30 jaar geleden: de Fugees, de impact van The Score en het ware verhaal achter Killing Me Softly

De Fugees vormden een invloedrijke Amerikaanse hiphopgroep die in de vroege jaren negentig werd opgericht in New Jersey.

Het trio bestond uit zangeres en rapper Lauryn Hill, rapper en producer Wyclef Jean en rapper Pras Michel.

De naam van de groep is afgeleid van het woord refugee, wat vluchteling betekent, een verwijzing naar de Haïtiaanse afkomst van Wyclef en Pras.

Hun unieke geluid was een vernieuwende mix van hiphop, soul, r&b en Caraïbische invloeden zoals reggae.

Hun muzikale reis begon met het debuutalbum Blunted on Reality uit 1994.

Hoewel dit album niet onmiddellijk voor een grote internationale doorbraak zorgde, legde het wel de basis voor hun kenmerkende stijl en trok het de aandacht van de underground hiphopscene.

De wereldwijde roem volgde twee jaar later met de release van The Score in 1996.

Dit album was een enorm commercieel en kritisch succes en wordt geprezen als een absoluut meesterwerk uit de jaren negentig. Hitsingles zoals ‘Killing Me Softly’, ‘Ready or Not’ en ‘Fu-Gee-La’ stonden wereldwijd bovenaan de hitlijsten en maakten van de groepsleden wereldsterren.

Hun cover van het nummer ‘Killing Me Softly With His Song’ was zowel in Vlaanderen als in Nederland goed voor de eerste plaats in de BRT Top 30 en de Nederlandse Top 40.

The Score won meerdere Grammy Awards en behoort tot de bestverkochte hiphopalbums aller tijden.

De oorsprong van hun grootste hit, ‘Killing Me Softly’, kent overigens een rijke geschiedenis.

Zangeres Lori Lieberman schreef het gedicht ‘Killing Me Softly With His Blues’ nadat ze een show van Don McLean had bijgewoond.

Tijdens dat optreden kreeg ze het gevoel alsof hij recht in haar ziel zong.

De schrijvers Gimbel en Fox maakten er vervolgens voor Lieberman een lied van en veranderden het in ‘Killing Me Softly’.

Tijdens het wachten op haar vlucht hoorde Roberta Flack het nummer in de luchthaven en ze was meteen verkocht.

Ze werkte drie maanden aan het nummer, maakte wat aanpassingen en scoorde er in 1973 een serieuze hit mee, ruim twintig jaar voordat de Fugees er wereldwijd de hitlijsten mee zouden aanvoeren.

Gimbels carrière begon bij muziekuitgevers David Blum en Edwin H. Morris.

Een van zijn vroege successen was de Engelse tekst voor het gekende nummer Sway, dat we kennen dankzij de uitvoering van Dean Martin in 1954 en later van Michael Bublé.

De muziek, geschreven door Luis Demetrio en Pablo Beltrán Ruiz in 1953, droeg toen de titel ‘Quien Será’ en werd voor het eerst uitgebracht door Nelson Pinedo con la Sonora Matancera.

Twee jaar later, in 1956, scoorde hij opnieuw met de liedjestekst voor ‘Canadian Sunset’, de hitsingle van Andy Williams.

Het meest bekend was hij voor zijn werk in de film- en televisiewereld.

Hij schreef de teksten voor onder meer ‘Laverne and Shirley’ ‘Wonder Woman’ en ‘HR Pufnstuf’.

Ook de begintune van de cultcomedyreeks ‘Happy Days’ is van zijn hand.

Lange tijd vormde Gimbel een duo met Charles Fox, wat hen in 1973 voor hun tekst van “Killing Me Softly” een Grammy Award opleverde.

Daarnaast schreef Gimbel ook de Engelse tekst voor verschillende Braziliaanse bossanova-artiesten.

Voor de Engelse versie van de klassieker ‘The Girl from Ipanema’, in 1964 ingezongen door Astrud Gilberto, won hij de Grammy voor beste nummer van het jaar.

Voor ‘It goes like it goes’ uit de film Norma Rae won Gimbel samen met David Shire een Oscar voor beste originele nummer.

In 1984 werd Gimbel opgenomen in de Songwriters Hall of Fame.

Norman Gimbel kwam te overlijden op 19 december 2018 op 91-jarige leeftijd.

Zijn toenmalige muzikale partner, de nu 85-jarige Charles Fox, is daarentegen nog altijd actief in de muziekwereld.

De documentaire over hem, met de toepasselijke naam Killing Me Softly with His Songs, ging in 2022 in première op filmfestivals en werd in april 2024 officieel digitaal en op Blu-ray uitgebracht.

Deze film is momenteel ook nog te bekijken via Amazon Prime.

