65 jaar geleden, reclame voor platenspelers van het merk Melovox

Wie denkt aan de gouden jaren van de vinylrevolutie, denkt vaak direct aan de iconische kofferplatenspeler.

In menig Nederlandse en Belgische huiskamer stond in die tijd een apparaat van Melovox.

Dit merk was van origine Frans en produceerde diverse modellen elektrografen die als wonderen van techniek, precisie, geluid en stereofonie werden gepresenteerd.

Het merk wist als geen ander in te spelen op de behoefte van een generatie die muziek niet alleen wilde luisteren, maar ook wilde meenemen.

Vooral in Frankrijk was Melovox enorm beroemd en geliefd; het was daar een van de toonaangevende namen voor draagbare elektronica.

De kracht van Melovox zat in de slimme combinatie van eigen ontwerp en ingekochte techniek.

In plaats van zelf complexe loopwerken te ontwikkelen, maakte het merk gebruik van de expertise van specialisten zoals BSR en Melodyne. BSR, oftewel Birmingham Sound Reproducers, was een Britse gigant die verantwoordelijk was voor een enorm deel van de wereldwijde productie van draaitafels.

Ze stonden bekend om hun onverwoestbare wisselaars waarmee je een hele stapel platen achter elkaar kon afspelen.

Melodyne leverde eveneens cruciale mechanieken voor de motor en de toonarm.

Door deze betrouwbare onderdelen te combineren met hun eigen versterkers en luidsprekers, kon Melovox een betaalbaar en degelijk product aanbieden dat voor bijna iedereen bereikbaar was.

De ontwerpen van Melovox waren een schoolvoorbeeld van de retro-esthetiek met robuuste koffers en diverse compacte uitvoeringen.

Het was de voorloper van de boombox; je klapte de koffer open, sloot de luidspreker aan en het feest kon beginnen.

De platenspelers waren voorzien van naalden die volgens de fabrikant een bewijs waren van technische perfectie, waardoor zowel oude microgroove-platen als moderne stereofonische platen afgespeeld konden worden zonder aanpassingen.

Dit maakte de apparaten zeer gebruiksvriendelijk voor de consument.

Vandaag de dag bestaat het oorspronkelijke Franse bedrijf niet meer in zijn oude vorm, maar de naam Melovox is bezig aan een tweede leven in de verzamelwereld.

Liefhebbers van vintage design zoeken stad en land af naar goed bewaarde exemplaren uit de jaren zestig en zeventig.

Het is niet alleen de nostalgische look die trekt; de specifieke, warme klank van een oude Melovox brengt de sfeer van klassieke pop- en rockplaten op een unieke manier tot leven.

Het is het geluid van een tijdperk waarin muziek luisteren nog een bewuste handeling was.

Met een nieuwe naald en wat liefde voor het mechaniek van BSR of Melodyne kan zo’n klassieker nog steeds de ster van de kamer zijn.

Mel Torme met zijn kerstnummer The Christmas Song

De in Chicago geboren Melvin Howard Tormé Tormé was de zoon van Russisch-Joodse immigranten die oorspronkelijk de achternaam Torma droegen.

Al op vierjarige leeftijd begon hij zijn carrière en als achtjarig jongetje debuteerde hij reeds in diverse radioseries.

Zijn muzikale ontwikkeling ging razendsnel.

Op zijn dertiende schreef hij zijn eerste nummer en drie jaar later werd zijn compositie Lament to Love al uitgebracht.

Als tiener was hij van alle markten thuis: hij zong, arrangeerde en was een begenadigde drummer.

Dat drumtalent bleef niet onopgemerkt, want hij speelde zelfs in de band van Chico Marx, een van de beroemde Marx Brothers.

Terwijl hij zijn carrière in de showbusiness uitbouwde, voltooide hij ook zijn schoolopleiding en studeerde in 1944 af aan de Hyde Park High School in Chicago.

Op dat moment had hij zijn filmdebuut al gemaakt in Higher and Higher (1943). Later volgden er nog musicals zoals Pardon My Rhythm, Let’s Go Steady en Words and Music.

