Vandaag, 35 jaar geleden, stierf Christina Onassis, de enige dochter van de Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis, op 37-jarige leeftijd aan een hartaanval.

Haar dood was het tragische einde van een leven vol drama, eenzaamheid en verdriet.

Christina Onassis werd geboren in een wereld van rijkdom en luxe, maar ook van rivaliteit en schandalen.

Haar broer Alexander kwam in 1973 om bij een vliegtuigongeluk, waardoor Christina na het overlijden van haar vader in 1975, 55 % van het fortuin erfde. De andere 45 % was voor Jacqueline Kennedy Onassis.

Gisteren nog vandaag

Christina Onassis erfenis bestond onder andere uit onroerend goed, bedrijven, aandelen, kunst, het privé-eiland Skorpios en een privé-vliegtuig.

Ze trouwde vier keer, maar geen van haar echtgenoten kon haar gelukkig maken.

Ze leed aan depressie, eetstoornissen en drugsverslaving.

Ze zocht troost in haar enige kind, Athina, die ze kreeg uit haar derde huwelijk met Thierry Roussel.

Maar ook die relatie was niet harmonieus, want Roussel verliet haar voor een andere vrouw en vocht om de voogdij over Athina.

Gisteren nog vandaag

Christina Onassis stierf in Buenos Aires, waar ze was om de doop van haar peetzoon bij te wonen.

Ze werd gevonden in de badkuip van een herenhuis in Buenos Aires.

Haar dood werd toegeschreven aan een overdosis pillen, hoewel sommigen ook speculeerden over zelfmoord of moord.

Haar lichaam werd overgevlogen naar Griekenland en begraven op het privé-eiland Skorpios, naast haar vader en broer.

Haar dochter, Athina Roussel was de enige erfgenaam en was succesvol als amazone en nam deel aan internationale springwedstrijden.

Ze studeerde in Zwitserland en Brussel.

Ze was getrouwd met de Braziliaanse ruiter Alvaro de Miranda Neto en dit van 2005 tot en met 2017.

Tijdens hun huwelijk woonde het koppel in Antwerpen en Zwitserland.

Daarom verliep de gerechtelijke procedure tot scheiding ook in Antwerpen.

Na de scheiding verhuisde ze naar Griekenland.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 90 jaar geleden dat in Gent een gedenkplaat werd ingehuldigd voor de Vlaamse schrijver en dichter Lambrecht Lambrechts, die op 13 augustus 1932 overleed.

Hij was een van de voortrekkers van de Vlaamse Beweging en een veelzijdig kunstenaar, die zowel proza, poëzie als muziek schreef.

Na zijn dood werd zijn lichaam overgebracht naar zijn geboortedorp Hoeselt, waar hij een ereplaats kreeg op de gemeentelijke begraafplaats.

Zijn grafmonument werd ontworpen door de beeldhouwer Jules Vits. Bij de plechtigheid waren onder meer zijn weduwe Maria Vanden Doorne en de gouverneur van Oost-Vlaanderen Hubert Verwilghen aanwezig.

Lambrecht Lambrechts, die het pseudoniem Lambrecht Renier gebruikte, was de zoon van Willem-Hendrik Lambrechts en Rosalia Somers.

Zijn vader was hoofdonderwijzer in Hoeselt, waardoor hij de bijnaam “Lemmen van de Meester” kreeg.

Hij volgde de lagere school in zijn geboortedorp en kreeg daar ook zijn eerste muzieklessen van de koster van Werm.

Daarna studeerde hij aan het Koninklijk Atheneum van Tongeren, waar hij bevriend raakte met Camille Huysmans en Jef Cuvelier.

In 1884 ging hij naar de normaalschool in Brugge, waar hij in 1887 afstudeerde als regent Nederlands en Engels.

Omdat hij geen werk vond, schreef hij zich in aan het Koninklijk Conservatorium van Luik, waar hij zang studeerde.

