De geschiedenis van Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele in Oudenaarde.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele is een gotische kerk in Oudenaarde, aan de rechteroever van de Schelde.

In deze kerk werd op 5 juli 1522 Margaretha van Parma gedoopt.

Margaretha van Parma was een buitenechtelijke dochter van keizer Karel V en Johanna van der Gheynst.

Johanna van der Gheynst werd geboren rond 1505 in Nukerke bij Oudenaarde, als dochter van een tapijtverkoper en een adellijke dame.

Ze werd wees op vijfjarige leeftijd en kwam in dienst bij Karel I van Lalaing, de gouverneur van Oudenaarde.

In 1521 ontmoette ze keizer Karel V.

Na de bevalling van haar dochter, moest ze afstand doen van haar kind. Want Karel V erkende haar als zijn wettige kind en liet haar opvoeden door zijn tante en zijn zus.

Johanna trouwde later met Johan van den Dijcke, een raadsheer en rekenmeester, en kreeg nog negen kinderen.

Ze stierf in Brussel op 15 december 1541.

Margaretha van Parma verhuisde op jonge leeftijd naar Italië, waar ze twee keer trouwde en hertogin van Florence, Parma en Piacenza werd.

In 1559 werd ze door haar halfbroer Filips II aangesteld als landvoogdes over de Habsburgse Nederlanden.

Ze kreeg te maken met de opstand van de edelen, het smeekschrift en de beeldenstorm.

In 1567 werd ze vervangen door de hertog van Alva en keerde ze terug naar Italië, waar ze in 1586 overleed in Ortona.

De kerk werd gebouwd tussen 1234 en 1300 in opdracht van Arnulf IV, de heer van Oudenaarde en Pamele.

De naam van de bouwmeester, Arnulf van Binche, staat vermeld op een plaat op de gevel.

De kerk is een voorbeeld van Scheldegotiek, met een dubbele overlangse galerij, een achtzijdige vieringstoren en hoektorentjes.

De kerk heeft ook een authentiek dakgebinte uit de 13e eeuw bewaard.

De drassige grond rond en onder de funderingen van het kerkgebouw zorgt voor instabiliteit.

De Schelde stroomt vlak langs de noordwestelijke gevel. De verzakking is vooral zichtbaar aan de binnenkant van het transept en het priesterkoor.

De provincie Oost-Vlaanderen houdt de stabiliteit regelmatig in de gaten via Monumentenzorg.

Van 21 september 2024 tot 5 januari 2025 organiseert het MOU een ambitieuze tentoonstelling gewijd aan de fascinerende figuur Margaretha van Parma (1522-1586).

Vandaag 90 jaar geleden, eedaflegging van Koning Leopold III (23 februari 1934)

Hij volgde zijn vader Albert I op, die een paar dagen eerder was omgekomen bij een klimongeval in Marche-les-Dames.

Leopold III werd geboren op 3 november 1901 in Brussel als oudste zoon van Albert I en Elisabeth.

Hij bracht zijn jeugd door op het kasteel van Laken en kreeg een strenge opvoeding.

In 1914, na het uitbreken van de oorlog, vergezelde hij zijn ouders en verbleef met hen in De Panne.

Van 1915 tot 1919 was hij, met onderbrekingen, leerling in Eton College.

Vanaf 1919 volgde hij in Brussel een militaire opleiding.

Hij huwde in 1926 met prinses Astrid van Zweden, met wie hij drie kinderen kreeg: Josephine-Charlotte, Boudewijn en Albert.

Bij zijn eedaflegging op 23 februari 1934 was hij 32 jaar oud.

De plechtigheid vond plaats in het parlement, in aanwezigheid van de regering, de hoge magistratuur, de diplomatieke vertegenwoordigers en de leden van de koninklijke familie.

Leopold III legde de eed af in de drie landstalen: Nederlands, Frans en Duits.

Hij beloofde de grondwet en de wetten van het Belgische volk te onderhouden en de nationale onafhankelijkheid en de integriteit van het grondgebied te handhaven.

Geschiedenis van het Kasteel van Tieghem de ten Berghe in Mariakerke en haar bouwheer.

Het kasteel is ontworpen door de architect Joseph Schadde en werd in 1890 voltooid in opdracht van Paul Van Tieghem.

Paul Van Tieghem was de erfgenaam van de heerlijkheid Schaubroeck, een oud leen dat zich uitstrekte over de parochies Mariakerke, Drongen en Wondelgem.

