Deze week, 25 jaar geleden, komt Britney Spears met haar Baby One More Time binnen in de Amerikaanse hitparade.

Het nummer is geschreven door producer Max Martin onder sterke muzikale invloed van nummers van ABBA.

Het was oorspronkelijk bedoeld voor de groep TLC, die het afwees.

Het nummer gaat over dat Britney er spijt van heeft dat ze haar vorige relatie beëindigde.

De videoclip heeft Spears zelf bedacht en het is opgenomen in Venice High School in Californië in de Verenigde Staten.

In het begin van de videoclip verveelt Britney zich en wacht ze tot de bel gaat. Als de bel eindelijk gaat, stapt ze het lokaal uit en begint spontaan te dansen met een aantal achtergrond danser(e)s(sen) in een Amerikaans schoolkostum op de gang.

Na een tijdje gaan ze ook op het plein dansen, Britney is daar onder andere ook te zien in een blauwe auto.

Vanaf 13 maart 1999 bereikte de single de eerste plaats en dit voor 8 weken lang.

Van het album Baby One More Time van Britney Spears zijn er op 22 Maart 1999 zoveel van verkocht dat het volgens de maatstaven van de RIAA (Recording Industry Association Of America) wordt onderscheiden met drie keer platina.

Het album komt op 30 januari 1999 binnen op de eerste plaats van de Billboard-albumlijst, en staat vervolgens zes weken achtereen op de eerste plaats.

Naast de titelsong staan op Baby One More Time de volgende nummers: (You Drive Me) Crazy, Sometimes, Soda Pop, Born To Make You Happy, From The Bottom Of My Broken Heart, I Will Be There, I Will Still Love You (een duet met Don Philip), Deep In My Heart, Thinkin’ About You, E-Mail My Heart en Beat Goes On.

Britnet Spears wordt op haar album bijgestaan door onder meer Mickie Bassie (vocals, keyboards en bas), Esbjorn Ohrwall en Dan Petty (gitaren), Eric Foster White (gitaar, keyboards en drums) en Andrew Fromm (achtergrondzang).

Het album is geproduceerd door Max Martin, Rami Yacoub, Denniz Pop en Eric Foster White.

De titelsong van het album, Baby One More Time, wordt genomineerd voor de Grammy Awards 2000 in de categorie Best Female Pop Vocal Performance.

De Grammy gaat echter naar Sarah McLachlan voor het nummer I Will Remember You van haar album Mirrorball (Diverse bronnen en Wikipedia)

Kim Wilde mag vandaag 63 kaarsjes uitblazen.

Kim Wilde verraste haar fans tien jaar geleden met een kerst-cd genaamd Wilde Winter Songbook.

Het album bevat zowel bekende kerstliedjes als eigen composities. Kim Wilde zingt onder andere “Have Yourself a Merry Little Christmas”, “Let It Snow”, “Rockin’ Around the Christmas Tree” (met Nik Kershaw) en “Winter Wonderland” (met Rick Astley).

Ze brengt ook een mooie versie van Winter Song van Sara Bareilles en Ingrid Michaelson.

Kim Wilde schreef sommige nummers zelf, of met de hulp van haar broer Ricky Wilde.

Haar familie is ook betrokken bij het album: haar vader, haar man en haar dochter zijn te horen op verschillende nummers.

Mijn favoriete nummer is One, een eigen nummer van Kim Wilde dat laat zien dat ze meer is dan alleen mijn jeugdidool uit de jaren 80.

Toni Arden, klein van stuk, groots in stem (Tuney Tunes november 1953)

Toni Arden was een Amerikaanse zangeres die vooral bekend was in de jaren 40 en 50.

Ze begon haar carrière als zangeres in de band van haar vader, die een Italiaanse immigrant was.

Ze zong vooral populaire liedjes en ballads, maar ook enkele Italiaanse nummers.

Ze had verschillende hits, zoals “I Can Dream, Can’t I?”, “Too Young” en “Padre”.

Ze trad op in radio- en televisieshows, en werkte samen met artiesten als Frank Sinatra, Perry Como en Dean Martin.

Ze had ook een aantal relaties, waaronder met de acteur John Agar, maar ze trouwde nooit.

Ze bleef zingen tot in de jaren 80, maar trok zich daarna terug uit de schijnwerpers.

Ze overleed in 2012 op 88-jarige leeftijd aan hartfalen.

The Machines, zalig zijn de armen van geest, of niet soms (Joepie 6 november 1983)

The Machines was een Belgische newwaveband die in de vroege jaren 80 furore maakte met hun catchy popnummers.

