Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het nummer, dat hij zelf schreef, werd geproduceerd door Jean Vanloo en verscheen op het album Born To Be Alive uit 1979.
Het nummer werd een van de grootste discohits aller tijden en bereikte de top van de hitlijsten in meer dan 20 landen.
In Nederland bereikte het nummer de vijfde plaats in de Top 40.
De opvolger Back to Boogie was in Vlaanderen goed voor een achtentwintigste plaats in de Brt Top 30. In Nederland bereikte de single de vijfentwintigste plaats in de Top 40.
Patrick Hernandez is nu 74 jaar oud en woont in L’Isle-sur-la-Sorgue in Frankrijk.
Irene Cara begon haar carrière al op jonge leeftijd, toen ze op vijfjarige leeftijd debuteerde op Broadway.
Ze speelde in verschillende musicals en trad ook op in een eerbetoon aan Duke Ellington, samen met beroemde artiesten als Stevie Wonder, Sammy Davis jr. en Roberta Flack.
In 1975 maakte ze haar filmdebuut als Angela in de romantische thriller Aaron Loves Angela.
Haar grote doorbraak kwam in 1980, toen ze de rol van Coco Hernandez speelde in de musicalfilm Fame.
Ze zong ook het titelnummer van de film, dat een wereldwijde hit werd en haar een Oscar, een Golden Globe en een Grammy opleverde.
In 1983 speelde ze de hoofdrol in de dansfilm Flashdance, waarvoor ze ook het lied “Flashdance… What a Feeling” zong.
Dit nummer werd nog succesvoller dan “Fame” en leverde haar opnieuw een Oscar, een Golden Globe en een Grammy op.
Na deze successen bleef Cara actief als zangeres en actrice, maar ze bereikte niet meer hetzelfde niveau van populariteit.
Ze raakte ook betrokken bij juridische geschillen met haar platenmaatschappijen over haar contracten en royalty’s.
Ze bracht nog enkele albums uit en speelde in kleinere films en tv-series.
Irene Cara was getrouwd met Conrad Palmisano, een stuntman en regisseur, van 1986 tot 1991.
Ze gingen uit elkaar na vijf jaar huwelijk. Ze kregen geen kinderen samen.
In 2004 richtte ze haar eigen platenlabel op, Caramel Productions.
De laatste jaren leefde ze een teruggetrokken bestaan in Florida.
Irene Cara kwam te overlijden op 22 november 2022.
In februari 2023 publiceerde het Amerikaanse ‘TMZ’ op hun website de resultaten van het medisch onderzoek naar de rede van het overlijden van Irene Cara.
Daaruit blijkt dat ze is overleden aan de gevolgen van hypertensie (hoge bloeddruk) en een hoge cholesterol.
Uit de resultaten van het onderzoek is ook gebleken dat de zangeres aan diabetes leed.
Woodrow Wilson was een Amerikaanse politicus en academicus die de 28e president van de Verenigde Staten was van 1913 tot 1921.
Hij was lid van de Democratische Partij en diende als president van de Princeton University en als gouverneur van New Jersey voordat hij de presidentsverkiezingen van 1912 won.
Als president veranderde hij het economische beleid van het land en leidde hij de Verenigde Staten in de Eerste Wereldoorlog in 1917.
Hij was de belangrijkste architect van de Volkenbond, en zijn progressieve houding tegenover het buitenlands beleid kwam bekend te staan als het wilsonianisme .
Wilson werd geboren in Staunton, Virginia, en groeide op in het zuiden van de Verenigde Staten, voornamelijk in Augusta, Georgia, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en het Reconstruction-tijdperk.
Hij studeerde af aan de Princeton University en behaalde zijn doctoraat in de politieke wetenschappen aan de Johns Hopkins University.
Zijn proefschrift, Congressional Government: A Study in American Politics, werd gepubliceerd in 1886 en vestigde zijn reputatie als een geleerde.
Hij doceerde aan verschillende universiteiten voordat hij in 1902 president werd van Princeton, waar hij een aantal hervormingen doorvoerde om het curriculum te moderniseren en de democratie te bevorderen.
In 1910 werd Wilson gekozen tot gouverneur van New Jersey met de steun van de progressieve vleugel van zijn partij.
Hij voerde een aantal wetten door om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, de corruptie te bestrijden, het kiesrecht uit te breiden en het bankwezen te reguleren.
Zijn succes als gouverneur maakte hem tot een leidende kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1912, waar hij het opnam tegen de Republikeinse zittende president William Howard Taft en de voormalige president Theodore Roosevelt, die zich afsplitste van zijn partij om een derde partij op te richten, de Progressive Party .
Wilson won de verkiezing met een meerderheid in het kiescollege, maar slechts 42 procent van de populaire stemmen.
Hij was de eerste Democraat die sinds 1896 werd gekozen tot president en de eerste zuidelijke president sinds 1848.
Als president lanceerde hij een ambitieus binnenlands programma dat bekend stond als The New Freedom, dat gericht was op het verminderen van tarieven, het hervormen van het bankwezen, het creëren van een federale handelscommissie en het versterken van de antitrustwetgeving.
