Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het boek vertelt het verhaal van Dientje, een jonge vrouw die als dienstmeid gaat werken bij een rijke familie in Antwerpen.
Ze maakt er kennis met de harde realiteit van het stadsleven, de sociale ongelijkheid en de verleidingen van de moderne tijd.
Ze wordt verliefd op een chauffeur, maar die bedriegt haar met een andere vrouw.
Dientje keert terug naar haar geboortedorp, waar ze trouwt met een boerenzoon.
Ze vindt echter geen geluk in haar huwelijk en voelt zich vervreemd van haar omgeving.
Jozef Simons werd geboren op 21 mei 1888 in Oelegem.
Hij volgde een opleiding in handelswetenschappen en werd huisleraar bij de graaf de Brouchoven de Bergeyck.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als soldaat en tolk voor het Britse leger.
Hij schreef over zijn oorlogservaringen in zijn bekendste werk Eer Vlaanderen vergaat (1927), een getuigenis van de Frontbeweging.
Hij schreef ook reisverhalen, verhalen over de Kempen, novellen, romans en gedichten.
Hij schreef ook liedteksten voor componisten als Lodewijk De Vocht, Flor Peeters en Armand Preud’homme.
Hij vertaalde ook werken uit het Engels, Spaans, Duits en Nederduits.
Na de oorlog werkte hij als redacteur voor de Boerenbond en later als uitgever bij N.V J. van Mierlo-Proost in Turnhout.
Hij was ook actief in de Vlaamse Beweging, de katholieke zuil en in het sociaal-culturele leven van de Kempen en was voorzitter van de Vereniging van Kempische Schrijvers.
Rodenbach werd geboren in Doornik op 16 juli 1855, maar verhuisde op jonge leeftijd naar Gent, waar hij opgroeide in een welgestelde familie.
Hij studeerde rechten aan de universiteit van Gent en werd advocaat, maar zijn ware passie lag bij de literatuur.
Hij schreef gedichten, romans, toneelstukken en essays, waarin hij vaak de melancholie en het verval van de moderne stad uitdrukte.
Zijn bekendste boek is Bruges-la-Morte (1892), een roman over de obsessie van een weduwnaar voor zijn overleden vrouw en de stad Brugge.
Rodenbach trouwde in 1887 met Anna-Maria de Schaetzen, met wie hij twee kinderen kreeg.
Hij verhuisde naar Parijs, waar hij actief was in de literaire kringen en bevriend raakte met onder andere Emile Verhaeren en Stéphane Mallarmé.
Hij overleed op 25 december 1898 aan een longontsteking, op 43-jarige leeftijd en werd begraven op het kerkhof van Père-Lachaise, waar zijn grafmonument nog steeds te bewonderen is.
In Gent is er een straat naar hem genoemd, de Georges Rodenbachstraat en een gedenkplaat aan zijn geboortehuis in de Veldstraat.
Ze was de middelste van de drie Brontë-zusters. Haar zusters Charlotte Brontë en Anne Brontë waren eveneens schrijfster; haar broer Branwell Brontë was schrijver en schilder.
Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire.
In 1821 verhuisde de familie naar Haworth waar haar vader dominee was.
Hier bloeide het literaire talent van de drie zusters op.
Als kind al creëerden ze imaginaire landen die voorkwamen in verhalen die ze schreven.
Slechts weinig werk van Emily uit deze tijd is bewaard gebleven.
Dankzij de steun van een rijke tante, kwamen de gezusters Brontë in mei 1842 aan in Brussel om te studeren aan de kostschool Pensionnat de Demoiselles van Héger van Claire en Constantin Héger.
Ze waren twee van de twaalf interne leerlingen, naast ongeveer veertig externe.
Ze kregen les in Frans en Duits, maar ook in andere vakken zoals wiskunde, schrijven, tekenen, muziek en zang.
De kostschool sloot in 1871, toen de Hégers met pensioen gingen.
Het gebouw werd overgenomen door het ministerie van onderwijs en werd onderdeel van de Gemeentelijke Lagere School nr. 1.
Deze school verhuisde later naar een andere locatie, omdat de buurt grondig werd verbouwd tussen 1907 en 1912.
Op de plaats van de kostschool kwamen het hoofdkantoor van de Société générale de Belgique en het Paleis voor Schone Kunsten (nu Bozar) te staan.
