een origineel kussentje als aandenken liggen.

Maar evengoed producties als ‘De dienstlift’, ‘Wachten op Godot’ en ‘Onder de torens’ staan voor altijd in mijn geheugen gegrift.

Toen hij aan die laatste productie werkte, wist hij dat ik een verwoed verzamelaar was van alles wat met Frank Sinatra te maken had.

Gisteren nog vandaag

Hij vroeg me of ik het nummer ‘Dry Your Eyes’ kende en of ik toevallig Sinatra’s uitvoering ervan in huis had.

Met de nodige trots heb ik hem die opname bezorgd, en het nummer kreeg uiteindelijk ook een echte plek in het stuk.

Jaren later liepen we elkaar weer tegen het lijf op de Gentse boekenmarkt langs de Ajuinlei.

Hij wist dat ik destijds mee aan de wieg van die markt had gestaan en zei me met een veelbetekenende knipoog dat hij eigenlijk niets anders van mij had verwacht.

Mooie tijden om met warme weemoed aan terug te denken.

Gisteren nog vandaag

Mario ga eens opendoen en werd gebeld (6 mei 1992)

Gisteren nog vandaag

De comeback van actrice Blanka Heirman

Vandaag precies vijf jaar geleden beleefde actrice Blanka Heirman een bijzonder moment: na maar liefst 24 jaar afwezigheid maakte ze haar comeback op de planken.

Jarenlang was de Gentse actrice dé leading lady van het NTGent, waar ze veertig jaar lang de pannen van het dak speelde.

Tot in 1997 het voltallige gezelschap zonder pardon aan de deur werd gezet.

Blanka trad daarna nooit meer op, tot het theaterbloed tijdens de coronalockdown plots weer begon te stromen.

Zowel Blanka, toen tachtig jaar en al enige tijd weduwe van acteur en voormalig NTGent-directeur Hugo Vandenberghe, als de 69-jarige Koen Crucke hadden hun vertrouwde Gent intussen ingeruild voor De Haan.

Blanka verbleef er in een serviceflat om de hoek bij Koen.

Ze vonden elkaar in een gedeeld verleden, want ook Koen werd in 1988 op een vergelijkbare manier aan de kant geschoven bij de Gentse opera.

Om de stille lockdownmaanden door te komen, sloegen ze de handen in elkaar.

Vooral Jan Gheysens, de man van Koen en eveneens met een verleden bij het NTGent, schreef aan een nieuw theaterstuk.

Drie keer per week schaafde het drietal aan de teksten tot er na vijf versies een definitief script lag.

Blanka kon haar geluk niet op toen Koen haar vroeg om mee te doen en noemde het weer mogen spelen het mooiste cadeau dat ze ooit had gekregen.

Het resultaat werd De Wens, een rasechte Gentse komedie over broer Eduard en zus Hedwige, die na dertig jaar ruzie plots een jaar moeten samenwonen om de erfenis van hun verongelukte ouders te krijgen.

Na scherpe en eerlijke feedback van theatermaker Luk De Bruyker werd de voorstelling nog flink herschreven en ingekort.

Zonder groot budget, maar met een decor uit de kringloopwinkel en een flinke dosis goesting, trok het duo naar de Gentse Minardschouwburg.

Op de bühne was er een geweldige klik.

Voor Koen was het de ideale kans om te tonen dat hij veel meer in zijn mars heeft dan enkel Alberto uit Samson en Gert, temeer omdat hij zijn zangstem voor deze productie volledig opzijzette.

Blanka genoot met volle teugen van de herwonnen magie op de planken en glunderde van trots.