In datzelfde jaar 1944 richtte hij de zanggroep The Mel-Tones op, waarmee hij de enorme hit What Is This Thing Called Love scoorde.

Zijn tienerfans gaven hem in die periode vanwege zijn specifieke stemgeluid de liefkozende bijnaam The Velvet Fog (De Fluwelen Mist).

Tormé schreef ook geschiedenis als componist.

Samen met Robert Wells pende hij de klassieker The Christmas Song neer, het nummer dat in de uitvoering van Nat King Cole uitgroeide tot een wereldwijde kersthit.

Televisiekijkers kennen hem wellicht ook van zijn werk achter en voor de schermen.

Begin jaren zestig verzorgde hij de muziek voor The Judy Garland Show, en later speelde hij gastrollen in bekende series als Night Court, Seinfeld en The Virginian.

De erkenning voor zijn talent bleef komen: in 1982 en 1983 won hij twee jaar op rij de Grammy voor beste jazzzanger.

Mel Tormé overleed op 5 juni 1999 in een ziekenhuis in Los Angeles aan de gevolgen van een hartaanval. Hij werd 73 jaar.

De Britse actrice Jill Ireland bouwde een veelzijdige carrière op met rollen in films als Simon and Laura, The Big Money, Hell Drivers en Three Men in a Boat.

Sciencefictionfans herinneren haar zich wellicht ook van die ene gedenkwaardige aflevering in Star Trek.

Daarin speelde ze Leila Kalomi, de vrouw die het onmogelijke presteerde: ze wist het hart van de logische Mr. Spock te veroveren.

Haar liefdesleven leest haast als een filmscript met een profetisch randje. Ireland was aanvankelijk getrouwd met David McCallum, met wie ze later te zien zou zijn in zijn hitserie The Man from U.N.C.L.E.

Het huwelijk kwam echter onder druk te staan na een ontmoeting op de set van de film The Great Escape in 1963. McCallum speelde daarin samen met Charles Bronson.

Tijdens de opnames zou Bronson tegen zijn collega McCallum gezegd hebben: “Ik ga met je vrouw trouwen.” Wat toen klonk als een brute grap, werd jaren later werkelijkheid.

Na haar scheiding van McCallum vormde ze met Bronson een onafscheidelijk duo, zowel privé als op het witte doek.

Ze speelde in maar liefst vijftien films aan zijn zijde, waaronder klassiekers als The Mechanic, Assassination en Death Wish II.

In latere jaren werkte ze ook achter de schermen als co-producente van hun gezamenlijke films.

Haar status in Hollywood werd vereeuwigd met een ster op de Walk of Fame, die symbolisch genoeg vlak naast die van Bronson ligt.

De laatste jaren van haar leven stonden in het teken van een zware strijd, maar ook van grote daadkracht.

Nadat in 1984 borstkanker bij haar was vastgesteld, ontpopte Ireland zich tot een belangrijk boegbeeld voor lotgenoten.

Ze doorbrak taboes door in haar boek Life Wish openhartig te schrijven over haar ziekte en ze getuigde zelfs voor het Amerikaanse Congres over de kosten van kankerbehandelingen.

Vlak voor haar eigen einde kreeg ze echter nog een verschrikkelijke klap te verwerken: haar geadopteerde zoon Jason overleed in 1989 op 27-jarige leeftijd aan een overdosis drugs.

Ze legde haar verdriet en zijn strijd vast in het aangrijpende boek Life Lines.

Uiteindelijk verloor Jill Ireland in 1990 zelf de strijd tegen kanker; ze werd slechts 54 jaar oud.

Het is inmiddels 55 jaar geleden: The Carpenters met hun kerstklassieker Merry Christmas, Darling.

De muziek is van Richard Carpenter, maar de tekst komt van Frank Pooler.

Pooler schreef die tekst al toen hij amper achttien was.

Twintig jaar later, in 1966, was hij koorleider aan de California State University en gaf hij les aan Karen en Richard Carpenter.

Omdat Karen en Richard de standaardkerstliedjes moe waren, vroegen ze hun docent of hij geen onbekend nummer had liggen.

