Het bewogen levensverhaal van Will Ferdy.

Will Ferdy werd in 1927 in Gent geboren als Werner Ferdinande en besloot in 1948, op eenentwintigjarige leeftijd, om van zingen zijn beroep te maken.

Drie jaar later, in 1951, scoorde hij zijn allereerste hit met het nummer Ziede Gij me Gere.

Ferdy kende veel succes als Vlaamse zanger en leunde in zijn repertoire graag aan bij het Franse chanson.

Deze voorliefde leverde hem zelfs een gouden plaat op voor een album met covers van Jacques Brel.

Daarnaast had hij groot succes met ‘Het Schrijverke’, gebaseerd op het bekende gedicht van Guido Gezelle, en met de liefdesballade ‘Christine’.

Dit laatste nummer groeide uit tot zijn lijflied.

Hoewel de tekst aan een vrouw met de naam Christine gericht was, ging het in werkelijkheid over Raf, een waargebeurde en verloren liefde van de zanger.

Enkele jaren geleden vertelde hij daarover in het radioprogramma De Madammen.

Hij gaf toe dat de naam hem nog steeds pijn deed, aangezien Raf zijn grote liefde was.

Na hun breuk ontmoetten ze elkaar nog twee keer.

Tijdens een van die bezoeken dacht Ferdy dat alles weer goed zou komen, tot er plots op de deur werd geklopt.

Er kwam een andere man binnen die door Raf werd voorgesteld als zijn nieuwe vriend, wat voor de zanger een uiterst pijnlijk moment was.

Raf overleed later aan kanker, een feit dat Ferdy pas twee jaar na diens dood per toeval te horen kreeg.

In december 1970 sprak Ferdy voor het eerst publiekelijk over zijn homoseksuele geaardheid.

In een later interview omschreef hij dit als een zeer emotioneel moment waarbij hij, samen met zijn moeder, met het zweet in de handen naar de uitzending zat te kijken.

Zijn vader was op dat moment al overleden. Hoewel die wist dat zijn zoon homo was, had hij daar nooit een verwijtend woord over gesproken.

Ook zijn moeder was al lang op de hoogte.

Toch had zijn coming-out grote gevolgen voor zijn carrière. In Het Nieuwsblad vertelde Ferdy dat hij het in het begin erg moeilijk had, voornamelijk door de hypocrisie.

Dit merkte hij ook bij de VRT, de toenmalige BRT. Terwijl hij voorheen regelmatig optrad in jeugduitzendingen, liet diezelfde dienst hem plotseling weten dat ze hem voorlopig niet meer konden vragen.

Wat betreft de reactie van de kerk, gaf hij toe dat hij overwegend positieve ervaringen had, op één priester in Maldegem na die vanaf de preekstoel tegen hem predikte.

Ferdy bleef zingen tijdens missen en priesterwijdingen, en trad zelfs op aan de zijde van kardinaal Danneels.

Van zijn beslissing om uit de kast te komen heeft hij bovendien nooit spijt gehad.

Hij was blij dat hij de stap had gezet en verklaarde in een interview dat hij het onmiddellijk opnieuw zou doen.

Zijn rijke muzikale loopbaan werd in 2001 bekroond met een plaats in de Eregalerij voor een leven vol muziek.

Will Ferdy bleef tot op hoge leeftijd actief toeren met zijn liedjes, maar besloot om eind juni 2014 definitief een punt achter zijn carrière als zanger te zetten, omdat hij in schoonheid wilde eindigen.

Op Radio 2 vertelde hij later dat hij het optreden tot zijn eigen grote verwondering helemaal niet miste.

Waar hij vroeger verslingerd was aan het publiek en de sfeer in de zalen, deed het hem nadien niets meer.

Wanneer hij collega’s aan het werk zag, stelde hij enkel tevreden vast dat hij dat allemaal ook had gedaan.

Will Ferdy, die al enige tijd aan hartproblemen leed, overleed uiteindelijk op 8 november 2022 op 95-jarige leeftijd.

Hij stierf in familiale kring in zijn serviceflat in Antwerpen.

Jo Leemans mag vandaag 98 kaarsjes uitblazen.

Jo Leemans, in 1927 geboren als Josephine Leemans-Verbustel, kende een jeugd die getekend werd door een broze gezondheid.

Op driejarige leeftijd kreeg ze kinderverlamming, een ziekte die haar later opnieuw parten speelde en haar dwong haar muziekopleiding stop te zetten na een nieuwe aanval van polio.

Haar huwelijk met acteur Marc Leemans opende echter nieuwe deuren. Dankzij zijn contacten kon ze aan de slag als zangeres bij de radio, waar ze uitgroeide tot een gewaardeerde artieste die samenwerkte met gerenommeerde orkestleiders als Francis Bay en Fernand Terby.

Ze zong moeiteloos in het Nederlands, Frans en Engels en scoorde grote hits met nummers als ‘Que Sera, Sera’, ‘Heel Mijn Hart’, ‘Diep in mijn hart’ en ‘Lazarella’. Haar succes en uitstraling leverden haar de bijnaam ‘de Vlaamse Doris Day’ op.

In 1970, na een huwelijk van zeventien jaar, scheidde ze van Marc Leemans. De stress van de breuk, gecombineerd met de zakelijke beslommeringen van haar pas geopende taverne ‘Que Sera’ in Willebroek, wogen zwaar op haar.

Op aanraden van haar arts besloot ze een droge en zonnige plek op te zoeken om tot rust te komen in Benidorm.

De eerste twee jaar pendelde Jo nog tussen de Spaanse kust en Vlaanderen, maar toen dat te zwaar werd, vestigde ze zich definitief in Spanje.

Samen met haar nieuwe vriend Ivan, een jongen uit Schaarbeek, betrok ze een huis aan de Avenida Belgica.

Om in haar levensonderhoud te voorzien, nam ze een baan aan als gerant in nachtclub The Brussels in het Belroy Palace.

Het bloed kroop echter waar het niet gaan kon en het duurde niet lang voor Jo ook in Benidorm weer op het podium stond.

Twee keer per week zong ze de sterren van de Spaanse hemel voor een volle zaal.

Ze kreeg er regelmatig bezoek van Vlaamse collega’s als orkestleider Marco Remco, Eddy Wally en Bobbejaan Schoepen.

Jo Leemans bleef tot 1990 in Benidorm en keerde toen terug naar Vlaanderen.

In 1998 bracht ze haar autobiografie uit, getiteld ‘De vlucht terug’. Haar indrukwekkende carrière werd in 2001 bekroond toen ze, samen met Will Ferdy, werd opgenomen in de Eregalerij van Radio 2 voor een leven vol muziek.

Zelfs op 95-jarige leeftijd bleef ze verrassen, want in een interview met Dag Allemaal vertelde ze dat ze nog dagelijks genoot van een glaasje cava.

Ze onthulde ook een opmerkelijke speling van het lot: een van haar medebewoners in het rusthuis was de weduwe van haar ex-man.

In datzelfde gesprek zette ze de puntjes op de i over haar verleden.

Ze gaf openhartig toe dat niet Marc Leemans haar had bedrogen, maar dat ze destijds degene was die een scheve schaats had gereden.