De geschiedenis van deze familie gaat terug tot de 14de eeuw, toen ze eigenaar werden van het goed van Coolman dat later het kasteel Van Tieghem de ten Berghe zou worden.

In de loop der eeuwen kwam de heerlijkheid Schaubroeck in handen van verschillende adellijke geslachten, zoals de Triest, de Borluut en de Van der Noodt.

In 1889 liet Paul Van Tieghem het oude kasteel afbreken en een nieuw neogotisch kasteel bouwen dat hij Les Muguets noemde.

Hij woonde er tot 1917, waarna het kasteel door de Duitsers bezet werd en later aan diverse huurders verhuurd werd.

Het gebied van de heerlijkheid Schaubroeck werd grotendeels verkaveld in de 20ste eeuw.

Na de Tweede Wereldoorlog raakte het kasteel verwaarloosd en onbewoond, totdat het in 1963 werd aangekocht door de gemeente Mariakerke.

Het kasteel werd gerestaureerd en deed vanaf 1967 dienst als het gemeentehuis van Mariakerke.

Na de fusie met Gent in 1977 werd het kasteel een dienstencentrum voor de deelgemeente.

Het kasteel is sinds 1997 beschermd als monument en is een voorbeeld van de neogotische stijl.

Onder neogotiek wordt een 19e-eeuwse stroming in de bouwkunst verstaan die zich geheel heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek.

Het kasteel heeft een rechthoekige plattegrond met een polygonaal (Polygonaal wil zeggen “naar vele richtingen verlopend” en het woord bestaat uit het Griekse poly (veel) en de toevoeging “gonaal”, die afkomstig is van het Griekse gonia (hoek) hoektorentje op de noordoostelijke hoek.

De voor- en achtergevel worden gemarkeerd door een breed middenrisaliet met een opengewerkte puntgevel.

Het kasteel is opgetrokken uit rode baksteen met verwerking van arduin en heeft een schilddak met leien.

Het interieur is aangepast aan de neogotische stijl en bevat onder meer stucversiering, schouwmantels en wapenschilden (foto februari 1934)

Deze maand, 70 jaar geleden, veiling van de bezittingen van Faroek I door de Egyptische regering.

Faroek I van Egypte was de koning van 1936 tot 1952, toen hij werd afgezet door een staatsgreep van de Vrije Officieren.

Hij stond bekend om zijn weelderige levensstijl, zijn verzamelingen en zijn kleptomanie.

Na zijn afzetting vluchtte hij naar Italië, waar hij in 1965 overleed.

Een van de gebeurtenissen die zijn reputatie schaadden, was de veiling van zijn bezittingen door de regering in 1954.

De veiling duurde tien dagen en bracht meer dan 3 miljoen pond op.

Onder de geveilde voorwerpen waren sieraden, kleding, meubels, auto’s, wapens, postzegels en munten.

Een van de munten was het Amerikaanse gouden 20 dollarstuk van 1933 dat later de kostbaarste munt uit de geschiedenis werd.

De veiling was bedoeld om geld in te zamelen voor de ontwikkeling van Egypte, maar werd ook gezien als een vernedering voor de voormalige koning en een symbool van het einde van de monarchie.

De veiling duurde 10 dagen en omvatte onder andere auto’s, juwelen, meubels, kunstwerken en zelfs dieren.

Om van de verkoop een succes te maken, kregen de kopers die voor meer dan 5 miljoen Franse Frank kochten, de eer en het voorrecht om de verzameling pornografische voorwerpen en afbeeldingen van Faroek I te mogen zien.

De grote verzamelingen postzegels en munten van de koning waren wereldberoemd.

Hij bezat onder meer de kostbaarste munt uit de geschiedenis, het Amerikaanse gouden 20 dollarstuk van 1933.

Dit exemplaar bracht op een veiling in 2002 7,5 miljoen dollar op.

De opbrengst van de veiling was ongeveer 3 miljoen pond, maar veel van de spullen werden onder de marktwaarde verkocht of gestolen door corrupte ambtenaren.

Gisteren nog vandaag

Na de Egyptische onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1922 veranderde de titel van sultan Foead I naar die van koning.

In april 1936 overleed Foead I, waardoor zijn zoon Farouk I op 16-jarige leeftijd koning van Egypte werd.

