Oude postkaart van het kasteel van Elsegem uit mijn persoonlijke verzameling.

Het kasteel Elsegem was gelegen in het landschap van Wortegem-Petegem.

Het werd in 1718 gekocht door de adellijke familie de Ghellinck, die het in de loop der eeuwen verschillende keren liet verbouwen en uitbreiden.

Het kasteel kreeg een classicistische stijl in de 18de eeuw en een neo-Vlaamse renaissancestijl in de 19de eeuw.

Het park werd in 1912 ontworpen in Franse stijl en strekte zich uit tot aan de Schelde.

Het kasteel overleefde de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar het werd wel zwaar beschadigd werd.

In 1973 werd het kasteel door een brand verwoest en later afgebroken.

Het domein bleef echter bewaard en werd in 1974 verkocht aan de gemeente, die het omvormde tot een openbaar park met speeltuinen, visvijvers, petanquebanen en wandelpaden.

De bijgebouwen van het kasteel, zoals de hoeve, de bibliotheek en de oranjerie, werden gerestaureerd en kregen een nieuwe bestemming als restaurant, trouwzaal, auditorium en archiefzaal.

Het domein de Ghellinck is vandaag de dag een oase van rust en natuur voor de bezoekers, die er ook meer kunnen leren over de geschiedenis en het erfgoed van Elsegem en Wortegem-Petegem.

Germaine Coty was de vrouw van René Coty, de laatste president van de Vierde Franse Republiek.

Ze werd geboren als Germaine Corblet op 9 april 1886 in Le Havre, Frankrijk.

Haar ouders waren Charles Corblet, een reder en medeoprichter van het bedrijf C. Brown en Corblet, en Marie Jeanne Clotilde Belhomme.

Ze trouwde met René Coty, een advocaatnotaris, op 8 januari 1907 en het koppel kreeg twee dochters: Geneviève Coty enAnne-Marie Coty.

Ze steunde haar man tijdens zijn politieke carrière.

René Coty was lid van de conservatief-liberale Centre National des Indépendants et Paysans (CNIP, Nationaal Centrum van Onafhankelijken en Boeren).

Voor zijn presidentschap was hij lid geweest van beide kamers van het Franse parlement namens Seine-Inférieure (in de Kamer van Afgevaardigden vanaf 1923 en in de Senaat vanaf 1936).

Ook was hij minister van Reconstructie en Urbanisme van 1947 tot 1948.

Ze vergezelde hem bij officiële bezoeken aan het buitenland, zoals naar Marokko, Tunesië, Italië en het Verenigd Koninkrijk.

Ze ontving ook vele buitenlandse gasten in het Élysée-paleis, waaronder koningin Elizabeth II, president Dwight D. Eisenhower en paus Johannes XXIII.

Germaine Coty overleed op 11 november 1955 in Parijs, op 69-jarige leeftijd en is daarmee tot vandaag de eerste partner van een president die stierf tijdens zijn bewind.

Ze werd begraven op de begraafplaats Sainte-Marie in Le Havre. Waar ook enkele jaren later haar man begraven is (foto De Post 17 januari 1954)

Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat het Monument voor de Foorreizigers werd ingehuldigd in Brussel (28 januari 1924)

Deze week 100 jaar geleden, op 28 januari 1924, werd het Monument voor de Foorreizigers eervol gesneuveld voor het Vaderland ingehuldigd op het Dapperheidsplein in Anderlecht.

Het monument is een eerbetoon aan de kermisexploitanten die hun leven gaven tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het bestaat uit een bronzen beeld van een Pierrot die zijn masker afdoet, omringd door een galerij met de namen van de gesneuvelden.

Het beeld is gemaakt door de Anderlechtse kunstenaar Victor Voets, die ook andere oorlogsmonumenten in Brussel ontwierp.

Hij was een leerling van Paul Dubois en Charles Van der Stappen, en gaf les aan de industriële school van Anderlecht.

Hij stierf in 1949. Het monument voor de Foorreizigers is een van zijn bekendste werken, en getuigt van zijn talent en zijn respect voor de slachtoffers van de oorlog.

De waaier komt terug, het doeltreffende wapen in de hand van een vrouw.

De Spaanse waaiers zijn een symbool van de Spaanse cultuur en traditie.