Hij steunde ook sociale wetgeving om kinderarbeid te verbieden, arbeiders het recht op collectieve onderhandelingen te geven en federale leningen aan boeren te verstrekken .
Wilson werd herkozen in 1916 met een nipte marge onder de slogan “He kept us out of war”.
Hij had geprobeerd om neutraal te blijven in de Eerste Wereldoorlog die Europa verscheurde sinds 1914, maar hij werd geconfronteerd met toenemende druk om zich bij de geallieerden aan te sluiten tegen Duitsland na verschillende provocaties, zoals de onbeperkte duikboot oorlogvoering en het Zimmermann-telegram.
In april 1917 vroeg Wilson het Congres om een oorlogsverklaring tegen Duitsland “om de wereld veilig te maken voor democratie”.
Hij mobiliseerde snel het land voor oorlog door middel van propaganda, conscriptie, rantsoenering en leningen.
Hij stuurde ook meer dan twee miljoen Amerikaanse soldaten naar Europa om te vechten onder generaal John J. Pershing.
Wilson speelde een cruciale rol bij het beëindigen van de oorlog en het vormgeven van de naoorlogse orde.
Hij presenteerde zijn visie voor een rechtvaardige en duurzame vrede in een toespraak tot het Congres in januari 1918, waarin hij zijn beroemde Veertien Punten uiteenzette.
Deze omvatten het principe van nationale zelfbeschikking, de vrijheid van de zeeën, de vermindering van bewapening, en vooral de oprichting van een “algemene vereniging van naties” om de internationale samenwerking en veiligheid te waarborgen.
Wilson reisde persoonlijk naar Parijs om deel te nemen aan de vredesconferentie, waar hij de leider werd van de “Big Four”, samen met de Britse premier David Lloyd George, de Franse premier Georges Clemenceau en de Italiaanse premier Vittorio Orlando.
Hij slaagde erin om zijn idee van een Volkenbond op te nemen in het Verdrag van Versailles, dat in juni 1919 werd ondertekend.
Wilson keerde terug naar de Verenigde Staten om het verdrag te ratificeren door het Congres, maar hij stuitte op hevig verzet van senatoren die zich verzetten tegen het lidmaatschap van de Volkenbond.
Wilson weigerde compromissen te sluiten of wijzigingen in het verdrag toe te staan, en lanceerde een nationale spreekbeurt om steun te verwerven voor zijn plan.
Tijdens deze tour kreeg hij echter een beroerte die hem gedeeltelijk verlamd en blind aan één oog achterliet.
Zijn vrouw Edith, met wie hij in 1915 was getrouwd na de dood van zijn eerste vrouw Ellen in 1914, nam veel van zijn taken over als zijn naaste adviseur.
Het Congres verwierp uiteindelijk het Verdrag van Versailles en de Volkenbond, waardoor Wilsons droom van een nieuwe wereldorde werd gedwarsboomd.
Wilson bleef tot het einde van zijn termijn in 1921 in functie, maar hij was grotendeels afgesneden van het publiek en had weinig invloed op binnenlandse of buitenlandse zaken.
Hij werd opgevolgd door de Republikein Warren G. Harding, die beloofde terug te keren naar “normaliteit” na de oorlog en de hervormingen.
Wilson trok zich terug in zijn huis in Washington, D.C., waar hij tot zijn dood in 1924 bleef.
Hij werd begraven in de Washington National Cathedral, als eerste president die in de hoofdstad werd begraven .
Wilson wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste presidenten in de Amerikaanse geschiedenis, vooral om zijn leiderschap tijdens de Eerste Wereldoorlog en zijn visie op een vreedzame internationale orde.
Hij wordt ook geprezen om zijn progressieve hervormingen op binnenlands gebied, hoewel hij ook wordt bekritiseerd om zijn segregatiebeleid en zijn schendingen van burgerlijke vrijheden tijdens de oorlog.
Hij ontving in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn bijdrage aan het beëindigen van de oorlog en het bevorderen van de Volkenbond.
Sid Vicious wordt op 10 mei 1957 in Lewisham, een district in Londen geboren als John Simon Ritchie.
Kort na de bevalling eindigde de relatie tussen zijn vader Ritchie en moeder Anne Beverley.
Anne Beverley en de jonge Sid verhuizen voor enkele maanden naar Ibiza.
In 1965 trouwde Anne Beverley met Christopher Beverle.
Ritchie nam de voornaam van zijn vader en de achternaam van de stiefvader en stond bekend als John Beverley.
In 1977 verving Sid Vicious Glen Matlock als bassist in The Sex Pistols en leerde hij zijn vriendin Nancy Spungen kennen. Niet dat Sid enige ervaring had met het bespelen van een instrument.
Tijdens de opnames van de eerste (en enige) plaat ‘Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols’ lag Sid in het ziekenhuis met hepatitis.
Voor concerten leerde hij de melodie van ‘I Don’t Wanna Go Down to the Basement’ van The Ramones en speelde dat tijdens nagenoeg elk liedje.
