55 jaar geleden, de verzamelaar Top Star Festival

In 1971 bracht een bijzonder erecomité een dwingende boodschap naar buiten om aandacht te vragen voor een wereldwijd probleem.

Het comité introduceerde de verzamelaar Top Star Festival, een uitzonderlijke artistieke prestatie die destijds met enthousiasme werd aanbevolen.

Het luistergenot van de kopers werd destijds vergroot door de wetenschap dat zij met hun aankoop tegelijkertijd de talloze vluchtelingen in de wereld hielpen, mensen die destijds veel minder bevoorrecht waren.

Grote artiesten verleenden destijds belangeloos hun medewerking aan dit album. Ook de grammofoonplatenindustrie, de Amerikaanse Federatie van Musici, componisten, tekstdichters en muziekuitgevers werkten in die periode intensief samen.

Zij maakten het destijds mogelijk om snel te reageren op een nobel en menslievend appèl.

Deze onbaatzuchtige inzet had destijds echter pas echt zin als het publiek de plaat kocht en aanbeval bij vrienden.

De leden van het erecomité van de Hoge Commissaris spraken destijds, namens de vluchtelingen over de gehele wereld, hun oprechte dank uit aan iedereen die aan het album meewerkte.

Onder de betrokkenen bevonden zich destijds bekende namen zoals Burt Bacharach, Dave Brubeck, Duke Ellington, David Frost en Paul Mauriat.

In die tijd werden vluchtelingen gedefinieerd als mensen die door angst voor vervolging gedwongen waren hun huis en vaderland te verlaten.

Om hen te beschermen en bij te staan, had de internationale volkerengemeenschap destijds de United Nations Relief and Works Agency opgericht, die zich specifiek richtte op Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten.

Alle overige vluchtelingen stonden destijds onder de hoede van de United Nations High Commissioner for Refugees.

De voornaamste taak van de UNHCR was destijds het bieden van internationale bescherming. In de toenmalige moderne wereld was een mens zonder land immers een mens zonder rechten.

Op verzoek van de gastlanden hielp de organisatie destijds in eerste instantie met minimale materiële bijstand om te overleven, om vervolgens te zoeken naar blijvende oplossingen.

Het uiteindelijke doel was destijds om te zorgen dat iemand geen vluchteling meer hoefde te zijn, bijvoorbeeld door vrijwillige terugkeer of door het aannemen van een nieuwe nationaliteit.

Destijds vielen naar schatting zo’n tweeënhalf miljoen vluchtelingen onder de bescherming van de organisatie.

De verdeling over de continenten liet in die periode een miljoen vluchtelingen in Afrika zien, honderdzestigduizend in Azië, zevenhonderdvijftigduizend in Europa en nog eens ruim zeshonderdvijfenzestigduizend elders.

Een groot deel van hen had destijds nog altijd acute materiële hulp nodig. Het succes van de UNHCR steunde in die tijd op een zuiver humanitaire, niet-politieke en pragmatische benadering.

Door vluchtelingen te helpen met hun vestiging, nam de organisatie destijds die bron van potentiële spanningen weg, wat direct bijdroeg aan de vrede en stabiliteit in de wereld.

Hoewel de schaal in de vroege jaren zeventig al aanzienlijk was, is de problematiek in de decennia daarna exponentieel gewijzigd door een samenspel van verschillende oorzaken.

Ter vergelijking: de UNHCR rapporteert dat er in 2026 wereldwijd naar schatting 120 miljoen mensen op de vlucht zijn of gedwongen zijn ontheemd, waaronder vluchtelingen, asielzoekers en binnenlandse ontheemden.

Dit enorme verschil met 1971 laat zich deels verklaren door de groei van de wereldbevolking, waardoor conflicten grotere groepen mensen treffen.

Ook het karakter van conflicten is veranderd van kortstondige oorlogen tussen staten naar langdurige binnenlandse burgeroorlogen, waardoor terugkeer vaak onmogelijk blijft.

Daarnaast spelen tegenwoordig nieuwe factoren een grote rol, zoals klimaatverandering en extreme weersomstandigheden die gebieden onbewoonbaar maken.

Tot slot zorgen de moderne globalisering, betere transportnetwerken en een snellere toegang tot informatie ervoor dat grotere groepen mensen lange afstanden kunnen afleggen om aan uitzichtloze situaties te ontsnappen, wat ook leidt tot een hogere registratie van asielzoekers wereldwijd.

Het exacte aantal van rond de zevenhonderdvijftigduizend of ruim zeshonderdvijfenzestigduizend vluchtelingen en asielzoekers dat jaarlijks Europa binnenkomt, is de afgelopen jaren een constant gegeven in de statistieken van Eurostat en de UNHCR.

Zo werden er in 2025 in de hele Europese Unie bijvoorbeeld een kleine 670.000 eerste asielaanvragen geregistreerd.

Deze mensen komen uit verschillende delen van de wereld, waarbij enkele landen al jarenlang de grootste groep asielzoekers leveren vanwege aanhoudende oorlogen, politieke instabiliteit of economische crises.