Ze werden oorspronkelijk gebruikt om zich te verkoelen in de hete zomers, maar ze kregen al snel een andere functie: die van een geheim communicatiemiddel.

De waaiers werden gebruikt om boodschappen over te brengen zonder woorden, vooral tussen vrouwen en hun aanbidders.

De geschiedenis van de waaiertaal gaat terug tot de 16e eeuw, toen de waaiers in Spanje werden geïntroduceerd door de Moren.

De waaiertaal bestond uit verschillende gebaren en posities van de waaier, die elk een betekenis hadden.

Zo kon men bijvoorbeeld uitdrukken of men getrouwd was, of men interesse had in iemand, of men boos of blij was, of men wilde afspreken of niet, enzovoort.

De waaiertaal was een subtiele en elegante manier om te flirten en te converseren in een tijd waarin de sociale normen streng waren (De Post 17 januari 1954).

Gisteren nog vandaag

90 jaar geleden, sfeerfoto’s van het verdronken land van Saaftinge (Ons Volk 28 januari 1934)

Het verdronken land van Saaftinge had een rijke geschiedenis.

Het gebied werd al bewoond sinds de prehistorie, toen het nog een veenlandschap was. In de 13e eeuw liet de graaf van Vlaanderen er een kasteel bouwen en werd het gebied ingepolderd door monniken.

Er lagen vier dorpen en enkele gehuchten, waar mensen leefden van landbouw en turfsteken.

Het gebied was een aparte heerlijkheid, die soms betrokken raakte bij conflicten tussen Vlaanderen en Holland.

In 1570 werd het gebied getroffen door de Allerheiligenvloed, die grote delen onder water zette.

Vier jaar later, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, staken Nederlandse soldaten de laatste intacte dijken door om de Spanjaarden te hinderen.

Zo verdween het land van Saaftinge voorgoed onder water.

Alleen enkele restanten van huizen, kerken en forten bleven soms zichtbaar bij laagwater.

Vandaag de dag is het verdronken land van Saaftinge een natuurgebied, dat wordt beheerd door stichting Het Zeeuwse Landschap.

Het gebied is een belangrijk leefgebied voor vogels, vissen en planten.

Het is ook een beschermd gebied onder de Conventie van Ramsar en een Important Bird Area.

Het gebied is alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids, die meer kan vertellen over de geschiedenis en de natuur van deze bijzondere streek.

Het verdronken land van Saaftinge was een gebied op de grens van België en Nederland, dat in de middeleeuwen werd bedijkt en bewoond.

Het bestond uit vier dorpen, een slot en verschillende gehuchten.

Door overstromingen, oorlogen en dijkdoorbraken raakte het gebied steeds meer onder water.

De laatste resten verdwenen in 1584, toen de Nederlandse soldaten de dijken doorknipten om de Spanjaarden tegen te houden.

Nu is het verdronken land van Saaftinge een groot schorrengebied dat beschermd wordt als natuurgebied en belangrijk is voor vogels en planten.

Geschiedenis van de schandpaal in Vlaanderen en de overgebleven schandpalen in de schandpaal van St Amands, Van Viersel, Merksem, Gestel en Gent.

Een schandpaal was een houten of stenen paal die in de middeleeuwen en later werd gebruikt om misdadigers of overtreders aan het publiek te tonen.

Ze werden meestal geplaatst op een centrale plaats in een stad of dorp, zoals een marktplein of een kerkhof.

De schandpaal diende als een vorm van straf en afschrikking, maar ook als een vernedering en een schending van de eer.

In Gent stond er een schandpaal op de groentemarkt, vlakbij het café Galgenhuis.

Dit café dankt zijn naam aan het feit dat het vroeger een gerechtshuis was waar ter dood veroordeelden hun laatste glas konden drinken.

Het café heeft nog steeds een galg in zijn uithangbord.

De schandpaal op de groentemarkt werd in 1772 afgebroken, maar er is nog een replica te zien in het STAM, het stadsmuseum van Gent.

In Vlaanderen zijn er verschillende oude schandpalen bewaard gebleven, die getuigen van de lokale geschiedenis en cultuur.

Een van de bekendste is de schandpaal van Sint-Amands, die dateert uit de 16e eeuw en versierd is met het wapenschild van de familie Lalaing, de toenmalige heren van Sint-Amands.