Een van zijn eerste daden als staatshoofd was al zijn auto’s (hij had er meer dan 100) rood te laten verven).

Daarna verbood hij per wet, die kleur voor elke andere wagen, zodat hij snel zonder last van de politie door zijn land kon scheuren.

26 jaar lang heerste hij met ijzeren hand en bouwde een nogal dubieuze reputatie op.

Door zijn overdadige levensstijl kreeg Faroek de weinig liefkozende naam ‘Playboy-koning’ en stond hij te boek als een kleptomaan.

Faroek ging helemaal op in deze, zeker voor een monarch, ongewone hobby.

Toen hij Winston Churchill over de vloer kreeg, maakte hij hem diens horloge afhandig.

Nadat de Britse diplomatieke diensten discreet protest aantekenden tegen deze protocollair niet zo gangbare praktijk, werd het kleinood terugbezorgd, met als uitleg dat Farouk het “gevonden” had.

En toen in 1944 de kist met daarin het stoffelijk overschot van de in Zuid-Afrika overleden Perzische koning een tussenlanding maakte in Caïro, stal Farouk het ceremoniële zwaard, de medailles en de broeksband van de afgestorvene.

Mede daardoor werd de impopulaire ‘Dief van Caïro’ in 1952 van de kroon gestoten door de legendarische kolonel Gamal Abdel Nasser.

Na zijn gedwongen onttroning nam Faroek met zijn luxe jacht op pompeuze manier vanuit havenstad Alexandrië de vlucht naar Monaco.

Na de revolutie ging Faroek in Rome wonen, maar zijn zoon Fouad en zijn dochters werden naar Zwitserland gestuurd.

Narriman Sadik, de tweede vrouw van Faroek vroeg de scheiding aan in 1953 en vertrok terug naar Egypte.

Haar zoon en de drie dochters uit het eerste huwelijk bleven bij Faroek.

In 1953 bracht de ex-koning een bezoek aan ons land en was hij te gast in Roeselare tijdens de batjesfeesten.

56 jaar geleden, stierf hij in Rome na het verorberen van een rijk diner.

De officiële lezing is dat hij stierf aan een hersenbloeding.

Volgens zijn zoon Ahmed Fouad II. die toen 13 jaar was, zou hij vergiftigd geweest zijn door zijn vijanden,

In een gesprek uit 2011 beweerde Ahmed Fouad II dat zijn vader niet de kans had om zijn fortuin mee te nemen naar het buitenland.

Vier jaar geleden werd het Patek Philippe uurwerk dat om Faroeks pols hing, verkocht door een onbekende koper voor 912.500 dollars. (Diverse bronnen, De Naakte Kroon van Jan van den Berghe. Wikipedia en Ons Volk 27 september 1951)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 90 jaar geleden, komt koning Albert I om het leven bij een val van de rotsen in Marche-les-Dames (17 februari 1934)

Koning Albert I werd geboren op Marche-les-Dames in Brussel als de tweede zoon van prins Filips, graaf van Vlaanderen, en prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen.

Prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen werd geboren op 17 november 1845 in Sigmaringen, als de jongste dochter van Karel Anton, de laatste regerende vorst van Hohenzollern-Sigmaringen, en Josefine van Baden.

Haar broer Karel werd later koning van Roemenië en haar zus Stefanie werd koningin van Portugal.

Zij trouwde op 25 april 1867 in Berlijn met prins Filips, de tweede zoon van koning Leopold I van België en de jongere broer van koning Leopold II.

Het huwelijk was gearrangeerd door de Britse koningin Victoria, die een nicht was van Leopold I.

Zij stond bekend als zeer vroom en werd door Leopold II soms spottend “Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen” genoemd.

Maria verloor twee van haar vijf kinderen: haar dochter Josephine stierf kort na haar geboorte en haar oudste zoon Boudewijn stierf op 21-jarige leeftijd.

Haar jongste zoon Albert volgde zijn oom Leopold II op als koning der Belgen op 23 december 1909.

Albert I leidde het land door de Eerste Wereldoorlog, waarin hij zich onderscheidde door zijn moed en vastberadenheid om de neutraliteit en integriteit van België te verdedigen tegen de Duitse invasie.

Hij stond aan het hoofd van het Belgische leger, dat vier jaar lang standhield aan de IJzer, en bezocht regelmatig de loopgraven om zijn soldaten aan te moedigen.

