Vandaag, 25 jaar geleden, start van de Ronde van Frankrijk die uiteindelijk eindigde zonder een winnaar, wegens doping

De Ronde van Frankrijk van 2001 was de achtentachtigste editie van de belangrijkste wielerwedstrijd ter wereld en vond plaats van 7 tot en met 29 juli.

De ronde startte in de Noord-Franse stad Duinkerke met een proloog, die werd gewonnen door de Fransman Christophe Moreau, en eindigde traditiegetrouw op de Champs-Élysées in Parijs.

Deze editie bestond uit een proloog en twintig etappes, met een totale afstand van net geen drieduizendvijfhonderd kilometer.

Het parcours bracht het peloton voornamelijk door Frankrijk, maar maakte ook een korte uitstap naar België.

Voor de Belgische wielerfans en de twee deelnemende Belgische ploegen, Lotto-Adecco en Domo-Farm Frites, werd het een succesvolle editie op het gebied van ritzeges en strijdlust.

De nationale wielertrots werd al vroeg aangewakkerd in de tweede etappe van Calais naar Antwerpen.

De Belg Marc Wauters, die uitkwam voor de Nederlandse Rabobank-ploeg, wist in zijn thuisland de overwinning te grijpen en veroverde daarmee voor één dag de prestigieuze gele trui.

Ook in het verdere verloop van de ronde lieten de Belgen zich nadrukkelijk gelden.

Het was daarbij specifiek de Belgische Lotto-Adecco-formatie die wist te schitteren met exact twee overwinningen.

Rik Verbrugghe schreef na een lange ontsnapping de vijftiende etappe tussen Pau en Lavaur op zijn naam.

Twee dagen later was het opnieuw raak voor de Lotto-ploeg toen Serge Baguet de zeventiende rit van Brive-la-Gaillarde naar Montluçon won.

De andere Belgische ploeg, Domo-Farm Frites, had dat jaar absolute triomfen gevierd in het voorjaar, maar in deze Tour behaalden de renners van Patrick Lefevere geen etappewinst en hun absolute kopman Johan Museeuw was niet in de selectie opgenomen.

In het algemeen klassement speelden de Belgische renners, waaronder Mario Aerts en de voor Domo rijdende Axel Merckx, geen rol van betekenis voor de absolute topplaatsen, maar de ritzeges en de dag in het geel maakten het tot een geslaagde Tour voor België.

Sportief gezien werd het algemeen klassement gedomineerd door het verwachte duel tussen de Amerikaan Lance Armstrong en de Duitser Jan Ullrich.

Armstrong, kopman van de US Postal-ploeg, hield zich in het begin van de ronde relatief rustig, maar deelde een enorme klap uit tijdens de eerste zware Alpenrit naar Alpe d’Huez.

Het moment waarop hij vlak voor zijn beslissende demarrage even achterom keek naar Ullrich, is een onuitwisbaar beeld uit de wielergeschiedenis geworden. Armstrong domineerde de bergen en de tijdritten en won de ronde uiteindelijk met een voorsprong van ruim zes en een halve minuut op Ullrich.

De Spanjaard Joseba Beloki mocht als derde mee op het eindpodium in Parijs.

Naast de strijd om de gele trui waren er andere opvallende prestaties die de koers kleurden.

De Duitse sprinter Erik Zabel veroverde de groene trui voor het puntenklassement voor de zesde opeenvolgende keer, wat destijds een absoluut record was.

De populaire Franse renner Laurent Jalabert won de bolletjestrui voor het bergklassement en bracht het thuispubliek in vervoering met zijn aanvallende rijstijl in de bergen.

De witte trui voor de beste jongere ging naar de talentvolle Spanjaard Oscar Sevilla, terwijl de aanvallende Spaanse Kelme-ploeg het ploegenklassement won.

Een grote verrassing was de Kazach Andrei Kivilev, die dankzij een lange ontsnapping in de achtste etappe naar Pontarlier, een rit die door de Nederlander Erik Dekker werd gewonnen, uiteindelijk als vierde in Parijs eindigde.