Emily Brontë schreef poëzie en een roman, namelijk Wuthering Heights in 1847.
Dit boek behoort tot de klassiekers van de Engelse literatuur.
Ze gebruikte net als haar twee zusters een mannelijk pseudoniem: Ellis Bell.
Wuthering Heights is een novelle die zich afspeelt op het landgoed Wuthering Heights dat eigendom is van de familie Earnshaw.
In het gezin wordt de wees Heathcliff opgenomen.
Hij wordt verliefd op Cathy, de dochter des huizes. Maar zij kan niet met iemand beneden haar stand trouwen.
Ze stierf op 30-jarige leeftijd aan tuberculose, waar in ieder geval haar zuster Anne eveneens aan overleed.
Ook Charlotte zou hieraan zijn overleden, al wordt tegenwoordig vermoed dat het eigenlijk om complicaties bij zwangerschap ging.
Emily en Charlotte liggen begraven in de kerk van hun vader St. Michael and All Angels, in Haworth (West Yorkshire).
Anne Brontë ligt begraven in Scarborough.
Wuthering Heights is inmiddels in vele talen vertaald en meerdere malen verfilmd (o.a. in een versie uit 1939) en voor het theater bewerkt.
Ook is het boek bekend dankzij de debuutsingle Wuthering Heights van zangeres Kate Bush uit 1978.
De Lp Wind & Wuthering uit 1976 van Genesis bevat twee tracks die de slotzinnen van het boek als titel hebben.
Wuthering Heights werd in 2002 opgenomen in de Wereldbibliotheek (lijst van belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur),
samengesteld op initiatief van de gezamenlijke Noorse boekenclubs en de Zweedse Academie. (diverse bronnen en Wikipedia)
Dit verhaal over de gierige Ebenezer Scrooge, die op kerstavond bezoek krijgt van drie geesten die hem zijn verleden, heden en toekomst laten zien, werd meteen een bestseller.
Binnen een week waren alle 6000 exemplaren van de eerste druk uitverkocht. Het boek was rijkelijk voorzien van illustraties door John Leech.
A Christmas Carol verscheen in een tijd waarin de traditionele kerstviering aan het verdwijnen was, en nieuwe gebruiken zoals kerstkaarten populair werden.
Dickens gaf met zijn boek een nieuwe impuls aan de kerstsfeer, en benadrukte de waarden van naastenliefde, vergeving en mededogen.
Hij liet ook zijn kritiek zien op de sociale misstanden en de armoede in het Victoriaanse Engeland, die hij in veel van zijn andere werken ook aan de kaak stelde.
Dickens maakte van zijn kerstverhalen een jaarlijkse traditie, en schreef tussen 1844 en 1848 nog vier andere verhalen met een kerstthema: The Chimes, The Cricket on the Hearth, The Battle of Life en The Haunted Man and The Ghost’s Bargain.
Dit 217de album van de legendarische stripreeks van Marc Sleen is een historisch document dat een plaats verdient in elke boekenkast.
Zilveren tranen markeert het einde van een tijdperk, een tijdperk van bijna zestig jaar waarin Marc Sleen met zijn unieke stijl van humor en satire en zijn onvoorwaardelijke liefde voor Nero, een scherp en geestig portret tekende van de menselijke samenleving door de decennia heen.
Marc Sleen werd geboren als Marcel Honoree Nestor Neels in Gentbrugge op 30 december 1922.
Hij groeide op in een welgestelde familie, maar maakte ook veel moeilijke momenten mee in zijn jeugd.
Marc volgde een opleiding tot tekenaar aan het Sint-Lucasinstituut in Gent.
In 1944 ging hij aan de slag bij de krant De Standaard als politiek tekenaar.
Hij begon al snel te experimenteren met het medium van het stripverhaal.
Zijn eerste strip was de gagstrip De avonturen van Neus.
Maar Sleens grootste succes was natuurlijk De avonturen van Nero en co.
Toen Sleen in 1947 met de reeks begon in De Nieuwe Gids, was het hoofdpersonage Van Zwam.
Nero dook al op in het eerste verhaal, het geheim van Matsuoka, maar speelde slechts een bijrol.
Na acht verhalen nam Nero de hoofdrol over van Van Zwam en sindsdien maakte Sleen meer dan 200 Nero-verhalen.