Nancy kwam uit gegoed Joods-Amerikaans middenklasse milieu en besloot op haar vijftiende om fulltime groupie te worden. Haar drang tot zelfdestructie sloot perfect aan bij die van Sid.
Bowie en Iggy flirten destijds met het ‘live fast, die young’ ideaal. Voor Sid werd het een missie.
In 1978 werd Sid wakker in kamer 100 van het beruchte Chelsea Hotel in New York met een spuit heroïne in zijn arm.
Zijn vriendin Nancy Spungen lag dood op de vloer in de badkamer.
Na een paar nachten in Rikers Island, was Sid weer op vrije voeten.
Zijn kameraden hadden zijn borgsom betaald.
Daarna was het snel klaar. Een gevecht met de broer van Patti Smith in een club en nachten doorhalen met heroïne-gremlins.
Kwatongen beweren dat zijn eigen moeder (die zelf ook worstelde met een heroïneverslaving) hem z’n laatste shot gaf. Sid was 21. Nancy was 20.
Kort na de dood van Sid Vicious beweerde zijn moeder, Anne Beverley, dat Vicious en Spungen een zelfmoordverdrag hadden gesloten en dat de dood van Vicious niet toevallig was.
Beverley beweerde dat nadat Vicious was gecremeerd, ze een handgeschreven notitie vond in de zak van Vicious leren jas.
Op het briefje staat: We hadden een doodspact en ik moet nog mijn deel doen van de afspraak. Begraaf me alsjeblieft naast mijn baby. Begraaf me in mijn leren jasje, jeans en motorlaarzen. Vaarwel
In 1996 vertelde Beverley aan journalist Alan G. Parker dat ze opzettelijk een fatale dosis heroïne aan Vicious had gegeven.
Zodoende hem te begoeden om niet meer naar de gevangenis te moeten gaan.
Anne Beverley stierf in 1996, ook aan een overdosis drugs
Peter Townsend was een Britse piloot (officier van de Royal Air Force) en auteur.
Van 1944 tot 1952 was hij stalmeester van koning George VI, en nadien ook van diens dochter koningin Elizabeth II.
In 1944 kwam hij in dienst aan het Brits koninklijk hof als ere-stalmeester van koning George VI.
In die periode leerde hij ook de prinsessen Elizabeth en Margaret kennen.
Prinses Margaret werd verliefd op hem en wilde met Peter trouwen.
Ze vroeg hiervoor de goedkeuring aan haar zus, die ondertussen haar vader had opgevolgd als koningin en hoofd van de Engelse Kerk.
Omdat Peter Townsend op dat moment (1953) een gescheiden man was, oordeelde de Britse regering dat de prinses niet met hem kon trouwen.
Omdat koningin Elizabeth II haar zus het geluk wou gunnen, werd een toevlucht genomen tot een clausule in de wet waardoor een huwelijk wel mogelijk zou zijn vanaf de 25e verjaardag van de prinses.
Om de RAF-officier nog twee jaar uit de schijnwerpers van de media te houden, werd hij verbannen naar een diplomatieke post als ambassadeattaché in Brussel, van 1953 tot 1956.
Margaret en Peter schrijven elkaar elke dag en bellen elkaar urenlang.
In 1956 ging hij weg bij de RAF.
Op 31 oktober 1955 uitte prinses Margaret haar voornemen om toch af te zien van een huwelijk met Peter.
Margaret verdrinkt zich in gin en sociale uitjes.
Ze verliest de controle, terwijl Peter in zijn gedwongen ballingschap geniet van het leven.
De rede van zijn genot, is natuurlijk Marie-Luce Jamagne die hij leerde kennen in Brussel, toen ze pas 13 jaar was.
Marie-Luce Jamagne dochter van een miljonair en sigarettenfabrikant uit Brasshaat.
In 1959 trouwde hij met Marie-Luce Jamagne, in het gemeentehuis van Watermaal-Bosvoorde.
Het echtpaar krijgt drie kinderen: Marie-Françoise, Pierre en Marie-Isabelle, die een supermodel zal worden voor Ralph Lauren.
Het huwelijk bleef stand houden tot de dood van Peter.
De familie verhuisde vervolgens naar de regio Parijs, “La Bullière”, een eigendom waar ze de nodige rust vinden en vooral privacy.
Peter Townsend begon toen een leven als auteur, voornamelijk van non-fictie boeken.
Tot zijn oeuvre behoren titels als “Earth My Friend” (rond het thema van solo-wereldreizen midden de jaren 50), “Duel of Eagles” (over de slag om Groot-Brittannië), “The Odds Against Us” (Duel in the Dark, over zijn oorlogstijd als gevechtspiloot), “The Last Emperor” (een biografie van koning George VI), “The Girl in the White Ship” (over de Vietnamese bootvluchtelingen eind jaren 70) en “The Postman of Nagasaki” (over de kernbom op Nagasaki).
In 1978 schreef hij zijn autobiografie “Time and Chance”, die een groot succes zou worden.
Hij stierf op 19 juni 1995 op 80-jarige leeftijd op zijn eigendom in Saint-Léger-en-Yvelines en dit aan de gevolgen van darmkanker (Foto’s januari 1959).