Hij genoot ook het respect en de bewondering van de geallieerde leiders, zoals de Franse president Raymond Poincaré en de Britse premier David Lloyd George.

Na de oorlog speelde Albert I een belangrijke rol in de vredesonderhandelingen en de wederopbouw van het land.

Hij bevorderde de sociale en economische hervormingen, zoals het algemeen enkelvoudig stemrecht, de achturendag en de sociale zekerheid.

Hij steunde ook de culturele en wetenschappelijke ontwikkeling van België, en was zelf een gepassioneerde alpinist, ontdekkingsreiziger en natuurliefhebber.

Albert I stierf tragisch op 17 februari 1934 bij een klimongeval in Marche-les-Dames, in de Ardennen.

Hij was 58 jaar oud.

Zijn dood schokte het hele land en de wereld.

Hij werd opgevolgd door zijn zoon Leopold III.

Vandaag, 55 geleden, huwelijk van Prinses Maria Gabriella van Savoye met Robert Zellinger de Balkany in Sainte-Mesme.

Eerder bereikte Prinses Maria Gabriella van Savoye de wereldpers in 1958 omdat ze weigerde te trouwen en dat wegens religieuze verschillen met de Shah Mohammed Reza Pahlavi van Iran.

Maria Gabriella di Savoia was het derde kind van de prins en prinses van Piemonte, geboren op 24 februari 1940, Napels, Italië.

Haar vader was de laatste koning van Italië, Umberto II, en haar moeder was Marie José van België.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze met haar moeder en haar broer en zussen naar Zwitserland, waar ze tyfus opliep maar herstelde.

Na de afschaffing van de monarchie in Italië in 1946, vestigde ze zich definitief in Zwitserland met haar familie.

Ze studeerde exacte wetenschappen, tolken en kunstgeschiedenis in Madrid, Genève en Parijs.

Robert Zellinger de Balkany was een Franse zakenman en vastgoedontwikkelaar van Hongaarse afkomst, die geboren werd op 4 augustus 1931 in Iclod, Roemenië.

Hij trouwde op 12 februari 1969 in Sainte-Mesme met prinses Maria Gabriella van Savoye.

Het kerkelijk huwelijk werd later gevierd op 21 juni 1969 in Eze-sur-Mer, op Château Balsan.

Het paar kreeg één dochter, Marie Elizabeth Zellinger de Balkany.

Het paar kreeg één dochter, Marie Elizabeth Zellinger de Balkany.

Marie Elizabeth werd geboren op 12 augustus 1971 in Genève.

Ze is een kunsthistorica en curator die werkt voor verschillende musea en galerijen in Europa.

Ze is getrouwd met Nicolas Kostopoulos, een Griekse bankier, en heeft twee kinderen: Alexander en Sophia.

Het huwelijk van Prinses Maria Gabriella van Savoye met Robert Zellinger de Balkany eindigde in een scheiding in 1990, na een eerdere scheiding van tafel en bed in 1976.

Robert Zellinger de Balkany overleed op 19 september 2015 in Genève, Zwitserland.

Prinses Maria Gabriella van Savoye richtte de Stichting Umberto II en Marie José van Savoye op en schreef verschillende boeken over het Huis Savoye.

Ze woont nog steeds in Èze, Frankrijk.

Gisteren nog vandaag

Koning Albert I, was de enige koning die een autogiro kon besturen (Foto 1934).

Een autogiro is een soort vliegtuig dat gebruikmaakt van een rotor om lift te genereren, maar ook een motor met propeller om voorwaartse snelheid te creëren.

Het verschil met een helikopter is dat de rotor niet aangedreven wordt door de motor, maar door de luchtstroom die erlangs gaat.

Dit heet autorotatie.

Een autogiro kan niet verticaal opstijgen of landen, maar heeft wel een kortere start-en-landingsbaan nodig dan een conventioneel vliegtuig.

Een autogiro is een soort vliegtuig dat een motorloze rotor heeft, die alleen door de langsstromende lucht in beweging wordt gebracht.

Dit zorgt voor een grote veiligheid en stabiliteit, maar ook voor een beperkte start- en landingsruimte.

De uitvinder van de autogiro was de Spaanse vliegtuigbouwer Juan de la Cierva y Codorníu (1895-1936), die zijn eerste succesvolle model in 1923 bouwde.

Hij noemde zijn uitvinding Autogiro, volgens de Spaanse spellingregels met een i.