Op 17 en 19 september 2021 mocht het publiek in de Minard meegenieten van deze hartverwarmende terugkeer, een theaterherinnering die vijf jaar later nog altijd een glimlach op het gezicht tovert (Diverse bronnen, Sabine Van Damme, HLNWS 26/08/2021, Minard en KCM StageMuisic bv)

Gisteren nog vandaag

In memoriam Federico García Lorca: de onstuitbare stem van de ‘Generación del 27’, negentig jaar na zijn overlijden

Federico García Lorca werd in 1898 geboren in het Spaanse dorpje Fuente Vaqueros, dicht bij Granada.

Al op jonge leeftijd bleek zijn grote creativiteit, die zich aanvankelijk vooral uitte in zijn passie voor muziek en piano.

Toen hij in 1919 naar Madrid verhuisde om te gaan wonen in de beroemde studentenresidentie, kwam hij terecht in het bruisende hart van de Spaanse avant-garde.

Daar sloot hij hechte vriendschappen met kunstenaars als de schilder Salvador Dalí en de filmmaker Luis Buñuel. Buñuel, die later uitgroeide tot een van de meest baanbrekende en spraakmakende surrealistische regisseurs uit de filmgeschiedenis, deelde in die tijd een intense artistieke en intellectuele band met Lorca.

Hoewel hun artistieke visies later soms schuurden, beïnvloedden de ideeën van Buñuel over droomsymboliek en de scherpe maatschappijkritiek Lorca’s eigen zoektocht naar vernieuwing binnen de literaire wereld.

Deze inspirerende omgeving vormde de basis voor zijn doorbraak als een van de belangrijkste stemmen van de ‘Generación del 27’.

Deze Generación del 27 was een invloedrijke groep Spaanse dichters en kunstenaars die rond 1927 opkwam, het jaar waarin zij de driehonderdste sterfdag van de barokdichter Luis de Góngora eerden.

De beweging kenmerkte zich door een vernieuwende zoektocht naar een balans tussen de traditionele Spaanse volkspoëzie en de avant-gardistische stromingen van die tijd, zoals het surrealisme en het symbolisme.

In zijn literaire werk bracht Lorca de aloude volkstradities en folklore van zijn geliefde Andalusië samen met vernieuwende, moderne vormen.

Zijn dichtbundel ‘Romancero gitano’ uit 1928 maakte hem op slag beroemd.

Daarin vlocht hij hartstocht, verlangen, de maan en het noodlot naadloos aan elkaar. Een reis naar de Verenigde Staten inspireerde hem later tot het schrijven van ‘Poeta en Nueva York’, een veel duisterder werk waarin hij de kille mechanisering en het kapitalisme van de grote stad aan de kaak stelde.

Lorca was echter niet alleen dichter, maar ook een gedreven vernieuwer van het Spaanse theater.

Met zijn reizende toneelgezelschap ‘La Barraca’ trok hij langs dorpen op het platteland om klassieke Spaanse stukken toegankelijk te maken voor het gewone volk.

Later schreef hij zelf beroemde toneelstukken zoals ‘Bloedbruiloft’, ‘Yerma’ en ‘Het huis van Bernarda Alba’.

In deze drama’s stonden thema’s als maatschappelijke onderdrukking, onbeantwoorde liefde en de beklemmende rol van de vrouw centraal.

Het leven van Lorca eindigde tragisch op veel te jonge leeftijd.

Aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 werd hij in Granada gearresteerd door aanhangers van generaal Franco.

Vanwege zijn maatschappijkritische geest, zijn progressieve sympathieën en zijn openlijke homoseksualiteit werd hij als een gevaar voor het regime gezien.

Op achtendertigjarige leeftijd werd hij neergeschoten bij Víznar. Veel historici en biografen gaan uit van de nacht van 17 op 18 augustus of de vroege ochtend van 18 augustus 1936.

In andere bronnen en officiële documenten wordt vaak 19 augustus genoemd als de datum waarop zijn dood werd aangenomen.

Hoewel zijn werk tijdens de daaropvolgende dictatuur lang werd verboden, leeft zijn stem voort als een universeel symbool voor artistieke vrijheid.