De rode lantaarn voor de laatste renner in het klassement ging naar de Franse sprinter Jimmy Casper.

Jaren later kreeg de uitslag van deze Tour echter een zware historische correctie.

In 2012 werd Lance Armstrong, na een grootschalig onderzoek van het Amerikaanse antidopingagentschap USADA, ontmaskerd als spil in een geavanceerd dopingnetwerk.

De internationale wielerunie UCI besloot daarop onmiddellijk om Armstrong al zijn zeven Tourzeges, waaronder die van 2001, af te nemen.

De organisatie van de Tour de France besloot de opengevallen eerste plaats vacant te laten en geen nieuwe winnaar aan te wijzen.

Hierdoor is de eerste positie in de officiële geschiedenisboeken voor de editie van 2001 voor altijd blanco gebleven, wat deze wedstrijd onlosmakelijk verbindt met een donkere periode uit de wielersport.

Vandaag exact veertig jaar geleden ging de historische Ronde van Frankrijk van 1986 van start.

Terwijl wielerjournalist Mark Vanlombeek voor zijn werk de Tourkaravaan door het Franse landschap volgde, verbleven zijn vrouw en kinderen aan de Belgische kust, een menselijk contrast dat het tijdschrift Story destijds mooi optekende in de editie van 8 juli.

Het peloton kleurde dat jaar behoorlijk in de Lage Landen, met een sterke afvaardiging van 32 Belgische en 19 Nederlandse renners aan de startlijn.

Onze landgenoten lieten zich in die 73ste editie bijzonder goed opmerken en wisten de Tour extra glans te geven met vijf indrukwekkende ritzeges.

Pol Verschuere opende het Belgische succesverhaal met winst in de allereerste etappe van Nanterre naar Sceaux. Ludo Peeters triomfeerde in de zevende rit van Cherbourg naar Saint-Hilaire du Harcouët, waarna Eddy Planckaert meteen een dag later het goede voorbeeld volgde en de achtste etappe naar Nantes op zijn naam schreef.

Ook Rudy Dhaenens en Frank Hoste mochten juichen na overwinningen in respectievelijk de elfde rit vanuit Futuroscope naar Bordeaux en de vijftiende etappe van Carcassonne naar Nîmes.

De Nederlandse eer werd succesvol verdedigd door Johan van der Velde, die in de vijfde etappe van Evreux naar Villers-sur-Mer de tegenstand te slim af was en als eerste over de streep kwam.

Naast de successen uit de Lage Landen staat de Tour van 1986 in de internationale wielergeschiedenis vooral gegrift als de ronde van een van de meest beklijvende interne ploegduels ooit.

Binnen het dominante La Vie Claire team vochten de Amerikaan Greg LeMond en de Franse vijfvoudige winnaar Bernard Hinault een psychologische en fysieke slijtageslag uit.

Hoewel Hinault een jaar eerder had beloofd LeMond aan de eindzege te helpen, viel hij zijn jongere ploegmaat meermaals aan onder het mom dat hij hem wilde dwingen de zege echt te verdienen.

Deze zinderende en soms verwarrende tweestrijd leverde iconische televisiebeelden op, met als absoluut hoogtepunt de etappe naar l’Alpe d’Huez waar beide rivalen hand in hand over de finish kwamen. Uiteindelijk trok LeMond aan het langste eind in het algemeen klassement.

Hij kroonde zich zo tot de allereerste Amerikaanse, en bij uitbreiding niet-Europese, winnaar van de Ronde van Frankrijk, een mijlpaal die de wielersport wereldwijd een enorme impuls gaf.

Vandaag 30 jaar geleden overlijdt Staf Janssens, oprichter van IJsboerke.

Het verhaal van IJsboerke begon meer dan tachtig jaar geleden, toen de veertienjarige Staf Janssens in 1943 met zijn fiets de baan op ging.

In de beginjaren verkocht de jonge ondernemer uit Tielen nog bakharing en kranten, maar de echte ommekeer kwam toen hij besloot om zelfgemaakt schepijs van deur tot deur aan te bieden.

