
40 jaar geleden, Joe Harris, achter het fornuis vergeet ik al mijn zorgen.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Nico Haak was niet altijd een bekende zanger.
Voordat hij doorbrak bij het grote publiek, had hij samen met zijn broer Dik een autospuiterij in Delfgauw, vlakbij Delft.
In december 1970 veranderde zijn leven toen hij werd opgemerkt door Martin Stoelinga, een manager van twee andere bandjes uit Delft.
Stoelinga raadde Haak aan om zelf liedjes te gaan schrijven. Haak nam dit advies ter harte en samen met zijn onderbuurman Polle Eduard, die toen speelde bij Tee Set en After Tea, bedacht hij een aantal nummers.
Door de contacten van Stoelinga kwam Haak in contact met Cor Aaftink en maakte hij een plaatje met de titel Ik zou zo graag in mijn leven (wel ’s wat willen beleven).
Op de B-kant van deze single staat het nummer De Vlieger dat geschreven werd door Haak en Han Grevelt en later bekend is door de vertolking van André Hazes.
Het plaatje werd gedraaid op enkele nationale radiozenders.
Haak begon met enkele optredens en er werd een bandje geformeerd met de naam De Paniekzaaiers, een project van Haak, Peter Koelewijn en Eduard.
De Paniekzaaiers bestond uit Jan en Aad Eland, Karel Schouten en Hennie Asman.
Het eerste televisieoptreden van Nico Haak en de Paniekzaaiers vond plaats in een show van Ted de Braak met het nummer Daar zie ik glazen staan.
De feestmuziek bleek aan te slaan en uiteindelijk brak Haak in 1973 definitief door met het lied Joekelille.
In 1974 werd het succes gecontinueerd met Honkie-Tonkie Pianissie en Sokkies Stoppen.
Nadat de samenwerking met Eduard was beëindigd, scoorde Haak in 1975 zijn grootste hit: Foxie Foxtrot.
Met dat lied werd onder de titel Schmidtchen Schleicher ook de Duitse markt veroverd.
Hij ontving op 24 maart 1977 een toonaangevende onderscheiding met de naam Goldene Labeltrofee voor de verkoop van meer dan 500.000 exemplaren in Duitsland.
Een doorbraak bij de oosterburen bleef verder uit, omdat Haak als grapje in de billen kneep van de presentatrice van het keurige muziekprogramma.
In 1978 werkte Haak weer samen met Eduard en scoorde hij zijn laatste grote hit: Is je moeder niet thuis.
Haak bleef gedurende de jaren tachtig een graag geziene gast in het schnabbelcircuit, maar wist zijn successen van de jaren zeventig niet meer te evenaren.
Hij had met zijn vrouw Jeanne drie kinderen, Nico jr, Kees en Eric (overleed als kind al).
Nico Haak is 51 jaar geworden en ligt begraven bij zijn zoon Eric in een familiegraf op de Algemene begraafplaats Jaffa in Delft.
Zijn zoon Kees treedt in de jaren 2010 op in hetzelfde genre en met dezelfde liedjes als zijn vader en ook met hetzelfde motto: Haak gevraagd, feest geslaagd (Diverse bronnen, Wikipedia en Joepie 16 oktober 1978).

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag




Gisteren nog vandaag



Gisteren nog vandaag

Tim Visterin werd geboren in Antwerpen op 13 november 1940.
Hij leek in de weg gelegd om boekhouder te worden, maar zijn muzikale ambitie besliste daar uiteindelijk anders over.
Een tijdlang speelde hij mee met de groep The Jokers, alvorens in een Franstalige beatgroep “Roland et les Bémols” te stappen.
Toon Hermans, de legendarische Nederlandse conferencier en liedjeszanger, raadde Tim enkele jaren later aan om zich te laten bijscholen, een raad die de Antwerpenaar opvolgde door aan de Amsterdamse kleinkunstacademie te gaan studeren.
Aanvankelijk wierp hij zich op het cabaretgenre (met de groep “Sjanbaret”), maar de doorbraak kwam er in 1970 met een kinderliedje, namelijk een vertaling van het liedje “Dites-Moi, Monsieur” van de Franse zanger Jean-Claude Darnal als “De Vogel”.
Met medewerking van het Mechelse Onze-Lieve-Vrouw-knapenkoor ( VRT-weerman Frank Deboosere en radiomaker Pat Donnez waren lid van het kinderkoor) dat te horen is in de hit “De Vogel”.werden er van het luisterliedje maar liefst 100.000 exemplaren verkocht in Vlaanderen en Nederland.
Na enkele shows voor het kleine volkje (met onder meer Jean Blaute in de begeleiding) richtte Tim Visterin zijn aandacht toch meer op de zakelijke kant van de muziekbusiness.
Hij deed producties van een aantal Vlaamse artiesten, werd muziekuitgever (lokale vertegenwoordiger van o.m. Mud, The Sweet, Bee Gees …).
In de later jaren zeventig verhuisde hij naar de Verenigde Staten.
In 1991 kwam hij naar Vlaanderen terug en ging werken voor onder meer Centropa (Guy Beyers) en het team achter Helmut Lotti.
Zijn “De Vogel” blijft echter tot de dag van vandaag regelmatig opduiken in allerlei tv- en radioprogramma’s.
Zo vertolkte hij het lied op VTM in “de zomer van” en werd het nummer gecoverd door Danny Wuyts (een van de pianisten van het VRT-spelprogramma “de Notenclub”) in 1999.
“Ach, meneer een mooie vogel wil ik zijn, met sterke vleugels alstublieft, Meneer Merlijn” is dan ook een soort Vlaamse evergreen.
Tim Visterin is op 28 augustus 2018 overleden aan de gevolgen van een infarct.
Visterin werd 77 jaar.




Gisteren nog vandaag