De belangrijkste herkomstregio’s en landen zijn tegenwoordig het Midden-Oosten, waarbij Syrië al sinds 2013 de grootste leverancier van asielzoekers in Europa is, omdat mensen daar nog steeds de gevolgen van de slepende burgeroorlog en de repressie ontvluchten.

Daarnaast komen er aanzienlijke aantallen vluchtelingen uit Turkije, Irak en Jemen.

In Azië staat Afghanistan steevast in de top drie van herkomstlanden; sinds de machtsovername door de Taliban zoeken veel Afghanen een veilig heenkomen in Europese landen, met name in Duitsland.

Ook uit landen als Pakistan en Bangladesh reizen groepen mensen richting Europa.

Een zeer grote en opvallende stroom is afkomstig uit Zuid- en Midden-Amerika, met name uit Venezuela en Colombia.

Door de diepe economische en politieke crisis in Venezuela is een miljoenenstroom op gang gekomen, waarvan een aanzienlijk deel via Spanje Europa probeert binnen te komen, waardoor Venezolanen in recente Europese statistieken soms zelfs de grootste groep eerste aanvragers vormen.

Uit het Afrikaanse continent komen vluchtelingen hoofdzakelijk uit landen met dictatoriale regimes of interne conflicten, waarbij Eritrea en Somalië de bekendste voorbeelden zijn, maar er is ook instroom vanuit landen als Nigeria, Marokko, Algerije en Tunesië.

Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat de miljoenen Oekraïners, die sinds de Russische inval in 2022 naar de Europese Unie zijn gevlucht, meestal buiten de reguliere asielstatistieken vallen. Dit komt omdat zij via een speciale Europese richtlijn direct een tijdelijke beschermingsstatus kregen, zonder de gewone asielprocedure te hoeven doorlopen.

In 1971 lag de situatie op het gebied van vluchtelingenstromen in Europa heel anders dan in 2026.

Het cijfer van zevenhonderdvijftigduizend vluchtelingen dat destijds werd genoemd, had een totaal andere achtergrond en de herkomstgebieden waren destijds niet te vergelijken met de huidige crisisgebieden.

In de vroege jaren zeventig kwamen grote groepen vluchtelingen binnen Europa inderdaad voor een heel belangrijk deel uit Oost-Europa en Centraal-Europa.

Door de Koude Oorlog en het IJzeren Gordijn ontvluchtten veel mensen het communistische regime in het Oostblok. Grote stromen kwamen destijds uit landen als Tsjecho-Slowakije, na het neerslaan van de Praagse Lente in 1968, en uit Polen en Hongarije om politiek asiel te zoeken in West-Europese landen.

Daarnaast was er in die specifieke periode rond 1971 een grote vluchtelingenstroom buiten Europa die indirect ook impact had, namelijk door de onafhankelijkheidsoorlog in Bangladesh (toen nog Oost-Pakistan), wat destijds miljoenen mensen op de vlucht joeg, al bleven de meesten daarvan in de regio zelf opgevangen.

Ook de politieke spanningen in het Midden-Oosten zorgden toen voor de eerste migratiestromen, maar de massale asielaanvragen uit landen als Syrië, Afghanistan of Venezuela, zoals we die nu kennen, bestonden toen nog niet.

Het cijfer is in de loop der jaren dus weliswaar in omvang soms vergelijkbaar gebleven, maar de geografische oorsprong en de politieke redenen achter de vluchtelingenstromen zijn tussen 1971 en 2026 compleet verschoven van de Europese binnengrenzen naar conflictgebieden ver daarbuiten.

Met de explosieve groei van het aantal vluchtelingen zijn uiteraard ook de benodigde budgetten en de internationale steun meegegroeid.

In 1971 beschikte de UNHCR over een regulier operationeel budget van ongeveer 7 miljoen dollar, al werd dat jaar door de onafhankelijkheidsoorlog van Bangladesh ook nog eens ruim 115 miljoen dollar aan extra noodhulp ingezameld via speciale oproepen.

In die tijd zegden 74 overheden een financiële bijdrage toe.

In 2026 liggen de bedragen in een totaal andere orde van grootte, met een vastgestelde totale budgetbehoefte van ruim 8,5 miljard dollar.

Vrijwel alle lidstaten van de Verenigde Naties dragen tegenwoordig op een of andere manier bij, al komt de kern van de financiering van een vaste groep donorlanden en de Europese Unie.

De verhoudingen binnen deze internationale financiering zijn zeer scheef verdeeld, aangezien de UNHCR bijna volledig afhankelijk is van vrijwillige bijdragen.

Grote mogendheden zoals China en Rusland betalen weliswaar mee, maar hun aandelen zijn uiterst beperkt; China schenkt doorgaans minder dan 0,1 procent van het totale budget en Rusland schommelt vaak rond de 0,05 procent.

