Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Niemand kon toen vermoeden dat dit de laatste officiële persfoto zou zijn van koning Albert 1.
De film werd geregisseerd door Raymond Bernard en bestond uit drie delen, die elk een week na elkaar werden uitgebracht in februari 1934.
De hoofdrol van Jean Valjean, de ex-gevangene die zijn leven probeert te beteren, werd gespeeld door Harry Baur, een Franse acteur die bekend stond om zijn veelzijdigheid en expressiviteit.
Raymond Bernard was een Franse regisseur die vooral historische en literaire verfilmingen maakte, zoals Wooden Crosses en The Chess Player.
Hij wordt beschouwd als een van de meesters van de Franse cinema uit de jaren 30.
Zijn versie van Les misérables wordt nog steeds geprezen als de beste en getrouwste adaptatie van het boek, dankzij zijn diepgaande ontwikkeling van de personages en thema’s.
Eerder bereikte Prinses Maria Gabriella van Savoye de wereldpers in 1958 omdat ze weigerde te trouwen en dat wegens religieuze verschillen met de Shah Mohammed Reza Pahlavi van Iran.
Maria Gabriella di Savoia was het derde kind van de prins en prinses van Piemonte, geboren op 24 februari 1940, Napels, Italië.
Haar vader was de laatste koning van Italië, Umberto II, en haar moeder was Marie José van België.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze met haar moeder en haar broer en zussen naar Zwitserland, waar ze tyfus opliep maar herstelde.
Na de afschaffing van de monarchie in Italië in 1946, vestigde ze zich definitief in Zwitserland met haar familie.
Ze studeerde exacte wetenschappen, tolken en kunstgeschiedenis in Madrid, Genève en Parijs.
Robert Zellinger de Balkany was een Franse zakenman en vastgoedontwikkelaar van Hongaarse afkomst, die geboren werd op 4 augustus 1931 in Iclod, Roemenië.
Hij trouwde op 12 februari 1969 in Sainte-Mesme met prinses Maria Gabriella van Savoye.
Het kerkelijk huwelijk werd later gevierd op 21 juni 1969 in Eze-sur-Mer, op Château Balsan.
Het paar kreeg één dochter, Marie Elizabeth Zellinger de Balkany.
Het paar kreeg één dochter, Marie Elizabeth Zellinger de Balkany.
Marie Elizabeth werd geboren op 12 augustus 1971 in Genève.
Ze is een kunsthistorica en curator die werkt voor verschillende musea en galerijen in Europa.
Ze is getrouwd met Nicolas Kostopoulos, een Griekse bankier, en heeft twee kinderen: Alexander en Sophia.
Het huwelijk van Prinses Maria Gabriella van Savoye met Robert Zellinger de Balkany eindigde in een scheiding in 1990, na een eerdere scheiding van tafel en bed in 1976.
Robert Zellinger de Balkany overleed op 19 september 2015 in Genève, Zwitserland.
Prinses Maria Gabriella van Savoye richtte de Stichting Umberto II en Marie José van Savoye op en schreef verschillende boeken over het Huis Savoye.
Een autogiro is een soort vliegtuig dat gebruikmaakt van een rotor om lift te genereren, maar ook een motor met propeller om voorwaartse snelheid te creëren.
Het verschil met een helikopter is dat de rotor niet aangedreven wordt door de motor, maar door de luchtstroom die erlangs gaat.
Dit heet autorotatie.
Een autogiro kan niet verticaal opstijgen of landen, maar heeft wel een kortere start-en-landingsbaan nodig dan een conventioneel vliegtuig.
Een autogiro is een soort vliegtuig dat een motorloze rotor heeft, die alleen door de langsstromende lucht in beweging wordt gebracht.
Dit zorgt voor een grote veiligheid en stabiliteit, maar ook voor een beperkte start- en landingsruimte.
