Vandaag en morgen, vijftig jaar geleden, tweede editie van het muziekfestival De Gouden Leeuwen in Blankenberge (23 en 24 juli 1975)

Het jeansmerk Wally’s Jeans, dat in de jaren zeventig enige bekendheid genoot en toen sponsor was van het festival, is vandaag de dag niet meer actief.

De geschiedenis van het oorspronkelijke merk is vooral verbonden met de autosport.

In 1975 was het merk, dat omschreven wordt als een Nederlandse jeansfabrikant, een opvallende sponsor in de Europese autosport.

Wally’s Jeans sponsorde een Porsche 911 3.0 RSR van het Duitse Kremer Racing team.

Deze auto, bestuurd door de Nederlandse coureur Cees Sievertsen, nam deel aan diverse races, waaronder het prestigieuze Deutsche Rennsport Meisterschaft (DRM).

De opvallende “Wallys Jeans” livery van de wagen zorgde voor zichtbaarheid en naamsbekendheid op de circuits.

Ook sponsorde ze muziekfestivals en concerten, zoals dit festival in Blankenberge.

Ondanks al deze sponsoring, verdween het jeansmerk redelijk vlug en is er bijna niets meer van terug te vinden op het internet.

Liefhebbers van vintage kleding kunnen echter soms nog een originele “Wallys” of “Wally’s” jeans vinden op online tweedehandsplatformen.

Deze vintage exemplaren zijn de laatste tastbare herinneringen aan het merk.

Vandaag, 60 jaar geleden, de Franse zangeres Sheila met haar eigen modelijn La Boutique de Sheila.

Op 19 juli 1965 opende in Orléans een winkel die meer was dan alleen een kledingwinkel.

Het was de belichaming van de droom van een jonge, opkomende Franse zangeres: Sheila.

Ze was pas 19 jaar oud, maar had al een aantal hits op haar naam staan, waaronder “L’école est finie” en “Vous les copains, je ne vous oublierai jamais”.

Sheila, geboren als Annie Chancel, zag de kledinglijn en de winkel als een manier om haar imago als stijlicoon verder te versterken en een directere band met haar fans te creëren.

De opening in Orléans, een stad niet ver van haar geboorteplaats Créteil, was een bewuste keuze.

De winkel was elegant ingericht en bood een selectie kleding en accessoires aan die pasten bij de ‘yé-yé’-stijl van die tijd, een stijl die Sheila zelf belichaamde en populair maakte.

De opening zelf trok dan ook veel aandacht, zowel van de pers als van haar fans.

Sheila was persoonlijk aanwezig en de belangstelling was enorm.

De collectie van de boetiek was geïnspireerd op Sheila’s eigen kledingstijl, een mix van jeugdige frisheid en Parijse chic.

Men kon er terecht voor jurkjes, rokken, blouses, schoenen en accessoires die allemaal zorgvuldig waren geselecteerd om de ‘Sheila-look’ te repliceren.

In de beginperiode was La Boutique de Sheila een succes.

De naam en faam van Sheila trokken veel klanten, en de winkel werd een trekpleister voor jonge vrouwen die op zoek waren naar de nieuwste modetrends.

Het was meer dan zomaar een winkel, het was een verlengstuk van het merk “Sheila”.

Vandaag bestaat La Boutique de Sheila niet meer, maar op haar site kunt u nog steeds shirts en juwelen kopen.

Vandaag 170 jaar geleden, de geboorte van de Gentse dichter Georges Rodenbach.

De Gentse dichter Georges Rodenbach werd 170 jaar geleden, op 16 juli 1855, geboren. Hij stamde uit een Duitse familie; zijn vader, Constantin-Ferdinand Rodenbach, was verificateur van maten en gewichten in Gent en trouwde met de Doornikse Rosalie Gall.

Georges bracht zijn jeugd door in Gent, waar zijn familie kort na zijn geboorte neerstreek. Veel van zijn jonge jaren speelden zich af in hun ouderlijke huis aan de Frère-Orbanlaan 9, vlak bij het Klein Begijnhof.

Hoewel er in 1948 een gedenkplaat werd aangebracht, zijn zowel het huis als de plaat inmiddels verdwenen.

Hij was een briljante leerling aan het Sint-Barbaracollege, waar hij Emile Verhaeren ontmoette en een levenslange vriendschap met hem sloot.

Rodenbach studeerde rechten in Gent en Parijs, waarna hij assistent werd van de bekende strafpleiter Edmond Picard.

Daar kreeg hij de bijnaam ‘L’avocat-cravate’ vanwege zijn opvallende uiterlijk.

Zijn neef, Albrecht Rodenbach, zou later beroemd worden als Vlaams studentenleider.

In 1877 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, Le Foyer et les Champs.

De positieve Franse reacties leidden tot zijn eerste bezoek aan Parijs.

Hij kwam in contact met de ‘cercle des Hydropathes’ en sloot er vriendschappen met figuren als Catulle Mendès en Maurice Barrès. Hij besloot zijn advocatencarrière op te geven en zich volledig op de literatuur te richten.

Hij schreef voor La Flandre libérale en het eerste nummer van La Jeune Belgique, en publiceerde La Mer élégante.

In 1886 brak hij door in zowel België als Frankrijk met La Jeunesse blanche, gedichten over Vlaamse begijnhoven en de verlaten, regenachtige straten van stervende provinciestadjes.