Met zijn houten kar legde hij de basis voor wat een van de meest iconische Belgische merknamen zou worden.

Wat Staf Janssens zo uniek maakte, was zijn ongekende commerciële inzicht en zijn focus op de herkenbaarheid van het merk.

De typerende oranje vrachtwagens groeiden uit tot een vertrouwd gezicht in het straatbeeld en brachten het ijs tot in de kleinste dorpsstraten.

Wist je dat Janssens een enorme passie had voor vogels?

Op het terrein van de fabriek in Tielen liet hij een indrukwekkend vogelpark aanleggen met honderden exotische soorten, dat op een gegeven moment zelfs gratis toegankelijk was voor het publiek.

Gisteren nog vandaag

Daarnaast begreep hij als geen ander de kracht van sportmarketing.

IJsboerke was jarenlang de trotse hoofdsponsor van een succesvolle wielerploeg, waardoor de merknaam ook internationale faam verwierf in grote koersen zoals de Tour de France.

Hoewel het bedrijf in de loop der jaren verschillende keren van eigenaar wisselde en de bekende huis-aan-huisverkoop grotendeels naar de achtergrond verdween, blijft de herinnering aan de ijscowagen met zijn vrolijke bel stevig verankerd in het collectieve geheugen van vele Belgen.

Vandaag 40 jaar geleden, won Criquielion De Waalse Pijl op de mythische Muur

Een lange en slopende tocht van 246 kilometer, startend en eindigend in het hart van Hoei, met als ultieme scherprechter de gevreesde Muur.

Die dag in 1985 was speciaal, want het betekende de geboorte van een nieuw tijdperk voor de Waalse Pijl.

Voor het eerst lag de finishlijn bovenop de Muur van Hoei, een beslissing die de koers voorgoed zou veranderen en de Muur tot een beklimming in de wielerkalender zou maken.

De eerste die zijn naam aan deze legendarische aankomst koppelde, was Claude Criquielion.

Zijn overlijden in 2015, exact dertig jaar na zijn eerste triomf, was een groot verlies voor de wielersport.

Gelukkig werd zijn nalatenschap in datzelfde jaar geëerd met een monument in de steilste bocht van de Muur, een bocht die nu voor altijd de naam van deze kampioen draagt.

Achter Criquielion streden Moreno Argentin en Laurent Fignon voor de ereplaatsen, terwijl de lokale trots, Eric Van Lancker uit ons eigen Oudenaarde, een verdienstelijke negende plek behaalde.

Van de vele renners aan de start, wisten er uiteindelijk 84 de finishlijn te passeren. Een dag om nooit te vergeten!

60 jaar geleden, te gast in de kerk Madonna del Ghisallo, de Madonna van de wielrenners.

De kerk van Madonna del Ghisallo is een heiligdom dat gewijd is aan de beschermheilige van de wielrenners.

Het ligt op de top van een heuvel in de buurt van het Comomeer, in de Italiaanse regio Lombardije.

De geschiedenis van deze kerk gaat terug tot de 17e eeuw, toen een lokale edelman, graaf Ghisallo, werd aangevallen door struikrovers en zijn toevlucht zocht bij een beeld van de Maagd Maria.

Hij beloofde haar een kapel te bouwen als hij gered werd.

Zijn gebed werd verhoord en hij hield zich aan zijn belofte. In 1949 werd Madonna del Ghisallo officieel uitgeroepen tot de patrones van de wielrenners door paus Pius XII. Sindsdien is de kerk een bedevaartsoord geworden voor fietsliefhebbers van over de hele wereld.

De kerk herbergt een museum met talrijke memorabilia en relikwieën uit de geschiedenis van het wielrennen, zoals fietsen, truien, medailles en foto’s van beroemde kampioenen.

Onder de meest opvallende stukken zijn de fietsen waarmee Fausto Coppi en Gino Bartali de Tour de France wonnen, de fiets waarmee Eddy Merckx het werelduurrecord vestigde, en de fiets waarmee Fabio Casartelli verongelukte tijdens de Ronde van Frankrijk van 1995 (Panorama 10 december 1963).