De uitvinder van de autogiro was de Spaanse vliegtuigbouwer Juan de la Cierva y Codorníu (1895-1936), die zijn eerste succesvolle model in 1923 bouwde.
Hij noemde zijn uitvinding Autogiro, volgens de Spaanse spellingregels met een i.
Hij richtte in 1925 een fabriek op in Engeland, waar hij zijn toestellen verder ontwikkelde en verkocht.
Koning Albert I was een groot liefhebber van de luchtvaart en leerde in 1931 zelf een autogiro te besturen.
Hij maakte verschillende vluchten boven België en Europa, soms vergezeld door zijn zoon Leopold III.
De autogiro raakte in de vergetelheid door de opkomst van de helikopter, die meer mogelijkheden bood voor verticaal opstijgen en landen.
De uitvinder Juan de la Cierva kwam in 1936 om het leven bij een vliegtuigongeluk in Engeland.
De Russische kinderen die in België aankwamen, waren het slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie.
Ze hadden hun familie, hun thuis en hun land verloren.
Gisteren nog vandaag
Ze werden opgevangen door verschillende organisaties die hen een veilige haven wilden bieden.
Een van die organisaties was de Belgische Rode Kruis, die een centrum oprichtte in Wulveringem, een dorpje in de Westhoek.
Daar konden de kinderen naar school gaan en een normaal leven leiden.
Maar het centrum kende ook moeilijkheden.
Gisteren nog vandaaag
Sommige kinderen waren getraumatiseerd of onaangepast door hun ervaringen in Warschau, waar ze op straat hadden moeten overleven.
Sommige eigenaars van de grond waar het centrum stond, waren niet blij met de komst van de vluchtelingen.
Ze vreesden voor hun eigendom en hun rust.
Daarom werd het centrum verplaatst naar een kasteel in Geldenaken dat eigendom was van notaris Fernand Charlot.
Gisteren nog vandaag
Hij stelde zijn kasteel ter beschikking van de Russische kinderhulp, die onder leiding stond van koningin Elisabeth.
Het kasteel L’Ardoisière werd omgevormd tot een school en een internaat voor zo’n 160 Russische kinderen, die begeleid werden door tien Russische leerkrachten.
De kinderen kregen les in het Frans, maar mochten ook hun eigen taal en cultuur behouden.
Daar bleven de kinderen tot augustus 1924,.
Daarna werden de meeste kinderen herenigd met hun familieleden, die verspreid waren over Europa of Amerika.
Gisteren nog vandaag
Er waren ook andere initiatieven om de Russische kinderen te helpen.
In Gent was er een klein weeshuis dat door een Russische vrouw werd geleid.
In Namen was er een groter weeshuis dat door een andere Russische vrouw werd opgericht, met kinderen die uit Constantinopel waren geëvacueerd.
Ook het Russische jezuïetencollege St.-Georges, dat uit dezelfde stad kwam, vond onderdak in Namen, bij de Belgische jezuïeten.
En in Leuven kwamen er Russische studenten aan, die door de universiteit werden gehuisvest.
Maar niet iedereen was even gastvrij voor de Russen.
Zowel in ons land, als in de rest van Europa en Amerika, klaagde veel mensen over de nieuwe migranten en spraken van een “Russische invasie”.
Hoe herkenbaar met de dag van vandaag of zoals we zeggen de geschiedenis blijft zich herhalen.
De Orthodox Katholieke Kerk gebruikt de Juliaanse kalender, die veertien dagen achterloopt op de Gregoriaanse. Daarom valt Kerstmis voor hen op 7 januari. (Ons Land 19 januari 1924).
Dit ging samen met verschillende demonstraties om de veertigste verjaardag van de annexatie van Congo bij België en de twintigste verjaardag van de Vereniging van Koloniale Veteranen te vieren.
Op het Square de Meeus (voorheen Square de l’Industrie, en is een plein en park in de Leopoldswijk in Brussel.) werd de buste van generaal Storms, oprichter van Pala en architect van de slavernijcampagne, op zijn basis teruggeplaatst.