Ondanks het gigantische succes van The Score begonnen onderlinge spanningen al snel hun tol te eisen.

Het trio besloot uit elkaar te gaan om zich te concentreren op soloprojecten, die aanvankelijk bijzonder succesvol waren.

Wyclef Jean bracht het geprezen album The Carnival uit, terwijl Lauryn Hill de muziekwereld veroverde met haar veelgeprezen soloalbum The Miseducation of Lauryn Hill, dat in 1998 verscheen.

Ze ontving hiervoor vijf Grammy’s en wereldwijd werden er negentien miljoen exemplaren van de plaat verkocht.

Pras Michel scoorde dan weer een grote wereldhit met ‘Ghetto Supastar’.

In de jaren die volgden, kwamen de leden van de groep nog enkele keren samen voor optredens en probeerden ze sporadisch nieuwe muziek op te nemen.

Een volledige en langdurige reünie vond echter niet plaats als gevolg van voortdurende meningsverschillen en latere juridische obstakels.

Desondanks blijft hun muzikale erfenis een onmisbare schakel in de popcultuur van de late twintigste eeuw.

Voor muziekliefhebbers en verzamelaars die terugkijken op de jaren negentig, blijft de unieke samenklank van dit trio een bepalend en onvergetelijk geluid.

Vandaag de dag bewandelen de drie leden heel uiteenlopende paden.

Wyclef Jean is nog altijd wereldwijd actief als muzikant, producer en activist.

Dit jaar verscheen hij onder meer op het podium tijdens de countdown-concerten voor het FIFA Wereldkampioenschap voetbal in Toronto.

Ook bracht hij recent de veelbesproken zevenledige albumreeks Quantum Leap uit.

Lauryn Hill blijft een invloedrijke stem binnen de muziek en wordt geregeld geëerd om haar nalatenschap.

Zo ontving zij in de zomer van 2026 de inaugurele Living Legend Icon Award bij de BET Awards.

Samen met Wyclef Jean treedt ze op onder de vlag van Diaspora Calling!, inclusief headliner-shows op festivals.

Eerder dat jaar verzorgde ze ook al een opvallend eerbetoon tijdens de Grammy Awards.

Haar persoonlijke pad ging echter niet altijd over rozen; zo zat Hill in 2013 een gevangenisstraf van drie maanden uit wegens belastingfraude.

Voor Pras Michel, de rapper en medeoprichter van de groep, nam het leven een andere wending.

Hij werd in 2023 schuldig bevonden aan betrokkenheid bij een illegale politieke beïnvloedingscampagne en witwaspraktijken.

Na zijn veroordeling heeft hij in mei 2026 zijn gevangenisstraf van veertien jaar in de Verenigde Staten aangevangen, al vecht zijn juridische team de uitspraak nog altijd in hoger beroep aan.

Alles wat je wilde weten over The Fugees

In juni 1976 dacht iedereen nog dat Bohemian Rhapsody van Queen dé single van het jaar zou worden, maar plotseling dook er een ernstige concurrent op voor die felbegeerde titel.

De single “Music” van John Miles beloofde namelijk een internationale knaller te worden, waarmee Engeland er in één klap een nieuw fenomeen bij had.

Zeker na het uitbrengen van zijn prachtige debuutalbum Rebel, met daarop ook de eerdere single Highfly, werd de muzikant door velen meteen in hetzelfde rijtje geplaatst als idolen zoals Leo Sayer en David Essex.

In tegenstelling tot die twee langharige krullenbollen, die er destijds zeer modieus bij liepen, presenteerde John Miles zich op foto’s, op televisie en op zijn platenhoezen liever met een ouderwetse vetkuif.

In reclamecampagnes werd hij dan ook volop gelanceerd als een soort zingende James Dean.

Toen hem werd gevraagd of een flinke portie muzikaal talent alleen niet voldoende was, legde hij lachend uit dat dit imago hem juist heel snel naar de top had gebracht.

Vroeger had hij net zo’n grote bos krullen als Leo Sayer en David Essex, alleen nog een stuk langer, maar hij wilde simpelweg anders zijn.

Het besluit om zich bij zijn televisieoptreden als James Dean te stylen, bleek een gouden greep. Binnen twee weken schreven de kranten volop over de vergelijking, en dat is daarna altijd zo gebleven.

Niet alleen de hoesfoto, die zo weggeslopen leek uit Deans bekende film ‘Giant’, deed aan de legendarische filmheld denken; ook de titeltrack van de elpee Rebel verwees naar hem.

John Miles gaf toe dat hij altijd al een enorme bewondering voor de acteur had gehad.

Hij had talloze boeken en biografieën over hem gelezen en al zijn films intensief bekeken. Op basis daarvan concludeerde hij dat James Dean feitelijk helemaal geen rebel was, een standpunt dat hij destijds ook letterlijk bezong in het titelnummer van zijn eerste plaat.

