125 jaar geleden, van volkse Druifsteeg tot burgerlijke Baudeloostraat in Gent

Rond het jaar 1900 onderging de noordzijde van de Vrijdagmarkt een ingrijpende verandering.

Waar ooit een wirwar van smalle steegjes en arbeiderswoningen lag, kwam een brede doorgang richting de voormalige Baudelo-abdij aan de Ottogracht en de achterliggende Baudelokaai.

Het bekendste straatje dat hiervoor moest wijken, was de oude Druifsteeg, later Struivelstraat genoemd.

In 1900 werd deze steeg definitief afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe, verbrede Baudeloostraat.

De aanleg betekende een heuse kaalslag in de volkswijk.

De socialisten stemden indertijd in met deze sanering en de uitdrijving van de arbeidersbevolking.

Toch liep de heropbouw niet meteen storm; de nieuwe straat raakte maar moeizaam volgebouwd.

De bouwgronden waren simpelweg te duur geworden voor arbeidershuisjes.

In de plaats kwamen zelfstandigen, bedienden en renteniers wonen, al werden heel wat panden ook gekocht als opbrengsteigendom om te verhuren.

Zo veranderde het straatbeeld in een wijk voor de gegoede kleine burgerij.

Pas na de Eerste Wereldoorlog raakte de straat geleidelijk aan volledig volgebouwd.

De meest bepalende bouwmeester van de straat was de Gentse architect Jacob Gustaaf Semey (1864-1935).

Hij ontwierp de hele huizenrij vanaf Vrijdagmarkt 17 tot en met Baudeloostraat 19.

Zijn ontwerpen sloten perfect aan bij de wensen van de toenmalige burgerij, die via hun woning graag pronkte met rijkdom en een intellectuele, artistieke smaak.

Semey hanteerde een gevarieerde eclectische stijl en voorzag zijn gevels van volkse spreuken en sculpturen van Gentse of Vlaamse historische figuren, net zoals hij dat deed aan de Vlaamsekaai.

Het was voor hem meteen een manier om zijn eigen liberale overtuiging en Vlaamse sympathieën te tonen.

Wie vandaag door de straat wandelt, ziet trouwens een boeiende mix aan bouwstijlen.

Naast veertien neoclassicistische gevels zijn in de verderop gelegen panden ook duidelijke invloeden te ontdekken van art nouveau, art deco en de expressieve baksteenarchitectuur van de Amsterdamse School (foto’s met dank aan Claude Faseur)

Oude postkaarten van Gent in kleur.

In september en oktober krijgt u oude postkaarten te zien van Gent in kleur.

Wie een postkaart uit het begin van de twintigste eeuw bekijkt, zoals deze sfeervolle opname van de Vrijdagmarkt uit circa 1910, vraagt zich al snel af hoe men die prachtige kleuren destijds op papier kreeg.

Echte kleurenfotografie stond toen immers nog in de kinderschoenen.

De autochroomtechniek van de gebroeders Lumière bestond wel al, maar die was veel te tijdrovend en veel te duur voor de massaproductie van prentbriefkaarten.

Het geheim achter dit soort beelden begon vrijwel altijd bij een doodgewone, vlijmscherpe zwart-witfoto op een glazen negatief.

Pas in de drukkerij kwam de kleur tot leven via een knap staaltje vakmanschap: chromolithografie of fotochroomdruk.

Vaklieden brachten het fotografische beeld over op grote kalkstenen drukstenen.

Voor iedere afzonderlijke kleur werd met de hand een aparte steen geprepareerd.

De lithograaf bepaalde heel precies waar, en met hoeveel intensiteit, een tint op het papier moest landen.

Om tot het uiteindelijke resultaat te komen, werden vaak zes tot meer dan tien verschillende kleurlagen nauwkeurig over elkaar heen gedrukt.

Veel van die gespecialiseerde drukkerijen stonden destijds in Duitsland of Zwitserland.

Omdat de ambachtslieden de Vrijdagmarkt waarschijnlijk nooit met eigen ogen hadden gezien, kozen ze de kleuren op gevoel, volgens vaste regels en met een flinke dosis verbeeldingskracht.

Dat verklaart meteen die herkenbare, schilderachtige sfeer op dit soort oude kaarten: de zachte roze-blauwe hemel, de warme roodbruine daken en de nostalgische gloed over de historische gevels.

Dit is een blik op de Gentse Vrijdagmarkt in 1981, een periode waarin het plein volop in verandering was.

Een jaar eerder, in 1980, startte de grondige renovatie van het Toreken, die uiteindelijk tot 1983 in beslag zou nemen.

Tegelijkertijd lagen de plannen klaar voor de bouw van de ondergrondse parkeergarage.

De werken daarvoor begonnen halverwege 1981, waarna de parking in het voorjaar van 1982 opende.