De actie kreeg steun van de kranten, die deze borden gratis ter beschikking stelde van hun lezers. Op de foto Mevrouw J.C. Brown in Spartanburg in South Carolina. (De Post van 2 februari 1959)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
De actie kreeg steun van de kranten, die deze borden gratis ter beschikking stelde van hun lezers. Op de foto Mevrouw J.C. Brown in Spartanburg in South Carolina. (De Post van 2 februari 1959)

De ramp deed zich voor tijdens zeer dichte mist op het wegvak tussen de Markbrug en de afrit Prinsenbeek.

Op deze verder zonnige ochtend hingen er dichte mistbanken in het lage land rond Breda.
Het verkeer komend vanaf de hoger gelegen Markbrug reed plotseling in de mistbank.
Er ontstond ter hoogte van Prinsenbeek een kleine aanrijding, waarvoor de achteropkomers (met name vrachtwagens) niet meer op tijd konden remmen.
Over een grote afstand en op beide rijbanen reden voertuigen op elkaar in.
Er ontstonden felle branden.

Na de initiële kettingbotsing in de rijrichting vanaf de Moerdijkbruggen richting Breda vond ook een kettingbotsing plaats op de andere rijbaan.
Bij Zevenbergschen Hoek gebeurde op hetzelfde moment nog een ongeval waarbij twee tankwagens betrokken waren en waarbij ook brand ontstond.
Bij de verschillende ongevallen op deze locatie waren 40 personenauto’s, 14 vrachtwagens en vijf tankwagens betrokken.

Met name de lading van drie van de tankwagens leverde een bijdrage aan de omvang van de ramp, aangezien brandbare vloeistoffen die vlam hadden gevat een grote brand veroorzaakten.
De bij de brand betrokken tankwagens waren:
een tankwagen met gasolie (diesel) en benzine die als eerste in brand vloog;
een lege tankwagen voor het vervoer van chloorbleekloog die eveneens helemaal in brand stond;
een tankwagen met 20 ton zeer brandbaar vinylacetaat, waarvan 13 ton in brand stond. Een tweede compartiment van 7 ton kon door een gerichte brandbestrijding afgeschermd en gekoeld worden.
De andere tankwagens waren gevuld met butynol-diglycol (een niet-brandbare antivriesvloeistof) respectievelijk een niet-brandbare emulsie van vinylacetaat en water.