Hoewel hij dacht nooit te worden zoals zijn idool, vond hij de constante vergelijking door het publiek absoluut niet erg.

De zanger, die destijds werd begeleid door Alan Parsons, de bekende producer van onder andere Pilot en Cockney Rebel, maakte zich weinig illusies over de vluchtigheid van populariteit.

Toch zorgden zijn verfijnde composities, met de toenmalige hit ‘Music’ voorop, er destijds al voor dat hij in één moeite door tussen de allergrootste artiesten werd geplaatst.

Op jonge leeftijd leerde John Miles al piano en gitaar spelen en op zijn achttiende speelde hij in de groep The Influence, met gitarist Vic Malcolm en drummer Paul Thompson, die vanaf 1971 de drummer bij Roxy Music werd.

In 1976 produceerde Alan Parsons zijn eerste album, Rebel.

De rockballade Music werd een wereldhit en leidde tot een Amerikaanse tournee met Elton John.

Nadat zijn eigen carrière later vastliep, werkte John Miles vervolgens als studiomuzikant voor andere artiesten.

Hij werd vooral bekend als de vaste gitarist van Tina Turner, met wie hij vanaf 1987 toerde. Bij het Alan Parsons Project zong hij een aantal nummers, waaronder La Sagrada Familia in 1987, en in 1992 begeleidde hij Joe Cocker.

John Miles werd daarnaast door grote artiesten als Jethro Tull, Fleetwood Mac, Tom Petty, Stevie Wonder en Jimmy Page van Led Zeppelin mee op tournee gevraagd.

In 1985 was John Miles al aanwezig bij de allereerste editie van Night of the Proms in Antwerpen.

Sindsdien was hij als zanger en als leider van de Electric Band een vast onderdeel van Night of the Proms, met uitzondering van 2008, toen hij op tournee was met Tina Turner en tijdelijk werd vervangen door Midge Ure.

Miles is een muzikale uitdaging nooit uit de weg gegaan, wat zorgde voor onvergetelijke muzikale momenten, waaronder zijn duetten met Andrea Bocelli, Michael McDonald, Sharon den Adel, Anastacia, Zucchero, Emily Bear, Lara Fabian, Milow en Ronan Keating.

Daarnaast verzorgde hij schitterende covers van hits van Queen, Led Zeppelin, ELO, Miley Cyrus, Avicii en Van Halen.

John Miles overleed op 5 december 2021 op 72-jarige leeftijd na een kort ziekbed door kanker in zijn woonplaats Newcastle.

Naast zijn vrouw Eileen, met wie hij 49 jaar getrouwd was, liet hij een zoon, een dochter en twee kleinkinderen na.

John Miles, ik ben geen James Dean, ik lijk er alleen maar op (Joepie 6 juni 1976)

Gisteren nog vandaag

De geschiedenis van Pop-Telescoop, Sound 2000 en de Hitkrant.

Het muziektijdschrift Pop-Telescoop werd in 1968 opgericht en kende zijn bloeiperiode in de late jaren zestig en vroege jaren zeventig.

Het verscheen destijds als een wekelijks blad met de ondertitel Weekblad voor de Nederlandse showbusiness, uitgegeven door de Amsterdamse uitgeverij Showunie.

In de beginjaren was de opzet van het blad relatief sober. Het bestond vaak uit slechts vier pagina’s in zwart-wit gedrukt krantenpapier, maar het vervulde een cruciale rol voor muziekliefhebbers door het publiceren van het laatste nieuws over artiesten, concertagenda’s, advertenties en vooral een breed scala aan hitlijsten.

Het tijdschrift werd in de popcultuur een belangrijk klankbord, omdat het diverse toonaangevende hitlijsten bundelde die destijds via de radio te horen waren.

Denk hierbij aan de legendarische Veronica Top 40, de Tipparade en de hitlijsten van Radio Noordzee en Radio Luxemburg.

Zelfs onze Vlaamse Radio 2 Top 30 kreeg een plek in het blad.

Ook de Hilversum 3 Top 30 was een vast onderdeel in het tijdschrift.

De allereerste uitzending van deze Hilversum 3 Top 30 vond plaats op vrijdag 23 mei 1969.

Het programma werd destijds uitgezonden door de VPRO en gepresenteerd door Willem van Kooten, beter bekend als Joost den Draaijer.

Hij koos destijds voor een lijst van precies dertig singles, omdat dit exact in de twee uur zendtijd paste die de VPRO tot haar beschikking had.

Het programma werd later overgedragen aan de NOS en omgedoopt tot De Daverende Dertig, destijds gepresenteerd door Felix Meurders, wat uiteindelijk de voorloper werd van de latere Mega Top 50.