Pooler vertelde dat hij als tiener ooit zelf een kerstnummer had geschreven.

De originele muziek was verloren gegaan, maar de tekst had hij nog.

Toen Richard die tekst kreeg, schreef hij er in amper een kwartiertje nieuwe muziek bij.

Toch zou het nog tot 1970 duren voor de single verscheen.

In Amerika werd het een nummer 1-hit in de Billboard Christmas-lijst, maar bij ons in Vlaanderen en Nederland haalde het de hitparade helaas niet.

Het nummer staat overigens ook op hun bekende kerstalbum Christmas Portrait uit 1978.

50 jaar geleden, Banzai met hun nummer Chinese Kung Fu

Midden jaren 70 was de wereld volledig in de ban van oosterse gevechtskunsten.

Bruce Lee was de grootste filmster van het moment en in de hitlijsten had Carl Douglas net de weg vrijgemaakt met zijn wereldhit Kung Fu Fighting.

In dat kielzog verscheen in 1975 nog een opvallende single die slim inspeelde op die rage: Chinese Kung Fu van de groep Banzai.

Het nummer werd geschreven door de Fransman Bernard Estardy.

Estardy was in de Franse muziekwereld een ware legende; hij was een geniale geluidstechnicus en toetsenist die in zijn eigen studio werkte met de grootste sterren.

Voor dit project, dat op de hoes vaak als Banzaii met twee i’s werd geschreven, besloot hij zelf te experimenteren met synthesizers en geluidseffecten.

Estardy combineerde die typische, vroege discobeat met stereotiepe oosterse melodietjes en – uiteraard – de nodige ‘Hia!’-kreten en geluiden van vechtende mensen.

Omdat het een echt studioproject was, was Banzai geen band die je zomaar live zag optreden; het was puur gemaakt voor de dansvloer.

Hoewel we het nu als een klassieker beschouwen, is het feitelijk nooit een officiële hit geweest.

Het nummer werd destijds grijsgedraaid in de discotheken van de Benelux en was enorm populair in het uitgaansleven, maar die populariteit vertaalde zich vreemd genoeg niet naar de verkoopcijfers.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland haalde de single nooit de officiële hitparade. Het blijft daarmee een van de bekendste ‘niet-hits’ uit het discotijdperk.

55 jaar geleden, weeklange schoolstaking leidt tot historische overwinning te Gent.

Het incident dat in december 1970 de Gentse Rijksmiddelbarenormaalschool op stelten zette, staat in de geschiedenisboeken bekend als de kus van Erna.

Het verhaal draait om de bijna twintigjarige studente Erna Van de Velde.

Wanneer zij bij de schoolpoort afscheid neemt van haar verloofde, die op dat moment zijn legerdienst vervult in Duitsland, worden ze opgemerkt door de directeur, de heer De Vogelaere.

De directeur vindt dit gedrag ongepast en bestraft Erna met een schorsing van een week.

Hij vreest dat dergelijke uitingen van genegenheid zouden kunnen leiden tot wanorde bij de schoolpoort.

Deze beslissing valt volledig verkeerd bij de medestudenten van Erna.

De tweehonderd toekomstige regenten van de school aan de Ledeganckstraat besluiten direct in staking te gaan.

Zij voelen zich door de directeur behandeld als kleine kinderen, terwijl velen van hen al bijna volwassen zijn, sommigen zelfs getrouwd zijn of een eigen huishouden runnen.

De staking duurt een volle week.

De studenten weigeren de lessen te volgen, maar blijven wel op school om te schaken, te breien of gezelschapsspelletjes te spelen.

Hun grieven gaan dieper dan alleen de straf voor Erna; ze eisen meer inspraak en verzetten zich tegen wat ze noemen het dictatoriale optreden van de directeur en verouderde schoolreglementen.

Tijdens de woelige week slaat het noodlot toe voor directeur De Vogelaere: hij valt uit bed, breekt een dijbeen en moet met hoge koorts in bed blijven.

In zijn afwezigheid wordt de leiding overgenomen door een voorlopig directiecomité.