De schandpaal staat nog steeds op zijn oorspronkelijke plaats aan de Scheldekaai, waar hij vroeger diende om misdadigers aan de schepen te tonen.

Een andere oude schandpaal is die van Viersel, een deelgemeente van Zandhoven.

Deze schandpaal werd in 1771 opgericht door graaf Karel van Ursel, de heer van Viersel, en is versierd met zijn wapenschild en dat van zijn vrouw.

De schandpaal staat nu in het park van het kasteel van Viersel, dat nog steeds eigendom is van de familie van Ursel.

De schandpaal van Merksem is een van de oudste schandpalen van Vlaanderen.

Hij werd in 1393 opgericht door hertog Jan zonder Vrees, de heer van Merksem, en is gemaakt van arduinsteen.

De schandpaal heeft een achthoekige vorm en is voorzien van vier ijzeren ringen waaraan kettingen werden bevestigd.

De schandpaal staat nu op het Burgemeester Jozef Nolfplein, vlakbij de Sint-Bartholomeuskerk.

De schandpaal van Gestel is een bijzondere schandpaal, omdat hij niet alleen diende om mensen te straffen, maar ook om dieren te keuren.

Hij werd in 1756 opgericht door graaf Jan Baptist d’Ursel, de heer van Gestel, en is gemaakt van blauwe hardsteen.

De schandpaal heeft een ronde vorm en is voorzien van een ijzeren haak waaraan een weegschaal werd gehangen.

De schandpaal staat nu op het dorpsplein van Gestel, een deelgemeente van Berlaar.

De meeste schandpalen werden afgeschaft na de Franse Revolutie, toen ze werden beschouwd als symbolen van feodale onderdrukking en onrechtvaardigheid.

Sommige schandpalen werden vernield of verplaatst, andere werden bewaard als historische monumenten of kunstwerken.

De oude schandpalen in Vlaanderen zijn dus niet alleen overblijfselen uit het verleden, maar ook getuigen van het heden.

De schandpaal was een strafinstrument dat gebruikt werd om misdadigers publiekelijk te vernederen.

In Vlaanderen werden schandpalen opgericht vanaf de 13e eeuw, vooral in steden en dorpen met een eigen rechtspraak.

De schandpaal bestond meestal uit een stenen of houten zuil met een ijzeren ring of ketting waaraan de veroordeelde werd vastgebonden.

De schandpaal stond vaak op een centrale plaats, zoals een marktplein of een kerkhof, zodat iedereen de schande kon zien.

De misdadigers moesten soms ook een bord dragen met hun misdaad erop geschreven, of werden bekogeld met rotte eieren, stenen of vuilnis.

De schandpaal werd afgeschaft in de 18e eeuw, toen de Verlichting nieuwe ideeën over strafrecht bracht.

Veel schandpalen werden vernield of verwijderd, maar sommige zijn nog steeds te zien in Vlaanderen.

Een van de oudste en best bewaarde schandpalen staat in Sint-Amands, een gemeente aan de Schelde.

Deze schandpaal dateert uit 1525 en heeft een fraai versierde sokkel met het wapenschild van de heerlijkheid Sint-Amands.

Andere voorbeelden van overgebleven schandpalen zijn die van Viersel, een dorp in de provincie Antwerpen, die uit 1619 dateert en een leeuwenkop als bekroning heeft; die van Merksem, een district van Antwerpen, die uit 1624 dateert en een adelaar als bekroning heeft; en die van Gestel, een gehucht in de gemeente Berlaar, die uit 1773 dateert en een zonnewijzer als bekroning heeft. (Ons Volk 7 januari 1934)

Gisteren nog vandaag

150 jaar geleden, Gentse geschiedenis over de rol van de penshuisjes, die in de zestiende eeuw tegen het Groot Vleeshuis werden gebouwd.

Hier werd vlees verkocht dat nog net eetbaar was, maar niet meer voldeed aan de strenge kwaliteitsnormen voor de rijkere consument.

Dit was dus vooral bedoeld voor de armere bevolking, die zich geen vers vlees kon veroorloven.

De pensmarkt, zoals deze plek later werd genoemd, was een belangrijke bron van inkomsten voor de stad.