De vorige buste van deze man werden tijdens de oorlog door de Duitsers verwijderd om te gebruiken als grondstop voor de oorlogsindustrie.
Toen kreeg die man nog steeds lof voor zijn strijd tegen de slavernij en beschreef men hem in de Belgische pers als de bevrijder van de Congolese bevolking. Dit gezien zijn jacht op plaatselijke slavendrijvers.
Generaal Storms was een Belgische militair die vooral bekend is om zijn rol in de kolonisatie van Congo.
Hij werd geboren in 1840 in Antwerpen en trad in 1859 toe tot het Belgische leger.
Hij nam deel aan verschillende veldtochten in Europa en Afrika, waaronder de Frans-Duitse Oorlog, de Mahdi-opstand in Soedan en de Congolese verovering van Leopold II.
Generaal Storms en Lusinga Lwangombe waren dan ook twee belangrijke figuren in de koloniale geschiedenis van Congo.
Storms was een Belgische militair die in 1884 de opdracht kreeg om het gebied rond het Tanganyikameer te veroveren en te pacificeren.
Lusinga werd rond 1840 geboren in Buluba, het land ten noordoosten van Lubanda, bewoond door de oostelijke Luba.
Op een gegeven moment schijnt Lusinga Unyanyembe, bij Tabora in het huidige Tanzania, te hebben bezocht, waar hij zich bewust werd van de waarde die aan slaven en ivoor werd gehecht.
Hij bewapende zich en was de eerste die vuurwapens gebruikte in de streek ten westen van het Tanganyikameer.
Met deze superieure bewapening versloeg hij al snel de stamhoofden van de regio Kaap Tembwe, een belangrijk punt in de handelsoversteek van het Tanganyikameer, en vestigde zich daar in een versterkt dorp.
Nadat hij de plaatselijke bevolking door slavenarbeid had uitgedund, en onder druk van andere slavendrijvers, verhuisde hij naar een nieuwe basis op twee dagen lopen van Lubanda in het Mugandja-gebergte, aan de oevers van de Muswe, een zijrivier van de Lufuko.
Aan het eind van zijn leven had Lusinga zestig vrouwen.
Deze leverden nuttige arbeidskrachten voor landbouwwerkzaamheden, waardoor Lusinga zijn rijkdom nog verder zag toenemen.
Hij stond ook bekend om zijn verzet tegen de Europese indringers.
De confrontatie tussen Storms en Lusinga vond plaats op 4 december 1884, toen Storms met een kleine troepenmacht de heuvel bestormde waar Lusinga zijn versterkte dorp had gebouwd.
Na een kort gevecht werd Lusinga gedood en onthoofd door Storms, die zijn schedel als trofee meenam naar Europa. Toen hij terugkeerde, gaf hem aan de antropoloog Émile Houzé, die een verhandeling over het onderwerp schreef waarin hij de “degeneratie” in de schedel zag.
De schedel wordt nog steeds bewaard in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren.
Storms liet ook het dorp platbranden en nam veel vrouwen en kinderen gevangen.
Deze gewelddadige actie maakte een einde aan de onafhankelijkheid van de Tabwa en opende de weg voor de Belgische kolonisatie van het gebied.
Hij stond bekend als een meedogenloze en ambitieuze leider, die geen genade toonde voor de inheemse bevolking.
Hij was verantwoordelijk voor talrijke wreedheden, zoals het afhakken van handen, het verbranden van dorpen en het uitbuiten van dwangarbeiders.
Hij werd door sommigen beschouwd als een held en door anderen als een schurk.
In 1895 keerde hij terug naar België, waar hij werd bevorderd tot luitenant-generaal en lid werd van de Senaat. Hij overleed in 1918 in Brussel.
Zijn standbeeld staat sinds 1923 in het Meeûssquare in Elsene, maar is al jaren het onderwerp van controverse en protesten.