Hij probeerde via lezingen ook het pessimisme van Arthur Schopenhauer, dat zijn werk zou beïnvloeden, te promoten.

Vanaf 1888 verhuisde hij definitief naar Parijs en werkte als correspondent voor het Journal de Bruxelles.

Uiteindelijk won de literaire roep het, en Rodenbach koos resoluut voor een schrijversbestaan. In 1888 trok hij definitief naar Parijs, waar hij als eerste Fransschrijvende Vlaming de stad veroverde met zijn symbolistische werken.

Zijn bekendste werk, de roman Bruges-la-morte, verscheen in 1892. Het werd eerst als feuilleton in Le Figaro gepubliceerd en later als boek uitgebracht door Flammarion.

Dit werk, gezien als het hoogtepunt van het symbolisme, was direct een groot succes. Fernand Khnopff illustreerde de voorkant.

Hoewel Rodenbach nooit in Brugge woonde (de geboorteplaats van zijn vader), kon de stad daardoor voor hem gemakkelijk legendarische vormen aannemen.

Zoals Rilke schreef, transformeerde Rodenbach de stad in Bruges-la-morte tot een innerlijk landschap, door voortdurend een analogie te leggen tussen de stad en de overleden vrouw die in het hoofd van de hoofdpersoon voortleeft.

In Parijs was hij een graag geziene gast en werd hij vrienden met onder anderen Alphonse Daudet, Edmond de Goncourt, en symbolisten als Villiers de l’Isle-Adam en Stéphane Mallarmé. Ook Rodin behoorde tot zijn vrienden.

Hij trouwde met Anna-Maria Urbain en in 1894 werd zijn toneelstuk Le Voile als eerste van een Belgische schrijver opgevoerd door de Comédie-Française.

Twee jaar later, in 1896, verscheen Les Vies encloses, een dichtbundel geïnspireerd op het occultisme en de Duitse romantiek.

Ondanks een slepende ziekte verscheen nog een meesterwerk, eveneens gesitueerd in Brugge: Le Carillonneur (1897).

Dit werk beschrijft realistisch de debatten tussen voorstanders van de haven van Zeebrugge en verdedigers van Brugge als kunststad voor de elite.

Een jaar later, op 25 december 1898, stierf Rodenbach op 43-jarige leeftijd aan typhlitis.

Zijn begrafenis vond plaats in Parijs, waar hij werd bijgezet op Père Lachaise.

Het grafmonument toont de dichter die met een roos in de hand uit het graf stapt, met daaronder de inscriptie: “Seigneur, donnez-moi donc cet espoir de revivre / Dans la mélancholique éternité du livre.”

In 1899 kreeg George Minne de opdracht voor een herdenkingsmonument voor Rodenbach.

Het marmeren kunstwerk was niet welkom in zijn geboorteplaats Doornik of in Brugge.

Uiteindelijk vond het een vaste plek op de dries van het oude Sint-Elisabethbegijnhof in Gent, waar het op 19 juli 1903 werd ingehuldigd.

In 1993 werd een ideeënwedstrijd georganiseerd voor een “beeld in de stad”, waarvan het winnende ontwerp van Klaas van de Sompel in 1997 werd onthuld.

In 2020 was het monument opnieuw dringend toe aan restauratie, want de tekst is nauwelijks leesbaar en de platen van de sokkel komen los.

Helaas is deze treurende dame het enige tastbare dat nog naar Georges Rodenbach in Gent verwijst, want zijn straat moest hij afstaan aan Edmond Boonen.

Gelukkig bracht David Bowie in 2013 in “Dancing out in space” nog hulde aan de zwijgende stilte van de Gentse schrijver met de zin “Silent as Georges Rodenbach.”

Sterrenwacht-kandidaten Patrick Hebb en Patricia Ceysens voor de tv-uitzending van zaterdag 14 juli 1990.

Hoewel ze in 1990 al eens op televisie verscheen in het programma ‘Sterrenwacht’, werd Patricia Ceysens vanaf 1994 vooral bekend als politica voor de Open Vld.

Haar politieke loopbaan startte in 1995, toen ze bij de eerste rechtstreekse verkiezingen werd verkozen in het Vlaams Parlement.

Ze zou er verschillende legislaturen zetelen en groeide uit tot een prominent figuur binnen haar partij.

In juni 2003 werd ze minister in de Vlaamse regering met de bevoegdheden Economie en Buitenlands Beleid.

Na een periode als fractieleidster keerde ze in 2007 terug in de regering als minister van Economie en Innovatie, waar ze zich focuste op de vergroening van de economie.

Naast haar ministeriële functies was ze van 2009 tot 2012 ook ondervoorzitter van de Open Vld.

In 2014 maakte ze de overstap naar het federale niveau en werd ze verkozen in de Kamer van volksvertegenwoordigers, een mandaat dat ze tot 2019 uitoefende.

Gisteren nog vandaag

Na haar vertrek uit de actieve politiek stapte Ceysens over naar de bedrijfswereld.

In 2020 werd ze bestuurslid bij Econopolis Wealth Management en ze is ook CEO van WeWatt.

In 2021 werd ze bestuurder van de Nationale Loterij van België

Een bekend detail is dat Patricia Ceysens de meter is van Kai-Mook, de eerste olifant die in de Antwerpse zoo geboren werd.

Gisteren nog vandaag