De geslaagde aprilgrap van de Belgische groep The Bowling Balls.

Het Belgische pop- en rockarchief kent vele bijzondere verhalen, maar de ontstaansgeschiedenis van The Bowling Balls is zonder twijfel de meest opmerkelijke.

De groep werd namelijk opgericht om een stripfiguur tot leven te wekken.

Oorspronkelijk werden ze bedacht door Frédéric Jannin en Thierry Culliford, de zoon van Smurfen-bedenker Peyo, voor een grap in Le Trombone Illustré.

Dit was een rebelse bijlage bij het weekblad Robbedoes waarin de strip Germain et nous verscheen.

In die strip luisterden verveelde jongeren de hele dag naar platen van een fictief bandje genaamd The Bowling Balls.

De makers besloten dit grapje door te trekken naar de werkelijkheid.

De fictieve bandleden gaven plotseling echte interviews en er ontstond een plan om een flexidisc bij het tijdschrift te voegen.

De bezetting bestond uit Frédéric Jannin als Averell Ball op toetsen en Bert Bertrand als zanger Billy Ball. Bertrand was een bekende punkjournalist en de zoon van Yvan Delporte; volgens de legende was hij ook de man die de naam Plastic Bertrand bedacht.

Het kwartet werd gecompleteerd door Thierry Culliford als Elton Ball en Christian Lanckvrind als Fernand Ball.

Hoewel Robbedoes uiteindelijk geen budget had voor de release, zag platenlabel EMI wel brood in het project.

Op 1 april 1979 verscheen hun debuutsingle God Save the Night Fever.

Die datum was symbolisch, want de buitenwereld twijfelde voortdurend of de groep wel echt bestond. T

he Bowling Balls specialiseerden zich in nonsensicale teksten en humoristische playbackoptredens waarbij ze hun eigen amateurisme cultiveerden.

Jannin vatte die periode later treffend samen door te zeggen dat het een tijd was waarin iedereen maar wat deed, en aangezien zij ook maar iemand waren, deden zij dus ook maar wat. Toch lieten ze met nummers als ‘You Don’t Know’ en hun cover van ‘When You Walk in the Room’ een blijvende indruk achter.

Het einde van de band kwam even plotseling als het begin.

Kort na het verschijnen van hun enige album kondigde Bert Bertrand aan dat hij naar Bora-Bora zou vertrekken.

De overige leden dachten dat het een grap was, maar Bertrand vertrok daadwerkelijk en keerde nooit meer terug.

Hij maakte een einde aan zijn leven in New York, vlak nadat hij Lou Reed had geïnterviewd.

Van de overgebleven leden bleef Frédéric Jannin de bekendste als striptekenaar, radio- en televisiepersoonlijkheid en muzikant.

Zo scoorde hij in 1990 nog een grote hit met het project Zinno.

In de jaren negentig volgde een bescheiden revival van The Bowling Balls met een verzamel-cd en een documentaire op Canal+.

Critici stelden toen vast dat de muziek, ondanks de parodiërende insteek, technisch verrassend goed in elkaar stak.

De nummers bleken achteraf gezien prima stand te houden naast het werk van synthpopgrootheden als OMD of Erasure (Diverse bronnen, Dirk Houbrechts en Joepie, maart 1981)

50 jaar geleden, zingende seksbom Elkie Brooks.

In maart 1976 werd zangeres Elkie Brooks omschreven als een zingende seksbom die met haar opvallende verschijning en strakke jeans menig jongerenhart sneller deed kloppen.

Voor de echte popkenner was zij destijds geen onbekende, omdat velen zich haar vurige stem bij de Britse groep Vinegar Joe nog wel konden herinneren.

In die periode maakte zij echter naam als de blanke furie van de rock met haar eerste solo-album Rich Man’s Woman uit 1975,

uitgebracht op A&M Records.

Hoewel dit album door critici werd geprezen, zorgde de hoesfoto van een naakte Brooks met een verensjaal destijds voor de nodige ophef.

Brooks gaf in die tijd aan dat zij het vleiend vond dat haar figuur in de smaak viel bij het publiek, maar ze benadrukte dat haar solocarrière op dat moment al haar aandacht opeiste.

Na het uit elkaar gaan van Vinegar Joe in 1974 had zij een lastige periode gekend waarin zij zelfs naar Amerika was getrokken in de hoop een filmster te worden.

Dat avontuur liep echter op niets uit bij gebrek aan de juiste contacten en rollen.

Uiteindelijk leefde zij weer op toen zij zich aansloot bij de popgroep Wet Willie voor een tournee.

Ze vertelde destijds dat het zwerversbestaan van een artiest, met elke dag een andere stad en een ander hotel, voor haar een levensnoodzaak was geworden.

In de jaren die volgden op deze periode in 1976 brak een uiterst succesvolle tijd aan met zestien albums in twintig jaar.

Dit begon met Two Days Away in 1977, geproduceerd door het beroemde duo Jerry Leiber en Mike Stoller.