Er werd niet alleen pens verhandeld, maar ook andere soorten vlees en gevogelte, zoals kalfs-, lam-, os- en rundvlees.

Vanaf 1664 kon men daar ook kalkoenen, kippen en ganzen kopen.

De pensmarkt was een levendige en kleurrijke plaats, waar de klanten konden kiezen uit een verscheidenheid aan producten naar hun smaak en eetlust (foto van 1874 en afkomstig uit het Stadsarchief)

Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat Vladimir Lenin kwam te overlijden.

Na de val van de tsaar tijdens de Februarirevolutie (in onze kalender, was dit in maart) in 1917, was er nog geen sprake van een communistische regering, meer nog de communisten waren toen een minderheid.

De tijdelijke regering, zonder communisten, eiste dat Nicolaas II zijn macht zou opgeven.

Op 2 maart 1917 ging hij daarmee akkoord.

Hij wilde eerst de troon doorgeven aan zijn zoon Aleksej, met zijn broer Michail als regent.

Maar hij bedacht zich toen hij besefte dat hij zijn land moest verlaten en zijn zieke zoon moest achterlaten.

Hij deed daarom afstand van de troon voor zichzelf en voor Aleksej, en bood de kroon aan Michail aan.

Die weigerde echter (weigerde totdat een verkozen parlement dit zou goedkeuren).

Dit gebeurde nooit en tijdens de Russische Revolutie werd hij gevangengenomen en nog voor zijn broer Nicolaas vermoord en dit betekende dan ook het einde van de Romanov-dynastie en van de monarchie in Rusland.

Terug nu naar Lenin, en hoe de communisten, van een kleine minderheid in enkele maanden tijd, de macht konden overnemen.

Lenin was één van de leden van het centraal comité van de bolsjewistische partij, waarin alle belangrijke beslissingen collectief werden genomen.

Maar met de nooit afnemende energie waarmee hij het centraal comité van zijn gelijk overtuigde, stak hij met kop en schouders boven de rest uit.

Het begon al meteen nadat hij op 16 april 1917 na zijn ongewone reis vanuit Zwitserland in Petrograd arriveerde, een maand na de val van tsaar.

Rusland zat toen in een revolutionaire staat van genade.

Iedereen was blij dat het autoritaire tsarenregime was gevallen.

Het nieuwe Rusland zou democratisch worden, met respect voor de rechten van de arbeiders, de nationale minderheden enzovoort.

Democratie was een modewoord geworden.

Daarover was er een soort nationale eendracht rond de Voorlopige Regering. Partijtegenstellingen leken even onbelangrijk.

Toch was de situatie allesbehalve schitterend.

De oorlog duurde voort en de Duitsers en de Oostenrijkers hadden grote delen van het westen van Rusland veroverd.

Verder waren er de zware economische problemen, vooral de schrijnende voedseltekorten, die veroorzaakt werden doordat de boeren onvoldoende graan leverden.

De eis “vrede en brood” van de betogingen die tot de val de tsaar hadden geleid, werd niet ingewilligd.

Lenin zag dat in en in zijn Aprilstellingen, die hij vlak na zijn terugkeer formuleerde, sloeg hij een radicale toon aan.

De “imperialistische” Wereldoorlog moest meteen worden beëindigd.

De Voorlopige Regering, die “bourgeois” was en die met leugenachtige argumenten de oorlog voortzette, mocht niet worden gesteund.

De Aprilstellingen waren zo buitengewoon, dat zelfs de meeste bolsjewieken daar niet voor te vinden waren.

Maar met zijn kenmerkende hardnekkigheid wist Lenin zijn partijgenoten te overtuigen.

Daarmee lag het programma voor de Oktoberrevolutie al vast.

Lenin begreep echter dat de bolsjewieken nog te weinig invloed hadden om dit te bereiken.

De sovjets werden gedomineerd door de gematigde socialisten.

De voortzetting van de oorlog maakte de Voorlopige Regering snel impopulair.

Toen het leger in juli een zware nederlaag leed, braken rellen uit onder de soldaten en de arbeiders in Petrograd.

Ze eisten dat de sovjets de macht zouden overnemen en de oorlog beëindigen.

Precies wat Lenin wilde. Alleen kwam de opstand te vroeg.

De regering had nog te veel macht. Lenin besefte dat, maar de bolsjewieken konden niets anders dan de demonstranten steunen.

