Meer dan 50 jaar geleden, Sounds Of The 70’s Orchestra met hun album Songs Of The Seventies (1972)

De arrangementen zijn geschreven door componist William Loose. Helaas ook al overleden op 22 februari in 1991.

Deze lp is uitgebracht door Realistic, één van de merken van RadioShack.

Een van de quadrafonische systemen die Realistic ontwikkelde, was Quatravox, dat vier kanalen synthetiseerde uit stereo-opnamen.

Het maakte gebruik van Hafler-circuits om de geluiden te isoleren die 180 ° uit fase waren met de hoofdmicrofoons, zoals de galm van de studio of het applaus van het publiek.

Deze geluiden werden vervolgens naar de achterste luidsprekers gestuurd, waardoor een ruimtelijk effect ontstond dat meer scheiding bood dan gewoon stereogeluid.

Quatravox was echter geen echt discreet quadrafonisch systeem, omdat het de geluiden niet onafhankelijk kon manipuleren of positioneren.

Meer dan 35 jaar geleden, heb ik gewerkt als manager in een Tandy winkel in de Vlaanderenstraat, in Gent.

De keten had twee grote takken, namelijk de Amerikaanse en Canadese divisie.

De winkels in Amerika RadioShack en zijn daar opgericht in 1921.

De Tandy winkels in Europa, werden beheerd door de Canadese tak van het bedrijf.

De keten is is in 2015 en 2017 in faling gegaan.

De keten is nu in handen van Unicomer Group.

40 jaar geleden, The Assembly met hun nummer Never Never.

Vince Clarke raakte geïnspireerd door synthesizermuziek nadat hij bands als OMD, The Human League en Fad Gadget had ontdekt.

Hij vormde een nieuwe band met zijn oude vrienden Martin Gore en Andy Fletcher, en rekruteerde Dave Gahan als zanger nadat hij hem ‘Heroes’ van David Bowie had horen zingen.

Ze kozen de naam Depeche Mode, naar het Franse modemagazine Dépêche Mode.

De eerste single van Depeche Mode, ‘Dreaming Of Me’, bereikte in het voorjaar van 1981 slechts de 57e plaats in de Britse hitlijst, maar de opvolger ‘New Life’ was die zomer hun eerste top 15-hit.

Toen Vince Clarke zijn vertrek bij Depeche Mode bekendmaakte, was ‘Just Can’t Get Enough’ net hun eerste Britse top 10-hit geworden.

Vince Clark ging in 1982 verder met Alison Moyet en zijn geluidstechnicus Eric Radcliffe, geboren op 3 december 1950, in de band Yazoo, maar hield het na een jaar alweer voor gezien.

Met Radcliffe begon Clark The Assembly.

Het idee was om bij elk nieuw nummer een andere zanger of zangeres te laten meedoen.

Met de Ierse ex-Undertones-zanger Feargal Sharkey namen ze ‘Never Never’ op.

Het bleef echter bij deze ene single, want daarna gingen de heren weer uit elkaar.

Feargal Sharkey maakte solocarrière en Vince Clark richtte samen met Andy Bell de band Erasure op.

Het melancholische ‘Never Never’ haalde de top 5 in het Verenigd Koninkrijk in november/december 1983.

Later bereikte het ook de top 5 in Zwitserland, Zweden en Noorwegen.

In Vlaanderen stond The Assembly in januari 1984 op nummer 18.

Het nummer viel destijds op vanwege de gitaarsample die noot voor noot werd nagespeeld door een Fairlight CMI-synthesizer.

In 2011 brachten Vince Clarke en Feargal Sharkey ‘Never Never’ eenmalig ten gehore tijdens een concert van Erasure op het Mute Records Short Circuit-festival.

45 jaar geleden, Brooke Shields, sekssymbool van dertien jaar oud.

Het verhaal gaat over een 12-jarig meisje, Violet, dat opgroeit in een bordeel in New Orleans in 1917.

Ze wordt gefotografeerd en bevriend door een fotograaf, Bellocq, en later verkocht als maagd aan een rijke klant.

De hoofdrollen werden gespeeld door Brooke Shields, Keith Carradine en Susan Sarandon.

De film werd geprezen om zijn goede sfeer, mooie beelden en subtiele emoties, maar ook bekritiseerd om zijn ongemakkelijke onderwerp en exploitatie van de jonge actrice.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden speelde John Travolta de hoofdrol in de film Staying Alive, een vervolg op Saturday Night Fever uit 1977 (Muziek Expres november 1983)

De film was geschreven en geregisseerd door Sylvester Stallone, die ook een cameo maakte als een man op de straat.