De staking eindigt uiteindelijk in een overwinning voor de studenten, waarbij de opgelegde straf en de strikte regels ter discussie komen te staan.

Reislust, oftewel ‘wanderlust’. Dat is het kenmerk waarmee Joanne Bird zich onderscheidt.

Onder deze artiestennaam omarmt de uit Valkenswaard afkomstige Merel Brusselers het leven als een muzikale ontdekkingsreis die haar van Nederland naar de Verenigde Staten bracht.

Daar haalde ze inspiratie uit het werk van artiesten als James Taylor en First Aid Kit, en vond ze haar passie in samenwerkingen met gevestigde muzikanten in de Amerikaanse muziekhoofdsteden Nashville, New York, Boston en New Jersey.

Het resultaat is persoonlijke indie- en americana-folkmuziek die zich langzaam maar zeker, en heel comfortabel, in je hart nestelt.

De muziek speelde al vroeg een rol in haar leven; op vijfjarige leeftijd begon ze met pianospelen, later gevolgd door zang en gitaar.

Haar talent ontwikkelde ze verder tijdens haar bachelor aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg en haar master aan het Conservatorium van Amsterdam, die ze in 2023 afrondde.

Daarnaast studeerde ze meermaals in New York City en kreeg ze door de jaren heen zangcoaching van namen als Lucy Woodward, Jim Mola en Marle Thomson.

Na haar afstuderen in 2023 reisde Brusselers maandenlang door de grote muzieksteden van Amerika om inspiratie op te doen, op te nemen en op te treden.

Onderweg verzamelde ze een groep muzikale vrienden om zich heen met wie ze nu regelmatig werkt.

Dit leidde onder meer tot haar derde EP, Unusual Fairytales, die werd opgenomen in Asbury Park (New Jersey) en verscheen in mei 2025.

Op dit album vinden we onder meer het mooie nummer Would You Have Stayed.

Haar carrière kent inmiddels diverse hoogtepunten, zoals een endorsement van Martin Guitar, samenwerkingen met publishers als Warner Chappell en Primary Wave Music, en het verzorgen van voorprogramma’s voor artiesten als Steph Strings, de Billy Walton Band en The Cinelli Brothers.

Ze is inmiddels zelfs Voting Member voor de New Yorkse afdeling van de Recording Academy.

Eind november 2025 voegde ze een bijzonder hoofdstuk toe aan haar discografie met een cover van de wereldberoemde klassieker December, 1963 (Oh What a Night!) van The Four Seasons.

Waar het origineel uit 1975 de geschiedenisboeken inging als een upbeat disco- en popnummer, weet Joanne het nummer volledig naar haar hand te zetten.

Het is een gewaagde keuze om zo’n iconische track te vertalen naar haar eigen, intiemere stijl.

Voor deze productie, uitgebracht onder het label MAD Records (waarmee ze ook samenwerkt voor sync-opdrachten), nam ze zelf de touwtjes in handen.

De mix werd verzorgd door René Bloks en de mastering door Pier-Durk Hogeterp.

Deze release staat niet op zichzelf.

Eerder dat jaar, in augustus 2025, bracht ze al een interpretatie uit van Closing Time, een cover van de Amerikaanse band Semisonic.

Hiermee laat ze zien dat ze momenteel volop experimenteert met het heruitvinden van bekende songs naast haar eigen materiaal. Tijdens haar liveoptredens komen al deze invloeden samen: ze neemt haar publiek aan de hand en laat hen haar muzikale reis meebeleven alsof ze er zelf bij waren.

Peter Criss mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen.

Zijn carrière begon toen hij begin jaren zeventig een advertentie plaatste waarin hij zichzelf aanbood als drummer.

Paul Stanley en Gene Simmons reageerden op zijn oproep voor hun groep Wicked Lester.

Met die band namen ze een album op, al zou dit pas in 2002 verschijnen. De echte doorbraak kwam in 1974, toen het drietal – inmiddels aangevuld met Ace Frehley – onder de naam KISS hun debuutalbum uitbracht.

Peter Criss, geboren onder de naam George Peter John Criscuola, groeide op in Brooklyn als vriend van Jerry Nolan (New York Dolls).