35 jaar geleden, te gast bij sportdirecteur Berten De Kimpe

Berten De Kimpe, ook bekend als Albert De Kimpe, werd geboren op 30 januari 1920.

Zijn vader, Adolphe De Kimpe had in Astene, een grote fabriek, waar de bekende Groene Leeuw fietsen werden gemaakt.

De Kimpe. Groene Leeuw leverde niet alleen racefietsen, maar ook heren- en damesfietsen.

Als jonge gast van 7 jaar was ging hij met mijn vader naar de koersen.

Zijn vader was namelijk eigenaar van de Belgische wielerploeg de Groene Leeuw die bestond van 1945 tot 1969.

Berten De Kimpe studeerde aan het college in Sint-Amandsberg.

Als tiener combineerde hij het fietsen met het voetbal.

Hij won 12 wielerwedstrijden en over zijn laatste fietswedstrijd, namelijk de Omloop der Beide Vlaanderen voor jongeren.

Zei hij het volgende in een interview in de Story: Ik ontsnapte met twee andere renners, we bouwden een voorsprong van 4 minuten op. Met nog 1 kilometer te rijden schoof ik weg in een strook zand, dag, overwinning. Een derde plaats interesseerde me niet, dus reed ik meteen naar mijn kleedhokje.

Mijn vader was daar zo boos om, dat hij een hamer greep en mijn fiets aan stukken sloeg. Het is een schande dat je die derde plaats liet liggen!

’s Anderdaags had hij er al spijt van. Je krijgt een nieuwe fiets, zei hij, maar ik wees het aanbod af. Ik koos definitief voor voetballen. Daar voelde ik op dat moment veel meer voor.

Ook als voetballer gooide Berten De Kimpe hoge ogen.

Hij was amper 16 jaar, toen hij debuteerde in het fanion-elftal van eersteklasser Gantoise (AA Gent).

Van Gantoise werd hij getransfereerd naar Cercle Brugge. In 1943 kwam er een dramatisch einde aan zijn voetballoopbaan.

In datzelfde interview in de Story zei hij daar het volgende over: in 16 wedstrijden had ik 19 keer gescoord. Tegen Racing Brussel maakte ik zelfs 3 doelpunten op 20 minuten. Het waren zijn allerlaatste goals, want ik geraakte onherstelbaar aan mijn knie gekwetst. Mijn been stond paraplu, de meniscus had zware averij opgelopen.

Een operatie in Engeland had mijn carrière mogelijk nog kunnen redden, maar door de oorlogsomstandigheden kwam daar niets van terecht.

Als sportdirecteur bij Wiel’s-Groene Leeuw leidde hij tal van renners naar grootse prestaties.

Gezien één van de cosponsors, de Belgische brouwer Wielemans-Ceuppens, die zijn biermerk Wiel’s wou promoten, kreeg de ploeg deze nieuwe naam.

Een aantal grote namen fietsten voor deze wielerploeg, zoals Erik De Vlaeminck, Walter Godefroot, Arthur Decabooter, Stan Ockers, Benoni Beheyt, Rik Van Looy en Sylvère Maes droegen het groene shirt.

Andere namen waren Alfons Sweeck, André Messelis, Armand Desmet, Daniel Denys, Eddy Pauwels, Fernando Manzaneque, Firmin Van Kerrebroeck, Frans De Mulder, Freddy Decloedt, Gerard Van De Steene, Germain Derycke, Gilbert Desmet, Gustaaf De Smet, Hans Junkermann, Jean-Baptiste Claes, Jozef Timmerman, Karl-Heinz Kunde, Lucien Mathys, Martin Van Den Bossche, Michel Remue, Noël Foré, Walter Boucquet en Willy Van den Eynde.

Ook in het veldrijden was de ploeg actief en dankzij Eric De Vlaeminck wonnen ze de allereerste Belgische wereldtitel in het veld.