Van dit album kwamen grote hits zoals Pearl’s a Singer en Sunshine After the Rain. Ook zong zij in 1977 een duet met Cat Stevens en scoorde zij later successen met nummers als Lilac Wine en Don’t Cry Out Loud.

In 1980 trad zij op tijdens het Knebworth Festival naast grote namen als The Beach Boys en Santana.

Haar grootste commerciële succes behaalde zij met het album Pearls uit 1981, dat 79 weken in de hitlijsten stond.

Andere bekende hits uit die jaren waren onder meer Fool If You Think It’s Over en No More the Fool, die begin 1987 de top vijf bereikten.

Terwijl zij in maart 1976 nog probeerde haar huwelijk met gitarist Peter Gage zo goed mogelijk te combineren met haar drukke bestaan, eindigde deze verbintenis later in de jaren zeventig.

Op 1 maart 1978 trouwde zij met haar geluidstechnicus Trevor Jordan, met wie zij twee zonen kreeg, Jermaine en Joseph.

Het gezin woonde jarenlang in een landhuis in North Devon, maar in 1998 kwam Brooks in zware financiële problemen, nadat bleek dat haar accountant haar belastingen niet had betaald.

Ze woonde tijdelijk in een stacaravan, maar wist uiteindelijk na vier jaar al haar schulden af te lossen door haar huis te verkopen.

Vanaf het jaar 2000 werd haar management en tournee-promotie overgenomen door haar zoon Jermaine en diens vrouw Joanna.

Syreeta Wright, de ex van Stevie Wonder, hij wilde me alleen zien als huisvrouw.

Syreeta Wright werd geboren in 1946 in Pittsburgh en begon al op vierjarige leeftijd met zingen.

Haar jeugd werd getekend door het verlies van haar vader, Lordian Wright, die sneuvelde in de Koreaanse Oorlog.

Samen met haar zus Kim werd ze opgevoed door haar moeder Essie en haar grootmoeder.

Het gezin verhuisde regelmatig tussen Detroit en South Carolina, om zich uiteindelijk definitief in Detroit te vestigen toen Syreeta naar de middelbare school ging.

Hoewel ze droomde van een carrière in het ballet, zorgden financiële problemen ervoor dat ze haar focus verlegde naar de muziek.

Na bij verschillende zanggroepen te hebben gezongen, vond ze in 1965 een baan als receptioniste bij Motown. Binnen een jaar klom ze op tot secretaresse van Mickey Stevenson.

Mickey Stevenson was een cruciale figuur binnen Motown als de allereerste A&R-directeur van het label.

Hij was verantwoordelijk voor het vormen van de artistieke richting en stelde de beroemde studioband de Funk Brothers samen.

Stevenson schreef en produceerde talloze hits, waaronder Dancing in the Street, en hielp bij het opzetten van de carrières van grote namen als Marvin Gaye en Martha Reeves.

Voor Syreeta was het werken als zijn secretaresse, net zoals Martha Reeves dat voor haar had gedaan, een directe ingang in de creatieve kern van het bedrijf.

Haar zangtalent bleef niet onopgemerkt; Edward Holland van het beroemde schrijversteam Holland-Dozier-Holland hoorde haar zingen en zette haar in voor demo’s van nummers voor de Supremes.

In deze periode bij Motown in Detroit ontmoette ze Stevie Wonder. De twee vonden elkaar in een diepe artistieke harmonie en stapten op 14 september 1970 in het huwelijksbootje.

Syreeta bood hem niet alleen vocale steun, maar ook zakelijk en muzikaal advies, terwijl hij haar hielp haar talent aan de wereld te tonen.

Hoewel ze in 1972 na een huwelijk van achttien maanden als vrienden uit elkaar gingen, bleef hun professionele band ijzersterk.

Samen met Stevie Wonder schreef Syreeta mee aan grote successen zoals Signed, Sealed, Delivered (I’m Yours) en If You Really Love Me, beide grote hits voor Stevie zelf.

Ook It’s A Shame, een hit voor de Spinners, kwam van hun hand. Stevie produceerde haar eerste twee soloalbums en schreef mee aan nummers als Your Kiss Is Sweet, Spinnin’ And Spinnin’ en Harmour Love.

Ondanks deze successen kende hun huwelijk een moeizame dynamiek door de verwachting dat zij zich zou schikken in de rol van traditionele huisvrouw, wat botste met haar eigen ambities.

Midden jaren zeventig woonde ze korte tijd in Ethiopië, waar ze werkte als lerares in transcendente meditatie.

Syreeta trouwde in totaal drie keer en kreeg vier kinderen.

Na haar huwelijk met Stevie Wonder trouwde ze met bassist Curtis Robertson Jr., met wie ze twee kinderen kreeg: Jamal en Hodari.

Dit huwelijk eindigde in 1982 in een scheiding.

Haar muzikale carrière bleef echter bloeien, met als absoluut hoogtepunt het duet With You I’m Born Again met Billy Preston uit 1980, dat internationaal grote successen behaalde in de hitlijsten.

In totaal nam ze zes soloalbums op bij Motown en bracht ze duetalbums uit met Billy Preston en G.C. Cameron.