In 1889 werd hij aangesteld als leraar aan de Rijksnormaalschool in Ronse, waar hij tot 1901 bleef.

Op 25 augustus 1894 huwde hij in Ronse met de pianiste Maria Vanden Doorne, met wie hij meer dan 100 zangavonden verzorgde in heel Vlaanderen.

In 1901 verhuisde hij naar Lier, waar hij leraar werd aan de normaalschool.

Van 1905 tot 1918 gaf hij les aan de normaalschool in Gent.

Hij woonde toen in de Kunstlaan nr. 51 in Gent, waar zijn vrienden (onder wie Emiel Hullebroeck) in 1933 een gedenkplaat lieten aanbrengen.

In 1912 werd hij benoemd tot ridder in de Leopoldsorde.

In 1919 werd hij (omwille van zijn “flamingantisch non-conformisme”) overgeplaatst naar de normaalschool in ‘s-Gravenbrakel.

Zijn laatste overplaatsing (naar Blankenberge) gebeurde in 1921, waar hij les gaf tot in 1925 (hij was toen 60 jaar).

Van 1923 tot 1926 gaf hij ook les aan het Handels- en Taalinstituut van Jan Baptist Wannyn in de Savaanstraat in Gent.

In 1922 publiceerde hij zijn autobiografie “Mijn leven”, waarin hij zijn strijd voor de Vlaamse zaak en zijn artistieke loopbaan beschreef.

Hij schreef ook talrijke romans, verhalen, gedichten en liederen, die getuigen van zijn liefde voor zijn geboortestreek en zijn volk.

Vandaag 90 jaar geleden, het Christen werkverbond (Katholieke Vlaamsche Landsbond) houden hun congres in het nieuwe Circus gebouw in Gent.

Het Nieuw Circus in Gent heeft een lange en boeiende geschiedenis.

Het gebouw dateert van 1895 en was oorspronkelijk bedoeld als een multifunctionele zaal voor circus, theater, concerten en bals.

Het was ontworpen door architect Emile De Weerdt (1858-1938) in een eclectische stijl met neobarokke elementen.

Het had een ronde piste met een diameter van 13 meter en een capaciteit van 2500 personen.

In 1920 werd het Nieuw Circus getroffen door een zware brand die het interieur volledig verwoestte.

Alleen de buitenmuren bleven overeind. Drie jaar later begon de wederopbouw onder leiding van architect Oscar Ledoux (1866-1935).

Hij maakte van het Nieuw Circus een modern en luxueus gebouw met tal van technische innovaties, zoals geluidsbeheersing, brandwerende elementen, centrale verwarming, bijzondere licht- en geluidsinstallaties en elektriciteit.

De zaal kon nu 3400 personen ontvangen en werd beschouwd als het mooiste circus van Europa.

Het Nieuw Circus trok vele grote internationale circussen en wereldberoemde artiesten aan.

Na 1924 werden er heel wat spectaculaire acts opgevoerd, zoals het ‘Circus onder water’ van het Duitse Circus Busch in 1933, waarvoor de piste werd gevuld met 500 000 liter water.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het circusgebouw in verval. De laatste voorstelling werd gespeeld door Circus De Jonghe in 1944.

In 1947 werd het gebouw omgevormd tot een garage door de nieuwe eigenaar Mahy.

Deze sloot in 1978 en het gebouw werd een opslag- en restauratieplaats voor oldtimers.

In 2005 kocht het stadsontwikkelingsbedrijf Sogent het gebouw met het oog op renovatie en integratie in een volledig vernieuwd stadsdeel De Krook.

De renovatiewerken zijn ondertussen afgerond.

Binnenkort zal het gebouw de nieuwe hotspot van Gent worden.

Vandaag is het precies 74 jaar geleden dat de Slag om het Gravensteen plaatsvond in Gent.

Een groep van 138 studenten, onder wie één vrouw, bezette het Gravensteen, een middeleeuws kasteel in het centrum van de stad, uit protest tegen de verhoging van de bierprijs.