Een hoogtepunt was zeker de Ronde van Spanje 1960 waar Wiel’s-Groene Leeuwde winnaar en tweede van het eindklassement leverde, respectievelijk Frans De Mulder (met vier ritwinsten) en Armand Desmet.

Een derde ploegmaat, Arthur Decabooter, eindigde ook nog in de top 10 en won dat jaar ook de blauwe trui van het puntenklassement en twee ritwinsten.

Het team deed vier maal mee met de Ronde van Frankrijk (1962, 1963, 1964, 1965) en behaalde daar in die vier jaar zes ritoverwinningen.

In de Vuelta behaalde Groene Leeuw uit zes deelnames (1960, 1961, 1962, 1965, 1966, 1969) 10 ritwinsten.

Ook een herinnering van iedereen blijft de ontknoping van het WK op de weg in Ronse in 1963.

Toen trok zijn Groene Leeuw-renner Gilbert De Smet uit Lichtervelde de spurt aan voor de gedoodverfde favoriet Rik Van Looy. Maar een andere Groene Leeuw, Benoni Beheydt, spurtte iedereen voorbij en won.

Toen de wielerploeg eindigde eind 1969, stapte Berten’De Kimpe over naar de nieuwe wielerploeg met Watneys als hoofdsponsor.

Daar kreeg Jef Braeckevelt in 1970 dankzij Berten De Kimpe een job aangeboden als ploegleider.

Deze ploeg met wisselende sponsors en bijhorende ploegnamen zou tot 1978 blijven bestaan.

Al die tijd werkte Braeckevelt in de schaduw van De Kimpe.

In zijn privé-leven heeft Berten onnoemelijk veel tegenslagen gekend.

In 1943 trouwde hij met Margriet, maar het koppel bleef helaas kinderloos en daar vertelde hij het volgende over: wij verloren vier kinderen, alle vier werden te vroeg geboren, na zes maanden zwangerschap.

De dokters deden hun best om ze in leven te houden, maar het mocht niet baten.

In 1977 kreeg hij een verkeersongeval in Sint-Martens Latem met een dodelijke afloop.

In het interview in de Story zei hij het volgende daarover: ik reed in een auto met aanhangwagen. Opeens hoorde ik een klap. Ik voelde dat er iets gebeurd was. Ik stapte uit om te kijken en kreeg een enorme schok, want er lag een kindje dood op de weg!

Dat kind was al spelend op de loop gegaan voor een kameraadje en het was tussen de auto en de aanhangwagen gesukkeld.

Ik ben daar toen zo hard van geschrokken dat mijn hart in één keer zes maal groter werd. Jawel, je hoort het goed, zes keer groter dan normaal, enkel en alleen door het schrikken. Ik werd met een shock afgevoerd.

Een half jaar heb ik toen thuis in een verduisterde kamer gelegen.

Tijdens een darmoperatie in 1977 verloor hij veel bloed verloor en de dokters zagen geen uitweg meer

Ze hadden hem al opgegeven, maar toch overleefde hij de operatie, maar duurde zijn herstel bijna 2 jaar.

Einde 1978 kreeg hij een voorstel om terug sportdirecteur te worden.

Om terug te scoren met onder meer Claude Criquielion.

Berten De Kimpe kwam te overlijden in maart 1999 op 79-jarige leeftijd.

In 2016 besliste het stadsbestuur van Deinze om als eerbetoon Berten De Kimpe een straat te noemen naar hem.(Diverse bronnen, Story 3 mei 1988, Jan de Smet en Patrick Feyaerts en hun boek De wielerploeg die de Keizer uitdaagde en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 90 jaar geleden, de Ronde Van Vlaanderen met foto van de start aan de brug van Mariakerke in Gent (2 april 1933)

De 17de editie van de Ronde van Vlaanderen werd verreden over een afstand van 227 km van Gent naar Wetteren.

De winnaar was de Belgische wielrenner Alfons Schepers.

De gemiddelde uursnelheid van de winnaar was 33,140 km/h. Van de 164 vertrekkers bereikten er 40 de aankomst.