Het gevolg van deze “julidagen” was een harde repressie door de Voorlopige Regering, nu onder leiding van de gematigde socialist Kerenski.

De bolsjewistische partij werd bijna verboden en vooraanstaande bolsjewieken werden gearresteerd.

Lenin slaagde erin naar het naburige Finland te ontkomen.

Hij dacht toen dat zijn zaak verloren was.

Hij zou zich maandenlang, schuil houden en pas kort voor de Oktoberrevolutie stiekem naar Petrograd terugkeren.

Intussen veranderde de toestand snel.

De toenemende invloed van de rechtse generaal Kornilov op Kerenski (hij voerde opnieuw de doodstraf in en eiste een stakingsverbod in de oorlogsindustrie) deed velen vrezen dat de verworvenheden van de revolutie zouden worden teruggedraaid.

Toen het leek alsof Kornilov een staatsgreep pleegde tegen de Voorlopige Regering, verzetten de arbeiders zich tegen wat ze als een “contrarevolutie” zagen.

Ook de bolsjewieken deden daaraan mee.

Vanwege die houding werden de meeste gevangen bolsjewieken weer vrijgelaten en kon de partij weer functioneren, al bleef Lenin ondergedoken.

Toen de herfst aanbrak wonnen de bolsjewieken snel aan invloed, terwijl Kerenski steeds impopulairder werd.

In oktober waren de Duitse legers gevaarlijk dicht bij Petrograd gekomen.

De roebel verloor steeds meer aan waarde. In de winkels was nauwelijks nog eten te krijgen.

In dat klimaat leek de val van de Voorlopige Regering onvermijdelijk.

De gematigde socialistische partijen waren meer en meer geneigd om de standpunten van de bolsjewieken te volgen, die zelf steeds meer aanhang kregen.

Het zag er naar uit dat er een brede coalitie van partijen zou ontstaan die zou bereiken wat Lenin gewild had.

Vreemd genoeg was Lenin daar absoluut niet voor te vinden.

In brieven die hij vanuit Finland naar het centraal comité van de bolsjewieken stuurde, verwierp hij onderhandelingen met andere partijen.

Hij eiste dat de bolsjewieken de macht met de wapens zouden veroveren.

Opnieuw stond hij met dat standpunt in het begin vrijwel alleen en opnieuw wist hij zijn gelijk te halen, zij het met veel moeite.

Nadat Lenin clandestien naar Petrograd was teruggekeerd vond daar op 23 oktober (10 oktober volgens de Russische kalender) in het grootste geheim een vergadering van het centraal comité plaats.

Alleen maar 12 van de 21 leden waren aanwezig en daarvan keurden er 10 het plan van Lenin goed om een gewapende opstand te beginnen.

Er was wel nog geen datum voor de opstand bepaald.

Op 7 november (25 oktober) zou het tweede Congres van Sovjets bijeenkomen.

De bolsjewieken wilden daar voorstellen dat dit Congres de staatsmacht zou overnemen en het zag ernaar uit dat ze ditmaal een grote steun van andere partijen zouden krijgen.

Sommige bolsjewieken dachten dan ook dat een gewapende opstand overbodig zou zijn.

Maar Lenin eiste en bekwam dat de bolsjewistische staatsgreep zou gebeuren vóór het congres begon.

Lenin zei dat het risico bestond dat de Voorlopige Regering het congres niet zou laten doorgaan of dat er een of andere “contrarevolutie” zou plaatsvinden die een vreedzame machtsovername zou verhinderen.

Hij was er immers van overtuigd dat de kapitalisten nooit vreedzaam hun macht zouden afstaan en dat een burgeroorlog onvermijdelijk was.

Maar wellicht had Lenin nog een andere reden.

Door vooraf de macht te grijpen en het Congres van Sovjets voor een voldongen feit te plaatsen, zouden de bolsjewieken de macht niet met andere partijen moeten delen.

Lenin wilde de macht voor zijn partij alleen.

Een dictatuur van het proletariaat, die in de praktijk een dictatuur van de bolsjewieken zou zijn.

Op 7 november nam een door de bolsjewieken gecontroleerd Militair-Revolutionair Comité de macht in Petrograd over.

Diezelfde avond begon het Congres van Sovjets.

