45 jaar geleden, Bolland & Bolland vervelen zich niet.

De broers Rob (°17 april 1955) en Ferdi Bolland (°5 augustus 1956) werden in Zuid-Afrika geboren en kwamen in 1966 in Den Haag terecht.

Ze speelden al vroeg gitaar en orgel en speelden met hun oudere broer Antoine in het bandje De Swingkickers.

Vanaf 1971 gaan Rob en Ferdi verder als Bolland & Bolland.

Ze versieren een platencontract en treden op tijdens het immens populaire tv-programma Voor De Vuist Weg met Willem Duys.

De door Eddy Ouwens geproducete singles ‘Florida’ en ‘Summer Of ‘71’ zijn de eerste Nederlandse hits.

Na een album met producer Hans Van Hemert besluiten ze voortaan hun platen zelf te producen.

De single ‘Spaceman’ kent in die periode het meeste succes. Bolland & Bolland scoren er in Vlaanderen (n°11) en Nederland (n°14) in de lente van 1978 een top 15-hit mee.

Een jaar later producen ze ‘Colorado’, de Nederlandse inzending van Xandra (de precies een jaar geleden overleden Sandra Reemer).

Van dan af concentreren de broers zich op het schrijven producen voor anderen.

Hun grootste hits werden gezongen door Falco (voor wie ze een heel album maken met o.a. de Britse en Amerikaanse n°1 ‘Rock Me Amadeus’), Samantha Fox (‘Love House’), Amii Stewart, Suzi Quatro en Status Quo (‘In The Army Now’ waarmee ze zelf in 1981 een grote hit in Scandinavië scoorden).

Later richten ze zich meer op girl- en boybands als B.E.D., WOW! en O Die 3.

Ook aan het album van Dana International werken ze mee. Daarna lopen hun wegen wat apart, maar in 2003 schrijven ze nog de muziek voor de musical De Drie Musketiers voor Joop Van Den Ende.

Hierna zat er een haar tussen de boter waarna de broers elkaar niet meer spraken.

Na de mededeling in augustus 2020 dat Rob (de blonde) terminaal ziek is, volgt de verzoening (Joepie 12 november 1978 en Denis Michiels).

The Machines, zalig zijn de armen van geest, of niet soms (Joepie 6 november 1983)

The Machines was een Belgische newwaveband die in de vroege jaren 80 furore maakte met hun catchy popnummers.

De band ontstond in Gent, waar zanger/gitarist Paul Despiegelaere de leiding nam. Hij schreef de meeste songs en zorgde voor een herkenbare sound.

De band deed mee aan Humo’s Rock Rally in 1980, een prestigieuze muziekwedstrijd die veel talent voortbracht.

The Machines wonnen de finale, waar ze het opnamen tegen onder andere Red Zebra, The Employees, The Singles en De Brassers.

Dit leverde hen een platencontract op bij EMI, een van de grootste labels van die tijd.

Hun eerste album, ‘A World of Machines’, verscheen in 1982 en was meteen een schot in de roos.

Het album bevatte hits als ‘Don’t Be Cruel’, ‘Yellow Lights’ en ‘(I See) the Lies in Your Eyes’, die allemaal hoog scoorden in de Vlaamse hitlijsten.

De platenhoes werd ontworpen door Bob De Moor, een bekende striptekenaar die samenwerkte met Hergé, de geestelijke vader van Kuifje.

Het tweede album, ‘Dots & Dashes’, kwam uit in 1983 en borduurde voort op het succes van het eerste.

Met een meer eigentijdse productie en nummers als ‘Local Radio DJ’ en ‘Frozen Faces’ wist de band opnieuw het publiek te bekoren.

De band toerde intensief door België en Nederland en speelde ook in Frankrijk en Duitsland.

Helaas kwam er in 1984 een abrupt einde aan de samenwerking met EMI, die besloot om zich terug te trekken uit de Belpopmarkt.

Veel Belgische bands verloren hun contract en moesten op zoek naar een ander label.

The Machines vonden onderdak bij Antler Records, een kleiner en onafhankelijker label dat zich specialiseerde in new wave en alternatieve muziek.

Bij Antler brachten The Machines nog een paar singles uit, zoals ‘The Lion Sleeps Tonight’ en ‘Money in My Wallet’, maar het succes van de vorige albums bleef uit.

In 1989 verscheen hun laatste album, ‘Jungle!’, dat een meer experimentele kant van de band liet horen.

Het album kreeg weinig aandacht en werd slecht ontvangen door de pers en het publiek.

Na ‘Jungle!’ besloten The Machines om ermee te stoppen. Paul Despiegelaere ging verder als producer en werkte samen met artiesten als Soulsister, Clouseau en Raymond van het Groenewoud.

Joris Angenon richtte samen met Alain Tant (Luna Twist) het duo Onygo op, dat later evolueerde naar The Dinky Toys, een succesvolle popgroep in de jaren 90.

In 2006 kreeg The Machines nog een eerbetoon toen hun nummer ‘Take Me Away’ gebruikt werd in de film Windkracht 10: Koksijde Rescue, een actiethriller over reddingswerkers op zee.

In 2013 overleed Paul Despiegelaere na een lange strijd tegen kanker. Hij werd 54 jaar oud.

The Machines wordt beschouwd als een van de pioniers van de Belpop, een term die gebruikt wordt om de rijke en diverse muziekscene in België aan te duiden.