De band ontstond in Gent, waar zanger/gitarist Paul Despiegelaere de leiding nam. Hij schreef de meeste songs en zorgde voor een herkenbare sound.

De band deed mee aan Humo’s Rock Rally in 1980, een prestigieuze muziekwedstrijd die veel talent voortbracht.

The Machines wonnen de finale, waar ze het opnamen tegen onder andere Red Zebra, The Employees, The Singles en De Brassers.

Dit leverde hen een platencontract op bij EMI, een van de grootste labels van die tijd.

Hun eerste album, ‘A World of Machines’, verscheen in 1982 en was meteen een schot in de roos.

Het album bevatte hits als ‘Don’t Be Cruel’, ‘Yellow Lights’ en ‘(I See) the Lies in Your Eyes’, die allemaal hoog scoorden in de Vlaamse hitlijsten.

De platenhoes werd ontworpen door Bob De Moor, een bekende striptekenaar die samenwerkte met Hergé, de geestelijke vader van Kuifje.

Het tweede album, ‘Dots & Dashes’, kwam uit in 1983 en borduurde voort op het succes van het eerste.

Met een meer eigentijdse productie en nummers als ‘Local Radio DJ’ en ‘Frozen Faces’ wist de band opnieuw het publiek te bekoren.

De band toerde intensief door België en Nederland en speelde ook in Frankrijk en Duitsland.

Helaas kwam er in 1984 een abrupt einde aan de samenwerking met EMI, die besloot om zich terug te trekken uit de Belpopmarkt.

Veel Belgische bands verloren hun contract en moesten op zoek naar een ander label.

The Machines vonden onderdak bij Antler Records, een kleiner en onafhankelijker label dat zich specialiseerde in new wave en alternatieve muziek.

Bij Antler brachten The Machines nog een paar singles uit, zoals ‘The Lion Sleeps Tonight’ en ‘Money in My Wallet’, maar het succes van de vorige albums bleef uit.

In 1989 verscheen hun laatste album, ‘Jungle!’, dat een meer experimentele kant van de band liet horen.

Het album kreeg weinig aandacht en werd slecht ontvangen door de pers en het publiek.

Na ‘Jungle!’ besloten The Machines om ermee te stoppen. Paul Despiegelaere ging verder als producer en werkte samen met artiesten als Soulsister, Clouseau en Raymond van het Groenewoud.

Joris Angenon richtte samen met Alain Tant (Luna Twist) het duo Onygo op, dat later evolueerde naar The Dinky Toys, een succesvolle popgroep in de jaren 90.

In 2006 kreeg The Machines nog een eerbetoon toen hun nummer ‘Take Me Away’ gebruikt werd in de film Windkracht 10: Koksijde Rescue, een actiethriller over reddingswerkers op zee.

In 2013 overleed Paul Despiegelaere na een lange strijd tegen kanker. Hij werd 54 jaar oud.

The Machines wordt beschouwd als een van de pioniers van de Belpop, een term die gebruikt wordt om de rijke en diverse muziekscene in België aan te duiden.

60 jaar geleden, reclame voor vuren van het Belgisch merk Fobrux (oktober – november 1963)

Fobrux was een Belgisch bedrijf dat gespecialiseerd was in de productie van kachels.

Het werd opgericht in 1920 in Vilvoorde.

Het bedrijf stond bekend om zijn innovatieve en kwalitatieve kachels, die zowel op hout, kolen als gas konden werken.

Fobrux had een groot marktaandeel in België en exporteerde ook naar andere Europese landen.

Het bedrijf bleef actief tot 1978 (andere bronnen spreken tot 1970), toen het failliet ging door de concurrentie van goedkopere en modernere verwarmingssystemen.

Het gebouw is nu een onderdeel van de geschiedenis van Vilvoorde en van de Belgische industrie.

Michel Polnareff, na vijf jaar Amerikaanse ballingschap terug in Frankrijk.

Michel Polnareff werd geboren in 1944 in Nérac, Frankrijk, uit een Russische vader en een Franse moeder.

Zijn vader, Leib Polnareff, was een bekende componist die nummers schreef voor Edith Piaf, Mouloudji en andere beroemde artiesten.

Michel begon al op jonge leeftijd piano te spelen en ontwikkelde een passie voor muziek.

Hij verhuisde naar Parijs in de jaren zestig en brak door met zijn eerste hit “La poupée qui fait non” in 1966.

Sindsdien heeft hij meer dan 20 albums uitgebracht en talloze hits gescoord, zoals “Love me, please love me”, “L’amour avec toi”, “On ira tous au paradis” en “Goodbye Marylou”.