Voor de jeugd in die tijd was het kopen van Pop-Telescoop de ideale manier om wekelijks bij te houden welke singles en elpees al deze hitparades domineerden.

Enkele jaren later hield het blad plotseling op te bestaan, net op het moment dat de muziekwereld snel veranderde en de roep om meer diepgang en een modernere uitstraling groeide.

Toen Pop-Telescoop eind maart 1975 definitief stopte, moesten de trouwe lezers het maandenlang zonder hun vertrouwde informatiebron stellen.

Dit vacuüm leidde later dat jaar tot de oprichting van de opvolger, Muziekkrant Sound 2000.

Dit nieuwe blad was een rechtstreeks gevolg van de aanhoudende vraag van voormalige Pop-Telescoop-lezers naar muziekinformatie.

Uit het tijdschrift blijkt dat Sound 2000 in de eerste plaats een puur Nederlandse uitgave was van E&E Produkties uit Amsterdam.

Het redactieteam bestond uit Emanuel Damsteeg en Peter Rensen, met medewerking van Cor Sanne en Charles Prick.

Achter deze namen schuilen figuren die hun sporen diep hebben nagelaten in de media- en muziekindustrie.

Emanuel Damsteeg begon zijn loopbaan bij de AVRO en was de feitelijke oprichter van het oorspronkelijke vakmuziekblad Pop-Telescoop, waarna hij met Sound 2000 de doorstart opzette via E&E Produkties.

Na zijn avonturen in de popbladen bleef hij actief in de uitgeverswereld met diverse bladen en de Music Industry Directory.

Dit laatste was een specifiek type gedrukte gids of adresboek voor de professionele muzieksector, waarin destijds alle belangrijkste contactgegevens van platenmaatschappijen, studio’s, boekingskantoren en radioredacties stonden gebundeld, zodat artiesten en managers snel de juiste ingangen konden vinden.

Damsteeg gebruikte zijn brede netwerk om zulke gidsen op te zetten, waarna zijn focus verschoof naar de videowereld en hij een bekende naam werd door verschillende handboeken en encyclopedieën over audio-, camera- en videotechnieken te schrijven.

Over Peter Rensen, die samen met Damsteeg het redactieteam vormde, zijn in mijn bronnen nauwelijks nog specifieke biografische sporen terug te vinden.

Medewerker Cor Sanne ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste promotors en boekers van countrymuziek, bluegrass en americana in de Lage Landen.

Met zijn boekingskantoor- en platenlabel Strictly Country Records haalde hij talloze Amerikaanse artiesten naar Europa, terwijl hij zelf al decennia op de planken staat als zanger, muzikant en de drijvende kracht achter de theaterproductie Back to the Country.

Charles Prick, in de industrie beter bekend als Charly Prick, bouwde na zijn tijd bij het blad een carrière op als succesvol muziekproducent, artiestenmanager en labelbaas met zijn bedrijven Charly Prick Music en Hitneus.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig werkte hij met bekende Nederlandse artiesten zoals The Chaplin Band, Frank & Mirella en Ciska Peters.

In de jaren negentig speelde hij achter de schermen een grote rol in de Europese eurodance- en popscene via hitlijst-acts zoals Twenty 4 Seven, T-Spoon en Down Low.

Tevens was hij in die periode nauw betrokken bij de heropgestarte formaties van Boney M.

De oorspronkelijke bezetting van deze discogroep was in de late jaren tachtig officieel uit elkaar gegaan, waarna na juridische strijd over de groepsnaam verschillende originele leden elk met een eigen formatie gingen toeren.

De hernieuwde populariteit van disco en eurodance in de jaren negentig zorgde, mede door het succesvolle verzamelalbum Gold – 20 Super Hits en als extra de Mega Mix die zowel als single als op 12 inch toen is uitgebracht en dit van de nummers Rivers Of Babylon, Sunny, Daddy Cool, Ma Baker en Rasputin, en zorgde voor een ware heropleving.

Charles Prick hielp deze optredens en carrières mee te coördineren, waardoor de hits van Boney M. op nostalgische festivals wereldwijd opnieuw een groot publiek bereikten.

Het technische productieproces van hun gezamenlijke muziekkrant vond volledig in Nederland plaats: het drukwerk werd verzorgd door Propaflex B.V. in Rijswijk.

Om de Belgische markt te bedienen en de overstap voor Vlaamse lezers te vergemakkelijken, werd de administratie in België gecoördineerd door Rossel & Cie., gevestigd aan de Gemeentestraat 8 in Antwerpen.

Deze Belgische partner was nauw verbonden met de maatschappij Sobeledip N.V., die vanaf ditzelfde Antwerpse adres de abonnees aansprak.