De studenten hadden hun actie goed gepland en mobiliseerden hun medestudenten via briefjes in de universiteitslokalen.

Ze namen een kar vol bedorven fruit en groenten mee en barricadeerden de ingangen van het kasteel.

Ze hingen spandoeken op met leuzen als Uylenspiegel is nog niet dood en Bier aan drie frank de pot.

Gisteren nog vandaag

Het protest verliep aanvankelijk vreedzaam, tot de studenten twee voorbijrijdende politieagenten bekogelden met fruit.

Daarop werd een grote politiemacht, rijkswacht en brandweer opgetrommeld om de studenten uit het kasteel te halen.

Maar de studenten verdedigden zich met fruit en graszoden die ze vanaf de kantelen naar beneden gooiden.

Pas na enkele uren slaagden de ordediensten erin om via een onbewaakte toren boven de poort het kasteel binnen te dringen.

Met hun wapenstokken maakten ze een einde aan het studentenfeest.

De studenten werden niet vervolgd, omdat ze veel sympathie genoten bij het publiek.

De Gentse studenten vieren elk jaar op 16 november de heldhaftige bezetting van hun voorgangers.

Niet met rot fruit, maar wel met trompetten, vlaggen en liters Rodenbach.

In 2012 werd er aan de ingang van het Gravensteen een gedenkplaat onthuld om de Slag om het Gravensteen te herinneren.

Gisteren nog vandaag

Een aanrader, het boekje ’t Spookhuis van Gent van onze vriend Rudy Chatelet.

Het vertelt het verhaal van Angélique, een jong meisje dat in 1757 overleed aan de pokken en door haar vader werd gebalsemd en tentoongesteld in hun huis aan de Nederscheldestraat.

Het huis kreeg al snel de bijnaam ’t Spookhuis, omdat er allerlei geruchten en legendes ontstonden over het lot van Angélique en haar familie.

Het boek volgt de levens van verschillende generaties die met het spookhuis te maken kregen, tot het in 1883 werd afgebroken om plaats te maken voor het Laurentplein en het Provinciehuis.

Hij baseert zich op archiefbronnen, krantenartikelen, getuigenissen en foto’s om een levendig beeld te schetsen van het Gent van de 18de en 19de eeuw.

Het boek is niet alleen een spannend verhaal, maar ook een interessante kijk op de geschiedenis en de cultuur van een stad die voortdurend verandert.

Gisteren nog vandaag

Een tunnel onder de Straat van Gibraltar is al lang een droom van velen die de verbinding tussen Europa en Afrika willen verbeteren.

Het idee dateert al uit 1933, maar werd nooit gerealiseerd door verschillende obstakels.

De wereldwijde economische crisis en de Tweede Wereldoorlog maakten een einde aan de eerste plannen.

In 1979 werd het project nieuw leven ingeblazen, omdat Spanje en Marokko hun handelsrelaties wilden versterken en de scheepvaart in de straat te druk werd.

Een Spaans en een Marokkaans bedrijf voerden studies uit voor een dubbele spoorwegtunnel die de baai van Tanger in Marokko met het Spaanse schiereiland Tarifa zou verbinden.

De tunnel zou 38,5 km lang zijn, waarvan 28 km onder water en op een maximale diepte van 475 m.

Het project liep echter veel vertraging op, onder meer door politieke spanningen tussen de twee landen en de financiële crisis in Spanje in 2008.

In 2013 werd het ontwerp voorgelegd aan de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

In 2021 kwam het Verenigd Koninkrijk met een alternatief plan om een tunnel te bouwen tussen Gibraltar en de Marokkaanse stad Tanger.

Dit plan zou het Spaans-Marokkaanse project kunnen overbodig maken.

De grootste uitdaging voor de bouw van een tunnel onder de Straat van Gibraltar is echter de geologische structuur van de zeebodem, die wordt beïnvloed door de beweging van de aardplaten.