Hij staat ook bekend om zijn flamboyante persoonlijkheid en zijn controversiële imago dat vaak de aandacht trok van de media en het publiek.

Hij had verschillende relaties met beroemde vrouwen, zoals de actrice Annie Fargue (geboren in Etterbeek) en zangeres Afida Turner, die later relatie had met rapper Coolio en Mike Tyson. Afida Turner kwam verleden jaar te overlijden aan kanker.

Hij trouwde met het bekende model Danyellah in 2003 en kreeg een zoon, Louka, in 2010.

Michel Polnareff is nog steeds actief in de muziekwereld. Hij bracht verleden jaar een album uit met zijn grootste hits in een nieuwe bewerking.

Hij woont momenteel in Los Angeles, Verenigde Staten, waar de bijna 80-jarige zanger zou werken aan een nieuw album (Joepie 12 november 1978).

Vandaag 90 jaar geleden, het Christen werkverbond (Katholieke Vlaamsche Landsbond) houden hun congres in het nieuwe Circus gebouw in Gent.

Het Nieuw Circus in Gent heeft een lange en boeiende geschiedenis.

Het gebouw dateert van 1895 en was oorspronkelijk bedoeld als een multifunctionele zaal voor circus, theater, concerten en bals.

Het was ontworpen door architect Emile De Weerdt (1858-1938) in een eclectische stijl met neobarokke elementen.

Het had een ronde piste met een diameter van 13 meter en een capaciteit van 2500 personen.

In 1920 werd het Nieuw Circus getroffen door een zware brand die het interieur volledig verwoestte.

Alleen de buitenmuren bleven overeind. Drie jaar later begon de wederopbouw onder leiding van architect Oscar Ledoux (1866-1935).

Hij maakte van het Nieuw Circus een modern en luxueus gebouw met tal van technische innovaties, zoals geluidsbeheersing, brandwerende elementen, centrale verwarming, bijzondere licht- en geluidsinstallaties en elektriciteit.

De zaal kon nu 3400 personen ontvangen en werd beschouwd als het mooiste circus van Europa.

Het Nieuw Circus trok vele grote internationale circussen en wereldberoemde artiesten aan.

Na 1924 werden er heel wat spectaculaire acts opgevoerd, zoals het ‘Circus onder water’ van het Duitse Circus Busch in 1933, waarvoor de piste werd gevuld met 500 000 liter water.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het circusgebouw in verval. De laatste voorstelling werd gespeeld door Circus De Jonghe in 1944.

In 1947 werd het gebouw omgevormd tot een garage door de nieuwe eigenaar Mahy.

Deze sloot in 1978 en het gebouw werd een opslag- en restauratieplaats voor oldtimers.

In 2005 kocht het stadsontwikkelingsbedrijf Sogent het gebouw met het oog op renovatie en integratie in een volledig vernieuwd stadsdeel De Krook.

De renovatiewerken zijn ondertussen afgerond.

Binnenkort zal het gebouw de nieuwe hotspot van Gent worden.

Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat Billy Joel met zijn album 52nd Street de nummer één positie bereikte op de Billboard-albumlijst.

Dit was zijn zesde studioalbum en de opvolger van het succesvolle The Stranger.

Het album is vernoemd naar de A&R studio’s in New York, waar het grotendeels is opgenomen.

De titel is ook een eerbetoon aan Abbey Road van The Beatles, een van de grote inspiratiebronnen van Joel.

Daarnaast heeft 52nd Street een rijke jazzgeschiedenis, want veel beroemde jazzmuzikanten hebben er gespeeld in de vele clubs. Daarom wordt 52nd Street ook wel Swing Street genoemd.

De producer van het album was Philip Ramone, die ook al met Joel had samengewerkt aan The Stranger.

Op 52nd Street zijn de jazzinvloeden duidelijk te horen, bijvoorbeeld in de titeltrack en in Zanzibar, waarop jazztrompetist Freddie Hubbard meespeelt.

Het album was nog succesvoller dan zijn voorganger en bleef acht weken lang bovenaan de Amerikaanse albumlijst staan.

Het was het bestverkochte album van Joel ooit. Het album bevatte drie hitsingles: het vrolijke My Life (met Chicago-zanger Peter Cetera als achtergrondzanger), het gevoelige Honesty en het rockende Big Shot.

Het nummer Rosalinda’s Eyes is een ode aan zijn moeder Rosalind.

Het nummer Until The Night (dat in Engeland een kleine hit werd) is een hommage aan The Righteous Brothers.

Billy Joel won twee Grammy’s voor 52nd Street: beste zanger en album van het jaar.