De film was een succes aan de kassa, met een wereldwijde opbrengst van 127 miljoen dollar tegen een werkbudget van 22 miljoen dollar.

De film volgde het verhaal van Tony Manero, een voormalige disco-ster die zijn droom najaagt om professioneel te dansen op Broadway.

Hij wordt verliefd op Laura, een rijke Engelse danseres die de hoofdrol krijgt in de show Satan’s Alley, waarin Tony en zijn vriendin Jackie ook kleine rollen hebben.

De film eindigt met een emotionele show, een verzoening met Jackie, en Tony’s triomfantelijke uitstraling als hij door Times Square paradeert.

De muziek van de film werd verzorgd door de Bee Gees, die ook verantwoordelijk waren voor de soundtrack van Saturday Night Fever.

Het nummer “Far from Over” van Frank Stallone, de broer van Sylvester, was een hit en werd genomineerd voor een Golden Globe en een Oscar voor beste originele nummer.

Andere nummers uit de film waren “The Woman in You” en “Stayin’ Alive” van de Bee Gees, en “Look Out for Number One” van Tommy Faragher.

Irene Cara, van arm meisje tot superster.

Zangeres en actrice Irene Cara begon al op jonge leeftijd met optreden en speelde op vijfjarige leeftijd in een Broadway-show.

Haar eerste filmrol was Angela in de romantische thriller Aaron Loves Angela uit 1975.

Irene Cara werd beroemd door haar rol als Coco Hernandez in de film en tv-serie Fame uit de jaren tachtig.

Ze zong ook het titelnummer van de film dat een wereldwijde hit werd.

In 1983 won ze een Oscar, een Grammy en een Golden Globe voor haar bijdrage aan de soundtrack van Flashdance, waar ze het nummer “Flashdance… What a Feeling” zong.

Na deze successen bracht ze nog enkele albums uit, maar ze kon niet meer hetzelfde niveau van populariteit bereiken.

Ze raakte ook betrokken bij juridische geschillen met haar platenmaatschappijen over haar contracten en royalty’s.

Irene Cara was getrouwd met Conrad Palmisano, een stuntman en regisseur, van 1986 tot 1991. Ze gingen uit elkaar na vijf jaar huwelijk. Ze kregen geen kinderen samen.

Ze kwam verleden jaar te overlijden op 25 november 2022.

Volgens het Amerikaanse Cara is overleden aan de gevolgen van hypertensie (hoge bloeddruk, red.) en een hoge cholesterol. Dat schrijft het Amerikaanse ‘TMZ’ op hun website.

Uit de resultaten van het onderzoek is ook gebleken dat de zangeres aan diabetes leed (Joepie 11 december 1983)

Deze week, 35 jaar geleden, Tanita Tikaram komt binnen met haar single Twist In My Sobriety in de Brt Top 30.

Het nummer werd geschreven door Tikaram zelf en geproduceerd door Peter Van Hooke en Rod Argent.

Het nummer was een groot succes in verschillende Europese landen, vooral in Oostenrijk en Duitsland, waar het de tweede plaats bereikte.

In Vlaanderen was de single goed voor zesentwintigste plaats in de Brt Top 30.

In Nederland bereikte daar het nummer de drieëntwintigste plaats.

Het nummer gaat over het gevoel van vervreemding en teleurstelling dat Tikaram had toen ze 18 jaar oud was.

De videoclip werd geregisseerd door Gerard de Thame en gefilmd in Bolivia.

Tanita Tikaram werd geboren in Duitsland uit een Maleisische moeder en een Indiase vader.

Ze verhuisde op jonge leeftijd naar Engeland, waar ze begon met zingen en gitaar spelen.

Na haar doorbraak met Ancient Heart bracht ze nog verschillende albums uit, maar geen enkele kon het succes van haar debuut evenaren.

Ze bleef wel actief in de muziekwereld en werkte samen met artiesten als Neneh Cherry, Marco Zappa en Nick Lowe.

In 1996 coverde ze het nummer E Penso A Te geschreven door Lucio Battisti en Giulio Rapetti (artiestennaam Mogol).

Ze schreef de Engelse tekst en gaf het nummer als titel And I Think Of You.

Het nummer is terug te vinden op haar verzamelaar The Best Of Tanita Tikaram (1996)

Ook coverde ze de klassieker The Day Before You Came van Abba in 1998 en terug te vinden op haar album The Cappuccino Songs.

In 2016 bracht ze haar laatste album uit, Closer to the People. Een album dat ik mijn bezit heb en goed in elkaar zit. Het album is te beluisteren op Spotify.