Hij richtte in 1925 een fabriek op in Engeland, waar hij zijn toestellen verder ontwikkelde en verkocht.

Koning Albert I was een groot liefhebber van de luchtvaart en leerde in 1931 zelf een autogiro te besturen.

Hij maakte verschillende vluchten boven België en Europa, soms vergezeld door zijn zoon Leopold III.

De autogiro raakte in de vergetelheid door de opkomst van de helikopter, die meer mogelijkheden bood voor verticaal opstijgen en landen.

De uitvinder Juan de la Cierva kwam in 1936 om het leven bij een vliegtuigongeluk in Engeland.

Vandaag is het precies een eeuw geleden dat het museum in het Kasteel van Gaasbeek voor het eerst zijn deuren opende voor het publiek (11 februari 1924)

Het Kasteel van Gaasbeek werd oorspronkelijk gebouwd als een verdedigingsburcht rond 1240 door Godfried van Leuven, om het hertogdom Brabant te beschermen tegen het graafschap Henegouwen.

Doorheen de eeuwen werd het kasteel verschillende keren verwoest en heropgebouwd, en kwam het in handen van verschillende adellijke families, zoals de Hornes, de Egmonts en de Arconati Visconti’s.

De bekendste eigenaar was graaf Lamoraal van Egmont, die het kasteel kocht in 1565, maar drie jaar later onthoofd werd op bevel van de Spaanse koning.

In de 17de en 18de eeuw werd het kasteel omgevormd tot een luxueus zomerverblijf, met flamboyante parkgebouwen zoals de gloriëtte.

De laatste markiezin, Marie Peyrat, gaf het kasteel zijn huidige romantische uitzicht, geïnspireerd door de middeleeuwen.

Gisteren nog vandaag

Zij schonk het domein in 1921 aan de Belgische Staat.

Op 11 februari 1924 werd in aanwezigheid van de ministers Pierre Nolf (Kunsten en Wetenschappen) en Fulgence Masson (Justitie) het kasteel, dat al sinds de 13e eeuw bestaat, officieel ingehuldigd als een cultureel erfgoed (zie foto 3).

Het museum toont de rijke geschiedenis van het kasteel, dat verschillende eigenaars en verbouwingen heeft gekend, en de kunstcollectie die er door de eeuwen heen is verzameld.

Bezoekers kunnen genieten van schilderijen, meubels, wandtapijten, porselein en andere voorwerpen die getuigen van de levensstijl en smaak van de vroegere bewoners.

Sinds 1980 is het kasteel een museum van de Vlaamse Gemeenschap.

Het stadhuis van Oudenaarde in oude postkaarten uit mijn persoonlijke verzameling

Het stadhuis van Oudenaarde is een prachtig voorbeeld van de Brabantse laatgotiek en een erkend UNESCO-werelderfgoed.

Het werd gebouwd tussen 1526 en 1537 door de Brusselse bouwmeester Hendrik van Pede, die het oude schepenhuis en de lakenhalle uit de 14e eeuw in zijn ontwerp integreerde.

Het stadhuis heeft een L-vormige plattegrond en is rijkelijk versierd met beeldhouwwerk, maaswerk en bladgoud.

Op de belforttoren staat een bronzen beeld van Hanske de Krijger.

Hanske de Krijger is een volksheld en het embleem van de stad Oudenaarde.

Het verhaal gaat dat toen keizer Karel V Oudenaarde bezocht de stadswachter Hanske de Krijger, die op uitkijk stond, hem niet had zien aankomen.

Hanske zou toen in slaap zijn gevallen, omdat hij te veel Oudenaards bier had gedronken.

Volgens een zestiende-eeuwse legende zou de keizer hebben opgedragen om een bril in het wapenschild te zetten.

In werkelijkheid is het embleem in het wapenschild echter geen bril maar een gotische letter A van Audenaerde.

De oorsprong van de legendevorming is het vergulde roodkoperen beeld dat sinds 1538 het Stadhuis van Oudenaarde bekroont.

Het toont een vaandeldrager uitgerust als een Spaans soldaat.

De Oudenaardse goudsmid Willem Blansterins maakte dit beeld in 1530.

Het stadhuis herbergt ook het MOU, een museum dat de geschiedenis van Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen vertelt aan de hand van wandtapijten, schilderijen en archeologische vondsten.