In 1983 verscheen haar laatste album, waarna ze de showbusiness verliet om zich volledig op haar gezin te richten in Los Angeles. Syreeta Wright overleed op 6 juni 2004 op 58-jarige leeftijd aan hartfalen, een gevolg van de behandelingen tegen borst- en botkanker.

In maart 1981 ontmoetten Mireille Mathieu en de Nederlandse band B.Z.N. elkaar persoonlijk.

De basis voor dit contact lag in het jaar 1980, toen de Franse zangeres besloot het nummer Pearlydumm van de Volendamse formatie op te nemen.

De Franse vertaling kreeg de titel Jusqu’à Pearlydam en verscheen dat jaar op haar album Un Peu… Beaucoup… Passionnément.

Naast deze Franse interpretatie bracht ze in 1980 via het label Ariola ook een Duitse versie van het lied uit in Duitsland.

Deze verschillende talen onderstreepten de brede Europese belangstelling voor het repertoire van de Nederlandse groep, die op dat moment al tot de absolute top in de Benelux behoorde.

De internationale aantrekkingskracht van hun muziek bleek ook uit het feit dat het originele Mon Amour zelfs in landen als Australië, Brazilië en Nieuw-Zeeland op single is uitgebracht.

De waardering voor dit specifieke werk bleef bovendien jarenlang bestaan, wat bleek toen Demis Roussos in 1995 een vertolking van Mon Amour opnam samen met Anny Schilder.

Tijdens de ontmoeting bij een televisieshow in het voorjaar van 1981 kregen de oorspronkelijke vertolkers en componisten uit Volendam de kans om de zangeres te spreken over deze diverse vroege uitvoeringen van hun hit.

Teach-In valt uiteen en Getty op de solotoer

In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.

Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.

Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.

Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.

Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.

Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.

De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.

Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.

Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.

Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.

Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.

Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.

Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.

Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.

De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.

Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.

De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.

In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.

Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.

De Vlaamse groep Madou, geen volksmuziek, maar muziek van nu voor het volk van nu

45 jaar geleden, de Vlaamse groep Madou staat voor een opvallende breuk met de traditionele volksmuziek.

Hoewel de kernleden hun sporen verdienden in de formatie Rum, kiezen zij voor een geluid dat volledig geworteld is in de moderne tijd.

De band presenteert zich toen als een collectief dat muziek maakt voor de mensen van nu, wars van de brave en voorspelbare paden die de folkwereld vaak kenmerken.

De muziek van Madou vormde begin jaren tachtig een unieke combinatie in het Nederlandstalige muzieklandschap.

In de melodieën waren de folkinvloeden nog sterk te horen, maar de teksten behandelden het, vaak bittere, leven van nu.

Gebroken relaties en de harde dagelijkse werkelijkheid vormden de thematiek, waaraan de stem van Vera Coomans nog een extra tragische toets toevoegde.

Een derde element was het eerder moderne instrumentarium waarmee de nummers waren gearrangeerd, waardoor de associatie met traditionele folk moeilijk te maken viel.

Wegens het uitblijven van commercieel succes bleef het destijds bij die ene plaat.

Het duurde tot de hernieuwde populariteit van de folk vanaf omstreeks 2000, voordat de muziek van Madou een echte cultstatus kreeg.

In 2005 bracht Vera Coomans met de muzikanten van Jaune Toujours het oude repertoire al eens opnieuw onder de naam Madouce.

Veertig jaar na het ontstaan van de groep kreeg de band echter een definitieve doorstart onder impuls van Thomas Devos en Louis Van de Leest.

In februari 2021 verscheen de nieuwe single Ronquières, in september van dat jaar gevolgd door hun tweede album ‘Is Er Iets?’.

Na een Rewind-concert in de Ancienne Belgique en de single Mooie Dag verscheen op 22 november 2024 hun derde album ‘Engel’.

Tijdens de daaropvolgende tournee door Vlaanderen was vrijwel de volledige bezetting uit 1981 weer van de partij.

Jan Devos zorgde voor heropgevist en nieuw tekstmateriaal, terwijl Wiet Van de Leest de toetsen, viool en strijkersarrangementen voor zijn rekening nam.

Vera Coomans schitterde met een stem die doorheen de jaren alleen maar aan patina heeft gewonnen.

Ook Thomas Devos, zoon van Jan en Vera en bekend van projecten als Rumplestitchkin en Tommigun, sloot zich aan.

Hij bracht vers materiaal aan dat het vuur liet heropflakkeren en maakte nieuwe arrangementen voor de oude songs.

De herwaardering voor de groep bereikte een hoogtepunt in februari 2026, toen Vera Coomans de Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen.

In diezelfde maand behaalde hun nummer ‘Niets is voor Altijd’ de vierendertigste plaats in de Belpop 100.

Het succes zet zich voort in 2027 met drie grote concerten: op 27 januari in De Roma in Antwerpen, op 29 januari in de Handelsbeurs in Gent en op 31 januari in Le Botanique in Brussel.

De ticketverkoop voor de concerten in Antwerpen en Brussel is inmiddels van start gegaan (Joepie 1 maart 1981)