Ter gelegenheid van de negentigjarige herdenking van zijn overlijden in 2026 worden in Spanje, en met name in Granada, diverse grootschalige culturele herdenkingen georganiseerd.

Een van de hoogtepunten is het stadsbrede artistieke project ‘Réquiem por Lorca’, waarin poëzie, muziek en voorstellingen samenkomen op historische locaties zoals de kathedraal van Granada en het Alhambra.

Daarnaast bewaart Spanje talloze fysieke sporen van de dichter.

In Granada zijn zijn geboortehuis ‘Museo Casa Natal’ in Fuente Vaqueros en zijn zomerhuis ‘Huerta de San Vicente’ ingericht als museum met originele meubels en manuscripten.

Het ‘Centro Federico García Lorca’ in het stadscentrum fungeert als modern archief en expositieruimte.

Ook in het straatbeeld is hij aanwezig, onder meer met een bronzen standbeeld op de Plaza de Santa Ana in Madrid en een ontspannen zitbeeld in Granada, terwijl het stiltepark tussen Víznar en Alfacar de plek markeert nabij waar hij in 1936 het leven liet.

Vandaag is het ook al 40 jaar geleden dat actrice Elisabeth Bergner overleed

Elisabeth Bergner was een uiterst persoonlijke en instinctieve actrice met een vleugje genialiteit, die haar roeping als een kwetsbare maar gepassioneerde vrouw ten volle beleefde.

Hoewel ze in het dagelijks leven misschien niet over de meest klassieke of fotogenieke schoonheid beschikte en nogal klein van stuk was, bloeide ze op wonderbaarlijke wijze op zodra ze in de schijnwerpers stond.

Ze had een diepe afkeer van alles wat niet met de essentie van haar kunst te maken had.

Op het toneel leek ze welhaast fysiek te groeien en werkte ze met groot succes in dienst van meesterlijke toneelschrijvers zoals Shakespeare, Ibsen, Strindberg, Shaw en Giraudoux.

Omdat ze in haar jonge jaren de uiterlijke kenmerken van een kindvrouw had, nam men haar aanvankelijk niet altijd serieus.

Dit leidde in het begin tot bittere teleurstellingen, maar dankzij haar ijzeren wil en vasthoudendheid bereikte ze uiteindelijk een glorieuze status.

Ze werd op 22 augustus 1897 geboren als Ella of Ettel Bergner in het Galicische Drohobytsj, een stad in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en het huidige Oekraïne, en dus niet in Wenen, zoals later weleens ten onrechte werd beweerd.

Ze groeide op in een seculier Joods gezin, kende een jeugd in een burgerlijk milieu zonder verdere opvallende bijzonderheden en ontdekte al vroeg haar onweerstaanbare liefde voor het theater.

Na thuisonderwijs van een privéleraar en studies aan de universiteit van Wenen, stond ze op veertienjarige leeftijd voor het eerst op de planken.

Niet veel later toerde ze met een Shakespeare-gezelschap door de Oostenrijkse en Duitse provincies, waarmee ze de basis legde voor haar latere toneelcarrière.

In haar jonge jaren werkte ze bovendien als model voor de expressionistische beeldhouwer Wilhelm Lehmbruck, die hopeloos verliefd op haar werd en diverse kunstwerken op haar baseerde.

Haar tijd aan het Conservatorium viel haar echter behoorlijk tegen en ze slaagde slechts met grote moeite voor haar toelatingsexamen.

Toen ze op achttienjarige leeftijd naar werk zocht, leverden haar verlegenheid en kleine gestalte haar keer op keer afwijzingen op. Toch verloor ze haar zelfvertrouwen nooit.

Na veel tegenslag bemachtigde ze haar eerste bescheiden contract van vier maanden in Innsbruck.

Hoewel de rollen die ze daar kreeg ondankbaar waren, beschouwde ze dit als een belangrijke springplank.

Ze schreef vervolgens onvermoeibaar tientallen theaterdirecteuren aan.