Vandaag 90 jaar geleden, zware rellen in Parijs door de affaire Stavisky (6 februari 1934)

Acha Stavisky kwam ter wereld in 1886 als zoon van een joodse tandarts in Oekraïne.

Hij verhuisde met zijn familie naar Parijs in 1899, waar hij al snel betrokken raakte bij verschillende oplichterijen, soms samen met zijn grootvader.

Na de Eerste Wereldoorlog werkte hij als gigolo en cocaïnehandelaar.

Hij werd meerdere keren veroordeeld tot gevangenisstraf.

In 1926 bedroog hij een effectenmakelaar in Parijs voor miljoenen francs.

Hij werd aangehouden en na anderhalf jaar in voorarrest werd hij tijdelijk vrijgelaten in afwachting van zijn proces.

Na zijn vrijlating veranderde Stavisky zijn naam van Sacha in Serge Alexander en pakte vanaf dan de zwendel grootscheeps aan.

Hij richtte een trits nieuwe maatschappijen met bekende personen in de directie.

Zij moesten hun naam en sociale status aan het bedrijf geven, maar hadden geen macht en zeker geen expertise.

Investeerders werden zo overgehaald hun geld in zijn bedrijven te stoppen.

Een van zijn bedrijven maakte houten koelkasten die geen elektriciteit nodig zouden hebben en daardoor goed waren voor koloniaal Afrika.

De koelkasten werkten natuurlijk niet.

Stavisky fêteerde politici en rechters en kreeg daardoor ondersteuning

Van deze politici werd gezegd: “ze zijn mannen van woorden in plaats van actie, en van ambitie in plaats van idealen “.

Stavisky gebruikte een piramidespel om zijn investeerders te misleiden.

Hij richtte een nieuw bedrijf op met het geld dat hij van de vorige investeerders had gekregen.

Zo hield hij de schijn op dat hij winstgevend was.

Maar dit kon natuurlijk niet eeuwig doorgaan en eind 1933 stortte zijn imperium.

Stavisky had een plaatselijke bank in Bayonne opgericht met de hulp van de burgemeester.

Hij leende geld bij zijn eigen bank en dit met als onderpand nepjuwelen.

Komt daarbij, om deze leningen terug te betalen, gaf hij obligaties uit die werden gesteund door de minister van arbeid.

Maar toen de obligaties eind 1933 moesten worden afgelost, was er geen geld meer.

De bank werd aangeklaagd en Stavisky sloeg op de vlucht naar Chamonix.

Op 8 januari probeerde de politie hem te arresteren, en terwijl ze de deur van zijn chalet forceerden, schoot Stavisky zich zelf door het hoofd.

Zowel de links als rechtse pers geloofde dit niet en negen van de tien Fransen dacht dat Stavisky was vermoord om te voorkomen dat de namen van medeplichtige politici bekend zouden worden.

De bankfraude in Bayonne bracht de frauduleuze praktijken van Stavisky aan het licht.

Hij leek onaantastbaar te zijn door zijn connecties met machtige personen en door omkoping van politie, rechters en politici.

De Action Française, een extreemrechtse en antisemitische groep, eiste dat de verantwoordelijken in de regering en overheid zouden worden ontmaskerd.

De Action Française was een autoritaire beweging die oud-strijders vereerde en al jaren de democratische instellingen aanviel.

De affaire Stavisky gaf hen een nieuwe aanleiding om onrust te stoken.

De politieke crisis in Frankrijk escaleerde in januari 1934.

Vooral omdat de premier, Chautemps, van de liberale Radicale Partij, weigerde een onderzoek in te stellen.

De Action Française, beschuldigde daarom de regering van medeplichtigheid en eiste haar aftreden.

Dit leidde daardoor tot een golf van protesten en geweld in Parijs, die duurden van 9 tot 29 januari.

Verschillende andere rechtse organisaties, zoals de Crois de Feu en de Solidarité Française, sloten zich aan bij de Action Française om de regering omver te werpen.

De situatie werd zo ernstig dat Chautemps op 27 januari ontslag nam.

Daladier, ook van de liberale Radicale Partij, vormde een nieuwe regering op 29 januari 1934.

Daladier probeerde de socialisten te paaien voor zijn kabinet door Chiappe, de politieprefect van Parijs, te laten oppakken.

Chiappe werd namelijk door de socialisten beschuldigd van extreemrechtse sympathieën en mogelijke betrokkenheid bij de Stavisky-affaire.