Om het publiek warm te maken voor het nieuwe initiatief, hanteerden de uitgevers een methode die naar hedendaagse normen bijna onvoorstelbaar is.

In plaats van een grootscheepse digitale of flitsende mediacampagne, kregen oude abonnees een papieren brief van Sobeledip thuisgestuurd, samen met een fysiek proefnummer.

In deze brief werd Sound 2000 voorgesteld als een volledig pretentieloos blad dat exact dezelfde vertrouwde inlichtingen bood als zijn voorganger.

De uitgeverij toonde een opmerkelijk vertrouwen en een ongebruikelijke service: de lezers kregen het proefnummer, in dit geval bijlage nummer 13, zomaar opgestuurd ter vervanging van hun oude abonnement.

Een jaarabonnement op het nieuwe blad, dat maar liefst vijftig keer per jaar verscheen, kostte destijds 525 Belgische frank.

Sound 2000 was wat betreft vorm en opzet een typisch product van de popjournalistiek uit de jaren zeventig.

Het blad verscheen wekelijks op groot krantenformaat en werd gedrukt op dun krantenpapier.

Net zoals de vroege edities van Pop-Telescoop was het uiterlijk relatief sober met een opmaak in zwart-wit, al werd er op de voor- en achterpagina regelmatig met steunkleuren gewerkt om op te vallen in de kiosken.

Inhoudelijk was het opgebouwd rond een vaste mix van actuele informatie en popjournalistiek.

Een aanzienlijk deel van de pagina’s werd ingenomen door de hitlijsten.

Dit werd aangevuld met de uitgebreide concertagenda en korte nieuwsberichten uit de nationale en internationale showbizz.

Daarnaast bood het blad veel meer ruimte aan langere artikelen, zoals diepte-interviews met populaire binnenlandse en internationale bands, recensies van elpees en singles,

sfeerverslagen van liveconcerten en visuele posters.

Achterop de krant stonden vaak paginagrote reclames van platenmaatschappijen die hun nieuwste releases promootten.

Muziekkrant Sound 2000 kende echter een zeer kortstondig bestaan en stopte al in de loop van 1976.

Hoewel de lancering via de persoonlijke abonneebrieven met veel enthousiasme en engagement was ingezet, bleek de concurrentie op de markt voor muziektijdschriften simpelweg te groot.

Gevestigde titels zoals Muziekkrant Oor hadden in die periode al een stevige positie veroverd en trokken het grootste deel van de lezers en adverteerders naar zich toe.

Hierdoor slaagde het blad er niet in om op de langere termijn financieel het hoofd boven water te houden, waardoor de publicatie al tijdens de tweede jaargang in 1976 werd gestaakt.

Toen Sound 2000 eenmaal verdwenen was, bleef er opnieuw een gat achter op de markt voor wekelijkse hitlijstenbladen op goedkoop krantenpapier.

In 1977 sprong de Hitkrant in dit vacuüm.

Dit nieuwe blad werd opgericht door uitgeverij De Vrijbuiter onder leiding van Willem van Kooten.

Hoewel de Hitkrant door een andere partij werd gelanceerd en geen officiële voortzetting was, hanteerde het in de beginjaren exact dezelfde vertrouwde formule gericht op popnieuws en hitparades voor de jeugd, waarmee het kan worden gezien als de spirituele opvolger van Pop-Telescoop en Sound 2000.

In 1979 onderging de Hitkrant een grote zakelijke verandering toen het blad werd overgenomen door het Belgische tijdschrift Joepie.

Ondanks deze overname achter de schermen bleef het popblad ongewijzigd en succesvol verdergaan onder zijn vertrouwde eigen naam Hitkrant.

Het tijdschrift kende na deze overname nog een zeer lange geschiedenis, maar stopte uiteindelijk definitief als wekelijks papieren blad in april 2017.

Na precies veertig jaar te zijn verschenen, bleek de wekelijkse papieren oplage door de digitalisering niet langer rendabel.

De toenmalige uitgever besloot toen om van de Hitkrant een digitaal platform te maken, aangevuld met speciale papieren edities per jaar. Uiteindelijk hield in 2021 ook de online aanwezigheid op te bestaan, waarmee het merk definitief verdween.

Niet alleen de Hitkrant, maar ook het legendarische Belgische tiener- en muziekblad Joepie — dat tevens fungeerde als het moederbedrijf van de Hitkrant — onderging een vergelijkbare digitale transformatie.

Joepie stopte al in 2015 met de reguliere verkoop in de dagbladhandels. Na een periode waarin het tijdschrift nog tijdelijk als maandblad werd uitgebracht, koos het merk eind 2015 voor een volledige digitale doorstart.

De zelfstandige website Joepie.be was in april 2015 al stopgezet en getransformeerd tot een digitale subsite binnen HLN.

