Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith (geboren als Mary Patricia Plangman).

Patricia Highsmith (1921-1995) was de auteur van ruim twintig romans, waaronder de Ripley-reeks en Vreemden in de trein (Strangers on a Train).

Zij werd geboren in de Verenigde Staten, maar woonde het grootste gedeelte van haar leven in Frankrijk.

Haar boeken zijn in meer dan twintig talen vertaald en veelvuldig verfilmd, door onder meer Alfred Hitchcock.

Carol verscheen in 1952 onder het pseudoniem Claire Morgan.

Pas in 1990 verscheen een boek voor het eerst onder haar eigen naam. (foto december 1981)

Deze week 75 jaar geleden, te gast bij Antwerpse kunstschilder Jos Schippers.

Jos Schippers geboren in Antwerpen op 13 oktober 1868, volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (Antwerpen).

In het begin van zijn schilders carrière, schilderde hij vooral landschap en afbeeldingen van boten.

Zijn erkenning kreeg hij, toen hij overschakelde naar zijn anekdotische genretaferelen met apen, die de menselijke personages vervangen.

Jos Schippers was ook een echte familieman en hij was vader van negen kinderen.

In oktober 1948, hij was toen tachtig jaar, kreeg hij op het stadhuis van Antwerpen een grote huldiging door de langstzittende burgemeester van Antwerpen, namelijk Lode Craeybeckx. (Burgemeester van Antwerpen van 1947 tot aan zijn dood in 1976, naar hem is de Craeybeckxtunnel (1981) genoemd, alsook het documentatiecentrum in het Middelheimpark)

Gisteren nog vandaag

Jos Schippers stierf in 1950 (diverse bronnen, Le Soir Illustré en Wikipedia, foto’s uit 1948)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 100 jaar geleden, huldebetoon voor beeldhouwers Hendrik en Gustaaf Pickery in Brugge (14 oktober 1923)

Hendrik en Gustaaf Pickery waren twee broers die bekend stonden als beeldhouwers in de 19e eeuw.

Ze werden geboren in Brugge, waar ze hun artistieke opleiding kregen aan de Academie voor Schone Kunsten.

Beiden waren later ook leerkracht aan de Academie voor Schone Kunsten

Ze werkten vooral in neogotische en neorenaissance stijlen, en maakten zowel religieuze als profane sculpturen.

Hun werken zijn te vinden in verschillende kerken, openbare gebouwen en musea in België en Nederland.

Ze worden beschouwd als belangrijke vertegenwoordigers van de Vlaamse beeldhouwkunst in de 19e eeuw.

Vandaag is het precies 90 jaar geleden dat de Vlaamse schrijver Jules Persyn is overleden (10 oktober 1933)

Jules Persyn werd geboren op 20 april 1878, te Wachtebeke.

Hij studeerde achtereenvolgens aan het College te Lokeren en te Eeklo en ging dan naar Rome, waar hij twee jaar wijsbegeerte studeerde, maar deze studies niet afmaakte.

Aan de Leuvense universiteit promoveerde hij in 1902 in de Germaanse filologie.

Hij werd dan in 1905 docent aan de katholieke Hogeschool voor Vrouwen en in 1909 aan het Hoger Handelsinstituut te Antwerpen.Was achtereenvolgens ambtenaar aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, in 1905 docent aan de katholieke Hogeschool voor Vrouwen, leraar aan het Hoger Handelsinstituut te Antwerpen en daarna hoogleraar te Gent.

Hij nam de leiding op zich van “Dietsche Warande en Belfort” en werd hoogleraar aan de Gentse universiteit.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vestigde hij zich eerst in Engeland, daarna in Nederland.

In 1918 werd hij als hoogleraar ontslagen.

Na eerherstel werd hij hoogleraar in de letteren en wijsbegeerte.

Hij schreef vooral romans, verhalen en essays over de Vlaamse cultuur, geschiedenis en identiteit.

Persyn werd in de eerste plaats bekend om zijn schitterende essays en biografische schetsen (of beter gezegd “standaardwerken”),

o.a. over O.K. De Laey (1910) en A. Snieders (1925-26).

Hij was ook een actief lid van de Vlaamse Beweging, die streefde naar meer autonomie en erkenning voor de Nederlandstalige gemeenschap in België.

Persyn was een voorstander van de vernederlandsing van het onderwijs, de rechtspraak en het bestuur in Vlaanderen.

Hij was ook een criticus van de Franstalige elite, die hij beschuldigde van onderdrukking en verfransing.

Persyn was een invloedrijke figuur in de literaire wereld, die veel waardering kreeg voor zijn stijl, humor en originaliteit.

Hij won verschillende prijzen voor zijn werk, waaronder de Staatsprijs voor Letterkunde in 1928.

Werkverslaafd als hij was, kwam hij in een zware depressie terecht.

Jules Persyn kwam op ongelukkige wijze om het leven te Broechem op 10 oktober 1933.