Dit leidde tot grote verontwaardiging bij rechts.

Op 5 februari organiseerde de Croix de Feu een betoging in Parijs.

De volgende dag, toen het kabinet-Daladier zou worden beëdigd, wilde de Croix de Feu een massale protestactie houden tegen het parlementaire systeem.

De geruchten dat de regering Senegalese soldaten zou inzetten tegen de betogers versterkten de woede bij rechts.

Een grote menigte, waaronder leden van fascistische organisaties, verzamelde zich op 6 februari aan de oever van de rivier, tegenover het parlementsgebouw dat door een brug verbonden was.

Ze gooiden projectielen naar de politieagenten die de brug bewaakten.

De politie slaagde er niet in om de menigte te verspreiden.

De demonstranten vielen de paarden aan met stokken met scheermesjes en gooiden knikkers om ze te laten struikelen.

Rond acht uur ’s avonds probeerden de fascisten de brug over te steken om het parlement te bereiken.

Er ontstond een vuurgevecht tussen de politie en de aanvallers.

De brug bleef echter in handen van de politie en de menigte trok zich tegen middernacht terug.

Er waren 15 doden en ruim 1400 gewonden.

De volgende dag bood de één dag oude regering van Daladier haar ontslag aan.

Er werd nu een rechtse regering gevormd onder Gaston Doumerge, een socialisten hater.

Petain, de maarschalk uit de Eerste Wereldoorlog en collaborateur in de tweede, werd minister van oorlog.

De rechtse groeperingen waren tevreden en de demonstraties namen af.

De affaire Stavisky was niet de oorzaak van de crisis in de Franse politiek, maar wel een symptoom ervan.

Het toonde aan hoe corrupt en zwak de Derde Republiek was, en hoe verdeeld en gepolariseerd de Franse samenleving was.

Het was een voorbode van de donkere tijden die zouden volgen (Ons Volk 7 januari 1934)

Deze maand, 70 jaar geleden, de Halletoren van Brugge, ook wel bekend als het Belfort, staat scheef.

Door verschillende oorzaken, zoals structurele schade, waterinfiltratie en corrosie, helt de toren 87 centimeter over naar de kant van de Wollestraat.

De laatste keer dat het Belfort een grondige restauratie onderging, was in de jaren 70.

Nu heeft de stad Brugge een grootschalig renovatieproject opgestart om de toren te redden van verder verval.

De werkzaamheden die in 2026 zullen starten, gaan verder dan enkel restauratie.

Het project omvat het herstellen van de funderingen, het dak, de gevels en de verlichting, maar ook het verbeteren van de toegankelijkheid en de beleving voor de bezoekers.

Er komen nieuwe ingangen aan de zijkanten, een modern onthaal op de begane grond en een betere ontsluiting van de Belforttoren.

Het Belfort werd gebouwd in de 13e eeuw (of volgens sommige bronnen al in 1140) als symbool van de stedelijke autonomie en de handel.

Het Belfort is 83 meter hoog en heeft een achthoekige bovenbouw in neogotische stijl, die werd voltooid in 1482.

Het huisvestte een schatkamer, een archief en een klokkenspel.

In het Belfort zijn tal van kunstwerken te bewonderen, zoals het beeld van Sint-Michiel op de spits, de muziekrol die de beiaard aanstuurt en het klavier waarop de beiaardier speelt.

De beiaard telt 47 klokken en wordt regelmatig bespeeld voor het publiek.

In de schatkamer zijn ook enkele historische documenten te zien, zoals de stadskeuren en het stadszegel.

Het Belfort biedt ook een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving, voor wie de 366 trappen durft te beklimmen.

Het Belfort maakt sinds 1999 deel uit van het UNESCO-werelderfgoed, samen met andere belforten in België en Frankrijk.

In het Belfort zijn tal van kunstwerken te bewonderen, zoals het beeld van Sint-Michiel op de spits, de muziekrol die de beiaard aanstuurt en het klavier waarop de beiaardier speelt.

De beiaard telt 47 klokken en wordt regelmatig bespeeld voor het publiek. In de schatkamer zijn ook enkele historische documenten te zien, zoals de stadskeuren en het stadszegel.

Het Belfort biedt ook een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving, voor wie de 366 trappen durft te beklimmen (Diverse bronnen en De Post van 7 februari 1954)