Toen eind 2015 ook het fysieke maandblad definitief werd opgedoekt, koos uitgever De Persgroep (het huidige DPG Media) vanaf januari 2016 voor een volledige digital-first-aanpak.

Deze Joepie-sectie op HLN werd vervolgens in de loop van 2017 geruisloos uitgedoofd, waarna de inhoud en artikelen voor die specifieke jongerendoelgroep vanaf dat moment volledig opgingen in de algemene showbizz- en lifestyleredactie van de krant.

Vandaag bereikte ons het droevige nieuws dat Margriet Hermans op 72-jarige leeftijd is overleden.

e laat een indrukwekkende en veelzijdige erfenis achter in de Vlaamse showbizz, de politiek en ver daarbuiten.

Wat veel mensen misschien niet weten, is dat Margriet haar professionele carrière oorspronkelijk begon voor de klas als leerkracht Frans, geschiedenis en Engels.

In 1985 maakte ze echter de verrassende overstap naar de muziek, en dat bleek een gouden zet.

Als zangeres scoorde ze al snel onvergetelijke hits zoals Een vriend, Alle mooie mannen zijn zo lelijk en Laissez rouler le bon temps, Jacqueline.

Haar muzikale succes opende al snel de deuren naar de televisiewereld.

Tussen 1989 en 1997 groeide ze uit tot een absoluut kijkcijferkanon voor de openbare omroep met haar eigen talkshow Margriet, die in de zomers steevast werd uitgezonden vanuit het Casino in Middelkerke.

Met haar onmiskenbare, bulderende lach en bijzonder spontane stijl werd ze een van de populairste schermgezichten van het land.

Ze was in die tijd een absolute vaste waarde in de huiskamers, niet alleen als presentatrice, maar ook als gewaardeerd panellid in geliefde programma’s zoals De zoete inval op Radio 2 en de legendarische komische quiz Zeg eens euh… op TV1.

Eind jaren negentig besloot Margriet een heel andere weg in te slaan en stapte ze in de politiek voor de partij Open Vld.

Ze diende jarenlang met veel vuur en engagement als Vlaams volksvertegenwoordiger, een ambt dat ze uitoefende tot ze in 2009 afscheid nam van het parlement.

Naast haar drukke publieke leven was ze in de eerste plaats een bijzonder trotse moeder van haar dochter Celien Deloof.

Moeder en dochter deelden een enorme passie voor zingen en stonden in de loop der jaren regelmatig samen op het podium.

Margriet was bovendien altijd heel erg eerlijk over haar persoonlijke leven; zo sprak ze als een van de eersten in Vlaanderen erg openhartig over haar maagverkleining, wat voor veel mensen bijzonder inspirerend en drempelverlagend werkte.

In 2022 maakte ze een fantastische, breed gedragen muzikale comeback dankzij haar deelname aan het VTM-programma Liefde voor muziek.

Haar vrolijke cover ‘Lekker blijven hangen’, een Nederlandstalige bewerking van ‘She’s after my piano’ van 2 Fabiola, werd een gigantisch succes waarmee ze volkomen verdiend de begeerde Radio 2 Zomerhit in de wacht sleepte.

Als ultieme kroon op haar schitterende carrière werd ze in 2023 feestelijk opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

Deze bekroning bevestigde nog maar eens haar status als een ware icoon van de entertainmentwereld.

De zangeres Micha Marah is een achternicht van Hermans.

Vlaanderen neemt vandaag afscheid van een warme, kleurrijke en veelzijdige vrouw die generaties lang zorgde voor een lach en een traan.

Een foto van lang geleden, van Margriet Hermans (foto uit mijn privécollectie)

Gisteren nog vandaag

Margriet Hermans en haar eerste single een vriend.

Het nummer is geschreven door Chris Peeters, Marc Dex en
Margriet Hermans.
Roland Verlooven zorgde voor een indrukwekkende productie.
De single was goed voor een eerste plaats in de Vlaamse Top 10 op 5 september 1987.

Margriet Hermans, dit is mijn paleis (Story 19 mei 1987)

Gisteren nog vandaag

Margriet Hermans medewerking aan Werelddierendag in het teken van onze vrienden de hond en de kat.(4 oktober 1991)

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, Getty met haar nummer Love Me.

Getty Kaspers werd op 5 maart 1948 geboren in het Oostenrijkse Graz, maar verhuisde al op jonge leeftijd naar Nederland.

Ze groeide op in Enschede, waar haar muzikale talent al snel naar boven kwam.

In de jaren zestig begon ze te zingen in lokale bands.

Haar grote doorbraak kwam toen ze begin jaren zeventig toetrad als leadzangeres van de popgroep Teach-In.