In 1998 werd Marc Sleen door koning Albert II tot baron benoemd en een jaar later tot ridder geslagen.
Marc Sleen, de ‘tedere terrorist’ zoals sommige van zijn vrienden hem liefkozend noemden, laat een indrukwekkend oeuvre na, waarin we jaar na jaar zowel de nationale als de internationale actualiteit konden volgen aan de hand van de onvergetelijke avonturen van de kleurrijke Nero-familie.
Op 13 juli 2008 stierf Marc Sleens echtgenote Magdalena Paelinck op 87-jarige leeftijd.
Op 6 november 2016 overleed Marc Sleen zelf op 93-jarige leeftijd.
Kan ik u zeker dit boek aanbevelen: Denis Michiels met zijn muziekbijbel De Hit Encyclopedie.
Denis Michiels is trouwens al jaren lid van onze groep.
Weet jij wie de eerste act was die een gouden plaat voor meer dan 100.000 verkochte singles mocht ontvangen? Wat was de eerste Beatles-hit in de Lage Landen? Wie was de artiest met de meeste hits in onze contreien?
Dit boek is de perfecte gids doorheen de 1000 meest populaire hits van 1954 tot halfweg 2021.
Naast anekdotes over de artiesten ontdek je ook het boeiende verhaal achter de liedjes en de vaak gekke evolutie die vele songs en bands doormaakten.
Zo kom je alles te weten over de hits waar Vlaanderen en Nederland de afgelopen decennia dol op waren en leer je liedjes, albums en artiesten kennen die misschien wel jouw nummer 1 kunnen worden!
Denis Michiels: Voor de hitlijstenliefhebber die hem nog niet in huis heeft en nog om een eindejaarscadeau verlegen zit.
Al wel twee jaar uit inmiddels, maar ik blijf er goede reacties op krijgen. Zou mooi zijn om alle resterende exemplaren uitverkocht te krijgen
Binnen een jaar moet een nieuwe turf in de winkelrekken liggen…
Ze was een veelzijdige en kritische auteur, die zowel poëzie, proza als essays schreef. Ze was ook een voorvechtster van de vrouwenemancipatie en de Vlaamse Beweging.
Virginie Loveling werd geboren in Nevele, als dochter van een Duitse vader en een Vlaamse moeder.
Haar vader pleegde zelfmoord toen ze nog een kind was, waardoor ze opgroeide in armoede.
Ze leerde verschillende talen en ontwikkelde een grote liefde voor literatuur.
Samen met haar zus Rosalie begon ze gedichten te publiceren onder het pseudoniem Loveling.
Na de dood van haar zus in 1875 legde Virginie zich toe op het schrijven van verhalen en romans, die getuigden van een scherp observatievermogen en een realistische stijl.
Ze nam geen blad voor de mond en hekelde de invloed van de katholieke kerk, de verfransing van de elite en de achterstelling van de vrouw.
Haar werken waren vaak controversieel en werden soms gecensureerd of verboden.
Virginie Loveling reisde veel en maakte kennis met andere culturen en schrijvers.
Ze schreef ook over haar reiservaringen in boeiende verslagen.
Ze was bevriend met haar neef Cyriel Buysse, met wie ze samen een roman schreef: Levensleer, een humoristische roman over de verfranste Gentse bourgeoisie.
Ze was ook actief in verschillende verenigingen die opkwamen voor de rechten van de vrouw en de Vlaming.
Virginie Loveling stierf op 1 december 1923 in Gent en werd begraven op de Westerbegraafplaats te Gent.
Vandaag is het 70 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Eugene O’Neill is overleden.
De pers schreef toen het volgende, zijn grootste drama was zijn eigen leven.
Zijn toneelstukken, die vaak autobiografisch waren, verkenden de donkere kanten van het menselijk bestaan, zoals verslaving, familieconflicten en dood.
O’Neill had zelf een tragisch leven, dat werd getekend door ziekte, verlies en vervreemding.
Hij verbrak het contact met zijn dochter Oona, die op jonge leeftijd trouwde met de veel oudere Charlie Chaplin.
Hij rouwde om zijn zoon Eugene Jr., die zelfmoord pleegde in 1950.
Hij had een moeilijke relatie met zijn vader James, een bekende acteur van Ierse afkomst, die hem weinig aandacht gaf in zijn jeugd.