Dit kan leiden tot grote technische problemen en hoge kosten voor de aanleg.

Het is daarom nog steeds onzeker of de tunnel economisch haalbaar zou zijn. Daarom is er tot op heden nog geen tunnel gebouwd.(Ons Land november 1933)

Meer dan 200 jaar geleden, brand in de Gentse Sint-Baafskathedraal.

Uit derde deel van “Den ontwerp-maeker van Oost-Vlaenderen, ofte Kasteelen in Spagnien” van Joseph Jacques Kiekepoost blijkt dat hij ooggetuige was van de brand die op 11 september 1822 uitbrak in de Gentse Sint-Baafskathedraal.

Hij noteert:

“Het heeft weynig gescholen, of ik heb, den 11 september 1822, den schoonen Orgel en den Oxzael daer zien worden den roof der vlammen.

Ik mag my vleyen dat, zonder my, ik die bynae met de eerste in deze Kerk alsdan getreden heb, den overschoonen Predik-stoel t’eenemael afgebroken zoude geweest zyn; want men was alreede bezig met hem van een te breken; ja zelfs eenige figueren waeren al weggesleept.

Ik zeyde aen de afbrekers: “dat het onmogelyk was den Predik-stoel te konnen redden, en dat het beter was, kwaed over kwaed, de kans te waegen, en indien het slegt ging, hem te laeten verbranden.” Dit zeggen heeft de afbrekers wederhouden en alles is volgens wensch uytgevallen; de verwyderde figueren zyn daer naer herstelt geworden, en al wat men had afgebroken. De verwerring die daer voorviel en vryelyk mag vergeleken worden by eene by eene beeldstormery ofte plondering, is onbeschryvelyk.

Men droeg alles van uyt de Kerk, hier en daer. Een groot deel wierd gedraegen en vervoert naer den Kauter ofte de Wapen-plaets. Daer onder bevond zig de lyk-baer.

Waer ’t zaeke men mynen voorstel had willen volgen; myn gedagt was, al het volk uyt de Kerk te doen gaen, uytgenomen 25 werkzaeme lieden met de noodige werktuygen.

Ik stelle my voor, dat ik door het vryhouden van de gaeten van communicatie, al wat zig van binnen bevond, uytgenomen eenige wapenen in den Choor, van de brand zoude bevryd hebben; zoo dat het onnoodig zoude geweest hebben het alderminste te verplaetsen.

Maer myn zeggen wierd aenzien als eenen “pet en l’air”, en zy hebben hunne koppigheyd gevolgt.

Dezen geweldigen brand ontstond, zoo gezeyd is, den 11 september 1822, ontrent een ure naer den middag, door de onvoorzigtigheyd der loodgieters.”

Dit verslag is bij mijn weten, toe nu toe, nog nooit ergens aangehaald (artikel geschreven door Geert Vandamme)

Vandaag 100 jaar geleden, sfeerfoto’s viering 11 november

Vandaag is het 11 november, de dag waarop we de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog herdenken.

Op deze dag in 1918, om 11 uur ’s ochtends, zwegen de kanonnen na vier jaar van bloedige strijd.

Meer dan 9 miljoen soldaten en 7 miljoen burgers lieten het leven in deze oorlog, die de wereld voorgoed veranderde.

De wapenstilstand betekende het einde van de gevechten, maar niet van de gevolgen.

De vrede werd pas officieel gesloten met het Verdrag van Versailles in 1919, dat de basis legde voor een nieuwe wereldorde, maar ook voor nieuwe conflicten.

70 jaar geleden, op bezoek bij de sjah van Perzië Mohammad Reza Pahlavi en Soraya Esfandiary Bakhtiari (november 1953)

In november 1953 ontving de sjah van Perzië Mohammad Reza Pahlavi en zijn tweede echtgenote Soraya Esfandiary Bakhtiari de internationale pers.