Hij kreeg les van zijn idool Gene Krupa.

Die jazzachtergrond gaf KISS een unieke swing, wat hem een eervolle dertiende plaats oplevert in mijn lijst van beste drummers aller tijden.

Toch moeten we eerlijk zijn: die dertiende plek is relatief.

Zijn opvolger Eric Carr, geboren als Paul Charles Caravello, was technisch gezien namelijk een veel betere drummer.

Criss moest het vooral hebben van zijn karakteristieke stijl en uitstraling.

Binnen de KISS-mythologie was zijn personage, de Catman, onmisbaar. Volgens de overlevering koos Peter voor de kat omdat hij zichzelf zag als iemand met negen levens die altijd op zijn pootjes terechtkwam.

De Catman bracht een zachtere, meer mysterieuze energie naar de band. Juist die menselijke kwetsbaarheid achter het masker maakte hem bij veel fans het meest geliefde lid.

De verstandhouding met de overige bandleden vertoonde na een auto-ongeluk in 1978 serieuze barsten.

Peter kampte in die tijd ook met alcoholisme en drugsgebruik. In datzelfde jaar brachten alle vier de bandleden tegelijkertijd een soloalbum uit.

Het gelijknamige album van Criss, met singles als You Matter to Me, liet een heel andere kant van hem horen.

Zijn solowerk neigde naar rhythm-and-blues en soul, wat duidelijk afweek van de hardrockrichting van de band.

In oktober 1980 blikte Criss in het blad Joepie eerlijk terug op deze periode.

Hij gaf toe dat hij een onverschillige houding had aangenomen die niet eerlijk was tegenover de andere groepsleden.

Hij schaamde zich zelfs voor zijn vroegere superstar-maniertjes, zoals het uitschelden van personeel als zij om drie uur ’s nachts in Texas geen kaviaar voor hem konden regelen.

De enorme druk van tournees met soms negentig concerten in enkele maanden werd hem simpelweg te veel.

Hoewel hij later op albums als Dynasty (1979) en Unmasked (1980) nauwelijks of zelfs helemaal niet meer meespeelde, bleef hij als zanger verantwoordelijk voor een aantal van de grootste successen.

Zijn allergrootste succes blijft Beth, een nummer dat hij schreef samen met Bob Ezrin en Stan Penridge.

De single werd in 1976 de enige Amerikaanse top 10-hit voor KISS.

Ook nummers als Black Diamond en Hard Luck Woman groeiden uit tot fan favourites.

Dat laatste nummer was door Paul Stanley eigenlijk voor Rod Stewart geschreven, maar op aandringen van Gene Simmons mocht Peter het inzingen.

Na zijn vertrek bracht hij zijn eerste echte soloplaat Out of Control uit, een mengeling van popballades en bluesy rock met veel saxofoon.

Hij probeerde in die tijd incognito te leven in New York met een baard en een donkere zonnebril.

Achter de schermen was zijn privéleven minstens zo bewogen. Peter is drie keer getrouwd geweest en vond na huwelijken met Lydia Di Leonardo en Debra Jensen (moeder van zijn dochter Jenilee) uiteindelijk het geluk bij Gigi Criss.

Zij was zijn steun toen hij in 2008 borstkanker overwon. Peter ontdekte de ziekte zelf na het sporten en is sindsdien een voorvechter van vroege detectie bij mannen.

Naast de muziek zocht Peter de schijnwerpers op als acteur. In 2002 maakte hij indruk door een gevangene te spelen in de rauwe serie Oz.

Later, in 2009, vertolkte hij de rol van Mike in de film Frame of Mind. Deze uitstapjes lieten zien dat er achter het drumstel een veelzijdig artiest schuilde.

Na jaren van vertrek, succesvolle reünies en ruzies over salarissen, nam Peter in 2003 definitief afscheid van de band.

Dat Eric Singer daarna zijn Catman-make-up overnam, zorgde voor veel woede bij de fans; voor hen kan er immers maar één echte Catman zijn.

In 2014 kreeg hij de ultieme erkenning met een plek in de Rock And Roll Hall Of Fame.