Na vroege hits zoals ‘Fly Away’ en ‘Tennessee Town’ volgde de internationale doorbraak met Ding-a-dong.

Met Teach-In kende ze in 1975 haar absolute hoogtepunt.

De groep werd geselecteerd om Nederland te vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Stockholm met het vrolijke, aanstekelijke nummer Ding-a-dong.

Ze mochten als eerste aantreden en wonnen uiteindelijk het festival met een ruime voorsprong.

Het nummer, geschreven door Eddy Ouwens, Dick Bakker en Will Luikinga, werd een grote internationale hit en bereikte de hitlijsten in heel Europa, waaronder een top 20-notering in het Verenigd Koninkrijk.

Na dit enorme succes bleef de band intensief toeren en singles uitbrengen, maar de druk en interne verschuivingen zorgden ervoor dat de bezetting veranderde.

Getty Kaspers besloot in 1976 te breken met de groep Teach-In om een solocarrière te starten.

Hoewel er geruchten gingen over ruzie, werd de beslissing in goed overleg met de andere groepsleden genomen.

De zangeres voelde dat het succes haar te veel was geworden; ze leefde enkel nog voor haar vak en kon niet meer genieten van het dagelijks leven.

Zo moest ze zaken als het houden van een hond, lezen en koken laten schieten vanwege de overvolle agenda die volgde op de winst van het Eurovisiesongfestival.

Deze plotselinge status als ster lag haar niet goed, omdat ze liever dicht bij zichzelf bleef dan een vedette te zijn.

Voor haar nieuwe weg als soloartiest koos ze ervoor om zich achter de schermen te laten begeleiden door John Gaasbeek, terwijl ze op het podium alleen stond.

Ze streefde ernaar om niet langer enkel als de zangeres van Teach-In te worden gezien, maar als een zelfstandige artiest.

In haar nieuwe loopbaan wilde ze een volwassener geluid laten horen dan het publiek van haar gewend was.

Ze was destijds achtentwintig jaar en vond dat haar muziek bij die levensfase moest passen.

Om haar felbegeerde privéleven te beschermen, nam ze zich voor om nog maar twee tot drie dagen per week te werken.

De rest van de tijd reserveerde ze voor haar rust en persoonlijke interesses.

Onder haar eigen naam bracht ze verschillende singles uit. Haar eerste solosingle in 1976 was ‘Love Me’, een nummer dat werd geproduceerd door Eddy Ouwens.

Dit lied werd geschreven door Bert Baarslag, die helaas op 18 mei 2020 is overleden, en John Gaasbeek, die destijds eveneens lid was van Teach-In.

In 1977 volgde de single ‘Mademoiselle (Mais Oui Je T’Aime).’

Dit nummer werd geschreven door Dick Kooiman, die destijds ook de hoofdredacteur was van de Nederlandse popmuziektijdschriften Muziek Expres (1977-1985) en Popfoto, en Eddy Ouwens, die daarnaast ook weer verantwoordelijk was als producer.

Hoewel ze hiermee airplay kreeg, kon haar solowerk het gigantische succes van de Teach-In-periode niet evenaren.

Samen met John Gaasbeek en Wilma Van Diepen vormde ze in 1978 de groep Balloon.

De twee singles Summerparty, die een medley was van verschillende nummers, en het nummer All You Need Is The Music, uitgebracht in 1979, waren helaas beide een flop.

In de jaren tachtig trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en verhuisde ze met haar toenmalige partner naar Portugal, waar ze een rustiger leven leidde buiten de muziekindustrie.

Na haar terugkeer naar Nederland bleef de liefde voor het Songfestival altijd aanwezig.

Ze bleef een graag geziene gast bij speciale gelegenheden, fanbijeenkomsten en tv-programma’s rondom het festival.

In 2009 trad ze nog eens op met een nieuwe bezetting van Teach-In tijdens de opening van het Eurovisiesongfestival in Moskou, waarmee ze bewees dat haar bekendste succes nog altijd springlevend is in het collectieve geheugen van de Europese popmuziek.

Eind 2024 werkte ze mee aan de speciale theaterproductie Dingedong – De Eurovisiemusical, waarin het 50-jarig jubileum van de songfestivalwinst werd gevierd en waarin zij de rol van juryvoorzitter vertolkte.

In maart 2025 vierde ze de bijzondere mijlpaal dat het exact 50 jaar geleden was dat ze met Teach-In het Eurovisiesongfestival won.

Ze is nog altijd een fervent volger van het Songfestival en spreekt zich samen met andere oud-winnaars, zoals Lenny Kuhr, weleens uit over het evenement.

De nu 78-jarige zangeres woont samen met haar man Cor in het Overijsselse Markelo.