Zijn lichaam werd gevonden in de regenput aan zijn woning.

Jules Persyn werd met grote rede en onder massale belangstelling op het kerkhof van Broechem begraven.

Zijn collega’s Herman Teirlinck, Jozef Muls en August van Cauwelaert spraken een grafrede uit, waarin ze hem prijsden als een auteur van wereldklasse.

Een paar jaar later kreeg hij een gedenksteen op zijn graf, en aan zijn geboortehuis in Wachtebeke hangt er een plaquette.

Door Broechem slingert er een wandelpad dat zijn naam draagt.

Er is een Jules Persynstraat, maar vele mensen weten vandaag niet meer wie Persyn was.

Zijn werk verdween als het ware uit de geschiedenis.

Niet zo verbazingwekkend want de man stierf al op 55-jarige leeftijd.

Hij werd beschouwd als de literaire leermeester van de katholieke intellectuelen.

Zoon Jan Persyn, emirentius, schreef een biografie van zijn vader: “Jules Persyn 1878-1933: Een slachtoffer van arbeidsdrift en politieke onwil; tevens bescheiden gezinskroniek”.

Jan Persyn kon de publicatie niet meemaken, daar hij spijtig genoeg overleed in 2001.

Het werk verscheen later in 2001 bij de stichting Maria-Elisabeth Belpaire vzw.

In 2004 werd er ter nagedachtenis van de literair criticus Jules Persyn een schitterend koperen borstbeeld gemaakt dat een ereplaats kreeg aan het gemeentehuis van Broechem.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

75 jaar geleden, reclame voor het plakboek Folkore geschreven door Henri Liebrecht en met 125 gekleurde getekende prenten van Côte D’Or (oktober 1948)

Henri Liebrecht was een Belgische schrijver en historicus, die vooral bekend is om zijn werk over de Franstalige literatuur en het theater in België.

Hij werd geboren in Pera (Istanboel) op 29 juli 1884, waar zijn vader als ingenieur werkte, en verloor zijn moeder op jonge leeftijd.

Hij studeerde aan het Atheneum van Brussel en begon al vroeg met het schrijven van poëzie, onder invloed van Valère Gille.

Hij publiceerde verschillende dichtbundels, zoals Les Fleurs de soie (1905) en Les Jours tendres (1908), maar richtte zich later meer op het toneel.

Hij schreef een aantal komedies in verzen, die doen denken aan de Italiaanse, Molièrese en Marivauxse tradities, zoals L’École des valets (1905), L’Effrénée (1906) en Les Fourberies amoureuses (1912).

Hij schreef ook twee romans, Le Masque tombe (1907) en Un cœur blessé (1911), die zich afspelen in de theaterwereld.

Hij was hoofdredacteur van Le Soir Illustré voordat hij de leiding kreeg over de literaire afdeling van de krant Le Soir.

Na de Eerste Wereldoorlog legde hij zich toe op de geschiedenis van de Franstalige literatuur en het theater in België.

Hij publiceerde onder meer Histoire de la littérature belge d’expression française (1909), Histoire du théâtre français à Bruxelles au XVIIe et au XVIIIe siècle (1923) en Histoire illustrée de la littérature belge de langue française, des origines à 1930 (1931), in samenwerking met Georges Rency.

Deze werken werden bekroond door de Académie française en de Académie royale de Belgique.

Liebrecht was ook de oprichter van het Comité de la Gravure originale belge in 1923, samen met de graveur Émile-Henry Tielemans, en de secretaris-generaal van het Musée du Livre.

Hij was professor aan de Académie royale des Beaux-Arts in Brussel en lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique, waar hij van 1945 tot 1955 de negentiende zetel bezette.

Hij overleed in Brussel op 27 september 1955.

Zijn belangrijkste bijdrage aan de Belgische cultuur was zijn studie van het folkloristische element in de literatuur, die hij uitwerkte in twee boeken: Folklore, tome I: Le Folklore dans la littérature belge d’expression française (1948) en Folklore, tome II: Le Folklore dans le théâtre belge d’expression française (1950).

Hierin toonde hij aan hoe de Belgische schrijvers zich lieten inspireren door de lokale tradities, legenden, sprookjes en humor.

Natuurlijk heb ik zowel het eerste, ls het tweede deel in mijn verzameling.

Blog Gisteren nog vandaag

Blog Gisteren nog vandaag

Blog: Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag bestaat onze boekenmarkt in Gent al 16 jaar.

Als medeoprichter en toen als deken van de dekenij nog altijd trots dat we dit project als dekenij hebben kunnen realiseren.

Ook nog altijd dankbaar dat we toen de steun kregen van Mathias De Clercq en Daniël Termont en verschillende medewerkers van verschillende stadsdiensten.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 125 jaar geleden, de geboorte van de Vlaamse kunstschilder Felix De Boeck.

Felix De Boeck werd geboren op 12 januari 1898.