Dit wierp zijn vruchten af toen de directeur van een theater in Zürich haar uitnodigde, geraakt door haar aandoenlijke volharding.

Ze overtuigde hem volkomen met een reeks fragmenten uit Faust en werd direct aangenomen.

Na een jarenlange verbintenis in Zürich beproefde ze haar geluk in München en Berlijn, alsook in Wenen, waar ze onder leiding van de bekende regisseur Barnowsky werkte.

Haar aanzien groeide snel na deze veelgeprezen optredens en het werd al gauw duidelijk dat ze een zeldzaam theatraal talent bezat.

Telkens als ze op het podium verscheen, verdween elke vorm van kwetsbaarheid en elektriseerde ze de zaal.

Ze had een onfeilbaar instinct voor de perfecte timing en groeide uit tot een van de meest gevierde en succesvolle actrices van de Weimarrepubliek.

Daarnaast werd algemeen aangenomen dat zij de inspiratie vormde voor het personage Dora Martin in de beroemde roman Mephisto van Klaus Mann.

In 1923 maakte ze haar filmdebuut in Der Evangelimann.

De politieke ontwikkelingen in nazi-Duitsland dwongen haar echter om van koers te veranderen.

Toen de nazi’s in 1933 de macht grepen, zag ze als Joodse vrouw het enorme gevaar en werd het voor haar onmogelijk om in Duitsland te blijven werken.

Ze vluchtte datzelfde jaar naar Londen in het gezelschap van regisseur en filmmaker Paul Czinner, met wie ze toen ook in het huwelijk trad.

Tijdens haar verblijf in Londen in de jaren dertig zette ze bovendien haar eigen financiële middelen in om andere acteurs en kunstenaars te helpen veilig uit nazi-Duitsland te ontsnappen.

Hoewel ze eerder een verschrikkelijke ervaring had overgehouden aan een filmopname met hem en een grote aversie had tegen de camera, wist hij haar te overtuigen van de onbegrensde mogelijkheden van het witte doek.

Dit betekende het begin van een uiterst vruchtbare artistieke samenwerking.

Gisteren nog vandaag

In Groot-Brittannië wist ze haar succes moeiteloos voort te zetten.

Ze werd warm onthaald in Londen en scoorde een ongekende hit met het speciaal voor haar geschreven stuk ‘Escape Me Never’.

Toen ze tijdens de looptijd van het stuk ziek werd, sloot het theater tijdelijk de deuren, omdat men simpelweg weigerde haar te vervangen.

De voorstelling verhuisde later met veel succes naar Broadway en werd uiteindelijk met haar in de hoofdrol verfilmd.

Voor haar rol in deze film, die in 1935 verscheen, ontving ze een Oscarnominatie voor Beste Actrice.

In 1936 speelde ze eveneens de rol van Rosalind in de film As You Like It, met Laurence Olivier tegenover zich als Orlando.

Dit was niet zomaar een film, maar de allereerste geluidsfilm van een Shakespeare-toneelstuk die in Engeland werd geproduceerd.

Haar talent kreeg zo internationale erkenning en in 1938 werd ze officieel tot Brits staatsburger genaturaliseerd.

Het enige echte dieptepunt in haar verdere Britse theatercarrière was de tegenvaller van The Boy David in 1936.

De beroemde auteur J.M. Barrie, wereldwijd bekend als de geestelijk vader van Peter Pan, schreef dit allerlaatste toneelstuk van zijn hand speciaal met haar in gedachten voor de hoofdrol.

Tijdens de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog week het echtpaar uit naar de Verenigde Staten.

Haar resolute weigering om tijdens de zware bombardementen naar Londen terug te keren voor studio-opnames kostte haar haar rol in de film The 49th Parallel.

In Amerika bleef ze decennialang actief in films en op het toneel, met rollen in Amerikaanse filmproducties zoals Paris Calling in 1941 en diverse toneelstukken op Broadway.