Door allerlei problemen en misverstanden kon de beslissende aanval op het Winterpaleis (de zetel van de Voorlopige Regering) pas beginnen toen de vergadering al begonnen was.

Een deel van de niet-bolsjewistische congresafgevaardigden was daarover verontwaardigd en verliet het Congres, waardoor de bolsjewieken er een duidelijke meerderheid kregen.

Het Congres stelde een bolsjewistische regering aan onder leiding van Lenin, maar die regering zou in de volgende weken en maanden de democratische vrijheden die er sinds de val van de tsaar waren ontstaan, terugschroeven.

De dictatuur die Lenin bijna op zijn eentje had gewild, werd een feit.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Oudenaarde in oude postkaarten uit mijn eigen verzameling.

Oudenaarde heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 11de eeuw, toen er een burcht werd gebouwd om de grens tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk te verdedigen.

Oudenaarde kreeg in 1150 een stadskeure van graaf Filips van de Elzas en groeide uit tot een belangrijk handels- en nijverheidscentrum.

In de 16de eeuw was Oudenaarde beroemd om zijn wandtapijtenproductie, die over heel Europa werden verkocht.

De stad was ook de geboorteplaats van Margaretha van Parma, de onwettige dochter van keizer Karel V en Johanna van der Gheynst, een weversdochter uit Oudenaarde.

Margaretha werd later landvoogdes over de Nederlanden.

Vandaag is het precies een eeuw geleden dat het toneelstuk Mama’s kind van Willem Putman in première ging in Tienen (16 januari 1924).

Willem Putman was een Vlaamse schrijver en toneelauteur, geboren in Waregem op 7 juni 1900.

Zijn vader, Palmer Putman, was een actief lid van de rederijkerskring “Kunst en Eendracht” en stimuleerde de artistieke interesse van zijn zoon.

Na zijn vroegtijdige dood in 1910 nam zijn moeder, Elvira Callens, de boekhandel en het toneelfonds over.

Willem Putman kon verder studeren aan het Sint-Amanduscollege in Kortrijk, waar hij in contact kwam met de werken van Albrecht Rodenbach.

Hij raakte geïnspireerd door diens idealisme en flamingantisme, en begon zelf toneelstukken te schrijven onder het pseudoniem W. Hegeling, ontleend aan Rodenbachs versdrama Gudrun.

Zijn eerste succes behaalt hij in 1920 met Het oordeel van Olga.

Het stuk was een felle aanklacht tegen het Belgische gerecht, dat na de oorlog hard optrad tegen Vlaamse activisten, maar de oorlogsprofiteurs ongestraft liet.

Het stuk werd op verschillende plaatsen verboden wegens beledigend voor het leger en de geallieerden.

In 1921 kreeg Putman meer erkenning met zijn stuk Het Stille Huis, dat werd opgevoerd in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg.

Putman werkte toen als ambtenaar bij het Ministerie van Justitie, maar bleef actief schrijven.

Van 1926 tot 1944 was hij inspecteur van de openbare bibliotheken in West-Vlaanderen.

Vóór mei 1940 lieert hij zich nog niet openlijk tot een politieke strekking, maar twee maanden daarna zou de in de tussenoorlogse jaren geradicaliseerde Vlaams-nationalist Willem Putman uitgroeien tot een overtuigde collaborateur.

Het VNV-dagblad Volk en Staat meldt dat Putman stichter-voorzitter is geworden van een ‘Kortrijkse Kunstenaarskamer’.

De opzet van dergelijke Kunstenaarskamers was het Vlaamse cultuurleven beetje bij beetje in nationaal-socialistische richting te sturen.

Tevens werkt hij mee aan de Brüsseler Zeitung.

In de winter van 1941-1942 werd het toneelstuk Mama’s kind in Hamburg opgevoerd, als onderdeel van de Niederdeutsch-Flämische Bühnenwoche, een culturele uitwisseling tussen Vlaanderen en Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dit leidde natuurlijk onvermijdelijk tot vervolging na de Bevrijding, op beschuldiging van culturele collaboratie.

Hij werd veroordeeld tot vier jaar cel en levenslange ontzetting uit zijn burgerrechten.

Dit betekende niet alleen dat hij zijn betrekking kwijt was maar ook dat hij niet meer kon publiceren.