O’Neill bracht zijn kinderjaren door in hotels, treinen en theaters, waar hij zijn vader zag optreden.
Hij ging naar verschillende kostscholen en studeerde kort aan de universiteit van Princeton, waar hij werd weggestuurd na een incident met een bierfles.
Daarna begon hij te werken bij een groothandel in kruiden en specerijen.
In 1910 trouwde hij met Kathleen Jenkins, met wie hij een zoon kreeg, Eugene Jr.
Het huwelijk duurde echter niet lang en hij verliet zijn gezin om samen met zijn vriend Stevens naar Honduras te gaan.
Ze hadden geen idee wat ze daar konden verwachten en raakten verdwaald in de jungle.
Na vijf maanden van ontberingen en ziekte gaven ze hun avontuur op en keerden ze terug naar de beschaving.
O’Neill ging vervolgens als matroos aan boord van een schip naar Buenos Aires.
In 1911 was hij weer in New York, waar hij zich overgaf aan drank en het nachtleven.
In 1912 werd hij gediagnosticeerd met tuberculose en moest hij naar een sanatorium.
Daar kwam hij in contact met de literatuur en begon hij zelf te schrijven.
Hij verhuisde naar Provincetown, waar hij onderdak vond bij een Engelse familie.
Hij schreef daar zijn eerste toneelstukken, vooral eenakters, maar ook langere werken en gedichten.
Hij sloot zich ook aan bij de artistieke en politieke beweging van Greenwich Village in New York, waar hij veel vrienden en invloeden vond.
In 1918 trouwde hij voor de tweede keer, nu met Agnes Boulton, een jonge Engelse schrijfster.
Ze kregen twee kinderen, Shane en Oona.
O’Neill werd steeds succesvoller als toneelschrijver en won vier keer de Pulitzerprijs en in 1936 de Nobelprijs voor Literatuur.
Hij reisde veel met zijn gezin, onder andere naar Bermuda, Europa en het Midden-Oosten.
Hij experimenteerde met verschillende stijlen en thema’s in zijn drama’s, die vaak autobiografisch waren.
In 1929 scheidde hij van Agnes Boulton en trouwde hij voor de derde en laatste keer, met Carlotta Monterey, een voormalige actrice.
Ze vestigden zich eerst in een kasteel bij Tours in Frankrijk, later in San Francisco en New York.
O’Neill schreef in deze periode zijn meest bekende en gewaardeerde werken, zoals The Iceman Cometh, Long Day’s Journey into Night en A Moon for the Misbegotten.
Hij leed echter ook aan de ziekte van Parkinson, die zijn vermogen om te schrijven steeds meer aantastte.
Hij stierf op 27 november 1953, op 65-jarige leeftijd, in Boston (foto Wikipedia)
Jean-Pierre Talbot was 17 jaar oud toen hij als sportmonitor op het strand van Oostende werd opgemerkt door Jacques Van Melkebeke, een vriend en medewerker van Hergé.
Hij leek erg op Kuifje en troostte op dat moment een kind: ‘iets wat Kuifje ook gedaan zou hebben’.
Hij werd voorgesteld aan Hergé en de twee konden het goed vinden.
Talbot kreeg daarop de titelrol in de film Kuifje en het geheim van het Gulden Vlies (1961).
Drie jaar later trad hij opnieuw op in Kuifje en de blauwe sinaasappels.
Een derde Kuifje-film, gepland voor 1967, werd uiteindelijk niet opgenomen.
Talbot heeft daarna nooit meer in een film gespeeld en ook geen poging daartoe gedaan.
Volgens een Belgische documentaire uit 2007 krijgt hij elke maand nog steeds zo’n veertig brieven van fans voor zijn vertolking van Kuifje.
Datzelfde jaar verscheen zijn autobiografie J’étais Tintin au cinéma.
Talbot was van beroep sportleraar.
Hij bracht het tot directeur van een school in zijn geboortestad en ging in 2000 met pensioen.
Hij woont nog altijd in Spa en deed altijd veel aan sport.
In zijn films kwam zijn sportiviteit goed van pas, want hij deed zijn eigen stunts.
In 2011 trad hij voor het eerst sinds het einde van zijn filmcarrière opnieuw op als acteur: hij speelde in een videoclip de rol van een astronaut.