Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, Kris De Bruyne, de tijd van holle dromen en braspartijen is voorbij.

De carrière van Kris De Bruyne start in 1968, wanneer hij doorbreekt met een bluesversie van ‘Klein klein kleutertje’.

Tijdens zijn studies aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel, enkele jaren later, leert hij in de kantine Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen.

Dit leidt al snel tot de vorming van het absurde trio Lamp, Lazerus en Kris. Ze nemen samen een plaat op, die onder meer de hits ‘De Peulschil’ en ‘De Onverbiddelijke Zoener’ bevat.

Hierna kiest De Bruyne voor een solocarrière.

In 1973 neemt hij met zijn eerste begeleidingsband, waar ook Raymond van het Groenewoud deel van uitmaakt, een titelloze debuutelpee op.

Hoewel de plaat helaas flopt, wordt ze vandaag algemeen erkend als de allereerste, echte Nederlandstalige rockplaat.

Twee jaar later, in 1975, brengt hij de single ‘Vilvoorde City’ uit, een lied over de stad die toen zijn thuishaven was.

Het nummer schetst een grauw beeld en is aanvankelijk omstreden in Vilvoorde.

In datzelfde jaar verschijnt ook de single ‘Amsterdam’, met muziek van Jo Muyllaert en tekst van De Bruyne.

Beide nummers zijn terug te vinden op het album ‘Ook Voor Jou’ uit 1975.

Met het nummer ‘Je Suis Gaga’ staat hij op 7 december 1985 op de eerste plaats in de Vlaamse Top 10.

Nadat zijn liedjes eind jaren 80 en ’90 wat uit de gratie raken, volgt de echte erkenning pas deze eeuw.

In 2007 wordt ‘Amsterdam’ opgenomen in de Eregalerij van de Vlaamse Klassiekers.

In 2021 krijgt het de ultieme bekroning als het allerbeste Nederlandstalige lied, met een nummer 1-positie in de Lage Landenlijst.

Kris De Bruyne overleed op 3 februari 2021, op 70-jarige leeftijd.

Vijf jaar geleden, daar is hij dan, het nummer Helena van Hugo Raspoet voor het eerst op single.

In 2026 is het al 55 jaar geleden dat het enige album van Hugo Raspoet verscheen.

Een jaar na zijn debuut stopte hij met zingen en trad hij uit de schijnwerpers.

Het nummer “Helena”, waarmee Raspoet het bekendst zou worden, stond op de titelloze kleinkunstklassieker uit 1971.

Het nummer verscheen nog nooit als single, maar daar bracht BLP Records vijf jaar geleden verandering in.

Hugo Raspoet kwam te overlijden op 3 oktober 2018.

Vandaag, 45 jaar geleden, op 10 september 1980 kreeg Rob de Nijs uit handen van Cliff Richard een platina plaat voor zijn album “Met Je Ogen Dicht”.

Het kwam op 22 maart de lp Top 50 binnen en stond vanaf 14 juni maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats.

Ook in Vlaanderen was het album een groot succes.

Tijdens een diner, georganiseerd door platenmaatschappij EMI, kreeg De Nijs de onderscheiding uit handen van de Britse zanger Cliff Richard.

Het album, geproduceerd door Gerard Stellaard, bevatte bekende nummers als “Zondag”, geschreven door Stellaard, Bill van Dijk en Tineke Beishuizen, die al eerder teksten schreef voor Rob De Nijs en die in augustus 2023 overleed.

Ook de covers “Alleen Is Maar Alleen” met Nederlandse tekst van Benny Neyman en “Foto Van Vroeger” (oorspronkelijk van Udo Jürgens en de tekst van “Foto Van Vroeger” was van Joost Nuissl, die in totaal voor vijf nummers de tekst schreef voor het album) droegen bij aan de populariteit van het album.

Steef Verwée rijpt als een goede wijn; zijn creativiteit lijkt met de jaren alleen maar te groeien.

Na zijn succesvolle cd’s “Oudenaarde een Hymne” (2014) en “Oudenaarde een Idioticon” (2022), die beide rijk zijn aan unieke teksten en muzikale composities, bracht hij verleden jaar een nieuwe cd uit met liederen in de Zuid-Oost-Vlaamse streektaal.

Deze keer richt Verwée zich op het fascinerende taalgrensgebied rond de stad Ronse, “Koningin der Vlaamse Ardennen” en “Le Pays des Collines”.

Opnieuw bracht hij erfgoed, sagen, mythen, folklore en lokale verhalen tot leven in zijn muziek.

Steef Verwée (1951), van jongs af aan gepassioneerd door het Oudenaards dialect, groeide op in een familie waar “ouwenors” de voertaal was.

Zijn familiewortels gaan terug tot het midden van de 16e eeuw, met een brief uit 1730 als oudste getuigenis.

Op zijn achttiende schreef Steef zijn eerste Oudenaardse liederen, waarmee hij lokaal optrad.

Na zijn studies aan het conservatorium van Gent in 1973 begon zijn carrière in de musical- en theaterwereld bij gezelschappen als NTG, Arca en Theater Poëzien.

Om zijn eigen creaties te perfectioneren, volgde hij opleidingen in scriptschrijven en lichtontwerp in Londen en Amsterdam.

Zijn succesvolle producties, waaronder “Claus on the Rocks”, leidden tot een periode als artistiek begeleider bij het KNTV, een welkome bron van inkomsten voor de jonge vader.

In die tijd richtte hij zijn eigen uitgeverij “De Cirkel” op.

Na zijn periode bij Theater Arena startte hij “Applied Promotions Intermed nv”, een bedrijf dat cultuur promoot binnen de bedrijfswereld.

Ondertussen bleef hij eigen werk creëren, met als hoogtepunt de première van “The Erotic Opera” in de Stadsschouwburg van Amsterdam in 1985.

Zijn vriendschap met Hugo Claus had een grote invloed op zijn creatieve ontwikkeling.

In 2012, voor de retrospectieve tentoonstelling “Beatles, Bombardons en Buuneklakkers”, werd Steef gevraagd om zijn jaren 60 liedjes in het Oudenaards dialect opnieuw uit te voeren.

Deze liederen trokken de aandacht van het stadsbestuur, wat resulteerde in de cd “Oudenaarde een Hymne” (2014), een drieluik met 20 Oudenaardse liederen.

Zijn live optreden bij de cd-release in CC De Woeker werd bekroond met de titel “Ambassadeur van het Oudenaards Dialect”.

Na een ernstig ongeval in 2015 volgde een rustperiode, waarin Steef zich weer aan het componeren en schrijven zette.

Dit resulteerde in nieuwe cd’s en drie theatercreaties, waaronder “Oudenaarde een Idioticon” (2022), geïnspireerd op Isidoor Teirlincks “Zuid-Oostvlaandersch Idioticon” (1905).

Op deze cd brengt Steef oude woorden en uitdrukkingen tot leven, vaak met een knipoog naar de lokale geschiedenis.

Zijn goede vriend Marijn Devalck schitterde in de videoclip “Largootje voor mijn prinsesje”, geregisseerd door het team van de film “Adam en Eva”.

Momenteel werkt hij aan “Tour de Chant Ronse, parel van de Vlaamse Ardennen”, een nieuwe audiovisuele theatercreatie die op 3 mei 2025 in Ronse in première gaat.