In de nazomer van 1946 werd hij vervroegd vrijgelaten.

Hij had zich ondertussen in de gevangenis aan het schrijven gezet.

Putman had een groot gezin, namelijk zes kinderen en moest schrijven om rond te komen.

Hij gebruikte de schuilnaam Jean du Parc, maar iedereen wist wie hij was.

Hij werd niet lastiggevallen door de rechters.

Hij schreef tien romans bij een uitgever in Antwerpen.

Mevrouw Pilatus en Christine Lafontaine waren erg populair.

Hij schreef ook nog toneelstukken en schreef over de oorlog, de repressie, de liefde, de kinderen, het berouw, het verraad, het gemis, de naïviteit, de passie en de berusting.

Zijn boeken waren niet zo goed geschreven, maar wel spannend en boeiend.

Veel mensen lazen ze dan ook graag.

In 1952 maakte hij een openluchtspel voor een feest in Kortrijk.

Hij bleef veel schrijven, tot hij in 1954 plotseling ziek werd en stierf.

Zijn zoon Luc Putman (1927-2002) was ambassadeur in Marocco, Kinshasa, Moskou en Dublin (Ons Land 26 januari 1924)

Kan een afbeelding zijn van 5 mensen en de tekst 'VLAAMSCHE GEBEURTENISSEN Opvoering van Thienen veel Mama's Kind,, van Willem Putman, te Thienen richtingen. sommige gezegden... eens tuurt eigen aarh mo dedigt ra verhouding, Betsy DE DRIE VROUWENROLLEN Tante, Joh. Dons. HARE VERTOLKERS: Een jarige dame, Greta DE DRIE HEERENROLLEN EN HARE VERTOLKERS krioelt bovendien Ditg'

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Voor de aanvang van het toneelstuk was er een speciale ontvangst georganiseerd voor de schrijver Willem Putman en de andere vooraanstaande gasten.

Daar sprak burgemeester en parlementslid De Jaegher hen toe met een welkomstwoord.

Gisteren nog vandaag

Doris Duke was een Amerikaanse erfgename, filantrope en kunstverzamelaar.

Doris Duke werd geboren in 1912 als het enige kind van James Duke, een tabaksbaron die de American Tobacco Company oprichtte.

Ze erfde een groot deel van zijn fortuin toen ze 12 jaar oud was en werd door de pers “het rijkste kleine meisje ter wereld” genoemd.

Ze leidde een jetsetleven vol reizen, liefdesaffaires en controverses.

Ze trouwde twee keer, maar beide huwelijken eindigden in een scheiding.

Haar eerste echtgenoot was James Cromwell, een diplomaat en politicus, met wie ze een dochter kreeg die kort na de geboorte overleed.

Haar tweede echtgenoot was Porfirio Rubirosa, een Dominicaanse playboy en spion, die bekend stond om zijn vele relaties met beroemde vrouwen.

Duke had ook een passie voor kunst en cultuur.

Ze verzamelde waardevolle schilderijen, sculpturen, juwelen en antiek uit verschillende landen en tijdperken.

Ze steunde ook verschillende goede doelen op het gebied van milieu, gezondheid, onderwijs en mensenrechten.

Ze richtte de Doris Duke Foundation op om haar filantropische werk voort te zetten na haar dood.

Duke stierf in 1993 op 80-jarige leeftijd in haar huis in Beverly Hills.

Ze liet haar enorme rijkdom na aan haar stichting, haar vrienden en haar butler, Bernard Lafferty, die haar executeur-testamentair werd.

Haar dood en erfenis waren het onderwerp van veel speculatie en juridische geschillen.

Sommigen beweerden dat Lafferty haar had vergiftigd of verwaarloosd om haar geld te krijgen.

Anderen betwistten de geldigheid van haar testament of eisten een deel van haar nalatenschap op.

70 jaar geleden, reclame voor het fototoestel Perkeo van Voigtländer.

In 1756 werd Voigtländer opgericht door Johann Christoph Voigtländer in Wenen.

Het merk is hiermee de één van de oudste namen in de camera-industrie en is nog steeds een bekende, grote naam van de Duitse geschiedenis van fotografie.

Voigtländer produceerde in 1840 de snelste lens op dat moment en ’s werelds eerste volledig metalen daguerreotypie camera in 1841.