Een groot succes op de bühne was The Two Mrs. Carrolls, waarmee ze onverminderd hoogtij vierde.

Tijdens haar optreden in dit stuk in de Verenigde Staten kreeg ze medelijden met een jonge vrouw die dagenlang in de kou buiten het theater op haar wachtte.

Bergner nam haar in dienst als secretaresse, waarna de jonge vrouw langzaam maar zeker probeerde het leven en de carrière van de actrice over te nemen.

Bergner vertelde deze opmerkelijke anekdote aan de schrijfster Mary Orr, die er het verhaal ‘The Wisdom of Eve’ van maakte, wat vervolgens de directe inspiratiebron was voor de waargebeurde en met Oscars overladen film ‘All About Eve’ uit 1950.

Na de oorlog keerde ze nog sporadisch terug naar Duitsland en Oostenrijk voor acteerwerk.

Ze zette zich over haar aanvankelijke weerzin heen om opnieuw op de Duitse planken te staan.

Het publiek was haar allerminst vergeten en sloot haar met luid applaus weer in de armen.

In 1962, na vijftien jaar afwezigheid uit de filmwereld, bewees ze in Die glücklichen Jahre der Thorwalds dat haar talent op het scherm nog steeds onaangetast was.

Ook in latere films zoals Michel Strogoff uit 1970 drukte ze haar stempel.

Ondanks deze uitstapjes naar film, bleef het theater haar ware en grootste liefde die haar de meeste voldoening schonk.

Ze bleef acteren tot in de jaren tachtig. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1972 keek ze terug op een prachtig en rijkgevuld bestaan.

Tot op hoge leeftijd behield de actrice haar innemende ogen en kenmerkende, fijne gelaatstrekken.

Elisabeth Bergner stierf deze maand exact veertig jaar geleden, op 12 mei 1986, in Londen op 88-jarige leeftijd.

Het Ei (3 en 4 april 2026)

Christus leeft sinds een jaar (anoniem) onder het gewone volk te Gent.

Hij is elke dag te vinden in “’t Huis”: een plaats waar elke kansarmere of eenzame medemens welkom is voor een babbel en warme maaltijd.

Hij is er gekend als de joviale Chris en is er samen met z’n kameraad Kris actief als vaste vrijwilliger en animator. Chris’ optimistische gemoed slaat echter om wanneer hij verplicht afscheid moet nemen.

Elk jaar na Pasen wordt hij immers door zijn Vader naar een nieuwe missiepost gezonden.

Hij is het wereldwijde rondreizen moe, temeer daar hij z’n hart verloren blijkt te hebben in Gent. Maar hoe vertel je zoiets aan je almachtige Vader?

“Het Ei” is een komische Gentse familievoorstelling met een warm en muzikaal hart. Over jezelf willen en kunnen zijn, wie je ook bent.

40 jaar geleden, Julien Schoenaerts, het theater heeft goden nodig

Julien Schoenaerts wordt door publiek, pers en vakgenoten unaniem beschouwd als een van de grootste naoorlogse acteurs in Vlaanderen en Nederland.

Zijn filmdebuut maakte hij in 1955, met de hoofdrol in ‘Meeuwen sterven in de haven’ van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers.

Later in zijn carrière speelde hij nog vele memorabele rollen, waaronder Pieter de Coninck in ‘De Leeuw van Vlaanderen’ (1983) in de regie van Hugo Claus.

In 1992 vertolkte hij de rol van monseigneur Stillemans in de filmklassieker ‘Daens’, geregisseerd door Stijn Coninx.

In zijn privéleven trouwde Schoenaerts met kunstschilderes Bérénice Devos (1922-1993). Samen kregen ze drie kinderen: Bruno (°1953), die advocaat werd, Sara (1958-2013) en Helga (1961-1982).

Het leven van Julien werd echter zwaar beïnvloed door een bipolaire stoornis.

