
Ian Dury (Poster Joepie 12 februari 1979).

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Gisteren nog vandaag
Het album bevat vier nummers die de hitlijsten halen: “It’s Only Love”, “If You Don’t Know Me By Now”, “A New Flame” en “You’ve Got It”.
Het bekendste nummer is waarschijnlijk “If You Don’t Know Me By Now”, een cover van een soulklassieker van Harold Melvin & the Blue Notes uit 1972.
In Groot-Brittannië, het thuisland van Simply Red, wordt “A New Flame” het eerste album dat de nummer één positie bereikt en meer dan zeven miljoen keer wordt verkocht.





Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag





Het nummer Chiquitita is zoals gewoonlijk geschreven door Benny Andersson en Björn Ulvaeus.
De eerste demo had nog geen vaste titel of tekst.
De band experimenteerde met verschillende namen en zinnen, zoals Kålsupare, Three Wise Guys, Chiquitita Angelina en In The Arms of Rosalita.
Pas in december 1978 werd de definitieve versie opgenomen, met een duidelijke invloed van het Peruviaanse lied El cóndor pasa van Simon & Garfunkel.
Het nummer verscheen voor het eerst op het album Voulez-Vous uit 1979.
Het nummer werd een grote hit in veel landen, waaronder Spanje, waar ABBA een Spaanse versie van het nummer opnam.
Deze versie staat ook op het album Gracias por la Música, dat in 1980 uitkwam en volledig in het Spaans gezongen is.
ABBA zong het nummer fonetisch in, omdat ze geen Spaans spraken.
Het nummer werd ook gebruikt voor een liefdadigheidsactie van UNICEF, waarvoor ABBA de rechten van het nummer schonk.

Gisteren nog vandaag
Guillaume Seznec was een Franse houthandelaar die in 1924 werd veroordeeld voor de moord op zijn zakenpartner Pierre Quéméneur en de vervalsing van diens handtekening.
De gerechtelijke zaak Seznec is een van de controversieelste en langdurige in de Franse geschiedenis, omdat er nooit een lijk, een moordwapen of een motief werd gevonden.
Seznec heeft altijd zijn onschuld volgehouden, maar zijn verzoeken om gratie werden afgewezen.
Hij bracht 20 jaar door in de gevangenis, waar hij verschillende ontsnappingspogingen deed.
De politie-inspecteur die het onderzoek tegen Seznec leidde, heeft op zijn sterfbed erkend dat er bij dat onderzoek zekere onregelmatigheden waren begaan.

Hij werd uiteindelijk vrijgelaten in 1947, maar stierf thuis in 1954.
Zijn laatste woorden waren: moeder, ik heb zoveel onrecht moeten lijden.
In 1993 verscheen de Franse film Guillaume Seznec, geregisseerd door Yves Boisset en gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Guillaume Seznec.
De film volgt het proces en de gevangenschap van Seznec, die zijn onschuld bleef volhouden tot zijn dood in 1954.

Gisteren nog vandaag
De hoofdrol wordt gespeeld door Christophe Malavoy, die voor zijn vertolking werd genomineerd voor de César voor beste acteur.
De film was toen een succes bij zowel de critici als het publiek en won de prijs voor beste film op het Festival van Cognac.
Zijn dochter Jeanne en aanhangers hebben decennialang gestreden om zijn eerherstel, dat pas in 2018 werd toegekend door het Hof van Cassatie (De Post 28 februari 1954)

Willy Lambregt werd geboren in Oostende, de stad van Ensor en Spilliaert, in de hete zomer van 1959.
Hij zat ooit samen met Wendy Van Wanten in de godsdienstklas.
Op zijn 16e verliet hij de school en ging hij aan de slag in een vleesfabriek.
Zo kon hij zich meer toeleggen op zijn passie, de gitaar.
In zijn beginjaren als muzikant bij Revenge 88 was Willy Willy een echte punker.
Arno Hintjens, ook een Oostendenaar, schreef het TC-Matic-nummer “Willie Willie” voor hem.
Willy speelde zelfs even mee in de videoclip, als de man met het pistool.
De eerste band van Willy was Revenge, waarmee hij 2 singles opnam.
In de jaren 80 trok hij van de kust naar Brussel en nam hij de plaats in van Luc Van Acker bij Arbeid Adelt, het project van Marcel Vanthilt.
Hij was ook betrokken bij de oprichting van Vaya Con Dios, met zangeres Dani Klein, en hij speelde mee op hun eerste hit: “Friend of Mine”.
Ook op “Stroom” van Marcel Vanthilt en Dani Klein is zijn gitaarspel duidelijk te horen.
Willy kwam pas echt tot bloei als gitarist bij The Scabs, waar hij van 1985 tot 1995 deel van uitmaakte en naast Guy Swinnen, het tweede boegbeeld van de groep was.
Met zijn lange slanke gestalte, gebruinde huid, getekende gezicht en rechtopstaande zwarte haar was hij een opmerkelijke verschijning.
Hij bracht The Scabs van punk naar rock-‘n-roll, en kreeg de bijnaam van de Vlaamse Keith Richards.
Op 6 cd’s van The Scabs speelt hij gitaar, dus ook op de hits “Hard times”, “Don’t you know”, “Robbin’ the liquor store”, “Nothing on my radio”, “Chrystal eyes” en “She’s jivin.”
Na The Scabs had hij nog 2 bands: The Voodoo Band en Willy@LaFayette.
In 2018 nam hij een laatste doorleefde cd op: “Vampire With a Tan.”

