De geschiedenis van Aral begint aan het einde van de negentiende eeuw in het Duitse Ruhrgebied.
In 1898 verenigden dertien mijnbouwbedrijven zich in de Westdeutsche Benzol-Verkaufsvereinigung om benzeen, een bijproduct van de cokesproductie, op de markt te brengen.
In de beginjaren werd dit product vooral gebruikt voor de chemische industrie en als verlichting, maar met de opkomst van de verbrandingsmotor veranderde de markt drastisch.
Men zocht naar een efficiëntere brandstof voor de groeiende groep automobilisten, wat leidde tot een cruciale doorbraak in de jaren twintig.
In 1924 ontwikkelde de scheikundige Walter Ostwald een nieuw soort motorbrandstof door een mengsel te maken van benzeen en benzine.
Omdat benzeen tot de chemische groep van de aromaten behoort en benzine tot de alifaten, voegde hij de beginletters van deze twee woorden samen.
Zo ontstond de naam Aral.
Dit nieuwe mengsel bleek een groot succes, omdat het zeer klopvast was, wat betekende dat de motor veel soepeler liep en betere prestaties leverde dan met de toenmalige standaardbrandstoffen.
Het product werd verkocht onder de naam BV-Aral en werd al snel een begrip bij automobilisten.
Enkele jaren later, in 1927, introduceerde het bedrijf de blauw-witte kleuren en het beroemde ruitvormige logo dat tot op de dag van vandaag de tankstations siert.
Tijdens de jaren dertig groeide het bedrijf aanzienlijk en breidde het netwerk zich verder uit.
Na een moeilijke periode tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin de productie door de staat werd gereguleerd, herstelde de onderneming zich snel.
Het merk profiteerde enorm van de massale motorisering in de jaren vijftig en zestig. In deze periode van wederopbouw en economische bloei introduceerde het bedrijf nieuwe, hoogwaardige brandstoffen zoals Aral Super en werden de diensten langs de weg flink gemoderniseerd.
De stations verschenen ook steeds vaker buiten de Duitse landsgrenzen, waaronder in België en Nederland.
Op de Belgische markt bleef het bedrijf decennialang een vaste waarde, totdat de activiteiten daar in 1999 werden beëindigd.
De ongeveer tweehonderd Belgische vestigingen werden overgenomen door Kuwait Petroleum en omgebouwd tot Q8-stations.
Deze overname vormde een belangrijke stap in de groei van Q8 in België.
Tegenwoordig zijn Q8 en het onbemande concept Q8 easy samen goed voor ruim 450 stations op de Belgische markt, en daar komen er nog elk jaar bij.
Ook in Nederland was het merk Aral een bekende verschijning tot de vroege jaren negentig.
Toen werd besloten tot een strategische ruil waarbij de Nederlandse Aral-stations werden geruild met de vestigingen van Mobil in Duitsland.
De voormalige Nederlandse Aral-stations, die in handen kwamen van Mobil, zouden later uiteindelijk transformeren tot BP-stations.
Aan het begin van de eenentwintigste eeuw brak er een nieuw hoofdstuk aan voor de onderneming zelf.
In 2002 werd de keten overgenomen door de internationale energiereus BP.
In plaats van de bekende blauwe stations in Duitsland te vervangen, besloot BP vanwege de enorme naamsbekendheid van het merk juist omgekeerd te werk te gaan: de Duitse BP-stations werden omgebouwd tot Aral.
Vandaag de dag is de keten nog steeds de marktleider in Duitsland met het grootste netwerk aan tankstations.
De focus is in de loop der jaren flink verbreed van een pure brandstofleverancier naar uitgebreide gemakszaken, die verse voeding aanbieden en een snelgroeiend aanbod aan laadpalen voor elektrische voertuigen hebben.
Deze veranderingen hebben de oorspronkelijke uitvinding van Walter Ostwald de eenentwintigste eeuw binnengeloodst.
De overnemer van de Belgische Aral-stations, Kuwait Petroleum International, kent zelf ook een opmerkelijke geschiedenis.
Het moederbedrijf Kuwait Petroleum Corporation werd opgericht in 1980 om de oliebelangen van de staat Koeweit te bundelen.
De internationale expansie kwam in een stroomversnelling toen de internationale tak in 1983 grote delen van het Europese netwerk van Gulf Oil overnam, met inbegrip van de tankstations in de Benelux, Zweden en Denemarken.
Om een sterke en herkenbare eigen identiteit te creëren, werd in 1986 de merknaam Q8 gelanceerd.
Deze naam is gebaseerd op de Engelse fonetische uitspraak van het land Koeweit.
Het kenmerkende logo verwijst naar de thuishaven en stelt de zeilen van een dhow voor, een traditioneel Arabisch zeilschip.
Door de jaren heen wist Q8 zijn positie in Europa verder te versterken via diverse strategische overnames, waaronder netwerken van BP in Italië, het merk Mobil in meerdere landen, en dus ook de Belgische tak van Aral in 1999.
Vandaag de dag is Q8 een wereldwijd opererend merk dat naast brandstoffen voor consumenten ook een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling en verkoop van smeermiddelen, stookolie en vliegtuigbrandstof.