Tijdens de periodes waarin de ziekte het hem ondraaglijk maakte, trad zijn zoon Bruno op als zijn wettelijke voogd.

Het huwelijk met Bérénice Devos liep uiteindelijk uit op een echtscheiding.

Later kreeg Julien een relatie met zijn vriendin Dominique Wiche.

Met haar kreeg hij een zoon, de nu bekende filmacteur Matthias Schoenaerts.

Opmerkelijk is dat de film ‘Daens’ niet alleen een belangrijke rol was voor Julien, maar ook het debuut van zijn toen vijftienjarige zoon Matthias, die de rol van Wannes Scholliers speelde.

Julien Schoenaerts overleed op 81-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

75 jaar geleden, foto van de Frans-Amerikaanse actrice Claudette Colbert.

Hoewel ze werd geboren in het Franse Saint-Mandé, verhuisde Claudette Colbert al rond haar derde, in 1906, naar de Verenigde Staten.

Haar passie voor acteren ontstond op de middelbare school en legde de basis voor een succesvolle carrière.

In 1923 maakte ze haar debuut op de planken van Broadway, en vier jaar later volgde haar eerste filmrol.

Haar talent werd al snel erkend en bereikte een hoogtepunt in 1934, toen ze een Oscar in ontvangst mocht nemen.

Naast haar filmwerk was Colbert ook een bekende stem op de radio, waar ze van 1936 tot 1944 een programma presenteerde.

Na een lange en succesvolle filmcarrière keerde ze in 1958 terug naar haar eerste liefde, het theater op Broadway.

Claudette Colbert overleed in 1996 aan de gevolgen van een beroerte.

Vandaag, 100 jaar geleden, première van het toneelstuk de Paradijsvogels van Gaston Martens in Antwerpen.

Gaston groeide op in een welgesteld brouwersgezin in Zulte. Hij was geen briljante student, maar blonk wel uit in sport.

Zijn specialiteit was verspringen.

Hij werd viermaal Belgisch kampioen en hield van 1905 tot 1919 het Belgisch record in handen.

Hij behaalde ook twee medailles op de Belgische kampioenschappen atletiek in het kogelstoten.

Martens schreef vooral volkse toneelstukken met humoristische en sentimentele elementen.

Enkele van zijn werken zijn:

“De Heirweg” (1924, “Het Dorp der Mirakelen” (1932), “En waar de ster bleef stille staan” (1933), “De Mannen van Goed Gewil” (1936) en “Paradijsvogels” (1934, zijn succesvolste stuk)

Het verhaalt de lotgevallen van de bewoners van Leydonck-Waterland, een fictief dorpje aan de Leie in de tweede helft van de jaren twintig van de twintigste eeuw.

Het werd vertaald in verschillende talen en opgevoerd in binnen- en buitenland.

In 1946 werd het verfilmd in Frankrijk als “Les Gueux au Paradis” met Raimu en Fernandel in de hoofdrollen.

Martens won voor “Paradijsvogels” de Staatsprijs voor Toneelliteratuur.

In 1911 trouwde Gaston Martens met Germaine De Buck. Ze kregen samen één dochter, Godelieve.

In 1937 verhuisde Martens naar Frankrijk, waar hij een perzikplantage begon.

Tijdens zijn verblijf in Frankrijk vertaalde hij zijn stukken in het Frans.

Na de Tweede Wereldoorlog keerde Martens terug naar België. Hij bleef schrijven, maar zijn latere werk was minder succesvol dan zijn vroegere stukken.

Gaston Martens overleed in 1967 in Deinze en is begraven in Deurle.

Vandaag is het precies een eeuw geleden dat het toneelstuk Mama’s kind van Willem Putman in première ging in Tienen (16 januari 1924).

Willem Putman was een Vlaamse schrijver en toneelauteur, geboren in Waregem op 7 juni 1900.