Vandaag gaan we het hebben over het sigarenmerk Cogétama dat in 1983 ophield te bestaan.

Mijn grootvader werkte vroeger als vertegenwoordiger voor dit bedrijf, nadat hij zijn eigen sigaretten- en sigarenzaak in de Normaalschoolstraat had gesloten.

Hij liet me zijn verkoopcatalogus na, waarin alle producten van het jaar 1960 van Cogétama stonden.

Ik wil graag elke week een stukje van deze catalogus met jullie delen in onze groep.

Het bedrijf had een depot in Sint-Amandsberg in de Adolf Bayensstraat.

De fabriek van Cogétama stond in Knesselare, maar daar is nu niet veel meer van over.

Alleen de kantoren, de villa en een stuk muur herinneren nog aan het verleden van de sigarenindustrie.

Redbone (Poster Joepie november 1973)

Het 7e cavalerieregiment (7th Cavalry Regiment) ging onder bevel van majoor Samuel Whitside op zoek naar de Miniconjou die het reservaat waren ontvlucht.

Op 28 december 1890 werd de groep gevonden, 48 kilometer ten oosten van Pine Ridge (Pijnboom-Rug). Spotted Elk hoopte dat Rode Wolk in Pine Ridge zijn volgelingen tegen de soldaten kon beschermen.

De uitgeputte en slecht tegen de winterkou geklede indianen boden geen verzet.

Spotted Elk, die een longontsteking had opgelopen en wegens bloedingen in een wagen verder trok, liet een witte vlag aan zijn wagen bevestigen.

Ze kregen de opdracht een kamp op te slaan bij de Wounded Knee-beek (Chankpe Opi Wakpala of Gekwetste Knie-kreek), 8 kilometer westelijker.

De volgende ochtend wilde het leger de indianen ontwapenen.

Hun medicijnman Yellow Bird voorspelde, toen hij een paar passen danste van de Dans van de Geesten en een van de heilige liederen zong dat de geestendanshemden hen zouden beschermen tegen de kogels van de militairen.

Intussen probeerden enkele soldaten een van de indianen zijn geweer te ontnemen.

Zij wisten niet dat Zwarte Prairiewolf doof was en zagen zijn onbegrip aan voor verzet.

Er ontstond een worsteling waarbij het geweer per ongeluk afging en een soldaat neerviel.

Dit was het begin van een hevige schietpartij. Van dichtbij vuurden de soldaten, ondersteund door Hotchkiss-geschut, in de groep indianen die slechts gewapend waren met de knuppels en messen die ze hadden verborgen in dekens.

De geestendanshemden boden niet de eraan toegedichte magische bescherming.

Tientallen indianen, onder wie veel vrouwen en kinderen, werden neergeschoten.

De indianen die erin geslaagd waren te vluchten werden kilometers ver buiten het kamp achtervolgd en gedood.

In totaal kwamen meer dan 200 indianen om.

Volgens een schatting kwamen bijna driehonderd van de 350 mannen, vrouwen en kinderen om.

Er sneuvelden 25 militairen, en 39 raakten gewond, de meesten door eigen kogels en granaatscherven.

De volgende dag, 30 december 1890, vond nog een laatste gewelddadige confrontatie plaats, die bekend zou worden als de Drexel Mission Fight, tussen overgebleven Lakota-krijgers en hetzelfde cavalerieregiment.

De volgende lente, toen het leger terugkeerde, werden de lijken die waren blijven liggen (te weten 144 indianen, waaronder 44 vrouwen en 16 kinderen), begraven in een massagraf.

Aan de betrokken militairen werd na afloop een medaille toegekend.

Op 8 mei 1973 komt er een einde aan een tien weken durende bezetting van de Indiaanse nederzetting Wounded Knee in Zuid-Dakota door jonge Sioux-indianen.

Zij protesteren tegen de sociale en economische achterstand van Indianen in de Verenigde Staten.

De actievoerders hebben juist voor Wounded Knee gekozen, omdat het een historische plek is in de Amerikaanse geschiedenis.

Naar aanleiding van de actie van de Sioux-indianen onderneemt Redbone de single We Were All Wounded At Wounded Knee op.

In scherpe bewoordingen wordt kritiek geleverd op het beleid van de Amerikaanse regering.

We Were All Wounded At Wounded Knee komt op 6 juni 1973 de BRT Top 30 binnen, en staat vanaf 30 juni 1973 vijf weken op de eerste plaats.

Ook in Nederland komt de single voor vijf weken op de eerste plaats in de Top 40. In Amerika wordt de single niet uitgebracht.

De tekst is te kritisch voor de Amerikaanse regering.

Gisteren nog vandaag