India hanteert een soortgelijk beleid en kiest voor een minimale rechtstreekse bijdrage van enkele honderdduizenden dollars, ondanks de vele vluchtelingen die het land zelf opvangt.

De regio Zuid-Amerika draagt via individuele landen zoals Brazilië, Chili en Colombia gezamenlijk voor minder dan 0,5 procent bij aan het wereldwijde budget, mede omdat veel landen daar zelf grote interne ontheemdenstromen moeten opvangen met steun van de organisatie.

De rijke olielanden in de Golfregio vormen een wisselende factor; zij dragen circa 1 tot 2 procent bij, maar doen dit bijna uitsluitend in de vorm van ad-hoc noodhulp die specifiek is geoormerkt voor crises binnen de Arabische of islamitische wereld.

Alles bij elkaar genomen vertegenwoordigen Rusland, China, India, Zuid-Amerika en de olielanden nog geen 3 procent van het geheel.

De resterende 97 procent van het miljardenbudget wordt opgebracht door de traditionele westerse partners, waarbij de rol van de belangrijkste lidstaten cruciaal blijft.

Soms kent de geschiedenis politieke verschuivingen, zoals begin 2026, toen de Amerikaanse regering een grootschalige terugtrekking aankondigde uit maar liefst 66 internationale organisaties en VN-organen, waaronder verschillende klimaat- en handelsorganisaties.

De Amerikaanse administratie maakte destijds echter een expliciete uitzondering voor een klein aantal organisaties die als cruciaal voor de veiligheid of humanitaire belangen worden gezien.

De VN-vluchtelingenorganisatie viel onder die uitzondering, waardoor de Verenigde Staten tot op de dag van vandaag nog altijd lid zijn van de UNHCR en de werking ervan actief ondersteunen.

De Verenigde Staten zijn historisch gezien en ook nu nog altijd de absolute koploper en de grootste individuele financier en betaler van de UNHCR.

De Amerikaanse overheid maakt jaarlijks gigantische bedragen over die de basis vormen van het budget, met totale bijdragen die steevast ruim boven de 2 miljard dollar per jaar liggen en recent zelfs opliepen tot ruim 2,4 miljard dollar.

Er zijn geen andere individuele landen die nog meer betalen dan de Verenigde Staten.

Het internationale blok, namelijk de Europese Unie, is de enige speler die het Amerikaanse volume evenaart, omdat de Europese Commissie de individuele bijdragen van alle Europese lidstaten samenvoegt.

Binnen die westerse gemeenschap nemen ook Nederland en Vlaanderen hun verantwoordelijkheid.

Nederland behoort van oudsher tot de belangrijkste internationale donateurs en schenkt jaarlijks stabiele bedragen van rond de 90 tot 100 miljoen dollar.

Dit geld wordt bewust grotendeels flexibel en ongeoormerkt overgemaakt, waardoor Nederland stevig in de wereldwijde top tien van grootste overheidsdonateurs staat.

Vlaanderen draagt als regio binnen België onafhankelijk bij met gerichte projectsteun en bijdragen aan het noodhulpfonds.

De Vlaamse overheid maakt hiervoor jaarlijks bedragen vrij die variëren van enkele honderdduizenden tot 1 à 2 miljoen euro, terwijl de federale overheid van België daarnaast nog eens tientallen miljoenen euro’s aan de organisatie overmaakt.

De grootste vluchtelingenproblemen concentreerden zich in 1971 in Afrika en Azië.

Veel landen in deze werelddelen waren in die periode pas kort onafhankelijk en misten de nodige financiële middelen voor hun eigen nationale ontwikkeling. Hoe gastvrij deze jonge naties destijds ook waren met het verlenen van asiel en het toewijzen van land, er kon destijds niet van hen worden verwacht dat zij de enorme kosten van deze plotselinge vluchtelingenstromen alleen droegen.

Dat was het moment waarop de UNHCR te hulp schoot.

De vestiging van vluchtelingen in Afrika en Azië vereiste destijds die opbouw van compleet nieuwe gemeenschappen in dunbevolkte gebieden.

In die tijd moesten er wegen en bruggen worden aangelegd, bossen worden gekapt, moerassen worden drooggelegd en waterputten worden gegraven.

Ook de bouw van scholen, apotheken en de distributie van gereedschap, zaden en geneesmiddelen eisten destijds enorme investeringen.

Omdat de overheidssubsidies en particuliere giften in die periode niet toereikend waren, zocht de Hoge Commissaris destijds rechtstreeks steun bij het grote publiek.

Voor dat doel waren er destijds al drie eerdere elpees uitgebracht, waar Top Star Festival in 1971 aan werd toegevoegd.

De volledige netto-opbrengst van de verkoop van deze grammofoonplaten werd destijds door de UNHCR en de UNRWA uitsluitend gebruikt voor de directe bijstand aan vluchtelingen.

De muziek op de plaat werd destijds uitgebracht met officiële toestemming van verschillende internationale muziekuitgevers, die de rechten voor de nummers op kant een en kant twee voor dit goede doel beschikbaar stelden.