Zijn vader, Palmer Putman, was een actief lid van de rederijkerskring “Kunst en Eendracht” en stimuleerde de artistieke interesse van zijn zoon.

Na zijn vroegtijdige dood in 1910 nam zijn moeder, Elvira Callens, de boekhandel en het toneelfonds over.

Willem Putman kon verder studeren aan het Sint-Amanduscollege in Kortrijk, waar hij in contact kwam met de werken van Albrecht Rodenbach.

Hij raakte geïnspireerd door diens idealisme en flamingantisme, en begon zelf toneelstukken te schrijven onder het pseudoniem W. Hegeling, ontleend aan Rodenbachs versdrama Gudrun.

Zijn eerste succes behaalt hij in 1920 met Het oordeel van Olga.

Het stuk was een felle aanklacht tegen het Belgische gerecht, dat na de oorlog hard optrad tegen Vlaamse activisten, maar de oorlogsprofiteurs ongestraft liet.

Het stuk werd op verschillende plaatsen verboden wegens beledigend voor het leger en de geallieerden.

In 1921 kreeg Putman meer erkenning met zijn stuk Het Stille Huis, dat werd opgevoerd in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg.

Putman werkte toen als ambtenaar bij het Ministerie van Justitie, maar bleef actief schrijven.

Van 1926 tot 1944 was hij inspecteur van de openbare bibliotheken in West-Vlaanderen.

Vóór mei 1940 lieert hij zich nog niet openlijk tot een politieke strekking, maar twee maanden daarna zou de in de tussenoorlogse jaren geradicaliseerde Vlaams-nationalist Willem Putman uitgroeien tot een overtuigde collaborateur.

Het VNV-dagblad Volk en Staat meldt dat Putman stichter-voorzitter is geworden van een ‘Kortrijkse Kunstenaarskamer’.

De opzet van dergelijke Kunstenaarskamers was het Vlaamse cultuurleven beetje bij beetje in nationaal-socialistische richting te sturen.

Tevens werkt hij mee aan de Brüsseler Zeitung.

In de winter van 1941-1942 werd het toneelstuk Mama’s kind in Hamburg opgevoerd, als onderdeel van de Niederdeutsch-Flämische Bühnenwoche, een culturele uitwisseling tussen Vlaanderen en Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dit leidde natuurlijk onvermijdelijk tot vervolging na de Bevrijding, op beschuldiging van culturele collaboratie.

Hij werd veroordeeld tot vier jaar cel en levenslange ontzetting uit zijn burgerrechten.

Dit betekende niet alleen dat hij zijn betrekking kwijt was maar ook dat hij niet meer kon publiceren.

In de nazomer van 1946 werd hij vervroegd vrijgelaten.

Hij had zich ondertussen in de gevangenis aan het schrijven gezet.

Putman had een groot gezin, namelijk zes kinderen en moest schrijven om rond te komen.

Hij gebruikte de schuilnaam Jean du Parc, maar iedereen wist wie hij was.

Hij werd niet lastiggevallen door de rechters.

Hij schreef tien romans bij een uitgever in Antwerpen.

Mevrouw Pilatus en Christine Lafontaine waren erg populair.

Hij schreef ook nog toneelstukken en schreef over de oorlog, de repressie, de liefde, de kinderen, het berouw, het verraad, het gemis, de naïviteit, de passie en de berusting.

Zijn boeken waren niet zo goed geschreven, maar wel spannend en boeiend.

Veel mensen lazen ze dan ook graag.

In 1952 maakte hij een openluchtspel voor een feest in Kortrijk.

Hij bleef veel schrijven, tot hij in 1954 plotseling ziek werd en stierf.