Af en toe laat ze nog van zich horen in de media, zoals bij de presentatie van haar biografie Een leven lang geleden en recenter nog in tv-interviews.

50 jaar geleden, Ann Christy, het songfestival kan me gestolen worden.

Ann Christy uitte in 1976 haar ongezouten mening over het Eurovisiesongfestival.

Hoewel ze de editie in Den Haag op de voet volgde, waren haar indrukken verre van positief.

Ze stelde dat het festival haar gestolen kon worden en vond de inzendingen kwalitatief ondermaats.

Volgens haar was er geen enkel liedje dat echt indruk maakte.

Zelfs de meer gewaardeerde inzendingen, zoals die van Pierre Rapsat, konden haar niet overtuigen van de relevantie van het festival.

Ook de commerciële nummers vond ze weinig origineel; ze had het gevoel dat elk liedje een kopie was van een bestaande melodie en vond dat de componisten artistiek waren achtergebleven.

Een belangrijke reden voor deze matige kwaliteit was volgens haar de gebrekkige voorbereidingstijd.

Ze merkte op dat de organisatie in de meeste landen verkeerd werd aangepakt, waarbij artiesten en componisten vaak slechts een maand de tijd kregen om alles klaar te stomen.

In die korte periode moesten arrangementen worden gemaakt en promotiecampagnes worden opgezet, waardoor er volgens haar geen ruimte was voor een degelijke voorbereiding.

Ze betwijfelde dan ook sterk of ze haar kandidatuur voor een volgende editie zou indienen, tenzij er een systeem van préselectie zou komen dat artiesten een vol jaar de tijd gaf.

Voor haar was het festival veranderd in een soort hitparade-kermis die haar niet langer kon boeien.

Tegelijkertijd maakte ze destijds bewuste keuzes tussen het zingen in het Engels of het Nederlands.

Hoewel ze een single in beide talen uitbracht, besloot ze dat ze een dergelijke dubbele release niet snel zou herhalen.

Ze vond dat de geschiktheid van een taal sterk afhing van de melodie van het nummer.

Ondanks het succes van de Vlaamse versie van haar werk, ging haar persoonlijke voorkeur vaak uit naar de Engelse versies, omdat ze de teksten daarin sterker vond. In die periode concentreerde ze zich echter op de opname van een nieuwe lp die uitsluitend uit Nederlandstalige nummers bestond.

Het jaar 1976 markeerde ook een belangrijke nieuwe weg in haar carrière met een debuut op het toneel.

Ze schitterde in een muzikale enscenering van Midzomernachtsdroom in het Mechels Miniatuur Theater, het huidige t Arsenaal.

In dit stuk van Shakespeare speelde ze de rol van Helena, een zachtmoedig meisje.

Ze stond hiervoor op de planken met collega Marijn Devalck, die destijds nog optrad onder zijn artiestennaam Marino Falco.

De productie was een enorm succes en werd meer dan 150 keer opgevoerd voor uitverkochte zalen.

De liedjes voor deze productie werden grotendeels geschreven door componist Pieter Verlinden en zijn echtgenote Rita Van Dievel.

Zij schreven zes van de acht nieuwe nummers voor deze musical, die door haar persoonlijk werden ingezongen.

Voor haar was dit een essentiële ervaring waarin ze haar zangtalent combineerde met een nieuwe uitdaging in de acteerwereld.

Pieter Verlinden, die op 25 september 2002 overleed, was een zeer invloedrijke figuur in de Belgische televisiewereld.

Hij was jarenlang verantwoordelijk voor de sonorisatie van talrijke programma’s en series, waarbij hij de muziek en het geluid selecteerde.

Zijn werk was te horen in legendarische producties zoals Wij, Heren van Zichem, Slisse & Cesar en Echo, evenals in jeugdfeuilletons als ‘Johan en de Alverman’ en ‘Axel Nort’.

Na verloop van tijd begon hij steeds vaker zelf de muziek te componeren voor de projecten waarvoor hij werd gevraagd.

Een van zijn meest herkenbare composities was de begintune van De Collega’s, maar hij schreef ook de muziek voor series zoals ‘De vorstinnen van Brugge’, ‘Een mens van goede wil’, ‘Maria Speermalie’, ‘De komst van Joachim Stiller’, ‘Mata Hari’, ‘Herenstraat 10’, ‘Hard labeur’ en ‘Het Pleintje’ .

Ook voor jeugdseries zoals ‘Johan en de ‘Alverman’ en ‘Keromar’ bleef hij actief als componist.

Naast zijn werk voor televisie schreef hij op tekst van Bert Vivier het nummer ‘Laat me nu gaan’, waarmee Linda Lepomme België vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival in 1985.

Pieter Verlinden was bovendien de vader van voormalig VRT-journalist Peter Verlinden.

Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag