Deze week, 35 jaar geleden, komt Mylène Farmer (geboren als Mylène Jeanne Gautie) met haar single Pourvu Qu’Elles Soient Douces binnen in de Belgische Top 50.

Mensen die me een beetjes volgen, weten dat ik fan ben van de Canadese zangeres Mylène Farmer.

De Pourvu Qu’Elles Soient Douces, uitgebracht in 1988 als derde single van haar album Ainsi Soit Je.

De tekst van het nummer, geschreven door Farmer zelf, gaat over de obsessie van mannen voor de billen en de sodomie, met dubbelzinnige verwijzingen naar het Kamasutra en een fotoserie van Robert Doisneau.

De muziek is gecomponeerd door Laurent Boutonnat, die ook de producer van het album was.

De single was een groot succes en stond vijf weken op nummer 1 in de Franse hitlijst, waardoor Farmer tegelijkertijd nummer 1 was met haar single en haar album.

De videoclip van het nummer, ook geregisseerd door Boutonnat, is een vervolg op die van Libertine en speelt zich af tijdens de Zevenjarige Oorlog in de 18e eeuw.

Met een duur van achttien minuten, een budget van drie miljoen frank en bijna 600 figuranten, was het destijds de langste en duurste videoclip ooit gemaakt in Frankrijk.

De clip bevat scènes van naaktheid, erotiek en geweld en veroorzaakte veel controverse.

Voor haar werk ontving Farmer in 1988 de Victoire de la musique voor beste artieste van het jaar.

Gezien op deze Blog het niet mogelijk is om de video te delen, dan maak de album versien.

Vandaag is het ook al 10 jaar geleden dat de Amerikaanse zanger Lou Reed is overleden.

Gisteren nog vandaag: Raymond Van Het Groenewoud ‎interviewt Lou Reed (Joepie 28 maart 1982)

Gisteren nog vandaag: Het nieuwe leven van Lou Reed (Muziek Expres juli 1981)

Gisteren nog vandaag: Lou Reed duikt opnieuw in het volle leven (Joepie 29 juni 1986)

Gisteren nog vandaag: Lou Reed doorprikt de legende, mijn doodgedrogeerd Image was slechts camouflage (Joepie 7 juni 1981)

Lou Reed in de gevangenis (Joepie van 11 juni 1979)

Wie kent ze nog The Osmonds (Joepie 17 oktober 1973)

De Osmonds waren een populaire muzikale familie uit de Verenigde Staten, die vooral in de jaren zestig en zeventig veel succes hadden.

Ze begonnen als een kwartet, bestaande uit de broers Alan, Wayne, Merrill en Jay Osmond.

Later voegden ze hun jongere broers Donny en Jimmy en hun enige zus Marie toe aan de groep.

Ze maakten verschillende soorten muziek, variërend van rock tot country tot gospel.

Ze hadden hits als “One Bad Apple”, “Crazy Horses”, “Love Me for a Reason” en “Paper Roses”.

Ze hadden ook een eigen televisieshow, The Osmonds, die van 1972 tot 1976 werd uitgezonden.

De Osmonds zijn nog steeds actief in de muziekwereld, hoewel niet meer als een complete groep.

Sommigen van hen hebben solocarrières nagestreefd, zoals Donny, die een succesvolle zanger en musicalster is geworden, en Marie, die zowel zingt als acteert.

Anderen hebben zich gericht op het produceren of schrijven van muziek, zoals Alan en Merrill.

Jay en Jimmy hebben ook nog opgetreden met hun eigen bands.

De Osmonds hebben in totaal meer dan 100 miljoen platen verkocht.

De ex-leden van de Osmonds leven nog allemaal, hoewel sommigen van hen gezondheidsproblemen hebben gehad.

Alan lijdt aan multiple sclerose, een aandoening die het zenuwstelsel aantast.

Hij heeft een stichting opgericht om geld in te zamelen voor onderzoek naar deze ziekte.

Wayne heeft een hersenbloeding gehad in 2019, waarvan hij grotendeels is hersteld.

Donny heeft een stembandoperatie ondergaan in 2017, waardoor hij tijdelijk niet kon zingen.

Marie heeft te maken gehad met depressie en eetstoornissen in het verleden, waarover ze openlijk heeft gesproken.

Op 7 augustus 2003 kreeg de familie Osmond een welverdiende erkenning toen ze hun eigen ster mochten onthullen op de “Hollywood Walk of Fame”.

De familie Osmond is diepgelovig en behoort tot de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, beter bekend als de Mormonen.

Op 8 november 2007 vierde de familie Osmond hun 50-jarig jubileum in een speciale aflevering van de Oprah Winfrey Show. Het hele publiek bestond uit familieleden van de Osmonds.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Debbie Harry van Blondie, waarom hebben mijn ouders me in de steek gelaten.

Debbie Harry werd geboren als Angela Trimble in 1945 in Miami, Florida, maar werd al snel geadopteerd door Richard en Catherine Harry, een echtpaar uit New Jersey.

Ze groeide op in Hawthorne, een kleine stad waar ze zich vaak verveelde en eenzaam voelde.

Ze ontwikkelde een interesse voor muziek en kunst, en begon te zingen in het kerkkoor.

Toen ze 12 jaar oud was, ontdekte ze dat ze geadopteerd was, wat een grote schok voor haar was.

Ze voelde zich vervreemd van haar adoptieouders en zocht naar haar biologische familie, maar zonder succes.

Ze verliet het ouderlijk huis toen ze 18 was en verhuisde naar New York City, waar ze allerlei baantjes had om rond te komen.

Ze werkte onder andere als serveerster, secretaresse, Playboy Bunny en zelfs als prostituee.

Ze raakte betrokken bij de underground muziekscene van de stad, en ontmoette in 1973 Chris Stein, met wie ze een relatie kreeg en de band Blondie oprichtte.

Een nummer van Debbie Harry dat ze zelf heeft geschreven met Chris Stein over haar jeugdjaren is “Dreaming”.

Dit nummer gaat over haar dromen om een rockster te worden toen ze nog een tiener was.

Ze zingt over hoe ze zich verveelde op school en hoe ze fantaseerde over het leven in New York.

Ze zegt dat ze niet bang was om te falen of om afgewezen te worden, want ze geloofde in zichzelf en in haar muziek.

Ze eindigt het lied met de woorden: “Dreaming is free”, wat betekent dat ze altijd vrij was om te dromen, ook al had ze niet veel geld of kansen.

Kan een afbeelding zijn van 2 mensen en tekst

Bericht opnieuw plannen

Nu plaatsen

Jerry Lee Lewis na overlijden kersverse echtgenote, waarom wil God me steeds straffen (Joepie 23 oktober 1983)

Zijn eerste huwelijk, met Dorothy Barton, duurde twintig maanden.

Wat wil je, hij was veertien, zij zeventien.

”Ze was te oud voor mij”, stelde hij in een interview in 1978.

Drie weken voor zijn scheiding van Barton rond was, trouwde hij al met Jane Mitcham.

Dat huwelijk duurde vier jaar, van september 1953 tot oktober 1957, en leverde twee kinderen op.

In december 1957 trouwde Lewis met zijn achternichtje Mary Gale Brown, met wie hij ook twee kinderen kreeg.

Ze scheidden in december 1970.

Zijn vierde vrouw was Jaren Elizabeth Gunn Pate, die in 1983 verdronk in hun zwembad.

In 1962 had Jerry Lee op dezelfde manier een zoon verloren, Steven Allen Lewis, die toen drie was.

In 1973 verloor hij nog een zoon in een verkeersongeluk, de negentienjarige Jerry Lee Lewis Jr..

Zijn vijfde vrouw was Shawn Stephens.

Ze trouwden in juni 1984, drie maanden later overleed zij aan een overdosis methadon.

Zijn zesde huwelijk, met Kerrie McCarver, duurde twintig jaar en leverde hem één zoon op.

In 2012 trouwde hij voor de zevende keer en nu met Judith Brown, de vrouw die al jaren voor hem zorgt en de ex is van Lewis’ voormalige schoonbroer.

Lewis houdt het graag in de familie, maar de ceremonie was zo geheim dat zelfs de dochter van de rock-‘n’-rollpionier, Phoebe Lewis, die nochtans bij hem inwoont, niet op de hoogte was.

Acht jaar geleden verklaarde Lewis zijn toch wat turbulente tocht op het pad van de liefde als volgt: “Ik ben de koppigste kerel ter wereld.

Toen ik voor de eerste keer wilde trouwen, was mijn moeder in alle staten.

Mijn pa zei tegen ma ‘Laat hem met rust, mammy.

Je weet hoe koppig hij is. Zo hard als een steen’.

Ik was toen veertien. Dat was in Louisiana”.

35 jaar geleden, de Britse groep Brother Beyond met hun hit The Harder I Try.

Het nummer werd geschreven en geproduceerd door het bekende trio Stock Aitken Waterman en bevatte een sample van het drumintro van het nummer This Old Heart of Mine van The Isley Brothers, een Motown-hit uit 1966.

De single Harder I Try bereikte de tweede plaats in de Britse hitlijst.

In Vlaanderen bereikte het nummer de twintigste plaats in de Brt Top 30 en in Nederland was het nummer goed voor een achttiende plaats in de Top 40.

Het nummer was ook terug te vinden op hun debuutalbum Get Even, dat ook nog een andere top 10-hit opleverde in het Verenigd Koninkrijk, He Ain’t No Competition.

De groep bestond uit Nathan Moore (zang), David White (gitaar, zang), Carl Fysh (toetsen) en Steve Alexander (drums).

Na de breuk van de groep ging Moore verder met een andere boyband, Worlds Apart, waarmee hij vooral succes had in Frankrijk. Top op vandaag treedt hij nog steeds op met de overgebleven leden van Worlds Apart.

Steve Alexander speelde een tijdje met Duran Duran en Jeff Beck.

Carl Fysh bleef actief in de muziekindustrie als public relations manager.

David White verliet de muziekwereld en werd schilder.

Gisteren nog vandaag