Zijn zoon Luc Putman (1927-2002) was ambassadeur in Marocco, Kinshasa, Moskou en Dublin (Ons Land 26 januari 1924)

Kan een afbeelding zijn van 5 mensen en de tekst 'VLAAMSCHE GEBEURTENISSEN Opvoering van Thienen veel Mama's Kind,, van Willem Putman, te Thienen richtingen. sommige gezegden... eens tuurt eigen aarh mo dedigt ra verhouding, Betsy DE DRIE VROUWENROLLEN Tante, Joh. Dons. HARE VERTOLKERS: Een jarige dame, Greta DE DRIE HEERENROLLEN EN HARE VERTOLKERS krioelt bovendien Ditg'

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Voor de aanvang van het toneelstuk was er een speciale ontvangst georganiseerd voor de schrijver Willem Putman en de andere vooraanstaande gasten.

Daar sprak burgemeester en parlementslid De Jaegher hen toe met een welkomstwoord.

Gisteren nog vandaag

65 jaar geleden, het jaar 1958, was een gouden tijdperk voor het toneel in Vlaanderen.

Vele beroemde toneelspelers schitterden op de planken en maakten indruk op het publiek met hun talent,

In dit artikel blikken we terug op enkele van de meest bekende toneelspelers uit 1958 en vragen we ons af of u ze nog kunt herkennen.

Foto 1 Julien Schoenaerts toen 33 jaar oud. Hij maakte zijn filmdebuut in 1955 met de hoofdrol in Meeuwen sterven in de haven, een film van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers.

Hij schitterde ook in andere films, zoals De Leeuw van Vlaanderen (1983), waarin hij Pieter de Coninck speelde onder de regie van Hugo Claus, en Daens (1992), waarin hij de rol van monseigneur Stillemans vertolkte onder de regie van Stijn Coninx.

Gisteren nog vandaag

Foto: Luc Philips toen 43 jaar oud. Zijn bekendste televisierol was die als pastoor Munte in het Vlaamse televisiefeuilleton Wij, Heren van Zichem (1969). Hij speelde ook mee in De filosoof van ’t Sashuis (België, 1963), een film van Maurice Balfoort naar de gelijknamige roman van Maurits Sabbe uit 1907.

Eind jaren 80 speelde hij Bompa in de sitcom Bompa. In de film Max speelde hij Gaspard De Keukeleire, de vader van Max gespeeld door Jacques Vermeire.

Gisteren nog vandaag

Foto: Marcel Hendrickx toen 38 jaar oud. Hij was een vaste kracht in de meeste BRT-jeugdseries vanaf 1963-1964 toen hij een rol had in De Tijdscapsule.

In 1965 was hij een baljuw in Johan en de Alverman. In 1966 was hij Commissaris Talboom in Axel Nort. In 1969 speelde hij mee in Fabian van Fallada. In 1973 vertolkte hij de rol van Bruno Pienter in De Kat.

Gisteren nog vandaag

Foto: Jan Cammans toen 67 jaar oud. Bekend van De wonderdokter (1936), De Aangenaam (1941) en De bruid zonder bed (1955). Hij stierf op 4 januari 1976 in Antwerpen.

Gisteren nog vandaag

Foto: Ward De Ravet toen 34 jaar oud. De Ravet was verbonden aan het gezelschap van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg van Antwerpen en dit tot 1967, daarna aan het Dramatisch Gezelschap van de BRT; hij heeft daarnaast een lange film- en televisiecarrière. Zoals Kapitein Zeppos, Fabian van Fallada, Slisse & Cesar, De Paradijsvogels en De bossen van Vlaanderen.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden te gast bij de Nederlandse Ko van Dijk jr., tot ik erbij neerval (De Post 24 september 1977)

45 jaar geleden te gast bij de Nederlandse Ko van Dijk jr., tot ik erbij neerval (De Post 24 september 1977)

45 jaar geleden te gast bij de Nederlandse Ko van Dijk jr., tot ik erbij neerval (De Post 24 september 1977)

45 jaar geleden te gast bij de Nederlandse Ko van Dijk jr., tot ik erbij neerval (De Post 24 september 1977)