In 1905 werd in Ukkel een college gesticht, waar De Boeck mocht studeren.

Hij eindigde de Grieks-Latijnse humaniora als primus met de hoogste onderscheiding.

De directeur hoopte dat hij priester zou worden, maar zijn besluit stond vast: hij koos geen intellectueel beroep maar zou zijn intellect en filosofie kanaliseren als schilder.

Maar hij wilde zijn kunst niet ondergeschikt maken aan brood verdienen.

Daarom zocht hij naar een bestaanszekerheid en werd boer op het ouderlijk erf.

Hij trouwde in 1924 met zijn nicht Marieke.

Ze kregen vijf kinderen, van wie er vier stierven nog voor zij een jaar oud waren.

Het vijfde kind, Marcelleke, bleef leven, maar was gehandicapt.

Zijn hele leven verliep volgens een vast tijdschema.

Zes dagen werkte hij op het veld en componeerde hij in gedachten allerlei doeken.

Op zondag stapte hij zijn atelier binnen en schilderde.

De romantische voorstelling van Felix De Boeck als boer die schildert, wordt best omgebogen als Felix De Boeck de kunstschilder die de boerenstiel beoefent.

Marieke heeft dat leven in volle overgave van eigen persoon aanvaard en volbracht.

Zonder Marieke zou de Felix De Boeck zoals we die kennen nooit mogelijk geweest zijn.

In 1970 werd Felix De Boeck lid van de Koninklijke Academie van België.

Er werd een Felix De Boeckmuseum geopend op de zolderverdieping van het gemeentehuis van Drogenbos en een Vereniging Zonder Winstoogmerk ter bevordering van zijn werk gesticht.

De Boeck heeft de eerste steen gelegd van het nieuwe Museum FeliXart in 1995 en dat in aanwezigheid van Hugo Weckx (Vlaams minister van Cultuur en Brusselse aangelegenheden) en in aanwezigheid van federaal premier Jean-Luc Dehaene.

Kort daarna op 18 januari 1995 blies hij zijn laatste adem uit.

Hij werd begraven naast zijn geliefde vrouw, die niet lang voordien gestorven was.

Het museum opende in 1996.

Het museum bevindt zich naast de hoeve waar De Boeck woonde en in een oase van 5ha groen. Het domein dat ooit van Felix De Boeck was. (Diverse bronnen, De Post en Wikipedia)

kunstschilder Felix De Boeck

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels gehuldigd voor goede koopwaar op de markt (De Post 23 december 1962)

Hij werd geboren als derde kind van Kamiel Lateur (1841-1897) en Marie-Louise Gezelle (1834-1909), een jongere zus van priester-dichter Guido Gezelle.
Vader Lateur was kleermaker en een zwijgzaam man, in tegenstelling tot zijn vrouw die graag en boeiend sprak en ver­telde.
Nadat Stijn Streuvels school had gelopen bij de zusters in de plaatselijke nonnenschool, stuurden zijn ouders hem in 1883 naar het St.-Jan-Berchmanspensionaat in Avelgem, waar zijn letterkundige begaafdheid voor het eerst tot uiting kwam.
Van 1886 tot 1887 leerde hij de bakkersstiel in Avelgem, Kortrijk en Heule.
In mei 1887 namen Streuvels ouders in Avelgem de bakkerij van zijn ongehuwde broer Lateur over en ver­huisde heel het gezin naar deze gemeente aan de Schelde.
Van 1887 tot 1905, op de 20 maanden na (1889-1891) die hij in Brugge doorbracht om zich in het bakkersvak te bekwamen, bleef Streuvels in Avelgem bakken en schrijven.
Zijn eerste schetsen en gedichten verschenen in 1895 in De Jonge Vlaming en in Vlaamsch en Vrij.
De volgende jaren namen ook de voornaamste tijdschriften, zoals Van Nu en Straks, bijdragen op van zijn hand. In 1899 verscheen zijn eerste verhalenbundel Lenteleven.
Veertig jaar lang publiceerde Streuvels ieder jaar minstens één werk.
Onder de meest bekende bevinden zich De vlaschaard (1907), Het leven en de dood in de ast (1926), De teleurgang van de Waterhoek (1927) en Alma met de vlassen haren (1931).
Op 19 september 1905 huwde hij met Alida Staelens (1879-1975) en ging hij in Ingooigem in zijn pasgebouwde huis Het Lijsternest wonen, waar hij voortaan van zijn pen zou leven.
Zij kregen vier kinderen. Dichteres Jo Gisekin is een kleindochter van Streuvels.
In zijn laatste periode hield hij zich voornamelijk bezig met het schrijven van memoires.
Hij heeft ruim 60 jaar in het Lijsternest gewoond en overleed er op 15 augustus 1969.
Op zijn begrafenis op 21 augustus, met de wijtewagen waren er zowat 7000 mensen aanwezig. (Diverse bronnen en Wikipedia)