Gisteren nog vandaag

Soraya Esfandiary Bakhtiari was de dochter van een Iraanse ambassadeur en een Duitse moeder.

Hun huwelijk was echter gedoemd te mislukken, omdat Soraya geen kinderen kon krijgen.

In 1958 scheidde de sjah van haar, onder druk van zijn hof en de religieuze leiders.

Gisteren nog vandaag

De sjah had al eerder een mislukt huwelijk achter de rug.

Zijn eerste vrouw was de Egyptische prinses Fawzia, met wie hij in 1939 trouwde.

Zij schonk hem een dochter, Shahnaz, in 1940.

Maar het huwelijk was ongelukkig en Fawzia keerde terug naar Egypte in 1945, waar ze een scheiding aanvroeg en kreeg.

De sjah erkende deze scheiding pas in 1948, op voorwaarde dat Shahnaz bij hem bleef.

Na zijn scheiding van Soraya trouwde de sjah in 1959 met Farah Diba, de dochter van een Perzische legerkapitein.

Zij werd de moeder van zijn vier kinderen: kroonprins Reza (1960), Farahnaz (1963), Ali-Reza (1966-2011) en Leila (1970-2001).

Gisteren nog vandaag

In 1967 kroonde de sjah zichzelf en Farah tot keizer en keizerin van Iran, met de titel van Koning der Koningen (sjah-in-sjah).

Hij wilde hiermee zijn macht en prestige tonen, maar ook het voortbestaan van zijn dynastie verzekeren.

De eerste echtgenote van de sjah was de Egyptische prinses Fawzia (1921-2013). Het huwelijk, dat duurde van 1939 tot 1948, was geen succes.

De sjah en Fawzia kregen één dochter, Shahnaz Pahlavi, in 1940. In 1945 keerde Fawzia terug naar Egypte, waar ze een scheiding aanvroeg en kreeg.

In Perzië werd deze scheiding in eerste instantie niet erkend. Pas in 1948 werd ze uitgesproken, op voorwaarde dat hun dochter Shahnaz bij de sjah bleef.

Gisteren nog vandaag

Op 21 december 1959 trouwde de sjah met Farah Diba , dochter van een kapitein uit het Perzische leger.

In 1960 werd uit dit huwelijk kroonprins Reza geboren, gevolgd door nog drie kinderen: Farahnaz Pahlavi (1963), Ali-Reza Pahlavi (1966-2011), en Leila Pahlavi (1970-2001).

Op 26 oktober 1967 kroonde de sjah zichzelf en Farah Pahlavi in Shiraz. Bij die gelegenheid nam hij de traditionele titel van Koning der Koningen (sjah-in-sjah) aan, wat gelijkstaat met de keizerstitel.

Hij had hiermee gewacht tot zijn machtspositie stevig was en het voortbestaan van de dynastie was verzekerd door de aanwezigheid van een troonopvolger.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het 85 jaar geleden dat de Kristallnacht plaatsvond in Duitsland.

Er werden 1400 synagogen in brand gestoken en gesloopt.

Bijna honderd mensen worden gedood, 7500 winkels worden verwoest.

Ook Joodse huizen, scholen, begraafplaatsen en ziekenhuizen moesten het ontgelden.

De brandweer doet geen poging de branden te blussen. Zij zorgen er alleen voor dat het vuur niet overslaat op huizen die niet door Joden worden bewoond.

Ook in Oostenrijk en Sudetenland werden Joden aangevallen en hun bezittingen vernield.

Dertigduizend merendeels rijke Joden worden ingerekend.

Hun bezittingen worden geconfisqueerd.

Deze nacht gaat de geschiedenis in als Kristallnacht en verwijst naar het vele glaswerk dat tijdens deze aanvallen werd vernield.

De internationale gemeenschap reageerde geschokt en afkeurend.

Door de Kristallnacht kwamen pro-nazi-bewegingen in Westerse landen in een negatief daglicht te staan, waarmee de steun aan deze bewegingen afnam.