Kim Novak werd geboren op 13 februari 1933 in Chicago als Marilyn Pauline Novak.
Ze begon haar carrière als model, maar werd al snel ontdekt door de filmstudio Columbia Pictures, die haar wilde lanceren als een concurrente van Marilyn Monroe.
Ze brak door met de film Picnic in 1955, waarin ze de rol van Madge Owens speelde.

Gisteren nog vandaag
Ze werkte samen met grote regisseurs als Alfred Hitchcock, Otto Preminger en Billy Wilder, en speelde in klassiekers als Vertigo, The Man with the Golden Arm en Bell, Book and Candle.
In de jaren zestig nam haar populariteit af en kreeg ze minder interessante rollen aangeboden.
Ze trok zich terug uit de filmwereld na een moeilijke ervaring op de set van Liebestraum in 1991.
Sindsdien heeft ze zich toegelegd op de schilderkunst.

Gisteren nog vandaag
Kim Novak heeft een turbulent liefdesleven gehad, met verschillende relaties en huwelijken.
Ze trouwde voor het eerst in 1965 met de Engelse acteur Richard Johnson, maar scheidde na een jaar.
Daarna had ze onder andere affaires met Porfirio Rubirosa, Sammy Davis Jr., Frank Sinatra en Michael Brandon.
In 1976 trouwde ze met de dierenarts Robert Malloy, met wie ze samen leefde tot aan zijn dood op 27 november 2020.

Gisteren nog vandaag
Ze heeft geen kinderen, maar wel veel huisdieren.
Ze woont nu op een ranch in Oregon, waar ze zich bezighoudt met schilderen en dierenwelzijn.
Ze heeft twee Golden Globe Awards, een ere-Ours d’or en een ster op de Hollywood Walk of Fame ontvangen voor haar bijdrage aan de cinema.

Gisteren nog vandaag
Lana Turner werd in Wallace geboren en werd heel haar vroegere leven Judy genoemd.
Haar vader was John Virgil Turner en haar moeder Mildred Frances Cowan.
In 1936, toen ze 15 jaar was, werd ze ontdekt door William R. Wilkerson.
Hij stelde haar voor aan Zeppo Marx, die destijds een agentschap voor acteurs leidde, en niet veel later had ze een contract bij MGM.
In 1937 maakte ze haar filmdebuut in het drama They Won’t Forget van Mervyn LeRoy, een regisseur aan wie ze werd voorgesteld door Zeppo Marx.
Turner zou meerdere keren samenwerken met LeRoy die toen al een gevierd cineast was.
Ze brak door met hoofdrollen in een remake van de dramatische horrorfilm Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1941) en in de film noir Johnny Eager (1942).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Lana een pin-up girl (postermodel).
Ze werd in die tijd ook een aantal keren gecast in romantische drama’s waarin ze Clark Gable als tegenspeler had.
Na de oorlog vertolkte ze de rol van femme fatale in de film noir The Postman Always Rings Twice (1946), de verfilming van de roman van James M. Cain.
In het begin van de jaren vijftig leek haar populariteit af te nemen, totdat ze in de hitfilm The Bad and the Beautiful (1952) te zien was.
Andere succesfilms zoals Peyton Place (1957) en het Douglas Sirk-melodrama Imitation of Life (1959) volgden.
In het melodrama Another Time, Another Place (1958) speelde ze een Amerikaanse journaliste die een relatie begint met de jonge Sean Connery, hier in zijn eerste rol van enige omvang.
Het drama Madame X (1966) werd haar laatste succes.
Haar laatste film werd in 1991 uitgebracht.
Ze stierf in 1995 aan keelkanker. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Ze verhuisde op jonge leeftijd naar Antwerpen, waar ze opgroeide met een passie voor film.
Ze reisde de wereld rond om verhalen te vertellen met haar camera, en maakte indruk met haar eigenzinnige en poëtische stijl.
Een van haar bekendste films was “Dust”, een adaptatie van de roman “In the heart of the country” van de Zuid-Afrikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee.
Met deze film won ze in 1985 de prestigieuze Zilveren Leeuw op het Filmfestival van Venetië, een unieke prestatie voor een Belgische regisseur.
De film had een sterrencast met onder andere Jane Birkin en Trevor Howard in de hoofdrollen.
Hänsel regisseerde ook andere films die internationale erkenning kregen, zoals Between the Devil and the Deep Blue Sea, die geselecteerd werd voor het Filmfestival van Cannes in 1995.
Ze werkte vaak samen met bekende acteurs en actrices, zoals John Lynch, Carmen Maura, Olivier Gourmet en Sergi López.
Ze was ook onder meer lid van de raad van bestuur van de Cinematek en van het Vlaams Audiovisueel Fonds.
Ze overleed in 2020 op 71-jarige leeftijd na een langdurige ziekte.