Sommigen willen het standbeeld verwijderen of aanpassen, omdat het een symbool is van het koloniale verleden en het lijden van de Congolezen.
Anderen willen het standbeeld behouden of beschermen, omdat het een deel is van de Belgische geschiedenis en cultuur.
Sinds hij in 2018 burgemeester van Elsene werd, maakte Christophe Doulkeridis (Ecolo) duidelijk dat hij het beeld, een kopie van het marmeren origineel uit 1906 van Marnix D’Haveloose, wilde verwijderen.
De plannen raakten in een stroomversnelling door de Black Lives Matter-protesten.
“Het zou een vergissing zijn om alles te verwijderen, maar het zou ook een vergissing zijn om niets te verwijderen,” aldus de burgemeester. “Hier hebben we ervoor gekozen om de buste te verwijderen van iemand die bekendstond voor zijn barbaarsheid, iemand die hoofden afhakte.
De buste hoort niet meer thuis op het voetstuk waarop ze werd geplaatst,” aldus Doulkeridis.
“De opfrissing van het geheugen gebeurt op verschillende bevoegdheidsniveaus, zowel federaal als gewestelijk.
Ook onze gemeente Elsene neemt haar verantwoordelijkheid op in deze zaak en voert op initiatief van burgemeester Christos Doulkeridis dit laakbaar historisch personage af,” zegt Romain De Reusme, PS-fractieleider in het schepencollege.
Al in 2020 diende de gemeente een aanvraag van stedenbouwkundige vergunning in om de buste van luitenant-generaal Storms en de sokkel op de Meeûssquare af te breken.
Daarvoor moest onder andere een volledige historische analyse gemaakt worden van de square om de oorspronkelijke samenstelling te bepalen.
Gezien de originele buste in 1943 werd gestolen door de Duitsers en vervangen door een marmeren kopie, behoort de buste niet tot het oorspronkelijk beschermd geheel.
De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en het Museum van Elsene hebben aangeboden om het standbeeld te ontvangen en in zijn historische context te plaatsen.
In afwachting van een beslissing zal het door de gemeente in bewaring worden gehouden.
Wat betreft Lusinga Lwangombe, die krijgt nu alle positieve aandacht en heeft in de emblematische Grote Rotonde in het vernieuwde Afrikamuseum, een beeld gekregen in 2020, ontworpen door de Congolese kunstenaar Aimé Mpane dat de schedel van chef Lusinga voorstelt.
Prinses Josephine Charlotte was de oudste dochter van koning Leopold III en koningin Astrid van België.
Ze werd geboren op 11 oktober 1927 in het Koninklijk Paleis te Brussel.
Ze had een jongere broer, koning Boudewijn, en een jongere zus, prinses Marie-Christine.
Ze groeide op in een tijd van politieke en sociale onrust in België, die werd verergerd door de Tweede Wereldoorlog en de koningskwestie.
Ze kreeg een strenge opvoeding en een uitgebreide opleiding, waarbij ze verschillende talen leerde spreken.
Op 9 april 1953 trouwde ze met groothertog Jan van Luxemburg, met wie ze vijf kinderen kreeg: Marie-Astrid, Henri, Jean, Margaretha en Guillaume.
Ze werd zo de groothertogin van Luxemburg en speelde een actieve rol in het openbare leven van het groothertogdom.
Ze zette zich in voor sociale en culturele doelen, zoals het Rode Kruis, de Unesco en de bescherming van het erfgoed. Ze was ook een liefhebber van muziek en kunst en steunde verschillende instellingen op dat gebied.
Prinses Josephine Charlotte overleed op 10 januari 2005 in het kasteel van Fischbach, na een lange strijd tegen longkanker.
Ze werd 77 jaar oud.
Ze werd begraven in de kathedraal van Luxemburg, naast haar echtgenoot, die haar in 2019 volgde.