De berichtgeving in de media was in het algemeen negatief, maar daar ging men er in eerste instantie van uit dat de Kristallnacht een spontane volksopstand was, die stopte doordat de Duitse regering bij monde van Goebbels ingreep.

Pas later werd duidelijk dat Goebbels juist de aanjager van de Kristallnacht was.

De Verenigde Staten riep als reactie op Kristallnacht zijn ambassadeur terug uit Duitsland, maar verbrak de diplomatieke banden niet geheel.

De verhouding tussen Duitsland, Amerika en een groot aantal landen binnen Europa verslechterde na de Kristallnacht.

Het werd de internationale gemeenschap duidelijk dat nazi-Duitsland niet uit was op vrede, dit was al een grote stap ten opzichte van 1936 toen de internationale gemeenschap nog stond te juichen tijdens de door Duitsland georganiseerde Olympische Spelen.(Diverse bronnen en Wikipedia)

60 jaar geleden, reclame voor Supp-hose nylonkousen van het Belgisch merk du Parc (november-december 1963)

Het verhaal van de Bonneterie Bosteels – De Smeth NV is een verhaal van succes, innovatie en tegenslag.

Het begon allemaal in 1880, toen Gustaaf Bosteels een kleine breigoedwinkel opende in de Zonnestraat in Aalst.

Hij specialiseerde zich in gebreide handschoenen, die al snel populair werden bij de klanten.

In 1922 besloot hij om een grotere fabriek te bouwen in de Erembodegemstraat in Aalst, waar hij ook dameskousen en sokken ging produceren.

Hij veranderde de naam van zijn bedrijf naar ‘Bonneterie Bosteels – De Smeth NV’, naar zijn vrouw en zakenpartner.

In 1933 nam hij ook de concurrent ‘Labor’ over, waardoor hij zijn assortiment nog verder kon uitbreiden.

In 1953 lanceerde hij het merk ‘du Parc’, dat een verwijzing was naar het stadspark van Aalst, waar de fabriek naast lag.

Dit merk werd een groot succes, vooral in de jaren zestig, toen de panty’s, kousen en sokken van ‘du Parc’ marktleider werden in België.

In de jaren zeventig kwam er ook nog het merk ‘Minouche’ bij, dat zich richtte op de jongere doelgroep.

Maar in de jaren tachtig begon het tij te keren voor de Bonneterie Bosteels – De Smeth NV.

De mode veranderde, de loonkosten stegen en de concurrentie van grote winkelketens nam toe.

De vierde generatie van de familie Bosteels stond voor een moeilijke keuze: stoppen of internationaliseren?

Ze kozen voor de tweede optie en vormden hun bedrijf om tot de ‘Bosteels Group’.

Ze sloten hun fabriek in de Zonnestraat en openden nieuwe vestigingen in Roemenië en Polen, waar ze goedkoper konden produceren.

Ze behielden hun distributiecentrum in Aalst, waar ze hun producten verdeelden over de Belgische markt.

Maar ook deze strategie bleek niet voldoende om het hoofd boven water te houden.

De Belgische markt was namelijk te klein om de investeringen te rechtvaardigen en de kwaliteit van de producten leed onder de lagere productiekosten.

In 2001 moest de ‘Bosteels Group’ faillissement aanvragen en kwam er een einde aan een lange geschiedenis van breigoed.

De merknaam “du Parc” werd echter niet vergeten.

Het werd overgenomen door Mimosa Textiel NV, die het op zijn beurt verhuurde aan het Nederlandse bedrijf Nedac Sorbo.

Onder de naam Sorbo Fashion wordt het merk “du Parc” nog steeds verkocht in Nederland en België, als een eerbetoon aan het verleden.

Het voormalige industrieterrein, dat lange tijd verlaten was, is sinds 2017 getransformeerd tot een multifunctionele locatie waar sport, cultuur, wonen en horeca samenkomen in een groene setting.(Diverse bronnen en de website du Parc)